Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Saturday March 28, 12.00-12.45 u
Especially for this occasion they interview, among others, Wim Pijbes | *Dutch spoken
Hugo Borst and Wilfried de Jong have a lot in common. Rotterdam, radio & television, writing, journalism. They also differ. Wilfried is an actor, Hugo a gallery owner. Wilfried is the Polaroid man, Hugo collects art. Curiosity and humor drive this occasional duo. Especially for Art Rotterdam/Unseen Photo, they compose a special talk show. One guest is already known. Wim Pijbes, flamboyant art historian, director of Stichting Droom en Daad, a private cultural fund that invests in culture in Rotterdam. Wilfried and Hugo will alsointerview a well-known photographer and a visual artist. Make sure you attent this show on time!

Zaterdag 28 maart | 12.00-12.45 u
Speciaal voor deze gelegenheid interviewen zij o.a. Wim Pijbes
Hugo Borst en Wilfried de Jong hebben veel gemeen. Rotterdam, radio & televisie, het schrijverschap, de journalistiek. Ze verschillen ook. Wilfried is acteur, Hugo galeriehouder. Wilfried is de Polaroidman, Hugo verzamelt kunst. Nieuwsgierigheid en humor drijft dit gelegenheidsduo. Speciaal voor Art Rotterdam/Unseen Photo maken zij een bijzondere talkshow. Eén gast is al bekend. Wim Pijbes, flamboyant kunsthistoricus, directeur van Stichting Droom en Daad, een particulier cultuurfonds dat investeert in cultuur in Rotterdam. Wilfried en Hugo zullen ook een bekende fotograaf en een beeldend kunstenaar gaan bevragen. Zorg dat je er (op tijd) bij bent!

Saturday, March 28, 4:00 to 5:00 PM
Stand C 01, Galerie Ron Mandos
Internationally renowned Rotterdam artist Joep van Lieshout has created an art walk in the form of a booklet, guiding you to his favourite artworks in Rotterdam that you might otherwise overlook.
This was created in collaboration with Tramhuis, the recently opened kiosk for city walks. The kiosk is an initiative of Droom en Daad and encourages Rotterdammers and visitors to explore the city on foot.
On Saturday, March 28, from 4:00 to 5:00 PM, the booklet (€12.90) will be available for purchase at the fair, where Joep van Lieshout will be present to sign copies.

Zaterdag 28 maart, 16.00 tot 17.00 u
Stand C 01, Galerie Ron Mandos
De internationaal bekende, Rotterdamse kunstenaar Joep van Lieshout stelde een kunstwandeling samen in de vorm van een boekje. Hij laat je zijn favoriete kunstwerken in Rotterdam zien, waar je anders misschien zomaar aan voorbij zou lopen.
Dit deed hij in samenwerking met Tramhuis, de onlangs geopende kiosk voor stadswandelingen. Een initiatief van Droom en Daad met als doel Rotterdammers en bezoekers aan te moedigen om de stad te voet te ontdekken.
De route is 5 kilometer en rolstoelvriendelijk. Zaterdag 28 maart tussen 16:00 en 17:00 is het boekje (€12,90) op de beurs te koop, waar Joep van Lieshout aanwezig is om te signeren.

In the New Art Section of Art Rotterdam, Galleria Doris Ghetta from Italy will present a solo booth featuring the work of Shivangi Kalra. In her paintings, she invites the viewer to step into her inner world, a world that is deeply personal yet resonates with something universal. Her works can be read as concentrated studies of memory, intimacy and social relations. The New Art Section, curated by Övül Ö. Durmuşoğlu, is reserved for solo presentations by emerging artists with a compelling and conceptually thoughtful practice.

Shivangi Kalra was born in Delhi in 1998. She studied Painting at the College of Art in Delhi and graduated cum laude from the Frank Mohr Institute in Groningen in 2024, following an exchange programme at Uniarts Helsinki. That same year, she received the Royal Award for Modern Painting. She currently divides her time between Amsterdam and India, two contexts that continue to inform her work.
Kalra’s dreamlike and enigmatic paintings explore the ways in which memory and perception can become intertwined. Rather than presenting clearly defined narratives, she depicts fragmented situations in which something has just occurred or is about to unfold. Each painting seems to function as a mental space that she constructs with care, element by element, at times almost staged like a theatrical set. At the same time, she rarely makes the scene explicit. Her compositions feature interiors, terraces and subtle theatrical elements, as well as references to lavish parties that she remembers from her youth. For Kalra, these gatherings form a microcosm in which social hierarchies and ingrained codes become visible, almost like a performance. Yet it is also a space for genuine connection. She seeks to understand what takes place when people come together in such settings, a society in miniature, captured in a painting that reveals as much as it withholds.

One striking aspect of her work is the psychological charge of the spaces she depicts. Many of her scenes are set in the city where she grew up, a place that has undergone profound transformation in recent decades, as has its social landscape. Yet the city functions less as a literal backdrop than as a space of memory. Festive tables appear in seemingly warm living rooms or shift to terraces and outdoor settings. At times, a piece of furniture asserts itself with unusual insistence. Figures emerge in motion blur, appear only as an autonomous hand or as mirrored doubles, cast an ominous shadow in a corner, partially dissolve behind smoke or curtains, remain faceless or fade into their surroundings. In some works, figures are framed by a window while in others, the viewer’s gaze is obstructed by the bars of a balcony. In some paintings, people are conspicuously absent. Animals recur throughout, from shadowy dogs and table legs resembling horse legs to tiger rugs that seem to almost come alive.

Kalra guides the eye along conspicuous yet slightly unsettled sightlines and charged details, including photographs on the wall that raise more questions than they answer. One can almost sense the silences, the outward display, the underlying friction and the unspoken hierarchies. The explicit and implicit social rules and the different expectations that are assigned to men and women. It is as if you’re looking at a charged yet unstable memory that has shifted over time, governed by a logic that belongs to dreams. In the context of the Royal Award for Modern Painting, Kalra stated, “I have increasingly begun to paint from memory and have learned to embrace the confusion that can arise from it.” As a result, her works carry unsettling and melancholic undertones, while humour and a touch of absurdity offer some soft edges.
Kalra’s work was previously shown at the Groninger Museum, the Chabot Museum, the Royal Palace Amsterdam, Method in Mumbai and the Museum of Goa. Later this year, she will present a solo exhibition at the Drents Museum in Assen.

Shivangi Kalra’s presentation will be on view in the New Art Section during Art Rotterdam (27–29 March in Rotterdam Ahoy), presented by Galleria Doris Ghetta.
Written by Flor Linckens
Galleria Doris Ghetta uit Italië toont in de New Art Section van Art Rotterdam een solopresentatie met werk van Shivangi Kalra. In haar schilderijen nodigt ze de kijker uit om haar innerlijke wereld binnen te stappen: een wereld die heel persoonlijk is, maar tegelijk aan iets universeels raakt. Haar werken laten zich lezen als geconcentreerde studies naar herinnering, intimiteit en sociale verhoudingen. De New Art Section, gecureerd door Övül Ö. Durmuşoğlu, is gereserveerd voor solopresentaties van opkomende kunstenaars met een spannende en inhoudelijk doordachte praktijk.

Shivangi Kalra werd in 1998 geboren in Delhi. Ze studeerde Schilderkunst aan de College of Art in Delhi en studeerde in 2024 cum laude af aan het Frank Mohr Instituut in Groningen, na een uitwisseling aan Uniarts Helsinki. In datzelfde jaar ontving ze de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Tegenwoordig verdeelt ze haar tijd tussen Amsterdam en India, twee contexten die doorwerken in haar schilderijen.
Kalra’s dromerige en mysterieuze schilderijen zeggen iets over de manieren waarop herinnering en waarneming soms door elkaar heen lopen. De kunstenaar schildert meestal geen duidelijk omlijnd verhaal, maar toont gefragmenteerde situaties waarin net iets is gebeurd, of op het punt staat te gebeuren. Als een mentale ruimte die ze zorgvuldig, element voor element inricht, soms bijna geënsceneerd als een toneelstuk. Tegelijkertijd maakt ze het tafereel zelden expliciet. In haar composities zien we bijvoorbeeld interieurs, terrassen en theatrale elementen, maar ook referenties naar overdadige feesten uit haar jeugd. Voor Kalra vormen die feesten een microkosmos waarin sociale verhoudingen en subtiele, ingesleten codes zichtbaar worden, bijna als een performance. Tegelijkertijd is er ruimte voor oprechte verbondenheid. Ze probeert in feite te doorgronden wat er gebeurt wanneer mensen samenkomen in een dergelijke context. Als een maatschappij in het klein, gevangen in een beeld dat evenveel prijsgeeft als achterhoudt.

Wat opvalt in haar werk is de manier waarop ruimtes een psychologische lading krijgen. Veel van haar taferelen spelen zich af in de stad waar ze opgroeide, die in de afgelopen decennia ingrijpend van gedaante is veranderd, net als het sociale landschap. Toch vormt de stad meer een ruimte voor haar herinneringen dan een letterlijk decor. Feestelijke tafels staan soms in ogenschijnlijk warme woonkamers, soms verschuiven ze naar terrassen of buitenruimtes. Soms zien we een meubelstuk dat net iets te nadrukkelijk aanwezig is. Personages verschijnen in motion blur, zijn alleen zichtbaar als autonome hand of als dubbel spiegelbeeld, vormen een onheilspellende schaduw in een hoek, verdwijnen deels achter rook of gordijnen, zijn gezichtsloos of lossen op in hun omgeving. Soms worden figuren in haar composities ingelijst door een raam, terwijl je blik als kijker soms wordt tegengehouden door de spijlen van een balkonhek. In andere schilderijen zijn mensen juist opvallend afwezig. Dieren duiken regelmatig op: schimmen van honden, tafelpoten die aan paardenbenen doen denken, tijgervloerkleden die tot leven lijken te komen.

De kunstenaar stuurt je oog langs opvallende, net niet kloppende zichtlijnen en veelbetekenende details, waaronder foto’s aan de muur die alleen maar meer vragen oproepen. Je voelt de stiltes, het uiterlijke vertoon, de frictie en de onuitgesproken hiërarchieën: de sociale spelregels en verhoudingen tussen wat van mannen en vrouwen wordt verwacht. Alsof je kijkt naar een geladen maar onstabiele herinnering die in de loop van de tijd van vorm is veranderd, met een interne logica die alleen een droom kan hebben. Kalra zei daarover, in de context van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst: “Ik ben meer gaan schilderen naar herinneringen en ben de verwarring die daaruit kan ontstaan gaan omarmen.” De resulterende werken hebben iets onheilspellends en melancholisch, met een onscherp randje door de toevoeging van humor en een mate van absurdisme.
Het werk van Shivangi Kalra was de afgelopen jaren onder meer te zien in het Groninger Museum, het Chabot Museum, het Koninklijk Paleis Amsterdam, Method in Mumbai en het Museum of Goa. Later dit jaar presenteert de kunstenaar een solotentoonstelling in het Drents Museum in Assen.

De presentatie van Shivangi Kalra zal tijdens Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy) te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door Galleria Doris Ghetta.
Geschreven door Flor Linckens
At first glance, the colourful work of Vuyo Mabheka seems cheerful. The combination of fresh colours, naive childlike drawings and cut-out photographs is easy on the eye. But that impression does not last. With each work you see, your view evolves. You start to recognise the same photos again and again and the same drawn figures reappearing. In his photocollages, Mabheka tells what it is like to grow up as a Black person in a township in post-Apartheid South Africa. It is a highly layered and fragile story that is rarely told, one surrounded by shame and distrust.

Vuyo Mabheka’s work can be seen at Unseen Photo at the Afronova stand.
Mabheka’s series is called Popihuise, a Xhosa corruption of the Afrikaans pophuis (dollhouse). He added the ‘e’ at the end to make the word sound English. The name refers to the original function of the drawings, which were homemade toys. Mabheka used them as a board game when his younger sister brought friends home.
Vuyo Mabheka (South Africa, 1999) and his sister grew up in the township of Thokoza, just outside of Johannesburg. They had an absent father and their mother worked most of the time. At first, they lived with their grandmother, but when she died, much of the responsibility for raising his younger sister fell to Mabheka. Afronova’s Emilie Demon describes it as an unstable environment, one in which a great deal depended on the ability to improvise and the survival instincts of a minor.

The path from an unstable childhood to bricolage art was a long one. Demon lives and works in Johannesburg. In addition to her gallery, the Japanese-French curator runs the photography project Of Souls and Joy in Thokoza. Alongside a photography course, the project also offers tools to learn how to reflect on and talk about traumatic experiences. “I’ve learned a great deal over the past ten years,” Demon says by phone. “At first, the participants were distrustful. What is someone like me doing there? What does she want from us? That was the attitude. So, it took a long time to gain their trust.”
“Talking about traumatic experiences always takes time, but for Black South Africans, it is probably even more difficult. They feel unseen. That’s why I wanted to make it a safe space, a place where you could learn about photography and if you want, to talk about your traumas.”
It proved a challenge to do justice to the layered nature of the work and the original function of the drawings, Demon explains. Not only because many of the sheets are marked on both sides, but above all, because the stories they tell are extremely personal.

For instance, the father figure returns in several guises—once with the text I’m Proud at eye level, his arm draped around a cut-out photo of a five-year-old Mabheka. Elsewhere, he appears as a police officer helping a young Mabheka cross the street.
In iGumbi Lam we see Mabheka as a toddler sitting on a bed in a bedroom. Keywords are written on the wall. Whereas the inner world of the average five-year-old in a stable environment might include things like football, Pokémon, Nintendo and a pet, Mabheka’s word cloud is far grimmer: police, family, love, dad, hero, doctor. At the bottom of the image, the date is visible on an alarm clock: Fri / 13.
There are also elements that might be referred to as mythologising. In Top Zinto, a corrugated-iron shack turns into a colourful house, and in Imbali Yesizwe, a house without parents becomes a place of redemption for a nation.

To do justice to all these aspects, Mabheka and Demon chose to allow small differences between edition numbers. Each collage is therefore slightly different. The drawing remains the same each time, but the photos differ per edition because they are cut out by hand. The selection can also vary. “This approach suits the work well,” says Demon.
In 2024, Emilie Demon brought Vuyo Mabheka’s work to Paris Photo. It was an overwhelming success and the work sold out within a few days. The renowned French photobook publisher Chose Commune also published a book about the series. It changed Mabheka’s life; he recently moved into an apartment with brick walls. He now fills his days with painting and visiting museums. “Don’t stay stuck in this anger—be open and curious,” Demon advised Mabheka. That seems to be working out well. We have only seen the beginning, Demon says confidently over the phone. “His peach is so ready now.”
Written by Wouter van den Eijkel
Op het eerste gezicht word je vrolijk van het kleurrijke werk van Vuyo Mabheka. De combinatie van frisse kleuren, naïeve kindertekeningen en uitgeknipte foto’s zijn easy on the eye. Maar dat beeld houdt geen stand. Met ieder werk dat je ziet, stel je het bij. Je ziet dezelfde foto’s terugkomen, en dezelfde getekende figuren opduiken. Mabheka vertelt in zijn fotocollage’s hoe het is om als zwart persoon op te groeien in een township in post-Apartheid Zuid-Afrika. Een zeer gelaagd en breekbaar verhaal, omgeven door schaamte en wantrouwen, dat zelden wordt verteld.

Het werk van Vuyo Mabheka is te zien op Unseen Photo in de stand van Afronova.
Mabheka’s serie heet Popihuise, een verbastering in het Xhosa van het Afrikaanse pophuis (poppenhuis). Hij voegde de e aan het einde toe om het woord Engels te laten klinken. De naam verwijst naar de oorspronkelijke functie van de tekeningen. Het was zelfgemaakt speelgoed. Mabheka gebruikte ze namelijk als bordspel als zijn jongere zusje vriendinnetjes naar huis meenam.
Vuyo Mabheka (Zuid-Afrika, 1999) werd geboren in de Oost-Kaap. Samen met zijn moeder en jongere zus verhuisden ze regelmatig; naar plekken waar zijn moeder werk kon vinden. Uiteindelijk streken ze neer in Thokoza waar ze inwoonden bij hun oma. Hun vader was buiten beeld en hun moeder vooral aan het werk. Toen zijn grootmoeder overleed kwam de opvoeding van zijn jongere zus vooral bij Mabheka te liggen. Afronova’s Emilie Demon omschrijft het als een instabiele omgeving, eentje waarin veel neerkwam op het improvisatievermogen en de overlevingsdrang van een minderjarige.

Om van een instabiele jeugd tot bricolage-kunst te komen, moest er nog veel gebeuren. Demon woont en werkt in Johannesburg. Naast haar galerie is de Japans-Franse al tien jaar als mentor betrokken bij het fotografieproject Of Souls and Joy in Thokoza, dat wordt gerund door de fotograaf Jabulani Dhlamini. Naast een fotocursus biedt het project ook handvatten om te leren reflecteren op en praten over traumatische ervaringen. ‘De afgelopen tien jaar heb ik veel geleerd’, vertelt Demon aan de telefoon. ‘Aanvankelijk waren de deelnemers wantrouwig. Wat komt iemand als ik daar doen? Wat wil ze van ons, was de houding. Het kostte dan ook veel tijd om hun vertrouwen te winnen.’
‘Praten over traumatische ervaringen kost altijd veel tijd, maar voor zwarte Zuid-Afrikanen is dat waarschijnlijk nog moeilijker. Zij voelen zich niet gezien. Daarom wilde ik er een safe space van maken – een plek waar je leert over fotografie en je eventueel kan praten over je trauma’s.’
Het bleek een opgave om recht te doen aan gelaagdheid van het werk en de oorspronkelijke functie van de tekeningen, vertelt Demon. Niet alleen omdat veel van de vellen aan twee kanten betekend zijn, maar vooral omdat de verhalen die ermee worden verteld uiterst persoonlijk zijn.

Zo keert de vaderfiguur keert in meerdere gedaanten terug, een keer met de tekst I’m Proud ter hoogte van zijn ogen, zijn arm om een uitgeknipte foto van een vijfjarige Mabheka heengeslagen. Dan weer als politieagent die een jonge Mabheka helpt oversteken.
In iGumbi Lam zien we een Mabheka als kleuter in een slaapkamer op bed zitten. Op de wand staan steekwoorden. Waar de belevingswereld van de gemiddelde 5-jarige in een stabiele omgeving waarschijnlijk zaken bevat als voetballen, Pokemon, Nintendo en [naam huisdier], is de woordwolk bij Mabheka stukken grimmiger: politie, familie, love, dad, hero, doctor. Onder in beeld is op een wekker de datum te zien: Fri / 13.
Daarnaast zitten er elementen in die je mythologiserend zou kunnen noemen. In Top Zinto verandert een golfplaten hut in een kleurrijk huis, en in Imbali Yesizwe wordt een huis zonder ouders een plek van verlossing voor een natie.

Om aan al deze zaken recht te doen kozen Mabheka en Demon ervoor om kleine verschillen tussen de editienummers toe te staan. Iedere collage keer net iets anders is. De tekening blijft telkens hetzelfde, maar de foto’s zijn per editie anders omdat ze met de hand worden uitgeknipt. Ook kan de keuze verschillen. ‘Deze aanpak past goed bij het werk’, aldus Demon.
In 2024 nam Emilie Demon het werk van Vuyo Mabheka mee naar Paris Photo. Dat werd een doorslaand succes – het werk was binnen een paar dagen uitverkocht. Ook publiceerde de bekende Franse uitgever van fotoboeken Chose Commune een boek over de serie. Het veranderde Mabheka’s leven; hij reisde sindsdien naar veel voor zijn werk en bezocht onder meer Zwitserland, Frankrijk, België en Italië. Binnenkort vertrekt hij naar Japan. We hebben nog maar het begin gezien, zegt Demon vol vertrouwen aan de telefoon. ‘His peach is so ready now’.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
This year marks the tenth edition of the NN Art Award. The annual incentive prize of €10,000 is awarded to a talented artist who completed their education in the Netherlands and presents work at Art Rotterdam (27–29 March at Rotterdam Ahoy). The professional jury nominated four artists: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) and Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). From 14 March to 25 May 2026, work by all nominees will be on view at Kunsthal Rotterdam.

In her multidisciplinary practice, Mandy Franca explores the friction and entanglement between the digital and the everyday. She grew up in Rotterdam-Zuid, where cultural diversity was the norm and contact with her family in Curaçao took place via a calling centre, a small shop in the 1990s and early 2000s in which you could make international phone calls for a fee. The clocks on the wall showing different time zones reflected not only physical distance but also two realities existing simultaneously. From an early age, Franca developed a keen awareness of what technology can do to proximity, memory and identity.
In her artistic practice, she examines how digitalisation, migration and globalisation shape our relationship to everyday objects, places, traditions, images, memories and domestic environments, often without us even noticing. How can these be preserved? Franca believes that the individual always points towards the collective. She seeks not only to revalue what appears ordinary and grant it additional weight, but also to consider how its experience connects to broader, shared realities. In this way, personal experiences are placed within a larger fabric of shared needs and mutual dependence. Franca pays particular attention to care, connection and the body as an archive. Our relationship with the more-than-human world also runs as a continuous thread throughout her practice.
Franca starts out with fleeting snapshots taken on her smartphone, often in low resolution as she embraces the technology that is available to her. In doing so, she refers to Hito Steyerl’s essay on the ‘poor image’ as a democratic counterpoint to the ‘perfect’ visual language of the commercial world, where circulation and accessibility outweigh technical perfection. Franca explores what digital materiality means and how an image relates to surface, reproduction and tactility. She gives form to these questions by connecting analogue and digital processes, drawing, printing and layering images to reveal a complexity in which the digital and the physical are inseparably intertwined. A tension emerges between the reproducible image and the singular gesture that transforms it into a unique work. Franca frequently experiments with different media and printing techniques. In earlier works, she combined NASA imagery with her own photography, video and sound.

Mandy Franca was born in Rotterdam in 1989. She studied at the Willem de Kooning Academy in Rotterdam and at the Royal College of Art in London, followed by a residency programme at the Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Her work has been shown at Stedelijk Museum Amsterdam, Saatchi Gallery in London and TENT Rotterdam and is included in the collections of Stedelijk Museum Amsterdam and the Rijksakademie. Her work recently appeared in the publication ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’ by Phaidon Press.
Mandy, can you tell us more about the work you are presenting at Art Rotterdam and at Kunsthal Rotterdam?
The work on view at Art Rotterdam and at Kunsthal Rotterdam forms part of a larger series I began in 2023 titled “An Area of Land Dominated by Trees”. I was inspired by the opening sentence of Wikipedia’s description of a forest. The titles function partly as descriptive, almost encyclopaedic designations, as if they were a biological registration of a moment. At the same time, several titles carry a personal charge, such as “Fluttering Leaves Make the Wind Blow”, derived from a remark by my sister-in-law, or “My Grandmother’s House as a Place of Shelter”, which is also included in the presentation at Art Rotterdam in the booth of Night Café.

I am interested in multiple realities and forms of intelligence that extend beyond the human, and I situate both contemporary technologies and the natural world within a more-than-human context. Trees are social beings capable of complex communication, challenging the notion that intelligence is exclusively human. This invites a reconsideration of our relationship to nature and to contemporary technologies, expanding our understanding of intelligence. The emphasis placed in the West on individualism underestimates the importance of community, collaboration and the recognition of our mutual dependence and shared experiences. Understanding our interconnectedness is crucial to our survival. In this work, trees do not function as a metaphor but as a community from which we as humans can learn.
The images in this series stem from my personal archive, and were taken over the past years with my iPhone in various places and at different moments in my life, including London, the Vondelpark in Amsterdam, the Kralingse Bos in Rotterdam, the grounds of the Rijksakademie van beeldende kunsten and my grandmother’s house in Curaçao. This geographical and temporal layering reflects how my work comes into being, through overlaps between place, memory and present experience.

In both presentations, I consciously choose a non-hierarchical way of installing the works. They appear at different heights and extend across multiple walls, creating space for discovery and movement. No material, format or technique is subordinate to another.
My interest in community and interconnectedness is not only conceptual but also deeply personal. My parents were born in Curaçao and I grew up in Rotterdam-Zuid in a multicultural environment. My class at the Christian primary school consisted of children from diverse cultural backgrounds and each week began with prayer, each in their own way. As a child, I experienced differences in language, religion and ritual as self-evident and fascinating, it was my normal. As an adult, I became more aware of how this cultural diversity can come under pressure or meet resistance in society. For me, such cross-pollination represents a form of social intelligence. In that sense, I see a parallel with the forest. It reminds me that as a planet, humans, animals, plants and even technology are interconnected and dependent on one another.

What are your plans for 2026?
At the moment, I am working towards my first solo museum exhibition, which I am very much looking forward to. In May, my solo ‘I Breathe an Endless Universe in Me’, curated by Delany Boutkan, will open at Stedelijk Museum Schiedam. The exhibition forms an important anchor point within my practice and directly extends an ongoing line of research that began with ‘On Being Light and Liquid’ (Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam, 2024) and continued in ‘Why Do I Stare at the Sky and Long for the Clouds’ (Night Café, London, 2025).
Throughout this series, clouds, air and the colour blue recur as motifs that function as connective and communal elements and that emerged after a prolonged period of illness and isolation. I lay in bed for months, staring at the sky. As even the usual activities one might turn to during illness were not an option for me, the vast sky outside my window became my connection to the world beyond. The ever-changing sky disrupted the repetitive rhythm of my days and brought moments of reflection and wonder. I reflected on the contrast between my own immobility and the fluidity of the world around me. As I observed the movement of clouds, historically a symbol of freedom, I considered how such freedom is always contextual and situation-bound. The presentation at Stedelijk Museum Schiedam includes photographic and video works taken with a mobile phone from my own archive as well as in collaboration with family members, digitally simulated imagery, painting, sound and video works. In this exhibition, I explore how presence is experienced when people, places and times are separated. Breath and air play a central role.
My work has also been included in the recently published ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’ by Phaidon Press. The ‘Vitamin’ series focuses on contemporary artists working with painting and brings together around 100 artists from across the globe who, according to the editors, have made a fresh, distinctive or innovative contribution to the genre over the past five to ten years.
In addition, several exhibitions abroad are planned for the autumn and I intend to take time mid-year to rest in Curaçao, in between projects.

Can you describe how you felt when you heard you had been nominated for the NN Art Award?
I was quite surprised. The idea of applying came from my gallerist at Night Café, who was convinced I stood a chance of being selected. The fact that she recognised that potential in my work speaks to her intuition and commitment.
The news arrived at a particular moment: a day earlier I had learned that my grandmother had passed away after a short illness. The nomination therefore stood in stark contrast to how I was feeling at the time. I felt honoured yet also somewhat astonished. At the same time, given its timing, I see the nomination as an encouragement. I am grateful and it is an honour to be one of the four nominees selected from so many submissions.

Which project would you immediately take up if you were to win the award?
Over the past years, my health has limited my ability to travel extensively. During an earlier period, I began collecting images of flowers from my personal archive. From this growing archive, I develop collages combined with oil pastel that refer to the traditional floral still life, while also revealing corporeality and fragmentation. For me, flowers embody both vulnerability and resilience. In time, I would like to travel to Curaçao to photograph and study flowers there. My parents grew up surrounded by this flora. By connecting this future archive with material I have gathered in recent years, I aim to bring together personal and geographical layers. They function as carriers of memory, presence and family history.
To explore that layering further and develop my work on a larger spatial scale, my dream is not so much to realise one specific project but to acquire a large-format printer. Printing already plays an important role in my practice, yet at present I depend on external workshops with the appropriate facilities, which requires planning well in advance. Having my own large-format printer would allow for greater spontaneity, flexibility and experimentation with materials, enabling me to broaden my practice. If I had access to this equipment in my own studio, it would not only accelerate the process but above all enrich it. It would open up possibilities for experimenting with layering, materials and combinations that currently remain out of reach. In this way, I hope to further develop my artistic practice and deepen the balance between experimentation and technical knowledge.
The winner of the NN Art Award 2026 will be announced on Friday 27 March at Kunsthal Rotterdam. During this festive evening, all exhibitions, including the NN Art Award exhibition, will be freely accessible to invited guests.
Written by Flor Linckens
Dit jaar viert de NN Art Award haar tiende editie. De jaarlijkse stimuleringsprijs van €10.000 gaat naar een getalenteerd kunstenaar die een opleiding in Nederland afrondde en werk presenteert op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy). De vakjury nomineerde vier kunstenaars: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) en Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). Van 14 maart tot en met 25 mei 2026 is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam.

Mandy Franca onderzoekt in haar multidisciplinaire praktijk de frictie en verwevenheid tussen het digitale en het alledaagse. Ze groeide op in Rotterdam-Zuid, waar culturele diversiteit de norm was en contact met haar familie op Curaçao verliep via een belhuis, een kleine winkel waar je in de jaren 90 en vroege jaren 2000 tegen betaling internationaal kon bellen. De klokken aan de muur met verschillende tijdzones weerspiegelden niet alleen de fysieke afstand, maar ook twee werkelijkheden die gelijktijdig bestonden. Franca ontwikkelde zo al vroeg een scherp gevoel voor wat technologie doet met nabijheid, herinnering en identiteit.
In haar artistieke praktijk onderzoekt de kunstenaar hoe digitalisering, migratie en globalisering doorwerken in onze omgang met alledaagse objecten, plekken, tradities, beelden, herinneringen en huiselijke omgevingen, vaak zonder dat we het doorhebben. Hoe kunnen die behouden worden? Franca gelooft dat het individuele daarbij altijd verwijst naar het gedeelde. Ze probeert het schijnbaar gewone niet alleen te herwaarderen en extra gewicht te geven, maar ook te kijken naar wat de beleving daarvan verbindt met bredere, gemeenschappelijke ervaringen. Op die manier plaatst ze persoonlijke ervaringen in een groter weefsel van gedeelde behoeften en wederzijdse afhankelijkheid. Daarbij heeft ze extra aandacht voor elementen als zorg, verbinding en het lichaam als archief. Ook onze relatie met de niet-menselijke wereld loopt als een rode draad door haar praktijk.
Als vertrekpunt gebruikt Franca vluchtige snapshots die ze maakt met haar smartphone, vaak in lage resolutie omdat ze omarmt wat ze beschikbaar heeft. Ze verwijst daarmee naar Hito Steyerls essay over het ‘arme beeld’, als democratisch tegenwicht voor de ‘perfecte’ beeldtaal van de commerciële wereld, waarbij circulatie en toegankelijkheid zwaarder wegen dan technische perfectie. Franca onderzoekt wat digitale materialiteit betekent en hoe een beeld zich verhoudt tot oppervlak, reproductie en tastbaarheid. In haar praktijk geeft zij die vragen vorm door analoge en digitale werkwijzen te verbinden, te tekenen, te drukken en beelden over elkaar te leggen, om zo een complexiteit zichtbaar te maken waarin het digitale en het fysieke onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Er ontstaat zo een spanningsveld tussen het reproduceerbare beeld en de unieke handeling die het transformeert tot een uniek werk. Franca experimenteert daarbij veelvuldig met verschillende media en druktechnieken. Voor eerdere werken gebruikte ze bijvoorbeeld NASA-beelden in combinatie met eigen fotografie, video en geluid.

Mandy Franca werd in 1989 geboren in Rotterdam. Ze studeerde aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en de Royal College of Art in Londen, gevolgd door een residency aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Haar werk was onder meer te zien in Stedelijk Museum Amsterdam, Saatchi Gallery in Londen en TENT Rotterdam, en bevindt zich in de collecties van Stedelijk Museum Amsterdam en de Rijksakademie. Haar werk verscheen onlangs in de publicatie ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’ van Phaidon Press.
Mandy, kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam?
Het werk dat op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam te zien zal zijn, is onderdeel van een grotere serie waar ik in 2023 mee begon, met de titel ‘An Area of Land Dominated by Trees’. Hiervoor liet ik mij inspireren door de openingszin van Wikipedia’s beschrijving van een bos. De titels functioneren deels als beschrijvende, bijna encyclopedische aanduidingen, alsof het gaat om een biologische registratie van een moment. Tegelijkertijd zijn er ook een aantal titels met persoonlijke lading, zoals ‘Fluttering Leaves Make the Wind Blow’, afgeleid van een uitspraak van mijn schoonzusje, of ‘My Grandmother’s House as a Place of Shelter’, dat eveneens in de presentatie op Art Rotterdam te zien is in de stand van Night Café.

Ik ben geïnteresseerd in verschillende werkelijkheden en vormen van intelligentie die verder reiken dan de mens, en plaats zowel hedendaagse technologieën als de natuurlijke wereld binnen een meer-dan-menselijke context. Bomen zijn sociale wezens die in staat zijn tot complexe communicatie, wat de opvatting uitdaagt dat intelligentie uitsluitend aan mensen is voorbehouden. Dit nodigt uit tot een herwaardering van onze relatie met de natuur en met hedendaagse technologieën, en verruimt het menselijk begrip van intelligentie. De nadruk die het Westen legt op individualisme onderschat het belang van gemeenschap, samenwerking en het erkennen van onze wederzijdse afhankelijkheid en gemeenschappelijke ervaringen. Het begrijpen van onze onderlinge verbondenheid is cruciaal voor ons voortbestaan. Bomen dienen in dit werk niet als een metafoor, maar als een gemeenschap waar wij als mensen wel iets van kunnen leren.
De beelden in deze serie zijn afkomstig uit mijn persoonlijke beeldarchief en zijn in de afgelopen jaren met mijn iPhone gemaakt op verschillende plekken en momenten in mijn leven: onder andere in Londen, in het Vondelpark in Amsterdam, het Kralingse Bos in Rotterdam, op het terrein van de Rijksakademie van beeldende kunsten en het huis van mijn oma op Curaçao. Deze geografische en temporele gelaagdheid weerspiegelt hoe mijn werk ontstaat: vanuit overlappingen tussen plaats, herinnering en huidige ervaring.

In beide presentatie kies ik bewust voor een niet-hiërarchische manier van hangen. Werken bevinden zich op verschillende hoogtes en verspreiden zich over meerdere wanden, waardoor er ruimte ontstaat voor ontdekking en beweging. Geen enkel materiaal, formaat of techniek is ondergeschikt aan een ander.
Mijn interesse in gemeenschap en onderlinge verbondenheid is niet alleen conceptueel, maar ook erg persoonlijk. Mijn ouders zijn op Curaçao geboren en ik groeide op in Rotterdam-Zuid in een multiculturele omgeving. Mijn klas op de christelijke basisschool bestond uit kinderen van diverse culturele achtergronden en we begonnen elke week met gebed, elk op ieders eigen manier. Als kind vond ik die verschillen in taal, religie en rituelen vanzelfsprekend en fascinerend, het was mijn ‘normaal’. Als volwassenen werd ik me bewuster van hoe deze (culturele) diversiteit maatschappelijk soms onder druk staat of op weerstand stuit. Voor mij vertegenwoordigt die culturele kruisbestuiving juist een vorm van sociale intelligentie. In die zin zie ik een parallel met het bos: Het herinnert me eraan dat wij als planeet, mensen, dieren, planten en zelfs technologie, met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk.

Wat zijn je plannen voor 2026?
Momenteel werk ik aan mijn eerste solotentoonstelling in een museum, waar ik erg naar uit kijk. In mei opent mijn solo ‘I Breathe an Endless Universe in Me’, gecureerd door Delany Boutkan, in het Stedelijk Museum Schiedam. De tentoonstelling vormt een belangrijk ankerpunt in mijn praktijk en ligt in directe verlenging van een doorlopend onderzoek dat begon met ‘On Being Light and Liquid’ (Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam, 2024) en zich vervolgde in ‘Why Do I Stare at the Sky and Long for the Clouds’ (Night Café, Londen, 2025).
In deze reeks keren wolken, lucht en de kleur blauw terug als motieven die dienen als verbindend en gemeenschappelijk element, en die ontstonden na een lange periode van ziekte en isolatie. Ik lag maandenlang in bed, starend naar de lucht. Omdat zelfs de gebruikelijke bezigheden waarmee je jezelf bezighoudt tijdens ziekte voor mij geen optie waren, werd de uitgestrekte lucht buiten mijn raam mijn verbinding met de buitenwereld. De steeds veranderende lucht doorbrak het repetitieve ritme van mijn dagen en bracht momenten van reflectie en verwondering. Ik reflecteerde op het contrast tussen mijn eigen onbeweeglijke toestand en de vloeibaarheid van de wereld om me heen. Terwijl ik de beweging van de wolken observeerde, historisch gezien een symbool van vrijheid, dacht ik na over hoe die vrijheid altijd contextueel en situationeel gebonden was. De presentatie in het Stedelijk Museum Schiedam omvat onder andere fotografische en videobeelden, genomen met een mobiele telefoon uit mijn eigen archief, maar ook in samenwerking met familieleden, digitaal gesimuleerde beelden, schilderkunst, geluid en videowerken. In deze tentoonstelling onderzoek ik hoe aanwezigheid wordt ervaren wanneer mensen, plekken en tijden uit elkaar liggen. Adem en lucht spelen daarin een centrale rol.
Mijn werk is ook opgenomen in de onlangs verschenen publicatie ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’, uitgegeven door Phaidon Press. De ‘Vitamin’-serie richt zich op hedendaagse kunstenaars die met schilderkunst werken en brengt rond de 100 kunstenaars over de hele wereld samen, die volgens hen de afgelopen 5-10 jaar een frisse, unieke of innovatieve bijdrage aan dit genre hebben geleverd.
Verder staan er ook een aantal tentoonstellingen in het buitenland in het najaar op de planning en wil ik de tijd nemen om midden in het jaar rust te pakken op Curaçao, tussen de drukte in!

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
Ik was behoorlijk verrast! Het idee om mij aan te melden kwam van mijn galerist van Night Café, die ervan overtuigd was dat ik kans maakte om geselecteerd te worden. Dat zij die potentie in mijn werk zag, getuigt alleen maar van haar intuïtie en betrokkenheid.
Het nieuws kwam echter op een bijzonder moment: een dag eerder hoorde ik dat mijn oma na een kort ziekbed was overleden. Daardoor stond deze nominatie in scherp contrast met hoe ik me op dat moment voelde. Ik voelde me vereerd, maar ook wat verbaasd. Maar ik zie de nominatie juist door de timing ook wel als een aanmoediging. Tegelijkertijd ben ik dankbaar en is het een eer om één van de vier genomineerden te zijn uit zoveel inzendingen.

Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
De afgelopen jaren ben ik door mijn gezondheid niet in staat geweest om veel te reizen. In een periode daarvoor ben ik begonnen met het verzamelen van beelden met bloemen uit mijn eigen beeldarchief. Vanuit dat groeiende archief ontwikkel ik collages in combinatie met olie pastel, die verwijzen naar het traditionele bloemstilleven, maar waarin ook lichamelijkheid en fragmentatie zichtbaar worden. Voor mij dragen bloemen zowel iets kwetsbaars als iets veerkrachtig in zich. Op termijn zou ik graag naar Curaçao reizen om daar bloemen vast te leggen en te onderzoeken. Mijn ouders zijn daar opgegroeid, omringd door deze flora. Door dit toekomstige archief te verbinden met het materiaal dat ik de afgelopen jaren heb verzameld, wil ik persoonlijke en geografische lagen samenbrengen. Ze functioneren als dragers van herinnering, aanwezigheid en familiegeschiedenis.
Om die gelaagdheid verder te kunnen onderzoeken en mijn werk op grotere, ruimtelijke schaal te ontwikkelen, is mijn droom niet zozeer het realiseren van één specifiek project, maar het zou mij dichterbij mijn doel brengen om een grootformaat printer aan te schaffen. Het gebruik van een printer speelt een grotere rol in mijn praktijk, maar momenteel ben ik hiervoor afhankelijk van externe workshops met de juiste faciliteiten om mijn werk te drukken, wat betekent dat ik lang van tevoren moet plannen. Een eigen grootformaat printer hebben zou meer spontaniteit, flexibiliteit en experiment met materialen toelaten, waardoor ik mijn praktijk kan verbreden. Als ik deze apparatuur in mijn eigen atelier tot mijn beschikking zou hebben, zou dat het proces niet alleen versnellen, maar vooral verrijken: het opent de mogelijkheid om te experimenteren met gelaagdheid, materialen en combinaties die nu vaak buiten bereik blijven. Op die manier wil ik mijn artistieke praktijk verder ontwikkelen en een balans tussen experiment en technische kennis verder opdoen.
De winnaar van de NN Art Award 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdag 27 maart in Kunsthal Rotterdam. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk voor genodigden.
Geschreven door Flor Linckens