Coming soon
Coming soon
Selecteer type

In their long-term project “Fault Line”, Ana Zibelnik and Jakob Ganslmeier focus on the social consequences of the climate crisis. Launched in 2023, the project explores the profound impact of climate change on individual lives in Europe, ranging from climate anxiety and activism to populist denial of the issue. By capturing portraits of individuals, the photographers give a human face to a problem that often feels quite abstract. In the first part of the project, the artists specifically address the psychological phenomenon of climate anxiety, which is particularly prevalent among young people as they are confronted with an uncertain future. “Fault Line” is currently on display at the Fotomuseum Den Haag (until 31 March 2024).

Ana Zibelnik and Jakob Ganslmeier will also present the project at Prospects: an initiative of the Mondriaan Fund that showcases work by 86 artists who received financial support in 2022 to launch their careers. The work on display ranges from photography to textile works, video to paintings and performances to sculptures. The exhibition is curated by Johan Gustavsson in collaboration with curator Louise Bjeldbak Henriksen.

When we think about climate change, we often fall into one of two extremes: either being too optimistic, assuming that technology will save us in the end, or too pessimistic, pained by the idea that every piece of plastic we’ve ever used is still out there somewhere. In the latter case, we become paralysed and distance ourselves from the problem, thinking that we’re unable to bring about change. Many of us are dissatisfied with the minimal effect of our individual actions (such as recycling or not using a car) on the bigger picture, as well as the reluctance of powerful politicians to implement meaningful changes and a political shift to the right in many countries. The problem feels too big, too abstract. But artists have the ability to shape and influence our imagination and offer us something concrete.

The artists Ana Zibelnik and Jakob Ganslmeier state that, “Images affect the way people think about societal issues. They have an emotional impact and can prompt us to form opinions and take action. Images of environmental devastation, in particular, are often captured from a distance — by drones or focused on the overall scope of natural and infrastructural damage. What interests us is a closer examination of such situations — how do extreme climate events impact individuals? How does the fear arising from such situations contribute to the emergence of hateful ideologies?”

In “Fault Line”, the artists highlight how climate anxiety can be paralysing, but also a stimulus to take action. Their work includes collaborations with young climate activists in Italy and confrontations with Italian policymakers who deny climate change. During their travels through Italy, they documented the consequences of heavy rainfall and flooding, as well as the severe wildfires at the Greek border with Turkey, the largest wildfire Europe has ever known so far. They also spoke with climate refugees and with David Yambio, a human rights activist and founder of Refugees in Libya.

“Fault Line” offers an in-depth exploration of the climate crisis and its social impact. It’s an artistic project, but also a statement. It emphasises the need for action and awareness in a time when the consequences of the climate crisis are becoming increasingly tangible. Zibelnik and Ganslmeier ask critical questions about how the climate crisis — and the accelerating series of disasters — affects individual lives and how this contributes to the exacerbation of social and political polarization.

Ana Zibelnik, born in 1995 in Ljubljana, Slovenia, focuses in her work on themes such as global warming, climate anxiety, and its social implications. And what role does white supremacy play in the climate crisis? German artist Jakob Ganslmeier (1990) is interested in the visualisation of radical ideologies and the ways in which visual arts can be a means to counteract radical ideas and start conversations about societal issues with conflicting perspectives.
“Fault Line” by Ana Zibelnik and Jakob Ganslmeier will be on display in the Prospects section during Art Rotterdam.
Written by Flor Linckens
Voor het achtste jaar op rij gaat de NN Art Award in 2024 naar een veelbelovende kunstenaar die hun werk toont tijdens Art Rotterdam. Nieuw, dit jaar, is de presentatie van het werk van de genomineerden. Zij exposeren niet in een stand op Art Rotterdam maar in de toonaangevende Kunsthal Rotterdam, van 1 februari tot en met 14 april 2024. De genomineerde kunstenaars voor de NN Art Award 2024 zijn Maaike Kramer (Art Gallery O-68), Mónica Mays (Prospects sectie van het Mondriaan Fonds), Jan van der Pol (CREMAN & DE ROOIJ) en Peim van der Sloot (Brinkman & Bergsma).

Mays’ sculpturale praktijk combineert autobiografie, materiaalproces en historisch archief. Haar werken bestaan uit assemblages die de vorm aannemen van geanimeerde huishoudelijke objecten die overlopen, vervormd zijn of zich begeven in een proces van transmutatie. Geïnspireerd door katholieke lichaamshorror en barokke iconografie werkt ze met overdaad, versiering en uitbundigheid. Van de weergave van ziekte en magisch denken in vrouwelijke beeldjes tot koloniale representaties van natuur, dominantie, verlangen en controle, de barok wordt door Mays ingezet om werken te creëren die bestaan in een spanningsveld van fragiliteit en geweld.
Na haar studie Culturele Antropologie aan de Universiteit van New Orleans studeerde Mays in 2015 af aan de École Supérieure des Arts Décoratifs in Straatsburg. In 2017 behaalde ze een master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Ze heeft sindsdien projecten ontwikkeld tijdens artistieke residentieprogramma’s aan Rupert (Vilnius, Litouwen), Fundación Bilbao Arte (Bilbao, Spanje), Matadero (Madrid, Spanje) en Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij (Yogyakarta, Indonesië). Mays’ werken zijn onder meer tentoongesteld in het Frascati Theater (Amsterdam), Tallinn Art Hall (Tallinn), Punt WG (Amsterdam), Blue Velvet Projects (Zürich), Centro Centro (Madrid), KUBUS (Hannover), La Casa Encendida (Madrid), Industra (Brno) en Atelier Chiffonier (Dijon). Mays ontving de 3PD-prijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (2022), het Jonge Kunstenaar Stipendium van het Mondriaan Fonds (2023) en de Generation 2022-prijs van de Montemadrid Foundation.

Kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in de Kunsthal?
“Ik presenteer een reeks sculpturen en dozen waaraan ik de afgelopen twee jaar heb gewerkt. Met deze werken wilde ik vormen van voortplanting verkennen en cultiveren die vallen buiten patriarchale structuren, industriële productiemethoden, efficiëntie en toekomstgerichtheid — en het geweld dat deze logica’s opleggen aan verschillende lichamen. Ik heb deze ideeën verkend door me te verdiepen in de levenscyclus van de zijdemot bombyx mori – een organisch voortplantingsproces dat onherroepelijk is veranderd door menselijke interventie, domesticatie en industrialisatie. Om zijdedraad voor textiel te kunnen gebruiken, moeten de cocons van de zijdemot worden gestoomd. Dit is nodig om de larve binnenin te doden voordat deze uitkomt en daarmee de enkele zijdedraad breekt waarmee de cocon is gemaakt. De motten die daadwerkelijk mogen uitkomen, doen dit alleen om te paren en sterven kort daarna; duizenden jaren van productiegerichte domesticatie hebben de mot blind, albino en vleugelloos gemaakt, met een rudimentaire mond die niet kan eten. De zijdemotcocon bevat voor mij een veelheid aan semiotische en biologische betekenissen – zowel die van extractief geweld, biopower en heteropessimisme, maar ook het potentieel voor het doorbreken van lineaire logica’s, de weigering van voortplanting en het omarmen van mutatie.
Vorig jaar kweekte ik de bombyx mori, begeleidde hen door hun voortplantingscyclus, liet ze allemaal uitkomen en werkte met hen en hun producten aan een reeks assemblages, collages en sculpturen. Deze assemblages zijn samengesteld uit een mix van gevonden, anachronistische huishoudelijke objecten, die worden onderbroken door de overdaad van andere lichamen zoals wol, veren, perkament en cocons. Samen vormen ze een ‘lichaam’ uit verschillende lichamen. Daarnaast presenteer ik “Schaduwdozen”, houten gerasterde objecten die worden gebruikt voor wetenschappelijke categorisering, verdeling en taxonomische scheiding in de lades van archieven en musea. Afgedankte exemplaren worden vaak gebruikt door individuen om kleine memorabilia te verzamelen, waarbij het raster als een subjectief en persoonlijk mechanisme wordt toegeëigend. Op een soortgelijke manier heb ik samengewerkt met de bombyx mori en hun producten om de dozen te parasiteren, hun cocons intact te bewaren door de dozen te bedekken met zijde en botanische afdrukken die de structuur van het raster verstoren.”

Wat zijn je plannen voor 2024?
“In maart volg ik drie maanden een residentieprogramma bij het Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij in Yogyakarta met steun van het Mondriaan Fonds, waar ik een project voortzet dat ik onlangs ben gestart aan de Mediterrane kust van Spanje. In mijn projecten richt ik me op bepaalde voorbeelden als dragers van zowel geweld als fragiliteit. In dit geval heb ik gekeken naar de iconografie en symboliek van de palmplant, door zijn paradijselijke, Bijbelse en industriële verbeeldingen. Het project begon met het bekijken van de decoratieve functie van de plant om kustlijnen in Zuid-Europa te verfraaien en het contrast met de exploitatie ervan in andere regio’s — waarbij Indonesië geldt als een van de grootste producenten van deze plant voor de fabricage van palmolie. Ik beschouw palmolie als een alomtegenwoordig materiaal, aanwezig in bijna al onze consumptiegoederen, en trek een parallel met het religieuze concept van alomtegenwoordigheid dat vaak wordt gebruikt in Bijbelse afbeeldingen van palmplanten. Tot nu toe heeft dit geresulteerd in een reeks kleiwerken die zijn gebakken met de verbranding van palmbladeren, naast het creëren van assemblages met gevonden fabrieksobjecten. Ik weet nog niet helemaal hoe dit project verder zal materialiseren, aangezien ik me midden in het proces bevind, maar gedurende het jaar zal ik enkele van de werken presenteren tijdens Art Basel, Arco Madrid en in verschillende galeries in New York, Baskenland en Boekarest.”

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
“Ik was erg blij natuurlijk. Het geeft een goed gevoel als je de boodschap van je werk overkomt en erkend wordt, zeker temidden van de vele prachtige projecten die veel van mijn collega’s en leeftijdsgenoten presenteren bij Prospects. Ik woon al acht jaar in Amsterdam, en maak werk in allerlei studio’s door de stad, maar het is altijd vrij moeilijk geweest om het werk lokaal te presenteren, deels door het gebrek aan ruimtes, maar ook door beperkte zichtbaarheid. Ik heb voornamelijk uitnodigingen gekregen om werk in het buitenland te presenteren, dus voor mij is dit een hele mooie kans om mijn werk te delen binnen de context die mij heeft geholpen bij het ontwikkelen van het merendeel van mijn werken.”
Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
“Er liggen altijd meer projecten in het verschiet. Mocht ik de award winnen, dan zou ik graag een werk creëren dat de schaal van mijn eigen lichaam overstijgt en niet beperkt wordt door praktische overwegingen. Als ik over mijn werken spreek dan omschrijf ik ze vaak als geanimeerde huishoudelijke objecten, omdat ik ze in gedachten zie bewegen, openen, sluiten en hun armen uitstrekken. Maar in werkelijkheid zijn hun vormen statisch. Met deze award zou ik de technische vereisten kunnen verkennen die nodig zijn om ze daadwerkelijk performatief te maken. Misschien zou ik, hoewel het nog onzeker is, eindelijk een film kunnen realiseren over een specifiek huilend standbeeld waar ik nu al vijf jaar over spreek.”

Hoe zou je jouw werk uitleggen aan iemand die misschien niet zo thuis is in de kunstwereld?
“Ik hoop dat mijn kunstwerken geen complexe verbale toelichting vereisen, maar dat ze zelf verhalend of op emotioneel niveau kunnen communiceren. Het grootste deel van mijn werk bestaat uit het proces, de materialen en de vormen die in de studio samenkomen, wat vaak het lastigste is om over te praten. Ik kan altijd wel verhalen delen, analogieën gebruiken en elementen uit mijn chaotische referentiekader aanhalen, maar uiteindelijk is mijn doel dat mijn werken voor zichzelf spreken, door middel van erotiek, tastbaarheid en spanning, zonder de noodzaak van een uitgebreide uitleg.”
Wat is het mooiste compliment dat je ooit hebt ontvangen over je werk?
“Dat het iemand raakt.”
De uiteindelijke winnaar van de NN Art Award 2024 wordt op donderdag 1 februari om 20.00 uur bekendgemaakt in Kunsthal Rotterdam. Het werk van de genomineerden is daar nog te zien tot en met 14 april 2024. Tijdens Art Rotterdam is het werk van Mónica Mays ook te zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds.
Geschreven door Flor Linckens

Galerie Ron Mandos is celebrating its 25th anniversary at Art Rotterdam 2024 and sparing no expenses with Best of Graduates Legacy – 25 Years of Galerie Ron Mandos, showcasing 25 young artists who have participated in the Best of Graduates programme at the gallery over the past five years. In addition to serving as a springboard for emerging talent, Galerie Ron Mandos represents over 30 renowned artists, including Isaac Julien, Hans Op de Beeck, Esiri Erheriene-Essi, Mohau Modisakeng and Atelier van Lieshout. Together with the founder and driving force behind the gallery, Ron Mandos, Art Rotterdam is highlighting this milestone achievement. We also look forward to the large-scale booth that will be on display during Art Rotterdam, featuring a special design by Tom Postma Design. Mandos comments, “The art world has no future without young talent. This is why I think that fostering the career development of young artists is so important.”

It’s been 25 years since you started Galerie Ron Mandos. Congratulations on this impressive milestone. The gallery is now internationally recognised. What, in your opinion, is the formula for success?
The key to success lies in my complete dedication to art, something I personally believe in wholeheartedly. I don’t let trends or famous names influence me. My approach involves showcasing an engaging mix of established artists and emerging talent. Even the renowned artists I represent, such as Hans Op de Beeck and Isaac Julien, appreciate that I actively invest in emerging artists. Perhaps because they also teach at academies.
From the moment someone enters my gallery to when the artwork is delivered to the buyer’s home, excellent service is paramount. Presentation and content also take centre stage because buyers need the space to emotionally connect with an artwork.
Perhaps most importantly, my artists always come first. I work day and night for them. Throughout the year, we participate in seven to eight international fairs, providing them with a global platform and constantly challenging them to create their best work. At the same time, I give them the freedom to develop special presentations. My gallery began in Rotterdam as a project space, inspired by the Chambre d’Amis of the renowned Belgian curator and museum director Jan Hoet, who invited artists to present art in a domestic setting. This inspiration continues to guide me in giving artists the freedom to fully transform my gallery into their artistic world.

What was your goal in establishing the Best of Graduates in 2008?
The primary goal is to provide a platform for young artistic talent to develop further. The art world has no future without young talent. This is why I think that fostering the career development of young artists is so important. Since 2008, my gallery team and curator Radek Vana have travelled to all art academies in the Netherlands to view graduation projects. We bring the most innovative presentations from Groningen to Maastricht to Amsterdam to showcase to a wide audience. That’s why I founded the Young Blood Foundation in 2018, so we can continue the development of young artists. Every year, Joop van Caldenborgh, founder of Museum Voorlinden, presents the Young Blood Award to an artist whose work becomes part of the permanent collection.
During Art Rotterdam 2024, you are putting 25 artists from the Best of Graduates of the past five years in the spotlight. Can you elaborate on all or a few of these artists and their work?
Our Best of Graduates Legacy at Art Rotterdam includes a diverse mix of artists, as is customary in a Best of Graduates presentation. We are showcasing, among other things, new paintings by Matias Salgado (Young Blood Award winner in 2023), sculptures by Bart Pols (Best of Graduates 2021), video artwork by Thom van Rijckevorsel (Best of Graduates 2019), textile work by Marcos Kueh (Young Blood Award winner in 2022) and ceramic work by Anni Mertens (Best of Graduates 2019). I would like to emphasise the versatility of these artists. It inspires me every day how these artists can be so innovative with different techniques.

Can you give us a sneak peek of the booth presentation during Art Rotterdam?
It promises to be a surprising presentation. Together with the director, Fons Hof, we have decided on a special booth that is larger than usual. We plan to create a booth measuring 100 square metres, a real gift for the young artists we are spotlighting. The design is by Tom Postma and his fantastic team, who always create stunning designs for leading fairs such as Art Basel and Tefaf. The booth clearly reflects Postma’s high-quality design and the varied art of the young creators.

What sets Art Rotterdam apart from other fairs that Galerie Ron Mandos participates in? What developments have you noticed in the Rotterdam art scene?
Rotterdam is my hometown, so to me, Art Rotterdam feels like coming home. My gallery opened 25 years ago in Rotterdam and from the very beginning, we have been closely affiliated to this fair. It is sometimes said that Rotterdam works hard while Amsterdam spends money, but fortunately, we are seeing a change here. Over the years, beautiful new initiatives have emerged, such as BRUTUS, where art creators get carte blanche to experiment. For a few years now, there has been a collaboration with the Ron Mandos Young Blood Foundation, which selects an artist every year who can then work in this fascinating art setting. Also, the various initiatives at Art Rotterdam, such as Prospects, which annually showcases over 80 artists who have received financial support from the Mondriaan Fund, are a beautiful example of a platform for emerging talent during the fair. And new galleries will be participating in the New Art Section, which spotlights young artists. Through such initiatives, Rotterdam continues to position itself as a vibrant creative city that is continuously evolving. Art Rotterdam makes an essential contribution to this.

Best of Graduates Legacy – 25 Years of Galerie Ron Mandos will be on display during Art Rotterdam at the Van Nelle Factory from 1-4 February 2024, with a private preview on 31 January.
Best of Graduates Legacy is generously supported by Art Rotterdam, Vormmakers, Tom Postma and the VandenEnde Foundation.
Written by Pienk de Gaay Fortman

Pipeline from London will present a series of new works by Callum Harvey in the New Art Section at Art Rotterdam.
This British artist has a keen interest in transitional environments. His practice straddles the line between the natural and the constructed, drawing inspiration from architectural details and repeated ornamental patterns, both the extraordinary and the mundane. In his work, he delves into spatial environments, raising questions about how we construct, perceive, and utilize spaces. What role do botanical motifs and symbols of nature play in this context?
Harvey’s paintings are characterized by flowing, organic forms and repeated patterns, often magnified in scale and flattened in character. He employs a soft colour palette of natural and pastel hues, applying paint in transparent, thin layers. This technique gives his paintings a ‘backlit glow’, a background radiance that appears both artificial and natural. This juxtaposition of the artificial and organic is a recurring theme in his work.

Nature serves as a significant source of inspiration for the artist, including decorative motifs from Art Nouveau and the British Arts and Crafts movements — a series of artistic and social movements from the late 19th and early 20th centuries that advocated for a revaluation of handcrafts and traditional crafts as a form of resistance against industrial mass production. Harvey reflects on the social history and ideas behind these decorative elements and their relevance to our contemporary life, as well as the status and class they often represent. Moreover, Art Nouveau and the Arts and Crafts movements present idealized depictions of nature, forming an intriguing subject of study for Harvey: how are these elements designed, and how do they enable us to experience nature and spaces in new ways?

For Art Rotterdam, Harvey engages with a unique artificial space: a fair booth. He’ll present two large paintings with flattened portrayals that were stripped of spatial depth, alongside four smaller works in carved wooden frames, effectively integrating domestic and design elements. The paintings contain interior motifs that are common in wallpaper, contrasting with the space in which they are displayed.

Callum Harvey was born in 1998 and lives and works in London. He studied Fine Arts at Falmouth University, followed by a master’s degree at The Royal College of Art, where he graduated in 2023. He has received multiple scholarships and awards, including the Radcliffe Trust Craft Scholarship in 2022, and completed a residency program at Porthmeor Studios in St Ives in 2019. Last fall, his work was featured in a solo exhibition at Pipeline and his work was also showcased in Kingsgate Project Space and Safehouse in London, Centre Space Gallery in Bristol, and Huxley-Parlour in New York.
During Art Rotterdam, Callum Harvey’s work will be on display in the New Art Section, presented by Pipeline.
Written by Flor Linckens

Galerie Ron Mandos viert op Art Rotterdam 2024 haar 25-jarige jubileum en pakt groots uit met de ‘Best of Graduates Legacy – 25 Years Galerie Ron Mandos’, een presentatie van 25 jonge kunstenaars die de afgelopen 5 jaar deelnamen aan het Best of Graduates programma in de galerie. Naast een springplank voor jong talent, vertegenwoordigt Galerie Ron Mandos ruim dertig gerenommeerde kunstenaars als Isaac Julien, Hans Op de Beeck, Esiri Erheriene-Essi, Mohau Modisakeng en Atelier van Lieshout. Samen met de oprichter en drijvende kracht achter de galerie, Ron Mandos, staat Art Rotterdam stil bij deze topprestatie. En we blikken vooruit naar de grootschalige stand die te bewonderen is tijdens Art Rotterdam, met een speciaal ontwerp van Tom Postma Design. Mandos: “Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren.”

Het is 25 jaar geleden dat jij Galerie Ron Mandos startte, van harte gefeliciteerd met deze indrukwekkende mijlpaal. Inmiddels behoort de galerie tot de internationale top. Wat is volgens jou de succesformule?
De sleutel tot succes ligt in de volledige toewijding aan kunst waar ik persoonlijk volledig achter sta. Hierbij laat ik me niet leiden door trends of bekende namen. Mijn aanpak omvat het tonen van een boeiende mix van gevestigde kunstenaars en opkomend talent. Zelfs de gerenommeerde kunstenaars die ik vertegenwoordig, zoals Hans Op de Beeck en Isaac Julien, waarderen het dat ik actief investeer in opkomende kunstenaars. Waarschijnlijk omdat zij zelf ook lesgeven aan academies.
Vanaf het moment dat iemand mijn galerie betreedt tot het kunstwerk bij de koper thuis wordt afgeleverd staat een goede service centraal. Maar ook presentatie en inhoud staan centraal want kopers moeten de ruimte krijgen om emotioneel te binden met een kunstwerk.
Misschien wel het allerbelangrijkste: mijn kunstenaars hebben altijd topprioriteit. Ik zet me dag en nacht voor hen in. Door het jaar heen nemen we deel aan 7-8 internationale beurzen. Ik bied ze een wereldwijd platform en daag ze voortdurend uit om hun beste werken te creëren. Tegelijkertijd bied ik ze ook de ruimte om bijzondere presentaties te maken. Mijn galerie begon ooit in Rotterdam als een projectruimte. Ik werd geïnspireerd door de Chambre d’Amis van de bekende Belgische curator en museumdirecteur Jan Hoet, die kunstenaars uitnodigde om kunst in een huiselijke setting te presenteren. Deze inspiratie blijft aanwezig in mijn streven om kunstenaars de vrijheid te geven om mijn galerie volledig te transformeren naar hun artistieke wereld.

Welk doel had je voor ogen bij de oprichting van de Best of Graduates in 2008?
Het voornaamste doel is om jong artistiek talent een platform te bieden zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen. Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren. Sinds 2008 reizen we, mijn galerie team en curator Radek Vana, langs alle kunstacademies in Nederland om de afstudeer projecten te bekijken. De meest vernieuwende presentaties vanuit Groningen tot aan Maastricht brengen we naar Amsterdam om aan een groot publiek te brengen. Daarom heb ik in 2018 de Young Blood Foundation opgericht, zodat we de ontwikkeling van jonge kunstenaars kunnen voortzetten. Jaarlijks reikt Joop van Caldenborgh, oprichter van Museum Voorlinden, de Young Blood Award uit aan een kunstenaar wiens werk een plek krijgt in de vaste collectie.
Tijdens Art Rotterdam 2024 zet je 25 kunstenaars van de Best of Graduates van de afgelopen 5 jaar in de spotlights. Kan je (een aantal van) deze kunstenaars en hun kunstwerken toelichten?
Onze ‘Best of Graduates Legacy’ op Art Rotterdam omvat een diverse mix van kunstenaars, zoals gebruikelijk bij een Best of Graduates presentatie. We presenteren onder andere nieuwe schilderijen van Matias Salgado (Young Blood Award winnaar van 2023), sculpturen van Bart Pols (Best of Graduates 2021), videokunstwerken van Thom van Rijckevorsel (Best of Graduates 2019), textielwerken van Marcos Kueh (Young Blood Award winnaar van 2022) en keramiekwerken van Anni Mertens (Best of Graduates 2019). Ik wil graag de veelzijdigheid van deze kunstenaars benadrukken. Het inspireert mij iedere dag opnieuw hoe deze kunstenaars met verschillende technieken zo vernieuwend kunnen zijn.

Kan je een tipje van de sluier oplichten van de stand presentatie tijdens Art Rotterdam?
Het belooft een verrassende presentatie te worden. Samen met directeur Fons Hof heb ik gekeken naar een bijzondere stand die groter is dan normaal. We zijn van plan een stand van 100 vierkante meter te creëren, echt een geschenk aan de jonge kunstenaars die we een platform willen bieden. Het ontwerp is afkomstig van Tom Postma en zijn fantastische team, die altijd verbluffende ontwerpen realiseren voor toonaangevende beurzen zoals Art Basel, Tefaf en andere bijzondere evenementen. De stand springt in het oog door het hoogwaardige design van Postma en de gevarieerde kunst van de jonge makers.

Wat maakt Art Rotterdam onderscheidend ten opzichte van andere beurzen waaraan Galerie Ron Mandos deelneemt? Welke ontwikkelingen zijn jou opgevallen binnen de Rotterdamse kunstscene?
Rotterdam is mijn geboortestad; voor mij voelt Art Rotterdam als thuiskomen. Mijn galerie is 25 jaar geleden gestart in Rotterdam, en vanaf het begin zijn we nauw verbonden met deze beurs. Er wordt weleens gezegd dat er in Rotterdam hard wordt gewerkt en in Amsterdam het geld wordt uitgegeven, maar gelukkig zien we daar verandering in. Door de jaren heen zijn er prachtige nieuwe initiatieven ontstaan, zoals BRUTUS waarbij kunstmakers carte blanche krijgen om te experimenteren. Sinds een aantal jaren is er een samenwerking met de Ron Mandos Young Blood Foundation die elk jaar een kunstenaar selecteert die vervolgens een periode kan werken in deze boeiende kunst setting. Ook de initiatieven op Art Rotterdam, zoals ‘Prospects’, dat jaarlijks ruim tachtig kunstenaars toont die een financiële bijdrage van het Mondriaan Fonds hebben gehad, is een prachtig voorbeeld van een podium voor opkomend talent tijdens de beurs. En aan de ‘New Art Section’ nemen nieuwe galeries deel met speciale aandacht voor jonge kunstenaars. Door dit soort initiatieven blijft Rotterdam zich profileren als een bruisende creatieve stad die altijd in ontwikkeling is. Art Rotterdam levert daar een onmisbare bijdrage aan.

‘Best of Graduates Legacy – Galerie Ron Mandos 25 jaar’ is van 1 t/m 4 februari 2024 te zien tijdens Art Rotterdam in de Van Nelle Fabriek. Met een besloten preview op 31 januari.
Best of Graduates Legacy wordt genereus ondersteund door Art Rotterdam, Vormmakers, Tom Postma en de VandenEnde Foundation.
Geschreven door Pienk de Gaay Fortman

Pipeline uit Londen presenteert op Art Rotterdam een reeks nieuwe werken van Callum Harvey in de New Art Section.
De Britse kunstenaar is geïnteresseerd in omgevingen die zich bevinden in overgangsgebieden. Zijn praktijk bevindt zich op het snijvlak tussen het natuurlijke en het geconstrueerde en wordt geïnspireerd door architecturale details en herhaalde ornamentele patronen: zowel de bijzondere als de alledaagse. In zijn werk onderzoekt hij ruimtelijke omgevingen en roept hij vragen op over de manieren waarop we ruimtes construeren, waarnemen en gebruiken. Welke rol spelen (botanische) motieven en natuursymboliek daarin?
De schilderijen van Harvey worden gekenmerkt door vloeiende en organische vormen en herhaalde patronen, vaak vergroot in schaal en afgevlakt in karakter. Hij gebruikt hiervoor een zacht kleurenpalet van natuurlijke en pasteltinten en brengt verf aan in transparante, dunne lagen, wat zijn schilderijen een ‘backlit glow’ geeft, een achtergrondgloed die zowel kunstmatig als natuurlijk lijkt. Die tegenstelling tussen kunstmatig en organisch is een terugkerend thema in zijn werk.

De natuur vormt een belangrijke inspiratiebron voor de kunstenaar, waaronder ook decoratieve motieven uit de Art Nouveau en de Britse Arts en de Crafts-bewegingen — een reeks artistieke en sociale bewegingen uit de late 19e en vroege 20e eeuw die zich inzetten voor een herwaardering van handwerk en traditionele ambachten, een zekere vorm van verzet tegen de industriële massaproductie. Harvey reflecteert op de sociale geschiedenis en ideeën die achter deze decoratieve elementen schuilen en hun relevantie voor ons hedendaagse leven, maar ook op de status en klasse die zij vaak vertegenwoordigen.

Art Nouveau en de Arts and Crafts-bewegingen presenteren bovendien geïdealiseerde voorstellingen van de natuur en vormen daarmee een interessant onderzoeksonderwerp voor Harvey: hoe worden deze elementen via design vormgegeven en en hoe stellen ze ons in staat de natuur en de ruimte op nieuwe manieren te ervaren?
Voor Art Rotterdam speelt Harvey in op een unieke kunstmatige ruimte: een beursstand. Hij presenteert daarin twee grote schilderijen met afgevlakte beelden zonder ruimtelijke diepte, naast vier kleinere werken in houtgesneden lijsten, waarbij hij huiselijke en designelementen integreert. De schilderijen bevatten interieurmotieven zoals we die kennen uit behang, wat contrasteert met de ruimte waarin ze worden gepresenteerd.

Callum Harvey werd geboren in 1998 en woont en werkt in Londen. Hij studeerde Beeldende Kunst aan Falmouth University, gevolgd door een master aan The Royal College of Art, waar hij in 2023 afstudeerde. Hij ontving meerdere beurzen en prijzen, waaronder de Radcliffe Trust Craft Scholarship in 2022, en voltooide een residentieprogramma bij Porthmeor Studios in St Ives in 2019. Afgelopen najaar was zijn werk te zien in een solotentoonstelling in Pipeline en zijn werk werd daarnaast onder meer tentoongesteld in Kingsgate Project Space en Safehouse in Londen, Centre Space Gallery in Bristol, en Huxley-Parlour in New York.
Tijdens Art Rotterdam is het werk van Callum Harvey te zien in de New Art Section, gepresenteerd door Pipeline.
Geschreven door Flor Linckens

acb Gallery uit Boedapest presenteert op Art Rotterdam werk van de Hongaarse kunstenaar Róbert Batykó in de New Art Section. Hij zal er zijn nieuwste serie olieverfschilderijen en collages tentoonstellen, deels gemaakt in zijn atelier in Haarlem als onderdeel van een residentieprogramma bij gastatelier Doc4.
Batykó combineert traditionele technieken met digitale invloeden in zijn werk. Zijn stijl wordt gekenmerkt door het mechanisch schrapen van verf over het doek in de laatste fase van het proces, resulterend in een ultradunne verflaag. De kunstenaar maakt hiervoor gebruik van een zelfgebouwde machine, een combinatie van een pers en een mes. Hij laat zich hierbij telkens verrassen door het eindresultaat, waar hij maar deels invloed op kan uitoefenen.

De praktijk van Batykó bevindt zich op het snijvlak tussen abstractie en realisme, tussen het digitale en het tastbare. Hij transformeert digitale beelden in vaak grootschalige schilderijen, die af en toe doen denken aan software-interfaces. De kunstenaar maakt voor zijn werken onder meer gebruik van gevonden objecten zoals verpakkingsmaterialen, oude VHS-banden en tijdschriften, maar ook van stap-voor-stap illustraties uit handleidingen voor het maken van vector-tekeningen. Hij is vooral geïnteresseerd in vormen en transformeert deze materialen door ze uit hun oorspronkelijke context te halen. Voor dit deel van het proces gebruikt hij stencils en snijplotters.

De resulterende composities ogen soms vreemd en ietwat surreëel, maar zijn ook herkenbaar. De figuren in zijn nieuwste werken zijn niet menselijk, maar lijken wel antropomorfe kwaliteiten te hebben. Ze hebben een zekere mate van abstractie, maar zijn tegelijkertijd duidelijk figuratief. De kijker krijgt daarbij de vrijheid om hun eigen interpretaties los te laten op het beeld.

De praktijk van de kunstenaar wordt geïnformeerd door thema’s als onze consumptiecultuur — en de visuele aantrekkingskracht daarvan —, de productie en manipulatie van digitale beelden, het digitale beeldvormingsproces en het zogenaamde ‘technologische onderbewustzijn’.

Batykó studeerde schilderkunst aan de Hungarian University of Fine Arts in Boedapest, gevolgd door een DLA (Doctor of Liberal Arts) programma aan de University of Pécs. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van de Hungarian National Gallery (Magyar Nemzeti Galéria) en het hedendaagse Ludwig Museum in Boedapest. In 2022 was zijn werk te zien in een groepstentoonstelling in MODEM (Centre for Modern and Contemporary Arts) in de Hongaarse stad Debrecen. Hij sleepte verschillende awards in de wacht, waaronder een Strabag Art Award (2007), een Leopold Bloom Art Award (2011) en een Hungary Emerging Prize (2018). De kunstenaar heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt.
Het werk van Róbert Batykó zal tijdens Art Rotterdam te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door acb Gallery uit Boedapest.
Geschreven door Flor Linckens
Art is often displayed and experienced in a similar context: the distinctive white walls of a gallery or museum. The iconic Van Nelle Factory, part of the UNESCO World Heritage List, already stands out from this traditional white cube concept due to its unique architectural character. Moreover, the fair offers an additional way to experience art: outdoors. Around this historic building, more than 20 (often large-scale) artworks are exhibited during Art Rotterdam. Free from the confines of walls, these works become part of their environment and gain new meanings in the process.
Atelier Van Lieshout (presented by Galerie Ron Mandos)
Atelier Van Lieshout is known for its multidisciplinary practice that straddles the boundaries of art, design, and architecture. Joep van Lieshout often uses industrial materials to explore socio-critical and provocative themes. At Art Rotterdam, he presents the work “Vulture” (2022). Vultures are as imposing as they are repulsive. Death is near when this scavenger arrives. However, vultures are also resourceful, persistent and an indispensable link in many ecosystems. According to Van Lieshout, artists are comparable to vultures. They devour everything that might serve as inspiration, old and new, and are viewed with suspicion. Van Lieshout would have preferred to see collectors viewed as vultures: as they hungrily circle vulnerable art. Van Lieshout’s works have been featured at the biennials of Gwangju, Venice, and São Paulo and are part of the collections of Fondation Prada, FNAC, Museum Boijmans Van Beuningen and the Stedelijk Museum.

Baoyang Zhao (presented by Josilda da Conceição Gallery)In Baoyang Zhao’s work, intangible phenomena often take on a tangible charge. A scent, or a memory. The artist graduated from the HKU last summer and will present the work “The Trace of a Ghost Walking along the River” (2023-2024). How can you not wet your shoes when you walk along the river? This project talks about the bodily pleasure with the absence of the body. The artist explore the topic under the context of their experience as non-binary person. The liminality of their body aligns with the key experience with pleasure which dwells only on the border of land and water, indulgence and restriction. We hear the whisper of the pleasure under the water meanwhile we know the land is where we can stand on. We wet our shoes. We linger and we walk along the river. But what will be wet when a ghost floating along the river? What will be left in he bodily pleasure when the body is missing?
Jonas Dehnen (presented by Pizza Gallery)
With the work “Pterion shelter, oder die dünnste Stelle des Schädels” (2023), Jonas Dehnen plays with the genre of the sculptural garden folly. A folly, in architecture, is a primarily decorative garden building, which through its appearance suggests a fictional history (for example a fake ruined castle or grotto). Dehnen’s work can be read as a sculptural proposal for a dilettante park folly in the shape of a tin-foil hat, a homemade protective device, and a symbol of paranoia and conspiratorial thinking. It expands on the visual language of the artist’s paintings and drawings, which for several years have integrated themes such as the painterly landscape, maps of historical garden designs, automata, and hermitages. These undergo a subjective examination led by the (im-)possibilities and the ‘cultural memory’ of the material. The sculpture is partly made of the plates used to print the book.
Joeri Woudstra (presented by Nest)
As the February sun traces its short arch over Rotterdam, sounds of Joeri Woudstra’s work will echo over the terrain of the Van Nelle Factory. Woudstra, a multidisciplinary visual artist and composer, presents work from his series “Radiate” during Art Rotterdam. For this giant cross made of speakers, Woudstra mixed echoes, samples, and loops from pop music with iPhone recordings and live performances recorded during sunsets.

Karin Kytökangas (part of the Prospects exhibition organised by the Mondriaan Fund)
“I wish the world were softer,” Karin Kytökangas (1991) confesses. With paintings and sculptures executed in a dreamlike visual language, the artist challenges painful power structures. She is especially interested in the tension between power on the one hand and vulnerability on the other. In order to depict this tension she uses the contrasts between soft and hard. The vulnerable, soft medium of painting, for instance, can simultaneously be hard when using a powerful visual language or making a strong substantive statement. The sculpture “The Long Haul” (2023), standing outside the Van Nelle Factory, is literally a soft object that is now hard: a fixated white flag eternally billowing in the wind. For the artist, this work is about a desire for peace. By creating contrasts between shape and content, Kytökangas encourages us to surrender to reality and argues in favour of innovation.
Dré Wapenaar (presented by NL=US Gallery)
The oeuvre of the Dutch sculptor Dré Wapenaar is closely linked to architecture. Monumental tent constructions are a recurring form in his practice, often as a reaction to the urban space. His ecological works often have a very specific purpose and offer space for the human dimension. For example, he designed a tent for sellers of street newspapers and tents that involve death and birth. How do people use the public space and does that space reflect those same people? Wapenaar hopes to start a dialogue between citizens and their city. During Art Rotterdam, he presents “TENTVILLAGE REVISITED” (2007), a microcosm of society. Wapenaar says: “You can see this work as my proposal for urbanization.”
Oscar Peters (presented by C.o.C.A.)
Oscar Peters predominantly creates large-scale kinetic sculptures. In his latest works, he explores encompassing themes such as loss, grief and fury. At Art Rotterdam, he exhibits “The Gift of Fury” (2024), in which he investigates collective grief, joy and the need for hope in the face of contemporary alienation. This is achieved by integrating elements from other cultures and rituals, as well as cinematic traditions of world building. Like walking into an alternate universe, the installation evokes strong feelings, like those inspired by the romantic, almost sentimental depictions in pre-raphaelite paintings of death, loss, grief, and mourning. Fury, born from these emotions, is not necessarily blind anger but rather a directed or guided rage, with a potent goal, either to destroy or create. Upon entering the work, you are no longer just an observer, but a participant in the creation of the ritual; stepping into a shared place of mourning, a contributor to collective healing. The Collectors of Contemporary Art (C.o.C.A.) foundation consists of a group of eight collectors of contemporary art, united with the goal of supporting the work of young, promising artists in the Netherlands by providing an annual grant.

Marcel Mrejen (part of the Prospects exhibition organised by the Mondriaan Fund)
Greenhouse cultivation enables new landscapes to exist within established ones, as a greenhouse set up in the polder, for instance, can accommodate a different climate for growing crops. Marcel Mrejen (1994) collected greenhouse sounds, such as the buzzing and droning of ventilators, pumps, and neon lights. He then fed hours of these audio recordings to an artificial intelligence that transformed them into a soundscape. Placed outside the Van Nelle Factory, the installation “Cottagecore (Paradise Haunts Growth)” (2022) is playing this soundscape with the help of nine speakers. The artist is no longer in control of what the installation allows the public to hear, while its duration is undetermined as well. Apart from being a spatial entity, the sculpture thus also extends over a period of time. Occasionally, the installation produces the sound of a voice. According to Mrejen this is the algorithm’s consciousness contemplating the costs of growth: How can we use technology to restore non-exploitative relationships with the planet?
Geraldo Dos Santos (presented by Josilda da Conceição Gallery)
Geraldo Dos Santos, known for his affinity for narrative complexities, introduces “La Santeria de Mama” (2023-2024) as a profound endeavor in cultural decolonization. By centering on the symbolic significance of candles, meticulously deconstructs hierarchical systems associated with the persuasion of these ritual objects. This prompts thought-provoking inquiries about the multi-emigrated identity. “La Santeria de Mama” manifests as an installation of stories, with each candle representing a chapter in the ongoing narrative of cultural resilience. Specifically chosen for their tenacious spirit, the candles transform into a powerful metaphor symbolizing the enduring strength of cultural identities from Latin America. This hegemonic phenomenon transcends conventional art boundaries, acting as a catalyst for a parafiction. The vibrant colours of the sculptures disrupt monochromatic narratives, creating space for nuanced perspectives. Uncomfortable truths embedded in migration narratives are exposed as preconceived notions are dismantled, prompting a collective reexamination of societal structures that perpetuate hierarchies based on origin and heritage.

Adriaan Rees (presented by Livingstone Gallery)
High in the air, at over 4 meters, stands a striking lilac sculpture on a metal pole. The polyester figure is a woman bent over with a bucket in her hands. Her head, covered with long hair, is largely hidden in the bucket. The title of the work, “Screaming in a Bucket” (2023/2024), is evocative and originates from a dream. At their booth on the fair floor, Livingstone Gallery will present a special edition of this work in porcelain with silver. Rees, known for his versatility in materials, splits his time between Amsterdam and his own studio in Jingdezhen, China. He creates sculptures and installations and works on large-scale projects, performances, and sculptures for public spaces.
John M. Robinson (presented by A Modest Show)
British artist John M. Robinson is known for his performance paintings. During tarot readings and other occult or spiritual events, the artist embodies new personas, which become the documented paintings. At Art Rotterdam, Robinson will perform in a modest garden shed outside the Van Nelle Factory, adorned with images and equipped with spy holes. At scheduled times, he will perform a number of durational works there.
Marieke Bolhuis (presented by NQ Gallery)
Marieke Bolhuis exhibits an installation of three sculptures: “Starting point, YOU ARE HERE” (2023). The artist works intuitively, in continuation of her interest in emotions, psychic states, awareness. In a constant dialogue with shape and material, she thinks through doing. These three sculptures can be seen as individual sculptures, but together form a powerful installation. Bolhuis: ”A life with and in nature, sprouting from the dark earth. The miracle that the most beautiful shapes and colors come to life from that nutrient-rich organic earth’s crust. Life forms, organisms, plants and animals, working together to create an incredibly diverse and rich landscape.” The work is a continuation of “If we would all be plant”, which was on display at the fair last year.

Cecilia Bjartmar Hylta (part of the Prospects exhibition organised by the Mondriaan Fund, courtesy diez gallery)
Cecilia Bjartmar Hylta (1992) often takes themes like infrastructure and urban planning as points of departure for new work. She is interested in how we move though the outside space, in the demands placed on us by structures, and in the reactions these evoke. In her work she tries to mimic public situations in order to visualize their underlying, often invisible, forms and ideas. For the sculpture “Van Nellefabriek” (2023), the artist collected dust from the Distribution Centre which she compressed to form a miniature version of the building. With this sculpture Bjartmar Hylta is thus inverting content and form.
Art van Triest (presented by MPV Gallery)
Control is a recurring theme in the work of Art van Triest: “Central to my work is the human tendency to fight our fundamental fear with a system, to get a grip on the world around us and satisfy our need for control. My work is a visual investigation, in which I question how this system relates to the physical reality of the world around us. With my work I want to offer a visual counterbalance to the simplification and standardization of our environment. I would like to strive for a more realistic positioning of man, in which we can relate to reality in a more complete way”. “Lines” (2023) is a sculptural installation, it explores a balance between systems. It attempts to portray contrasts between possible ways of relating to our environment. Focusing on strength and calculating reliability or arising from a development process it portrays various ways of working and thinking.

André Kruysen (presented by NL=US gallery)
André Kruysen presents ‘Dependent perspective (whale’s eye)’ (2023). Kruysen’s work relates to daylight and the structure of the architecture around him. He makes interventions in spaces that influence these aspects. These interventions can result in both freestanding and space-merging sculptures. His more complex and chaotic language of form in recent years stems from the increasingly complex (visual) culture in which we live. The search for a personal balance in it finds its form in his work. In the midst of his disruptive spatial interventions, Kruysen seek silence: the stillness that occurs due to the sacred effect of daylight. This contradiction is the basis of his sculptures.

Olaf Mooij
Rotterdam-based artist Olaf Mooij has gained particular renown for his car sculptures in public spaces. At Art Rotterdam, he presents “The Church of our Unbelieving Faith” in a mysterious, chapel-like structure. In this beautiful chapel you fall from one surprise to the next. Having entered you have to let your eyes do the work. “What should I believe?” And “What do I want to believe?” Are questions that stay with you after seeing all those special objects. Do you believe in the sacredness of the technology? Or do you believe that the holy cow is alive and created from an auto-spermatozoid? Is our car such a great invention? Isn’t it better to continue electrically? And to whom do we prefer to leave our fate: the human driver or the self-thinking machine? These kinds of aspects are highlighted in this ‘church’.

Thordur Hans (presented by Rademakers Gallery)
It is often the familiar and mundane that takes centre stage in the work of Icelandic artist Thordur Hans. His practice revolves around being perceptive of interesting gestures that one might come across in their everyday life. These gestures then develop into artworks in the form of recognisable, slightly modified objects or activities that brings a new perspective to their existence. “Window I” (2021) is a monument to everyday forgetfulness and casual apathy.

Ruud Kuijer (presented by Slewe Gallery)
Ruud Kuijer is a Dutch sculptor known for his series of large abstract concrete constructions along the quay of the Amsterdam-Rhine Canal near Utrecht, the so-called “Waterworks”. Over the years, Ruud Kuijer has made several large sculptures with flat plates of concrete or iron that hang, lean, lie or stand upright. In “Large Standing Plate” from 2022, a box section and a pipe protrude through a monumental iron plate and keep it visually balanced. The flat surface of a plate is made part of a three-dimensional whole. The front and back of the plate get their own identity. You can walk around it to experience its sculptural character.
Willem Besselink (presented by OMI Rotterdam and NL=US gallery)
The built environment of the city, and the Van Nelle building in particular, consists of an almost infinite number of structures and systems. Willem Besselink is fascinated by the interference patterns that arise in the process, which he visualises in his work. Interference patterns occur when two or more waves, such as light, sound, or water waves, meet and combine. The sculpture “See Through” (2023) is one of the many possible visualisations of the many structures and at the same time contributes to the further accumulation, and its interference patterns.

Martinus Papilaja (part of the Prospects exhibition organised by the Mondriaan Fund)
For graffiti artists it is crucial to use a recognizable tag that cannot be traced back to them. This is important because the application of graffiti is forbidden in most places. Martinus Papilaja (1988) considers it a sign of recognition for the specific craft of graffiti that his work is now presented to the public explicitly under his own name. Papilaja studied what the graffiti artist’s need or urge to write is, and how this affects their personal handwriting. He thinks of graffiti as a craft that can be perfected through practice and studying the work of others. For his work at Prospects, Papilaja consciously chose to experiment with form. Rather than spray painting a flat surface, he presents three sculptures outside the Van Nelle Factory that establish his tag spatially.
Sanne van Balen (part of the Prospects exhibition organised by the Mondriaan Fund)
Can language present itself in a different guise? This question is a common thread in the work of Sanne van Balen (1994). After graduating in Dutch language and literature, she went on to study Image & Language at the Gerrit Rietveld Academie. Her artworks focus on the visual experience of language, while her writings give images a voice. For her work at Prospects, Van Balen is zooming in on the tongue. On the one hand, the tongue is a muscle that shapes and literally creates language. On the other, ‘tongue’ also refers to the language we speak, the language of a people. This duality is a recurring feature in her work. Lying in the grass outside of the Van Nelle Factory is the work “Stem” (2024), a red, meandering sculpture somewhat resembling a physical tongue. To Van Balen, the landscape is a linguistic site that both contains and conveys the environment’s meanings.
Erik Buijs (presented by Rutger Brandt Gallery)
Erik Buijs sculpts animated figures from clay or wax, deliberately leaving traces of the sculpting process. His artworks serve as a thought-provoking commentary, stirring curiosity and inviting contemplation. Through the intriguing blend of his figures whimsical and childlike appearance combined with somber undertones, Buijs sculptures embody a peculiar yet powerful presence. These figures, seemingly playful yet oddly peculiar, offer a unique perspective on the human condition. Within their seemingly simple forms lie layers of depth, revealing both sensitivity and idiosyncrasy. Buijs intertwines the weighty aspects of human emotion with the innocent essence of childhood, creating sculptures that emotionally resonate with viewers.
Compiled by Flor Linckens

At Art Rotterdam, acb Gallery from Budapest will presents the work of Hungarian artist Róbert Batykó in the New Art Section. There, the artist will exhibit his latest series of oil paintings and collages, some of which he created during a residency program in gastatelier Doc4 in Haarlem.
In his practice, Róbert Batykó blends traditional techniques with digital influences. His style is characterised by the mechanical scraping of paint over the canvas in the final stage of the process, resulting in an ultra-thin layer of paint. For this, the artist uses a self-built machine, a combination of a press and a blade. He’ll find himself surprised by the final outcome, over which he has only partial control.

Batykó’s practice lies at the intersection of abstraction and realism, between the digital and the physical. He transforms digital images into often large-scale paintings, that are occasionally reminiscent of software interfaces. The artist utilises found objects such as packaging materials, old VHS tapes and magazines, as well as step-by-step illustrations from vector drawing manuals. He is particularly interested in shapes and transforms these materials by removing them from their original context. For this part of the process, he uses stencils and cutting plotters.

The resulting compositions sometimes appear strange and somewhat surreal, yet they are generally also quite recognisable. The figures in his latest works are not human, but seem to possess anthropomorphic qualities nonetheless. They have a certain degree of abstraction but are, at the same time, clearly figurative. This gives viewers the freedom to offer their own interpretations.

The artist’s practice is informed by themes such as our consumer culture — and its visual appeal —, the production and manipulation of digital images and the so-called ‘technological subconscious’.

Batykó obtained a Master’s degree in Painting at the Hungarian University of Fine Arts in Budapest, followed by a DLA (Doctor of Liberal Arts) program at the University of Pécs. His work has been included in the collections of the Hungarian National Gallery (Magyar Nemzeti Galéria) and the contemporary Ludwig Museum in Budapest. In 2022, his work was featured in a group exhibition at MODEM (Centre for Modern and Contemporary Arts) in the Hungarian city of Debrecen. He received several awards, including a Strabag Art Award (2007), a Leopold Bloom Art Award (2011) and a Hungary Emerging Prize (2018). The artist has lived and worked in the Netherlands for several years.
The work of Róbert Batykó will be on display in the New Art Section during Art Rotterdam, presented by acb Gallery from Budapest.
Written by Flor Linckens
Kunst wordt vaak tentoongesteld en ervaren in een vergelijkbare context: de kenmerkende witte muren van een galerie of museum. De iconische Van Nelle Fabriek, onderdeel van de UNESCO werelderfgoedlijst, valt dankzij zijn unieke architecturale karakter sowieso al buiten dit traditionele white cube-concept. Maar de beurs biedt daarnaast nog een extra mogelijkheid om kunst op een andere manier te ervaren: in de buitenlucht. Rondom dit historische gebouw worden tijdens Art Rotterdam meer dan 20 — vaak grootschalige — kunstwerken tentoongesteld. Zonder de grenzen van muren worden deze werken deel van hun omgeving, waardoor ze nieuwe betekenissen krijgen.
Atelier Van Lieshout (gepresenteerd door Galerie Ron Mandos)
Atelier Van Lieshout staat bekend om zijn multidisciplinaire praktijk, die zich beweegt op de grenzen van kunst, design en architectuur. Joep van Lieshout maakt regelmatig gebruik van industriële materialen om maatschappijkritische en provocerende thema’s te verkennen. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘Vulture’ (2022). De gier is een even imposant als weerzinwekkend dier. Als deze aaseter zich laat zien, is de dood nooit ver weg. Maar de gier is ook vindingrijk en vasthoudend, en een onmisbare schakel in het ecosysteem. Volgens Van Lieshout zijn kunstenaars vergelijkbaar met gieren. Ze vreten alles op wat ter inspiratie kan dienen, oud en nieuw, en worden met argwaan bekeken. Maar liever had Van Lieshout verzamelaars gezien als gieren: hongerig cirkelend rond weerloze kunst. De werken van Van Lieshout waren eerder onder meer te zien tijdens de biënnales van Gwangju, Venetië en São Paulo en maken deel uit van de collecties van Fondation Prada, FNAC, Museum Boijmans Van Beuningen en het Stedelijk Museum.

Baoyang Zhao (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
In het werk van Baoyang Zhao krijgen ontastbare fenomenen vaak een tastbare lading. Een geur, of een herinnering. De kunstenaar studeerde afgelopen zomer af aan de HKU en presenteert tijdens Art Rotterdam het werk ‘The Trace of a Ghost Walking along the River’ (2023-2024). Hoe voorkom je dat je schoenen nat worden als je langs de rivier loopt? Dit project gaat over het lichamelijk genot in afwezigheid van het lichaam. De kunstenaar verkent dit onderwerp in de context van hun ervaring als non-binair persoon. De liminaliteit van hun lichaam komt overeen met de belangrijke ervaring van genot, die zich alleen bevindt op de grens van land en water, toegeeflijkheid en beperking. We horen het gefluister van het genot onder het water, terwijl we weten dat het land is waar we op kunnen staan. We maken onze schoenen nat. We blijven hangen en lopen langs de rivier. Maar wat wordt nat als een geest langs de rivier drijft? Wat blijft er over in het lichamelijk genot wanneer het lichaam ontbreekt?
Jonas Dehnen (gepresenteerd door Pizza Gallery)
Met het werk ‘Pterion shelter, oder die dünnste Stelle des Schädels’ (2023) speelt Jonas Dehnen met het genre van de sculpturale tuinfolly. Een folly, in de architectuur, is een voornamelijk decoratief tuinbouwwerk dat door zijn uiterlijk een fictieve geschiedenis suggereert (bijvoorbeeld een nep-ruïneus kasteel of grot). Het werk van Dehnen kan worden gelezen als een sculpturaal voorstel voor een dilettante parkfolly in de vorm van een aluminiumfolie hoed, een zelfgemaakt beschermingsmiddel en een symbool van paranoia en samenzweerderig denken. Het bouwt voort op de visuele taal van de schilderijen en tekeningen van de kunstenaar, die al enkele jaren thema’s integreert zoals het schilderachtige landschap, kaarten van historische tuinontwerpen, automatons en hermitages. Deze ondergaan een subjectief onderzoek, geleid door de (on)mogelijkheden en het ‘cultureel geheugen’ van het materiaal. De sculptuur wordt vergezeld door een kunstenaarsboek met de titel ‘Fontanelle’, met een reeks tekeningen. De sculptuur is gedeeltelijk gemaakt van de platen die zijn gebruikt om het boek te drukken.
Joeri Woudstra (gepresenteerd door Nest)
Terwijl de februarizon haar korte boog over Rotterdam maakt, klinkt het werk van Joeri Woudstra melancholisch over het buitenterrein van de Van Nelle Fabriek. Woudstra, een multidisciplinaire kunstenaar en componist, toont tijdens Art Rotterdam werk uit zijn serie ‘Radiate’. Voor dit van speakers gemaakte kruis vermengde hij echo’s, samples en loops uit popmuziek met IPhone-opnames en opnames van tijdens zonsondergang uitgevoerde live performances.

Karin Kytökangas (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
“Ik zou willen dat de wereld zachter was”, bekent Karin Kytökangas (1991). De kunstenaar maakt schilderijen en sculpturen die met een dromerige beeldtaal pijnlijke machtsstructuren bevragen. Ze is specifiek geïnteresseerd in de spanning die ontstaat tussen macht enerzijds en kwetsbaarheid anderzijds. Om deze spanning te verbeelden gebruikt ze contrasten tussen zacht en hard. Zoals schilderkunst een kwetsbaar medium is dat toch hard kan zijn door een krachtige beeldtaal of een stevig inhoudelijk statement. De sculptuur The Long Haul (2023) die buiten de Van Nelle Fabriek staat is letterlijk iets zachts dat hard is geworden: een witte vlag is gefixeerd alsof de wind altijd waait. Dit werk gaat voor de kunstenaar om een verlangen naar vrede. Door vorm en inhoud met elkaar te laten contrasteren roept Kytökangas op tot overgave aan de realiteit en pleit ze voor vernieuwing.
Dré Wapenaar (gepresenteerd door NL=US Gallery)
Het oeuvre van de Nederlandse beeldhouwer Dré Wapenaar is nauw verbonden met de architectuur. Monumentale tentconstructies vormen hierin een terugkerende vorm, vaak als reactie op de stedelijke ruimte. Zijn ecologische werken hebben vaak een zeer specifiek doel en bieden ruimte voor de menselijke maat. Zo ontwierp hij onder meer een tent voor straatkrantverkopers en tenten rondom de dood en de geboorte. Hoe maken mensen gebruik van de openbare ruimte en weerspiegelt die ruimte diezelfde mensen? Wapenaar hoopt een dialoog te starten tussen burgers en de stad. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘TENTENDORP-HERZIEN’ (2007), een maatschappij in het klein. Wapenaar: “Je mag dit werk zien als mijn voorstel tot verstedelijking.”
Oscar Peters (gepresenteerd door C.o.C.A.)
Oscar Peters maakt voornamelijk grootschalige kinetische sculpturen. In zijn nieuwste werken verkent hij grootse en allesomvattende thema’s als verlies, rouw en woede. Tijdens Art Rotterdam toont hij het werk ‘The Gift of Fury’ (2024), waarin hij collectieve emoties onderzoekt als verdriet en vreugde, en de behoefte aan hoop in het licht van hedendaagse vervreemding. Dit wordt gedaan door elementen te integreren uit diverse culturen, rituelen en filmtradities. De installatie geeft je het gevoel dat je een alternatief universum binnenstapt en roept krachtige emoties op, geïnspireerd door de romantische en bijna sentimentele verbeeldingen van dood, verlies en rouw in pre-raphaëlitische schilderijen. Furie wordt geboren uit deze emoties: niet noodzakelijkerwijs een blinde woede maar eerder een gerichte razernij met een potent doel voor ogen, om te vernietigen of te creëren. Wanneer je het werk binnenstapt ben je niet langer toeschouwer, maar deelnemer in het scheppen van het ritueel; een gedeelde plek van rouw, een bijdrager aan het collectief genezen. Stichting Collectors of Contemporary Art (C.o.C.A.) bestaat uit een groep van acht verzamelaars van hedendaagse kunst. Zij hebben zich verenigd met als doel om het werk van jonge, veelbelovende kunstenaars in Nederland te stimuleren door het beschikbaar stellen van een jaarlijkse werkbeurs.

Marcel Mrejen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Glastuinbouw maakt in bestaand landschap een ander landschap mogelijk: in de polder zet je een kas neer om daarbinnen in een ander klimaat een gewas te verbouwen. Marcel Mrejen (1994) verzamelde geluiden uit kassen zoals het zoemen en brommen van ventilatoren, pompen en neonlichten om die uren aan audio aan een kunstmatige intelligentie te voeden, die er vervolgens een soundscape van maakte. De installatie ‘Cottagecore (Paradise Haunts Growth)’ (2022) laat die geluiden via negen speakers horen. Wat de installatie precies laat horen, daar heeft de kunstenaar geen invloed meer op. Ook de duur is onbepaald. De sculptuur is daarmee niet alleen een ruimtelijk gegeven, maar strekt zich ook over een tijdsperiode uit. De installatie laat soms een stem horen. Het is volgens Mrejen het bewustzijn van het algoritme dat de prijs van groei overpeinst: Hoe kunnen we technologie gebruiken om niet-uitbuitende relaties met de planeet te herstellen?
Geraldo Dos Santos (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
Geraldo Dos Santos, bekend vanwege zijn voorliefde voor narratieve complexiteit, introduceert ‘La Santeria de Mama’ (2023-2024), een reeks keramische sculpturen die samen een diepgaande poging tot culturele dekolonisatie vormen. Door de symbolische waarde van kaarsen te onderzoeken, ontrafelt hij zorgvuldig de hiërarchische systemen die verbonden zijn met de beïnvloeding van deze rituele objecten. Dit roept doordachte vragen op over de identiteit van mensen die meerdere migraties hebben hebben doorgemaakt. ‘La Santeria de Mama’ ontvouwt zich als een installatie vol verhalen, waarbij de kaarsen transformeren in een krachtige metafoor die de blijvende kracht van culturele identiteiten uit Latijns-Amerika symboliseert. Dit hegemonische fenomeen overstijgt conventionele kunstgrenzen en dient als een katalysator voor een parafictie. De levendige kleuren van de beelden verstoren eendimensionale verhalen, waardoor er ruimte ontstaat voor genuanceerde perspectieven. Ongemakkelijke waarheden die zijn ingebed in migratieverhalen worden blootgelegd door het ontmantelen van vooropgezette ideeën. Dit leidt tot een collectieve heroverweging van maatschappelijke structuren die hiërarchieën in stand houden op basis van afkomst en erfgoed.

Adriaan Rees (gepresenteerd door Livingstone Gallery)
Hoog in de lucht, op ruim 4 meter, torent een opvallende lila sculptuur op een metalen paal. Het polyester beeld is een vrouwfiguur, gebogen met een emmer in haar handen. Haar hoofd, bedekt met lange haren, is grotendeels verborgen in de emmer. De titel van het werk, ‘Screaming in a Bucket’ (2023/2024), is veelzeggend en komt voort uit een droom. In hun stand op de beursvloer toont Livingstone Gallery een bijzondere editie van dit werk in porselein met zilver. Rees, bekend om zijn veelzijdigheid in materialen, verdeelt zijn tijd tussen zijn atelier in Amsterdam en zijn eigen studio in Jingdezhen, China. Hij creëert niet alleen beelden en installaties, maar werkt ook aan grootschalige projecten, performances en sculpturen voor de openbare ruimte.
John M Robinson (gepresenteerd door A Modest Show)
De Britse kunstenaar John M. Robinson staat bekend vanwege zijn performance-schilderijen. Tijdens tarotlezingen en andere occulte of spirituele handelingen neemt hij nieuwe persona’s aan, die hij vervolgens in zijn schilderijen verweeft. Tijdens Art Rotterdam zal Robinson optreden in een bescheiden schuurtje buiten de Van Nelle Fabriek dat is versierd met afbeeldingen en voorzien van kijkgaten. Op gezette tijden zal hij hier een aantal tijdgebonden werken opvoeren.
Marieke Bolhuis (gepresenteerd door NQ Gallery)
Marieke Bolhuis toont een installatie van drie sculpturen: ’Starting point, YOU ARE HERE’ (2023). Bolhuis werkt intuïtief, voortbouwend op haar interesse in emoties, psychische toestanden en bewustzijn. In een voortdurende dialoog met vorm en materiaal, denkt ze door te doen. Deze drie sculpturen kunnen als zelfstandige sculpturen gezien worden maar vormen samen een krachtige installatie. Bolhuis: “Een leven met en in de natuur, uit de donkere aarde ontsproten. Het wonder dat uit die voedselrijke organische aardkorst de mooiste vormen en kleuren tot leven komen. Levensvormen, organismen, planten en dieren, die samenwerken en een ongelooflijk divers en rijk landschap hebben gecreëerd.” Het werk is een vervolg op ‘If we would all be plant’, dat vorig jaar op de beurs te zien was.

Cecilia Bjartmar Hylta (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds, courtesy diez gallery)
Infrastructuur en ruimtelijke ordening vormen voor Cecilia Bjartmar Hylta (1992) vaak het vertrekpunt voor nieuw werk. Ze is geïnteresseerd in de manier waarop we bewegen in de buitenruimte, in de eisen die structuren aan ons stellen en in de reacties die ze oproepen. In haar werk probeert ze publieke situaties na te bootsen om daarmee de onderliggende en vaak onzichtbare vormen en ideeën erachter te visualiseren. Voor de sculptuur ‘Van Nellefabriek’ (2023) verzamelde de kunstenaar stof uit het Distributiecentrum en perste die in een miniatuurvorm van de ruimte. Zo keert Bjartmar Hylta met haar sculptuur inhoud en vorm binnenstebuiten.
Art van Triest (gepresenteerd door MPV Gallery)
Controle is een belangrijk thema in het werk van Art van Triest: “Centraal in mijn werk staat de menselijke neiging om onze fundamentele angst met een systeem te bestrijden, grip te krijgen op de wereld om ons heen en onze behoefte aan controle te bevredigen. Mijn werk is een visueel onderzoek, waarin ik bevraag hoe dit systeem zich verhoudt tot de fysieke realiteit van de wereld om ons heen. Ik wil een visueel tegenwicht bieden aan de vereenvoudiging en standaardisering van onze omgeving. Ik zou willen streven naar een meer realistische positionering van de mens, waarin we ons completer kunnen verhouden tot de werkelijkheid”. ‘Lines’ (2023) is een reeks sculpturen die de balans tussen verschillende systemen onderzoekt. Het probeert contrasten weer te geven tussen mogelijke manieren om ons te verhouden tot onze omgeving. Gefocust op kracht en berekenende betrouwbaarheid of voortkomend uit een ontwikkelproces worden verschillende manieren van werken en denken in beeld gebracht.

André Kruysen (gepresenteerd door NL=US gallery)
André Kruysen brengt het werk ‘Dependent perspective (whale’s eye)’ (2023). Het werk van Kruysen heeft betrekking op daglicht en de structuur van de architectuur om hem heen. Hij maakt ingrepen in ruimtes die deze aspecten beïnvloeden. Deze ingrepen kunnen resulteren in zowel vrijstaande als met de ruimte versmeltende sculpturen. Zijn recentere complexe en chaotische vormentaal is een gevolg van de steeds complexere (visuele) cultuur waarin we leven. De zoektocht naar een persoonlijke balans hierin vindt zijn vorm in zijn werk. Temidden van zijn ontwrichtende ruimtelijke interventies zoekt Kruysen naar stilte: de rust die ontstaat door het heilige effect van daglicht. Deze tegenstrijdigheid vormt de basis van zijn sculpturen.

Olaf Mooij
De Rotterdamse kunstenaar Olaf Mooij heeft vooral bekendheid verworven met zijn autosculpturen in de openbare ruimte. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij ‘The Church of our Unbelieving Faith’. Deze ‘Kerk van ons Ongelovige Geloof’ is gehuisvest in een mysterieuze, kapelachtige structuur. In deze prachtige kapel val je van de ene verbazing in de andere. Eenmaal binnen moet je je ogen het werk laten doen. “Waar moet ik in geloven?” en “Wat wil ik geloven?” zijn vragen die bij je blijven na het zien van deze bijzondere objecten. Geloof je in de heiligheid van de technologie? Of geloof je dat de heilige koe leeft en gecreëerd is uit een auto-spermatozoïde? Is onze auto zo’n geweldige uitvinding? Is het niet beter om elektrisch verder te gaan? En aan wie vertrouwen we ons lot liever toe: de menselijke bestuurder of de zelfdenkende machine? Dit soort aspecten worden belicht in deze “Kerk”.

Thordur Hans (gepresenteerd door Rademakers Gallery)
In het werk van de IJslandse kunstenaar Thordur Hans staan het vertrouwde en het alledaagse centraal. Zijn werkproces bestaat grotendeels uit het observeren van interessante gebaren die je in het dagelijks leven tegen kunt komen. Deze gebaren ontwikkelen zich vervolgens tot kunstwerken in de vorm van herkenbare, subtiel aangepaste objecten of activiteiten, die een nieuw licht werpen op hun bestaan. ‘Venster I’ (2021) dient als een monument voor de dagelijkse vergeetachtigheid en terloopse apathie.

Ruud Kuijer (gepresenteerd door Slewe Gallery)
Ruud Kuijer is een Nederlandse beeldhouwer die bekend is geworden door zijn serie grote abstracte betonnen constructies aan de kade van het Amsterdams Rijnkanaal bij Utrecht, de zogenaamde ‘Waterwerken’. Kuijer heeft in de loop der jaren meerdere grote beelden met vlakke platen van beton of ijzer gemaakt die hangen, leunen, liggen of rechtop staan. In ‘Groot Staand Vlak’ uit 2022 steken een kokerprofiel en een pijp door een monumentaal staande, ijzeren plaat heen en houden deze visueel in evenwicht. Het platte vlak wordt tot onderdeel van een driedimensionaal geheel gemaakt. De voor- en de achterkant van de plaat krijgen een eigen identiteit. Je kan erom heen lopen om het sculpturale karakter te ervaren.
Willem Besselink (gepresenteerd door OMI Rotterdam en NL=US gallery)
De bebouwde omgeving van de stad, en de Van Nelle Fabriek in het bijzonder, bestaat uit een bijna oneindige hoeveelheid van structuren en systemen. Willem Besselink is gefascineerd door de interferentiepatronen die daarbij ontstaan, die hij visualiseert in zijn werk. Interferentiepatronen ontstaan wanneer twee of meer golven, zoals licht-, geluids- of watergolven, elkaar ontmoeten en combineren. De sculptuur ‘Doorzicht’ (2023) is één van de vele mogelijke visualisaties van die vele aanwezige structuren én draagt tegelijkertijd bij aan de verdere opeenstapeling, met de bijbehorende interferentiepatronen.

Martinus Papilaja (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Een graffitischrijver moet een herkenbare tag hebben, die toch niet herleidbaar is naar de persoon die de tag plaatst. Dat laatste is belangrijk omdat graffiti aanbrengen op de meeste plekken verboden is. Dat het werk van Martinus Papilaja (1988) nu aan een publiek wordt gepresenteerd terwijl toch duidelijk is dat hij de maker is, ziet hij als erkenning voor het specifieke ambacht van graffiti. Papilaja onderzocht wat de noodzaak of drang is van de graffiti kunstenaar om te schrijven en wat de invloed daarvan is op het handschrift. Voor hem is graffiti een ambacht dat door oefening en door het bestuderen van het werk van anderen kan worden geperfectioneerd. In zijn werk op Prospects kiest hij er bewust voor om met de vorm te experimenteren. Hij bespuit geen plat vlak, maar presenteert buiten de Van Nelle Fabriek drie sculpturen die zijn tag ruimtelijk neerzetten.
Sanne van Balen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Kan taal zich ook in een andere gedaante tonen? Die vraag loopt als een rode draad door het werk van Sanne van Balen (1994). In haar beeldende werk concentreert ze zich op de visuele ervaring van taal en als ze schrijft geeft ze beelden een stem. Voor haar werk op Prospects concentreerde Van Balen zich op de tong. Enerzijds is de tong de spier die taal vormgeeft en letterlijk creëert. Maar ‘tong’ staat ook voor taal die je spreekt, de taal van een volk. Die dubbele lading keert terug in het werk. Buiten de Van Nelle Fabriek ligt in het gras ‘Stem’ (2024), een rode, kronkelige sculptuur die wel iets weg heeft van zo’n fysieke tong. Met dit werk verbindt Balen taal met landschap. Want voor Van Balen is het landschap een taalkundige plaats die betekenissen uit de omgeving zowel vasthoudt als overbrengt.
Erik Buijs (gepresenteerd door Rutger Brandt Gallery)
Erik Buijs creëert geanimeerde figuren uit klei of was, waarbij hij bewust sporen van het beeldhouwproces achterlaat. Zijn kunstwerken dienen tot nadenken, dat niet alleen de nieuwsgierigheid prikkelt maar ook uitnodigt tot diepe gedachtes. Door de intrigerende mix van de grillige en kinderlijke verschijning van zijn figuren, gecombineerd met sombere ondertonen, belichamen de sculpturen van Buijs een eigenaardige maar krachtige aanwezigheid. Deze figuren, ogenschijnlijk speels maar met een vreemde eigenzinnige twist, bieden een uniek perspectief op de menselijke conditie. Binnen hun ogenschijnlijk eenvoudige vormen liggen lagen van diepte, die zowel gevoeligheid als eigenzinnigheid onthullen. Buijs verbindt op meesterlijke wijze de zwaarwichtige aspecten van menselijke emotie met de onschuldige essentie van de kindertijd. Hierdoor ontstaan sculpturen die op een emotioneel niveau resoneren met de toeschouwers, een kunstzinnige samensmelting die de gevoelige snaar van het menselijk gemoed weet te raken.
Samengesteld door Flor Linckens