In limbo – de gevaarlijke verhouding tussen mens en technologie: Meiro Koizumi in Sculpture Park
De ontwikkelingen in AI en de biotechnologie gaan razendsnel. Hoe beïnvloeden die ons begrip van het leven, onze individualiteit en identiteit? Het zijn grote vragen, maar daar staat de vooraanstaande Japanse kunstenaar Meiro Koizumi om bekend.

In zijn werk onderzoekt hij thema’s als nationalisme, machtsverhoudingen en de rol die het collectief geheugen speelt in ons gedrag. Deze onderwerpen koppelt hij aan vragen over de plek die het menselijk lichaam inneemt in een wereld die steeds zich steeds meer online afspeelt en waarin technologie een steeds dominantere rol speelt.
Zoals gezegd: het zijn grote onderwerpen, des te knapper is het dat Koizumi’s werk toegankelijk en goed te begrijpen is, of het nu om zijn tekeningen, foto’s, video-installaties of sculpturen gaat. Deels komt dat door zijn werkwijze. Over Altars, zijn nieuwe serie sculpturen zegt hij dat ze het resultaat zijn van een reeks intuïtieve handelingen. ‘De optelsom van al die intuïtieve handelingen is een werk dat woorden en concepten overstijgt en direct onze instincten aanspreekt.’
Oordeel zelf, want in Sculpture Park is de recente sculptuur BOR (2024). Meiro Koizumi wordt vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink.
Meiro Koizumi (Japan, 1974) woont en werkt in Yokohama, Japan. Toch is het geen toeval dat zijn werk in Nederland te zien is. Zijn relatie met ons land gaat inmiddels ruim twintig jaar terug. Na in Tokyo en Londen te hebben gestudeerd, was hij tussen 2005 en 2006 resident aan de Rijksakademie in Amsterdam. In zijn brede praktijk kijkt Koizumi zowel naar de toekomst als naar het verleden. In beide gevallen keren de vaste ingrediënten machtsverhoudingen, technologie en collectief geheugen keren terug.

Good Machine Bad Machine
Toen hij na de Rijksakademie terugkeerde naar Japan kon hij zijn vaderland met een vers paar ogen bekijken. Hij ervoer hoe de stemming in het land was veranderd. “Onze economie stagneerde en de bevolking begon te krimpen, terwijl China opkwam, Zuid-Korea het goed deed en Noord-Korea naast ons ligt. Het zelfvertrouwen leek een deuk te hebben opgelopen.”
Hij observeerde scherp hoe zaken die voorheen heel gevoelig lagen, zoals vlagvertoon, het vieren van de verjaardag van de keizer en de roep om een leger, ineens in vruchtbare aarde vielen. Dat sentiment nam een vlucht na de ramp bij Fukushima in 2011. Symbolen zijn immer ook bestand tegen natuurrampen, je kan erop teruggrijpen als de om je heen letterlijk en figuurlijk ineenstort.
Elf jaar lang filmde Koizumi nationalistische demonstraties. Het resulteerde in de video-installatie Good Machine Bad Machine (2023). Vooraan zien we gehypnotiseerde acteurs woorden en korte zinnetjes uitspreken en daarbij het complete emotionele register doorlopen: van bang en boos tot blij en opgewekt. Daar achter zien we opnamen van de demonstraties. Door deze films tegelijk te tonen, werpt Koizumi de vraag opwerpt in hoeverre we meester zijn van onze eigen emoties. Kiezen we er bewust voor ons op te winden over bepaalde zaken of worden we gevoed door technologie en laten we ons onbewust ook leiden door propaganda?
Soluble Meat
In de recente film Soluble Meat (2025) duikt de tegenstelling tussen technologische vooruitgang en het verlies van vrije wil ook op. Ook hier koppelt hij het aan ons onderbewustzijn. Koizumi creëerde Soluble Meat met behulp van het AI-programma Luma Dream Machine. Hij voedde de AI archiefbeelden van hypnosesessies en gaf de prompt: “This is a tragic film about people who are losing their free will”.
Vervolgens voerde hij het beeld dat door het algoritme werd gegenereerd telkens opnieuw in het programma in, telkens met dezelfde prompt. Door dit proces elke vijf seconden te herhalen, ontstond een film waarin onbegrijpelijke gebeurtenissen zich langzaam ontvouwen. De scènes zijn herkenbaar, maar tegelijk droomachtig en roepen een unheimische sfeer op.
De video werd daarna ingevoerd in Google Gemini om de voice-over te genereren. Hoewel Koizumi de film beschouwt als een AI-stream of consciousness, benadrukt hij dat er altijd een mens achter de knoppen zit. Soluble Meat niet alleen het automatisch schrijven van Surrealisten. Het laat ook zien dat ons onderbewuste niet alleen wordt bespeeld door onze herinneringen en verbeelding, maar inmiddels ook door algoritmen.

In limbo
Met de serie Altars verlegt Koizumi het vraagstuk van beïnvloeding door technologie van het mentale naar het fysieke domein. In Sculpture Park is BOR (2024) te zien, een sculptuur met aan de ene kant een onderlichaam en aan de andere kant een enkel been en een losliggende hand. Daartussen zit een kolomboor. Alsof de mens door een shredder wordt gehaald en er in kleinere deeltjes uitkomt.
Dat is ook het punt dat Koizumi wil maken. Naarmate onze sociale levens zich steeds meer in de digitale wereld afspelen, begint ons besef van het fysieke lichaam te vervagen. In Museum De Pont hingen de Altars vorig jaar hulpeloos aan kettingen, zwevend tussen de echte en de virtuele wereld, in een limbo-toestand die noch mens noch machine is.
“Wat ik gevaarlijk vind aan deze ontwikkeling is dat er een neiging is levende wezens als object te behandelen. Er schuilt hier een potentieel voor geweld in”, aldus Koizumi. “De uitdaging is hoe we mensen met warme lichamen kunnen redden uit dit limbo. Ik zie dat als mijn levenswerk.”

“Het idee van het verbinden van mensen met machines bestaat al 200 jaar – Frankenstein is bijvoorbeeld al 200 jaar oud. Toch zorgt een sculptuur van een onderlichaam met daarop een motorblok voor een glitsch in onze hersenen. Onze overlevingsinstincten worden geactiveerd, door een gevoel van gevaar.”
Sinds zijn tijd aan de Rijksakademie wordt Meiro Koizumi vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink, waar hij al 7 solotentoonstellingen had. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van Museum of Contemporary Art Tokyo, MoMa, Tate Gallery, Kadist Art Foundation, Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen. Afgelopen jaar had hij een overzichtstentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg.
Geschreven door Wouter van den Eijkel