Dagmar van Weeghel: het archief heroverd met zonlicht en zilver
In de sectie The Past Present op Unseen presenteert THIS IS NOT A WHITE CUBE (Lissabon) de serie ‘BLOOM: Reclaiming Presence Through Botanical and Photographic Memory’ van Dagmar van Weeghel. Met deze reeks keert de Nederlandse fotograaf terug naar de negentiende eeuw om de fundamenten van het fotografische archief te bevragen. Wie werd er destijds vastgelegd, wie bleef er buiten beeld, en wat betekent dat voor de manieren waarop wij vandaag kijken?

Van Weeghel studeerde aan de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam en woonde en werkte zo’n tien jaar in verschillende Afrikaanse landen als filmmaker, onder meer in Zimbabwe, Tanzania, Botswana, Uganda en Zuid-Afrika. Die jaren vormden haar blik. Sinds 2015 is fotografie haar voornaamste medium, waarmee ze verhalen deelt die zich afspelen tussen continenten, generaties en geschiedenissen. Haar praktijk beweegt zich daarbij op het snijvlak van beeld en archief.
Een belangrijk keerpunt was haar terugkeer naar Nederland. Ze zag van dichtbij hoe hardnekkig vooroordelen over Afrika en Afrikaanse mensen zijn. Haar man, die ze in Botswana had ontmoet, werd hier regelmatig weggezet als 'de ander’. Ook haar twee kinderen, die opgroeien met een dubbele identiteit, kregen te maken met racisme. Van Weeghel dook de geschiedenis in en wilde begrijpen hoe zulke patronen ontstaan. Ze las onder meer het beroemde werk 'Oriëntalisme' van Edward Said, die als eerste systematisch beschreef hoe de westerse blik niet neutraal is, maar gevormd wordt door machtsstructuren en koloniale kennissystemen. Die blik exotiseert, categoriseert en marginaliseert alles wat als 'anders' gedefinieerd wordt, en presenteert dat vervolgens als vanzelfsprekende, objectieve werkelijkheid. Wat haar man en kinderen meemaakten was geen uitzondering maar een patroon, diep geworteld in het westerse denken.

Said geldt als een van de grondleggers van het postkolonialisme, een academische stroming die onderzoekt hoe koloniale structuren, denkpatronen en representaties doorwerken nadat het formele kolonialisme is geëindigd. Dekolonialisme gaat een stap verder en is actiever: dat gaat over het actief ontmantelen van die structuren en het ontwikkelen van andere perspectieven en kennissystemen, vaak vanuit het Global South zelf. Denk bijvoorbeeld aan denkers als Frantz Fanon. Van Weeghel zoekt binnen die kaders haar eigen invalshoek. Tussen 2016 en 2022 maakte ze de serie ‘Diaspora’, portretten van Afrikaanse immigranten in Europa, vaak mensen uit haar eigen netwerk. Daarin onderzocht ze hoe waardigheid, kracht en complexiteit zichtbaar kunnen worden gemaakt binnen een visuele cultuur die vooral vanuit een westers perspectief heeft gekeken.
Gaandeweg verschoof haar interesse naar negentiende-eeuwse fotografie, en de structurele afwezigheid van Zwarte Europeanen daarin. In die periode ontwikkelde fotografie zich tot massamedium en werd het ingezet als instrument van registratie én classificatie. Tussen circa 1839 en 1900 zijn portretten van mensen van kleur in Europese archieven schaars, anoniem of volledig afwezig, zeker wanneer het vrouwen betreft. De schaarste is geen toeval, maar een symptoom van een selectieve blik. Wat niet binnen het dominante kader paste, werd niet of nauwelijks vastgelegd. Die lacune staat centraal in ‘BLOOM’. In plaats van het archief te citeren, construeert Van Weeghel een alternatief visueel geheugen. Eerder onderzoek had haar al naar historische figuren als Sarah Forbes Bonetta geleid, een West-Afrikaanse vrouw die onvrijwillig protegée werd van koningin Victoria, maar in ‘BLOOM’ verschuift de nadruk nadrukkelijk naar het heden.
Voor ‘BLOOM’, waaraan ze vier jaar werkte, maakt Van Weeghel gebruik van historische technieken. Maar hedendaagse vrouwen stappen hier het negentiende-eeuwse kader binnen. Niet als curiositeit maar als protagonist. Met een zeldzame carte-de-visitecamera uit 1860 maakt de kunstenaar portretten van vrouwen van Afrikaanse afkomst die vandaag in Europa leven.

Van Weeghel: “Er bestaan nog maar vijf van deze originele cameras, waarvan er vier in museumcollecties zijn opgenomen. Één van de resterende camera’s zit in de collectie van verzamelaar Frédéric Hoch in Strasbourg. Van hem kreeg ik toestemming om deze natte plaatcamera te gebruiken. Heel bijzonder! Deze camera heeft in in de vroege negentiende eeuw voornamelijk witte mensen vastgelegd. We kregen vijf uur de tijd en de camera was waarschijnlijk al 150 jaar niet meer gebruikt, dus hij piepte en kraakte, maar het proces was heel speciaal."
De vrouwen op deze foto's dragen zorgvuldig vervaardigde kleding in negentiende-eeuwse stijl, waarin ieder detail is uitgedacht. Elke foto wordt afgedrukt op authentiek negentiende-eeuws albuminepapier en gepresenteerd als een carte de visite: het kleine, op karton gemonteerde portretkaartje dat in de negentiende eeuw massaal werd uitgewisseld en verzameld.
Binnen de reeks realiseert Van Weeghel ook grootschalige anthotypieën: afdrukken waarbij pigmenten uit zelfgekweekte en verzamelde wilde bloemen worden blootgesteld aan zonlicht. Die pigmenten vervagen in de loop der tijd, een metafoor voor geheugen, verlies en de fragiliteit van het archief. Tegelijkertijd verwijst de kunstenaar hiermee naar de Victoriaanse floriografie, de gecodeerde bloementaal waarin gevoelens en sociale codes werden overgebracht en waarin ook koloniale en raciale denkbeelden besloten lagen. Voor deze anthotypieën herdrukt zij anonieme Zwarte vrouwen uit negentiende-eeuwse archieven. De vergankelijkheid van de techniek weerspiegelt hoe deze vrouwen uit de geschiedschrijving zijn verdwenen. Voor de pigmenten verzamelde ze onder meer bloemblaadjes in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, landen met een beladen koloniale geschiedenis. Dat deed ze veelal met haar dochter, als gezamenlijke daad. Van Weeghel nam ook bloemen mee uit de persoonlijke tuinen van koningin Victoria en koningin Elizabeth in Schotland. Die zullen ook te zien zien op Unseen. Daarnaast kleurt Van Weeghel ook een aantal zwart-witportretten met de hand, als een daad van herdenking, met zelfgemaakte bloempigmenten.De bloemen die ze daarvoor gebruikt dragen ook hier specifieke betekenissen en boodschappen met zich mee.
Alle portretten in de serie zoeken steeds de dialoog met de kijker op aan de hand van floriografie en botanische geschiedenis. Door middel van gestes, bepaalde bloemen in de hand van de portretteerden of met de hand geschilderde doeken brengt ieder beeld een bepaalde boodschap over.
Daarnaast werkt Van Weeghel met platina-palladiumprints, een techniek die ze koos vanwege de duurzaamheid en de rijke tonaliteit, en daarmee: de archivale bestendigheid. Zo krijgen deze vrouwen een blijvende plek in het beeldarchief. Werk uit de serie werd onder meer opgenomen in collecties van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Fondation Blachère. Een selectie uit ‘BLOOM’ is te zien op Unseen tijdens Art Rotterdam in de sectie The Past Present. Werk uit deze reeks is gelijktijdig ook te zien in THIS IS NOT A WHITE CUBE in Lissabon.

Deze portretten zijn geen reconstructies van het verleden, maar verankeren nieuwe vormen van aanwezigheid in het visuele vocabulaire van de Europese geschiedenis.Van Weeghel betreedt met deze serie bewust een beladen visuele domein, bewust van de structuren die ons blikveld hebben gevormd. Ze kopieert daarbij de vorm, maar niet de machtsverhouding. Ze plaatst andere lichamen, verhalen en perspectieven in het centrum van het beeld en geeft de geportretteerden regie over hun representatie. Van Weeghel spreekt niet namens hen, maar onderzoekt de beeldkaders die hun zichtbaarheid lange tijd hebben ingeperkt en creëert ruimte en context voor een gelaagde aanwezigheid. Deze vrouwen zijn geen passieve objecten van een westerse blik, maar co-auteurs. Door historische technieken te heractiveren en te herpositioneren verruimt Van Weeghel het archief, en daarmee ook onze blik. Ze benadrukt daarmee dat het archief geen neutrale opslagplaats is, maar een constructie, gevormd door selectie, uitsluiting en macht, en laat zien hoezeer zichtbaarheid afhankelijk blijft van wie er kijkt en bewaart.

Over de sectie The Past Present op Unseen tijdens Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy)
Fotografiehistoricus, curator en auteur Hedy van Erp werpt in The Past/Present een eigentijdse blik op analoge fotografie tot het jaar 2000, met bijzondere aandacht voor verloren archieven en gevonden beelden. Van Erp brengt daarbij kunstenaars samen die op eigentijdse wijze gebruikmaken van bestaande fotografische beelden en technieken om het verleden zo opnieuw gewicht en betekenis te geven.
Geschreven door Flor Linckens