Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Tijdens Art Rotterdam tref je het werk van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die bijzonder werk tonen tijdens de beurs. Upstream Gallery presenteert tijdens Art Rotterdam werk van Noor Nuyten, Kévin Bray (die werd genomineerd voor de NN Art Award), Frank Ammerlaan en Marinus Boezem. Deze kunstenaars onderzoeken in hun praktijk allemaal een verbinding tussen materiële, fysieke werelden en immateriële of digitale werelden. Experiment in termen van materialen en technieken speelt hierin een belangrijke rol.

Marinus Boezem (1934) staat bekend als een van de meest invloedrijke Nederlandse conceptuele kunstenaars van de afgelopen eeuw, naast Ger van Elk en Jan Dibbets. In de jaren zestig ontdekte Boezem het artistieke potentieel van ongrijpbare elementen als lucht, weer, beweging en licht, resulterend in een reeks spannende, intelligente en immateriële werken die niet zelden een poëtische en humoristische lading hebben.
Zijn werk ‘3 Seconds of Dutch Light’ uit 1976 biedt hiervoor een treffende illustratie. De meeste mensen zullen bij de term ‘Hollands licht’ denken aan 17e eeuwse schilderijen. Boezem gaf een meer conceptuele draai aan de term en stelde een vel lichtgevoelig fotopapier drie seconden bloot aan het Nederlandse licht, waarna hij het op een aluminium plaat monteerde. Drie volle seconden aan licht resulteren echter in een volledig monochroom zwart vel papier. De 17e-eeuwse schilders die en masse naar onze kust afreisden wisten misschien een representatie of interpretatie van het licht vast te leggen, maar het werk van Boezem vangt daadwerkelijk Hollands licht — als materiaal of ingrediënt, zelfs als het niet langer zichtbaar is voor de kijker.
Het idee staat centraal in de praktijk van Boezem, naast een nieuwsgierige verbeeldingskracht. Dat betekent dat hij in een veelheid aan materialen en disciplines werkt. In 2021 presenteerde het Kröller-Müller Museum zijn ‘shows’, gebaseerd op een reeks van vijftien tekeningen die hij tussen 1964 en 1969 maakte. Dit zijn in feite conceptuele blauwdrukken voor installaties die eventueel verwezenlijkt konden worden. Boezem stuurde ze op naar kunstinstellingen of presenteerde ze daar persoonlijk. Sommige concepten werden uitgevoerd, andere schetsen vonden voor het eerst een fysieke vorm in de tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum.Boezem wil kunst maken die dicht bij het leven staat, mede ook omdat musea niet altijd even goed investeren in hun relatie met (en relevantie binnen) de maatschappij. In 1969 was hij mede-initiatiefnemer van de rebelse en toonaangevende tentoonstelling ‘Op losse schroeven’ in het Stedelijk Museum. Een van de werken die hij tentoonstelde was ‘Beddengoed’, waarbij hij uit alle ramen van het museum kussens en lakens liet wapperen. Met een knipoog symboliseerde hij hiermee zowel een frisse wind door het museum als een herkenbare huishoudelijke traditie. Tegelijkertijd weet Boezem iets immaterieels zichtbaar te maken: een briesje. Bovendien vervaagt de kunstenaar hiermee de grenzen tussen de haast heilige museale ruimte en de publieke ruimte, en presenteert hij kunst als brug tussen het museum en de maatschappij.

Boezem zou later nog verschillende kunstwerken maken voor de publieke ruimte. Zijn ‘Groene Kathedraal’ in Almere werd verkozen tot het meest populaire buitenkunstwerk van Nederland — er worden zelfs huwelijksceremonies voltrokken. Het werk bestaat uit 174 Italiaanse populieren die samen de plattegrond vormen van de Notre-Dame kathedraal van Reims, op ware grootte. Een stukje verderop is precies dezelfde vorm weggehaald uit een bosrijk gedeelte waardoor de plattegrond van het bouwwerk opnieuw gevormd wordt, maar dan in de negatieve ruimte. De kathedraal is een terugkerend element in het oeuvre van Boezem en de kunstenaar grapte bovendien dat een nieuwe stad, verrezen uit de polder, een kathedraal verdiende. Andere terugkerende thema’s in zijn praktijk zijn bijvoorbeeld het heelal en cartografie.
Het conceptuele werk van Boezem is bovendien gerelateerd aan de arte povera van de jaren zestig en zeventig, een oorspronkelijk Italiaanse kunststroming waarin kunstenaars zich onder andere verzetten tegen de vercommercialisering van de kunstwereld. Enerzijds werden er materialen gekozen die geen financiële waarde vertegenwoordigden — zoals aarde of twijgjes — en anderzijds was de vaak vergankelijke of immateriële kunst van deze makers soms lastig te verhandelen als commercieel product. De stroming was buitengewoon invloedrijk, met belangrijke parallellen binnen andere internationale kunstuitingen uit die tijd; van land art en minimal art tot de conceptuele kunst.
Het werk van Boezem werd verder onder meer tentoongesteld in Museum Boijmans Van Beuningen, het MoMA, het Brooklyn Museum, het Van Abbemuseum, Kunsthalle Bern, het Museum of Contemporary Art in Chicago, het Hamburger Bahnhof en het Kyoto Municipal Museum of Art. Zijn werk werd verzameld door instituten als het MoMA, Museum Voorlinden, Kunstmuseum Den Haag, het Stedelijk Museum, Museum Boijmans van Beuningen en het Kröller-Muller Museum. Tijdens Art Rotterdam zal het werk van Marinus Boezem te zien zijn in de booth van Upstream Gallery.
Flor Linckens

Dearest Strangers: on the cyclical interaction between absence and presence
At Projections, the Antwerp gallery Fred & Ferry shows the video installation Dearest Strangers by the Belgian artist Lydia Hannah. She made the video installation on behalf of the Antwerp Hospital Network, intended for employees and patients. At first she was hesitant to accept the assignment, because her work has little to do with the medical world. Finally she decided to film the trees around her house 4 times a day for 4 seasons. It resulted in a film to the rhythm of nature. A subtle attempt to break through the dominance of efficient and purposeful action on the basis of the slow changes of the season and to escape from everyday reality.
Lydia Hannah, in full Lydia Hannah Debeer (1992), is a Belgian visual artist and musician. Her practice explores the spaces between image and sound. She creates immersive landscapes through video, music and live and recorded soundscapes. She subtly peels back the different layers of reality to show the cyclical interaction between absence and presence.
Gallery Fred & Ferry has been working with Lydia since the opening of the gallery in 2016, says Frederik Vergaert: “Initially, we invited her as ‘house sound artist.’ She was given the key and alarm code from the start and was free to come and go as she pleased; both during and outside regular opening hours.” The result was a presentation during the Antwerp Art Weekend in the form of a soundscape, as a video installation and a live performance. Lydia Hannah graduated from LUCA School of Arts in 2014 and obtained a postgraduate degree from HISK in 2016, both in Ghent. She is currently doing PhD research at PXL – Uhasselt on liminal states of mind and their sensory manifestations.

You made Dearest Strangers in 2021 for the employees and patients of Antwerp hospitals. Does the pandemic play a role in this work?
The invitation from Beatrijs Eemans, curator of the project, dates back to before the pandemic. At the time, she was working on ZNA Kunstenplatform, a contemporary art integration within ZNA. When the pandemic hit, the need for a space that would accommodate contemplation and interaction only increased.
What effect do you hope Dearest Strangers has on healthcare workers, patients and the general public?
I hope that viewers let themselves be carried away by the rhythm of nature and in this way come to a delay, a break from the daily and task-oriented. The film is certainly not exclusively ‘soothing’ across the board. Rather, it is a contemplation of the cyclical movement that we are all subject to and how it can affect our feelings, our health, our needs.
Conceptually, the work is quite far removed from the day-to-day activities in hospitals. Why did you choose to implement this idea in particular?
When asked to create a new work for a hospital, I hesitated. I did not see myself as being able to make a portrait about care or to make a specific therapeutic work. However, Beatrijs Eemans reassured me and made it clear that I would have complete artistic freedom. That I was free to interact with the infrastructure and employees or not.
The idea of taking the nature around our house as a subject was already brewing in the back of my mind before this assignment. The personal, fledgling connection – I had just moved from an urban to a forested area – with the trees that greet me every day and yet are foreign to me, as the new scientific discourse on the influence nature has on our health (even images of nature), propelled my fascination. Among other things, research has shown that spending time in a wooded area helps our body’s immune system by increasing the number and activity of disease-fighting cells. The number of NK (“Natural Killer” cells of the immune system) and the substances released by them are significantly higher on days when people are immersed in trees, and patients who have a view of trees or houseplants in their room have healed faster.
Watch Dearest Strangers, 2022 here
Your gallerist Frederik Vergaert states that your work expresses a ‘cyclical interaction between absence and presence’. Can you explain what he means by that?
It is rather by looking back at the works that I have already made that this fascination f has become clear to me, and yet I do not want to pin myself down to that. Now that I have started a PhD in the arts at PXL – Uhasselt on liminal states of mind and their sensory manifestations, I am grateful to be able to dive deeper into the investigative aspect of my work. I really like the concept of “the fertile void” that Julia Samuel coined: “In the movement between where we were and where we are heading, we need to allow space, time just to be, a time for not knowing: the fertile void”. It is this contradiction of standing still in order to move that fascinates me and has pushed me towards the visual arts. I myself am most grateful for those moments when the beauty, complexity, or power of a work of art, performance, or music has moved me so emotionally and physically that I have had no need to “understand” it intellectually. That the experience itself has already changed something and has brought about a wordless knowing.

You are also a musician; does that background affect your video work? For example, does this translate into a certain way of looking or a certain rhythm?
Because the way I make music has grown in parallel with my practice as an artist, I believe it’s a mutual influence. I have not had any formal training in music at a conservatory, for example, which means that this aspect has also grown very intuitively and is still growing. For a while music was mainly part of my work as a soundtrack to a video, but that is now growing more and more into an equal role. I often edit my videos to a certain rhythm, but I also compose my music in a very visual way.
How do you work and what does your studio look like?
How I go about it varies, but a certain sluggishness and a long run-up phase usually typical. The topics I choose and the way I approach them are very intuitive. Those rare moments when the puzzle suddenly fits are interspersed with long periods of watching, listening, reading and taking a step back.
My studio looks especially warm and cosy, it has always been that way. I remember that when I was at HISK, both colleagues and guest lecturers were always amazed at how ‘homely’ my studio was. It seems that I need that warmth in order to create. There are a lot of plants, a seat at the window that looks out at the trees, my harp, piano and some electronics and I have a high desk at the other window where I edit video and sound. On the wall hang some test images and sentences from books that reverberate or resonate with something I’m working on. I get a lot of inspiration from books, not directly, but in the form of suddenly recognizing something that I’ve been trying to articulate in images for a long time.

What are you currently working on?
I am currently working on the new work for Art Rotterdam and the next stop is the solo exhibition at Fred and Ferry in September. I may also show work again during Antwerp Art, at the invitation of Winnie Claessens, but that remains to be seen whether that is 100% certain. I also contribute to the soundtrack of Jana Coorevits’ new film matter on its dance through time, for which we went to Death Valley for 3 weeks before the summer to record. In the meantime, as I mentioned, I’m starting a PhD in the arts, so both creating new work by September and diving into my artistic research is what will keep me busy for the next few months.

By Wouter van den Eijkel

Dearest Strangers: over de cyclische wisselwerking tussen aan- en afwezigheid
Op Projections toont de Antwerpse galerie Fred & Ferry de video-installatie Dearest Strangers van de Belgische kunstenaar Lydia Hannah. Ze maakte de videoinstallatie in opdracht van het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen, bestemd voor de medewerkers en patiënten. Aanvankelijk twijfelde ze om de opdracht aan te nemen, want haar werk heeft weinig te maken met de medische wereld. Uiteindelijk besloot ze 4 keer per dag gedurende 4 seizoenen de bomen rond haar huis te filmen. Het resulteerde in een film op het ritme van de natuur. Een subtiele poging om aan de hand van de trage seizoenswisselingen de dominantie van efficiënt en doelgericht handelen te doorbreken en te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit.
Lydia Hannah, voluit Lydia Hannah Debeer (1992), is een Belgisch beeldend kunstenaar en muzikant. Haar praktijk verkent de ruimtes tussen beeld en geluid. Ze creëert immersieve landschappen door middel van video, live en opgenomen soundscapes en muziek. Op subtiele wijze pelt ze de verschillende lagen van de werkelijkheid af om langzaam de cyclische wisselwerking tussen af- en aanwezigheid te laten zien.
Gallerie Fred & Ferry werkt al sinds de opening van de galerie in 2016 met Lydia samen, vertelt Frederik Vergaert: “We hadden haar in eerste instantie uitgenodigd als ‘huis-geluidskunstenaar.’ Ze kreeg van bij het begin de sleutel en alarmcode en was vrij om te komen en te gaan wanneer ze maar wilde; zowel tijdens als buiten de reguliere openingsuren.” Het resultaat was een presentatie tijdens het Antwerp Art Weekend in de vorm van een soundscape, als een video-installatie en een live performance. Lydia Hannah studeerde aan het Sint-Lucas Gent en aan het HISK in Gent. Momenteel doet ze een promotieonderzoek bij PXL – Uhasselt naar liminale gemoedstoestanden en hun zintuigelijke manifestaties.

Je maakte Dearest Strangers in 2021 voor de medewerkers en patienten van de Antwerpse ziekenhuizen. Speelt de pandemie op de achtergrond een rol in dit werk?
De uitnodiging van Beatrijs Eemans, de curatrice van het project, stamt al van voor de pandemie. Zij was op dat moment aan het timmeren aan ZNA Kunstenplatform, een integratie van hedendaagse kunst binnen ZNA. Eens de pandemie begon werd de nood aan een ruimte die plaats zou maken voor contemplatie en interactie enkel groter.
Welk effect hoop je dat Dearest Strangers heeft op de zorgmedewerkers, patiënten en het bredere publiek?
Ik hoop dat kijkers zich laten meevoeren op het ritme van de natuur en op die manier tot een vertraging komen, een doorbreking van het dagelijkse en taakgerichte. De film is zeker niet over de hele lijn uitsluitend ‘rustgevend’. Het is eerder een contemplatie over de cyclische beweging waar we allemaal aan onder hevig zijn en hoe dat ons gevoel, onze gezondheid, onze noden kan beïnvloeden.
Conceptueel staat het werk redelijk ver af van de dagelijkse bezigheden in ziekenhuizen. Waarom koos je ervoor juist dit idee uit te voeren?
Wanneer de vraag kwam om een nieuw werk te creëren voor een ziekenhuis, aarzelde ik. Ik zag mezelf niet in staat om een portret te maken over de zorg of een specifiek therapeutisch werk te maken. Beatrijs Eemans stelde me echter gerust en maakte duidelijk dat ik volledige artistieke vrijheid zou hebben. Dat ik vrij was om net wel of niet in interactie te gaan met de infrastructuur en medewerkers.
Het idee om de natuur rondom ons huis als onderwerp te nemen, was al aan het broeien in mijn achterhoofd voor deze opdracht. De persoonlijke, prille band (ik was net verhuisd van een stedelijke naar een bosrijke omgeving) met de bomen die me elke dag begroeten en me toch vreemd zijn, als het nieuwe wetenschappelijke discours rond de invloed die natuur heeft op onze gezondheid (zelfs afbeeldingen van natuur), stuwde mijn fascinatie. Onderzoek heeft onder meer aangetoond dat tijd doorbrengen in een bosrijke omgeving het immuunsysteem van ons lichaam helpt door het aantal en de activiteit van ziektebestrijdende cellen te verhogen. Het aantal NK (“Natural Killer” cellen van het immuunsysteem) en de stoffen die door hen worden afgegeven, zijn aanzienlijk hoger op dagen dat mensen in bomen zijn ondergedompeld, en patiënten die zicht hebben op bomen of kamerplanten hebben in hun kamer sneller genezen.
Bekijk Dearest Strangers, 2022 hier
Jouw galeriehouder Frederik Vergaert stelt dat in jouw werk een ‘cyclische wisselwerking tussen afwezigheid en aanwezigheid’ tot uiting komt. Kan je uitleggen wat hij bedoelt?
Het is eerder door terug te kijken op werken die ik al gemaakt heb dat die fascinatie voor mezelf duidelijk is geworden, en toch wil ik me daar ook niet op vastpinnen. Nu ik ben begonnen aan een doctoraat in de kunsten bij PXL – Uhasselt rond liminale gemoedstoestanden en hun zintuigelijke manifestaties, ben ik dankbaar dat ik dieper kan duiken in het onderzoekende aspect van mijn werk. Ik houd enorm van het begrip “the fertile void” dat Julia Samuel in het leven heeft geroepen: “In the movement between where we were and where we are heading, we need to allow space, time just to be, a time for not knowing: the fertile void”. Het is die tegenstrijdigheid van stilstaan om in beweging te komen die me fascineert en me in de richting van de beeldende kunst heeft geduwd. Ikzelf ben het meest dankbaar voor de momenten waarop de schoonheid, complexiteit of kracht van een kunstwerk, voorstelling of muziek me zo emotioneel en fysiek heeft weten te vervoeren dat ik geen nood had om datgene intellectueel te ‘begrijpen’. Dat de beleving op zich al iets heeft veranderd en een woordeloos weten heeft teweeg gebracht.

Je bent ook muzikant; heeft die achtergrond invloed op je videowerk? Vertaalt zich dit bijvoorbeeld in een bepaalde manier van kijken of een bepaald ritme?
Omdat de manier waarop ik muziek maak parallel is gegroeid met mijn praktijk als kunstenaar, geloof ik dat het een wederzijdse beïnvloeding is. Ik heb geen opleiding in muziek gehad aan bijvoorbeeld een conservatorium, wat maakt dat ook dit aspect heel intuïtief is gegroeid en dat nog steeds groeit. Een tijd lang was muziek vooral deel van mijn werk in de functie van soundtrack bij een video, maar dat is nu meer en meer aan het groeien naar een evenwaardige rol. Vaak monteer ik mijn video’s in een bepaald ritmisch tempo, maar net zo goed componeer ik mijn muziek dan weer op een heel beeldende manier.
Hoe ga je te werk en hoe ziet je studio/werkplek eruit?
Hoe ik tewerk ga varieert, maar een zekere traagheid en lange aanloop zijn meestal typerend. De onderwerpen die ik uitkies en de manier waarop ik ze benader, dat gaat erg intuïtief. Die zeldzame momenten waarop de puzzel plotseling past worden afgewisseld met lange periodes van kijken, luisteren, lezen en afstand nemen.
Mijn atelier ziet er vooral warm en knus uit, dat is altijd zo geweest. Ik weet nog dat wanneer ik op het HISK zat, zowel collega’s als gastlectoren altijd verbaasd waren van hoe ‘huiselijk’ mijn atelier was. Het lijkt erop dat ik die warmte nodig heb om te kunnen creëren. Er staan veel planten, een zetel aan het raam dat uitkijkt op de bomen, mijn harp, piano en wat elektronica en heb een hoog bureau aan het andere raam waar ik video en geluid monteer. Aan de muur hangen enkele proefbeelden en zinnen uit boeken die nazinderen of resoneren met iets waar ik aan bezig ben. Ik haal veel inspiratie uit boeken, niet rechtstreeks, maar in de vorm van plots iets te herkennen wat ik al een tijd lang probeerde te articuleren in beelden.

Waar werk je op dit moment aan?
Momenteel werk ik aan het nieuwe werk voor Art Rotterdam en de volgende stop is de solotentoonstelling bij Fred en Ferry in september. Mogelijks toon ik ook tijdens Antwerp Art weer werk, op uitnodiging van Winnie Claessens, maar dat is nog even afwachten of dat 100% zeker is. Ook werk ik mee aan de soundtrack van Jana Coorevits haar nieuwe film matter on its dance through time waarvoor we voor de zomer 3 weken naar Death Valley zijn getrokken voor opnames. In de tussentijd ben ik, zoals ik reeds vermeldde, gestart aan een doctoraat in de kunsten, dus zowel het creëren van nieuw werk tegen september als het duiken in mijn artistiek onderzoek is wat me de komende maanden zal bezig houden.

Door Wouter van den Eijkel
During Art Rotterdam, NN group will present the NN Art Award for the seventh time: to a contemporary art talent with an authentic visual language and an innovative approach. NN Group has been a partner of Art Rotterdam since 2017 and has been awarding an incentive award every year since then. An annually changing jury of art professionals makes a selection of four promising talents, from which a winner is ultimately chosen. The conditions are clear: it concerns artists who have been trained in the Netherlands and who show their work during Art Rotterdam. NN Group will purchases one or more works from the nominees for its corporate collection. Last year, the NN Art Award (worth €10,000) was won by the Lithuanian artist Vytautas Kumža. We’ve interviewed him to find out what winning the prize has meant to him and how he has experienced the past period.

How did it feel to win the NN Art Award?
Vytautas Kumža: “Honestly, I was really surprised to win the NN Art Award. I had known work by other nominees for years and it was just great to be included in such an impressive group of artists and to present artworks together. I was the youngest of the group, so it felt great that the jury believes in me and sees the importance of continuing my practice — and that they are also supporting it with this award.”

What has the past year been like for you?
VK: “The past year has been really intense and productive. I had a busy season and many art fairs, new works were presented at June Art Fair in Basel, Art Dubai, Enter Art Fair, Unfair and I have ended the year with a solo exhibition in Vilnius. I feel like I did develop a new way of working last year even though it was quite a full year.
I have traveled quite a lot during the past year and every place I visit leaves an impression or aesthetic in my mind. In my work, I don’t photograph people, because I’m more interested in gestures that people leave behind. So what is happening and what I see around me certainly leaves traces that are later translated into my practice, sometimes in a more subtle or direct way.”

How did the works that you showed during Art Rotterdam come about? Do you follow a specific process?
VK: “The series of works that I presented in the NN Art Award booth was inspired by the imaginations of people, that were created as a result of the recent times and its stories-flooded screens; in which urban spaces were taken out of social relations. I have noticed in the world of the post, the new form of imagination was gaining momentum, but its contours were blurring. By rethinking various everyday processes, I constructed photographic and glass constructions of found objects and memories and created several possible scenarios that deceive the gaze and question the logic of its view of the viewer. With this confusing instability I ask the question: ”Can observation change the nature of things or give them a different meaning?”. While leaving visible “seams and edges” in multi-layered photographic plans in the same way as lead sealed glass pieces, I created seamless stained glass constructions. This transparent obstacle, between the print and the viewer, becomes an indicator that we are looking through one’s constructed ‘filter’ of vision.”

Are there any particular things you were able to achieve thanks to the prize money?
VK: “I was able to create and produce a lot of new artworks, so all the prize money was invested in that. There wasn’t even a question of where and when it should be spent, so I did it with confidence and I’m really glad I didn’t have to think too much about it, that I could just do it and see the result, which in the end I was happy about. In the past year I have started to experiment more with different ways of incorporating glass and combining it with other objects. I have also expanded my practice in a more sculptural way. And I’m glad that there were a lot of opportunities to present it last year. During Art Rotterdam 2023, some of the most recent works will be presented, followed later in the year by a solo exhibition at the Martin van Zomeren gallery.”

What is your ultimate piece of advice for young artists?
VK: “It’s a tough question because there isn’t one ultimate piece of advice, because everyone needs something different and has their own unique path. Although I would just say to just keep making work and to not stop, even if it sometimes seems impossible to do so. I believe that as an artist, you have to get used to ups and downs in every stage of your career. It’s just a matter of making your practice a part of your routine and taking it seriously, while being open to mistakes, accidents and suggestions.”
Interview by Flor Linckens
Tijdens Art Rotterdam reikt NN Groep voor de zevende keer de NN Art Award uit aan een hedendaags kunsttalent met een authentieke beeldtaal en een innovatieve invalshoek. NN Group is sinds 2017 partner van Art Rotterdam en reikt sindsdien ieder jaar een stimuleringsprijs uit. Een jaarlijks wisselende jury van kunstprofessionals maakt daarbij een selectie van vier veelbelovende talenten, waaruit uiteindelijk een winnaar wordt gekozen. De voorwaarden zijn helder: het gaat om kunstenaars die in Nederland zijn opgeleid en hun werk tonen tijdens Art Rotterdam. NN Group koopt daarbij één of meerdere werken van de genomineerden aan voor haar bedrijfscollectie. Vorig jaar werd de NN Art Award (t.w.v. €10.000) in de wacht gesleept door de Litouwse kunstenaar Vytautas Kumža. Wij interviewen hem om er achter te komen wat de prijs voor hem betekend heeft en hoe hij de afgelopen periode ervaren heeft.

Hoe voelde het om de NN Art Award te winnen?
Vytautas Kumža: “Eerlijk gezegd was ik echt verrast toen ik hoorde dat ik de NN Art Award had gewonnen. Ik kende het werk van andere genomineerden al jaren en het was geweldig om onderdeel te zijn van zo’n indrukwekkende groep kunstenaars, om onze kunstwerken samen te presenteren. Ik was de jongste van het gezelschap, dus het voelde geweldig om te horen dat de jury in mij geloofde en het belang inzag van het voortzetten van mijn praktijk – en dat ze die ook daadwerkelijk steunen middels deze prijs.”

Hoe is het afgelopen jaar voor jou geweest?
VK: “Het afgelopen jaar was heel intens en productief. Ik heb een druk seizoen gehad met veel kunstbeurzen. Mijn nieuwe werken werden gepresenteerd op June Art Fair in Basel, Art Dubai, Enter Art Fair en Unfair en ik heb het jaar afgesloten met een solo-expositie in Vilnius. Ik heb het gevoel dat ik vorig jaar een nieuwe manier van werken heb ontwikkeld, ondanks het feit dat het een behoorlijk vol jaar was.
Ik heb het afgelopen jaar veel gereisd en iedere plek die ik bezoek laat een bepaalde indruk of esthetiek achter in mijn gedachten. In mijn werk fotografeer ik geen mensen, omdat ik meer geïnteresseerd ben in de gebaren die mensen achterlaten. Wat er gebeurt in mijn omgeving en wat ik om me heen zie laat zeker sporen na, die later vertaald worden naar mijn praktijk, soms op een subtielere of juist meer directe manier.”

Hoe zijn de werken die je tijdens Art Rotterdam liet zien tot stand gekomen? Volg je een specifiek proces?
VK: “De serie werken die ik in de stand van de NN Art Award presenteerde is geïnspireerd door de verbeelding van mensen, het resultaat van onze recente tijd en met verhalen overspoelde schermen; waarbij stedelijke ruimtes uit sociale relaties werden gehaald. Ik heb gemerkt dat een nieuwe vorm van verbeelding in een stroomversnelling kwam, maar de contouren ervan vervaagden. Door verschillende alledaagse processen te heroverwegen, maakte ik fotografische en glazen constructies van gevonden voorwerpen en herinneringen en creëerde ik verschillende mogelijke scenario’s die de blik misleiden en de logica van de kijker in twijfel trekken. Met deze verwarrende instabiliteit stel ik een vraag: “Kan observatie de aard van dingen veranderen of ze een andere betekenis geven?”. Terwijl ik zichtbare ‘naden en randen’ achterlaat in meerlagige fotografische plattegronden — op dezelfde manier als met lood verzegelde glasstukken — heb ik naadloze glas-in-loodconstructies gemaakt. Dit transparante obstakel, tussen de afdruk en de kijker, wordt daarmee een indicator dat we door iemands zorgvuldig geconstrueerde en gefilterde gezichtsvermogen kijken.”

Zijn er bijzondere dingen die je dankzij het prijzengeld hebt kunnen bewerkstelligen?
VK: “Ik heb veel nieuwe kunstwerken kunnen maken en produceren, daar werd al het prijzengeld in geïnvesteerd. Ik hoefde niet van tevoren na te denken over waar en wanneer ik het moest uitgegeven, dus ik spendeerde het met vertrouwen en ik ben echt blij dat ik er niet te veel over na hoefde te denken. Dat ik het gewoon kon doen en het resultaat kon zien, waar ik uiteindelijk heel blij mee was. Het afgelopen jaar ben ik meer gaan experimenteren met verschillende manieren om glas te verwerken en het te combineren met andere objecten. Ik heb mijn praktijk ook uitgebreid op een meer sculpturale manier. En ik ben blij dat er veel kansen waren om het werk te presenteren afgelopen jaar. Tijdens Art Rotterdam 2023 worden enkele van mijn meest recente werken gepresenteerd, en later in het jaar heb ik een solo-expositie bij galerie Martin van Zomeren.”

Wat is je ultieme advies voor jonge kunstenaars?
VK: “Dat is een lastige vraag, want er is niet één ultiem advies, want iedereen heeft iets anders nodig en heeft zijn eigen unieke pad. Al zou ik gewoon willen zeggen: blijf werk maken en stop niet, ook al lijkt dat soms onmogelijk. Ik geloof dat je als kunstenaar moet wennen aan ups en downs in elke fase van je carrière. Het is een kwestie van je praktijk tot een onderdeel van je routine maken en het heel serieus nemen, terwijl je daarnaast open blijft staan voor fouten, ongelukken en suggesties.”
Interview door Flor Linckens
During Art Rotterdam, you will see the work of hundreds of artists from all over the world. In this series, we highlight a number of artists who will show remarkable work during the fair.

In his practice, the young French artist Kévin Bray explores the boundaries of various disciplines, such as video, (3D) photography, (digital) painting, computer graphics, animation, sculpture, graphic design and sound design. He then looks for ways to stretch these boundaries. The experiment plays a significant role in that. Bray then applies the implicit and explicit (visual) codes and rules of one medium to the other. How do they influence each other and how do they change the meaning of the artwork?

In his practice, Bray seems to refer in equal measure to art history, apocalyptic and dystopian stories and science fiction. He is also fascinated by fiction as a construct. When you watch a film, you often don’t realise how many factors have to come together perfectly to create a credible whole: from sound and art direction to visual language, camera work and special effects. Bray hopes to alert us to the fictional and deconstructed components in his work. He makes us aware of the underlying materials, manipulations and technologies that he has used to arrive at the end result. He mixes eerie and surrealistic elements and plays with the boundaries of the analog and the virtual. This creates a certain discomfort for the viewer, which makes for an exciting viewing experience. He uses both traditional techniques — including trompe l’oeil special effects from the world of cinema — as well as the most recent technologies.
Bray: “In my work I try to be a generalist of technologies, tools, and media. I believe that they are a language or at least an extension of it. I try to observe and learn from as many tools deriving from a diversity of systems, ranging from paintings, sculpting, writing, 3D modeling, filming, animating, composing, drawing methodologies and design to storytelling music making and sound design. Of course, I don’t master any of them but I try to understand and bridge all of those forms of language in unexpected ways, in order to encompass new realities and new perspectives on the shapes our narratives (social and political beliefs) are taking.”
His most recent works in “The Collective Shadow” consist of a series of sculptures, paintings and video projections that interact through different narrative techniques, to form a layered and hybrid multimedia installation.

Bray trained as a graphic designer at L’Ésaab in France, followed by a period at the design department of the Sandberg Institute and a residency at the prestigious Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. He has exhibited his work at the Palais de Tokyo in Paris, Foam Amsterdam, het HEM, the Dordrechts Museum and the K Museum of Contemporary Art in Seoul, among others. Bray made commissioned work for institutions including Kunstinstituut Melly and the Nieuwe Instituut.
During Art Rotterdam, the work of Kévin Bray will be on show in the booth of Upstream Gallery in the Main Section.
By Flor Linckens
Tijdens Art Rotterdam tref je het werk van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die bijzonder werk tonen tijdens de beurs.

De jonge Franse kunstenaar Kévin Bray onderzoekt in zijn praktijk de grenzen van verschillende disciplines, zoals video, (3D) fotografie, (digitale) schilderkunst, computer graphics, animatie, beeldhouwkunst, grafisch design en sound design. Vervolgens zoekt hij naar manieren om deze grenzen op te rekken. Het experiment speelt daarin een grote rol. Bray past de impliciete en expliciete (visuele) codes en regels van het ene medium vervolgens toe op het andere medium.Hoe beïnvloeden ze elkaar en hoe veranderen ze de betekenis van het kunstwerk?

Bray verwijst in zijn praktijk naar de kunstgeschiedenis, maar ook naar apocalyptische en dystopische verhalen en science fiction. Hij is daarnaast gefascineerd door fictie als construct. Als je naar een film kijkt dan heb je vaak niet door hoeveel factoren er perfect samen moeten komen om tot een geloofwaardig geheel te komen: van geluid en art-direction tot beeldtaal, cameravoering en special effects. Bray hoopt onsjuist alert te maken op de fictieve en gedeconstrueerde componenten in zijn werk. Hij maakt ons bewust van de achterliggende materialen, manipulaties en technologieën die hij heeft gebruikt om tot het eindresultaat te komen. Hij mixt griezelige en surrealistische elementen en speelt met de grenzen van het analoge en het virtuele. Er ontstaat op die manier een bepaald ongemak bij de kijker, wat weer zorgt voor een spannende kijkervaring. Hij maakt daarbij zowel gebruik van traditionele technieken — waaronder trompe l’oeil special effects uit de wereld van de cinema — als van de meest recente technologieën.
Bray: “In mijn werk probeer ik een generalist te zijn van technologieën, tools en media. Ik geloof dat ze een taal zijn, of op zijn minst een uitbreiding ervan. Ik probeer ze te observeren en te leren van zoveel mogelijk tools die voortkomen uit een veelheid aan systemen: variërend van schilderen, beeldhouwen, schrijven, 3D-modelleren, filmen, animeren, componeren, tekenmethodologieën en design tot het vertellen van verhalen en het maken van muziek en sound design. Natuurlijk beheers ik geen van deze vaardigheden, maar ik probeer al deze die vormen van taal op onverwachte manieren te begrijpen en te overbruggen zodat ik nieuwe realiteiten en perspectieven aan mijn werk toe kan voegen. Bijvoorbeeld in termen van de vormen die onze verhalen (onze sociale en politieke overtuigingen) aannemen.”
Zijn meest recente werken in “The Collective Shadow” bestaan uit een reeks sculpturen, schilderijen en videoprojecties die op elkaar reageren middels verschillende narratieve technieken en samen een gelaagde en hybride multimedia-installatie vormen.

Bray volgde een opleiding tot grafisch ontwerper aan L’Ésaab in Frankrijk, gevolgd voor een periode aan de designafdeling van het Sandberg Instituut en hij was artist-in-residence in de prestigieuze Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij toonde zijn werk onder meer in het Palais de Tokyo in Parijs, het HEM, Foam Amsterdam, het Dordrechts Museum en het K Museum of Contemporary Art in Seoul en hij maakte werk in opdracht voor Kunstinstituut Melly en het Nieuwe Instituut.
Tijdens Art Rotterdam is het werk van Kévin Bray te zien in de booth van Upstream Gallery in de Main Section.
Geschreven door Flor Linckens
We vroegen een aantal Rotterdamse kunstprofessionals en verzamelaars naar hun bijzondere tips. Enjoy your stay during Art Rotterdam like a local!

Mijn favoriete plek om te dineren in Rotterdam:
Moeilijk kiezen, maar op dit moment: Tensai Ramen.
Waar ik een Rotterdamse gast mee naartoe zou nemen voor een drankje in Rotterdam:
Ik zou ze natuurlijk naar Williams Canteen brengen, voor cocktails. En Kaapse Maria voor bier.
Mijn favoriete kunstruimte:
Nou, naast Kunstinstituut Melly, zeg ik Daily Practice in Rotterdam West.
Mijn buitenbeeld in Rotterdam:
De Franz West “Qwertz” waar ik elke dag langs loop.
Mijn secret spot die Rotterdam bijzonder maakt:
Ik kan de secret spot niet prijsgeven, maar hier is de nummer twee: Evermore.
Mijn favoriete plek om te dineren in Rotterdam:
La Pizza centrum of Louise petit restaurant.
Waar ik een Rotterdamse gast mee naartoe zou nemen voor een drankje in Rotterdam:
Wijnbar Le Nord of L’Ouest.
Mijn favoriete kunstruimte:
Museum Boijmans Van Beuningen, maar sinds de sluiting is het Depot de op één na beste.
Mijn favoriete buitensculptuur in Rotterdam:
Le Tamanoir van Alexander Calder (hoek Aveling en Venkelweg, Hoogvliet)
Mijn secret spot die Rotterdam bijzonder maakt:
Het is niet zozeer geheim, maar voor mij het mooiste plekje van Rotterdam; even door het Euromastpark wandelen, een koffie drinken bij Parqiet en richting de Erasmusbrug en de Veerhaven lopen.
Mijn favoriete plek om te dineren in Rotterdam:
Rotterdam barst van de leuke plekken om te dineren. Er is een restaurant voor elke stemming en tijd, maar ik kom altijd op dezelfde plekken terecht:
La Pizza (vongole, vongole, vongole), Tai Wu (zo leuk om op nummer te bestellen), Vislokaal Kaap (altijd bereid om een gerecht voor je te maken dat niet op de kaart staat)
Waar ik een Rotterdamse gast mee naartoe zou nemen voor een drankje in Rotterdam:
Mijn huidige favoriete ontmoetingsplaats is Amore Rotterdam, vooral vanwege hun caipirinha’s. Maar het is dit jaar verplicht om Café de Schouw in de Witte de Withstraat te bezoeken. Deze bar is de enige echte ‘Artist Bar in Rotterdam’, waar in de afgelopen decennia zoveel artiesten elkaar hebben ontmoet en nieuwe plannen hebben gemaakt. De Schouw gaat deze zomer dicht, dus laten we nog een keer feesten en nieuwe herinneringen maken die in toekomstige boeken/blogs/films over de bruisende Rotterdamse kunstscene terecht zullen komen.
Mijn favoriete kunstruimte:“
Brutus Rotterdam is een onconventionele ruimte voor kunst en meer, gehuisvest in een enorm oud pakhuis in het ruige havengebied van Rotterdam. Kunstenaar Atelier van Lieshout heeft een paradijs van 10.000 vierkante meter van artistieke nieuwsgierigheid en tentoonstelling gecreëerd om spannende, gevestigde kunstenaars en aanstormend talent te laten zien, die alle artistieke disciplines omarmen.
Mijn favoriete buitensculptuur in Rotterdam:
Aan de Heemraadssingel kreeg gerespecteerd kunstenaar Maria Roosen de opdracht een monument te maken voor schrijfster en dichteres Anna Blaman (1905-1960). Deze vrijgevochten schrijfster schreef openlijk over haar lesbische relaties. Blaman was een vooraanstaand schrijver van grote betekenis voor de LGTBQ+ gemeenschap in Nederland. In haar tijd was ze een opvallende figuur, een vrouw die op een enorme motorfiets reed, wat vrij ongewoon was. Maria Roosen koos deze motorfiets om Anna Blaman te herinneren, een beroep doend op noties van onafhankelijkheid, vrijheid, avontuurlijkheid.
Mijn secret spot die Rotterdam bijzonder maakt:
De historische tuin Schoonoord is een echte Geheime Tuin in hartje Rotterdam. Ik neem vaak een pauze van stadse drukte in deze prachtige tijdcapsule van een privétuin uit het begin van de 19e eeuw. De tuin in Engelse stijl bleef in particuliere handen tot 1973 toen de familie besloot deze open te stellen voor het publiek. Er werd een brug gebouwd en de oude landhuispoort werd op de brug gezet. Dit maakte het park moeilijk te herkennen als openbare plaats en het is tot op de dag van vandaag alleen bekend bij de lokale bevolking. In de tuin staan meer dan 1000 plantensoorten en in 2000 is het een rijksmonument geworden. Schoonoord is dagelijks geopend van 8.30-16.30 uur. (Please be mindful of the environment).
We asked Rotterdam-based art professionals and collectors for their special tips. Enjoy your stay during Art Rotterdam like a local!

My favourite place to dine in Rotterdam:
Hard to choose, but at this particular moment: Tensai Ramen.
Where I would take a guest visiting Rotterdam to have a drink in Rotterdam:
I’d take them to Williams Canteen of course. For cocktails, that is. Kaapse Maria for beer.
My favourite art space:
Well, beyond Kunstinstituut Melly I’m going to say Daily Practice in Rotterdam West.
My outdoor sculpture in Rotterdam:
The Franz West “Qwertz” that I walk past each day.
My secret spot that makes Rotterdam special:
I can’t give the top secret spot away, but here’s the runner-up: Evermore
My favorite place to dine in Rotterdam:
La Pizza centrum or Louise petit restaurant
Where I would take a guest visiting Rotterdam to have a drink in Rotterdam:
Wine bar Le Nord or L’Ouest.
My favourite art space:
Museum Boijmans Van Beuningen, but since it’s closed its Depot is the second best.
My favorite outdoor sculpture in Rotterdam:
Le Tamanoir by Alexander Calder (corner of the ‘Aveling’ and the ‘Venkelweg’, Hoogvliet)
My secret spot that makes Rotterdam special:
It’s not that secret, but to me the most beautiful spot in Rotterdam; just stroll through the Euromast parc, grab a coffee at Parqiet and walk towards the Erasmus bridge and de Veerhaven.
My favorite place to dine in Rotterdam:
Rotterdam is teeming with great places to dine. There’s a restaurant for every mood and time, however I always tend to end up in the same places:
La Pizza (vongole, vongole, vongole), Tai Wu (so much fun to order by number), Vislokaal Kaap (always willing to make you a dish that’s not on the menu)
Where I would take a guest visiting Rotterdam to have a drink in Rotterdam:
My current fave hangout is Amore Rotterdam, especially when it comes to drinking their caipirinhas; However: it is mandatory to visit Café de Schouw in the Witte de Withstraat this year. This bar is Rotterdam’s one and only Artist Bar, where sooo many artists met and made new plans over the decades. De Schouw is closing this summer, so let’s party one more time, and make new memories that will end up in future books/blogs/films about the vibrant Rotterdam art scene.
My favourite art space:
Brutus Rotterdam is an unconventional space for art and more, housed in a massive old warehouse in the rough harbour area of Rotterdam. Artist Atelier van Lieshout has created a 10,000-square-foot paradise of artistic curiosity and exhibition to show exciting established artists, up-and-coming talent, embracing all artistic disciplines.
My favorite outdoor sculpture in Rotterdam:
On Heemraadssingel, well respected artist Maria Roosen was commissioned to create a monument for writer and poet Anna Blaman (1905-1960). This free spirited writer wrote openly about her lesbian relationships. Blaman was a prominent writer of great significance for the LGTBQ+ community in the Netherlands. In her time, she was a striking figure, a woman riding a huge motorcycle, which was quite uncommon. Maria Roosen chose this motorcycle to remember Anna Blaman by, appealing to notions of independence, freedom, adventurousness.
My secret spot that makes Rotterdam special:
The historic garden Schoonoord is a true Secret Garden in the very center of Rotterdam. I often take a break from the urban hustle and bustle in this beautiful time capsule of an early 19th-century private garden. The English Style garden stayed in private hands until 1973 when the family decided to open it to the public. A bridge was built and the old manor gate was put on the bridge. This made the park hard to spot as a public place and it still is to this day only known by the locals. There are over 1000 plant species at the garden and it became a national monument in 2000. Schoonoord is open daily from 8.30-16.30. (Please be mindful of the environment)
During Art Rotterdam you will see the work of hundreds of artists from all over the world. In this series, we highlight a number of artists who will show remarkable work during the fair.

Moshekwa Langa was born in 1975 in the village of Bakenberg in South Africa, during the period of apartheid. Before he focused on the visual arts, he worked for the South African Broadcasting Corporation for a while. He also started experimenting with text, sculpture and sound recordings. In 1997 he was invited for a residency program at the Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Since then, the Dutch capital has been an important base for the artist. Later on, he completed residencies at the Thami Mnyele Foundation in Amsterdam and the Cité Internationale des Arts in Paris.
But it is his native village of Bakenberg that has always played an important role in his imagination. He returns there regularly and made his video work “Where do I begin” (2001) there, which was shown at the Venice Biennale in 2003, in Fondation Louis Vuitton in 2017 and until recently [early December 2022] in a retrospective at KM21 in The Hague. The artist’s key work is also part of the Tate Modern collection. The title refers to the song Love Story by Shirley Bassey. Langa only uses a snippet from the song and repeats it throughout the video. For four minutes we see people boarding a bus on a dusty road in Bakenberg, seen from the perspective of a small child. Langa deprives us of a narrative, we only see a series of anonymous legs. Yet the images provide visual information: perfectly ironed trousers next to worn-out shoes, a flowery skirt, an umbrella, an overflowing bag, stained clothing, a missing sock. The sentence “Where do I begin” suggests the beginning of a journey or a story. In combination with the repetitive movement, it says something about themes that recur frequently in Langa’s practice: travel, belonging, displacement, memories, identity, inclusion and exclusion, displacement and borders.

At the same time, the video implicitly speaks about the history of South Africa. During the apartheid regime, the National Party had allocated certain areas to black residents, the so-called homelands. That meant that many black residents had to travel great distances every day on their way to work. Bakenberg was not mentioned on any official maps during apartheid, a fact that thoroughly confused the artist when he first found out. It is therefore no coincidence that fictional and incomplete maps play a recurring role in his work. In a way, Bakenberg remains a static memory for Langa, yet he also reflects on contemporary developments in his native village, for example due to the rise of local platinum mining.
Langa’s practice is about living between different places, both in a physical and mental sense. He works in a multitude of media: from drawing and photography to video, collage and installation. The artist likes to experiment with different materials and uses salt, coffee, bills, paint, bubble wrap, pigments, cigarette butts, tape, Vaseline, cards, bleach, advertisements, corrugated iron, lacquer, plastic and natural charcoal. Language is also a regular feature in his practice. The artist also made a series of drag paintings that he dragged over the unpaved roads of Bakenberg to create a kind of abstract map of the area. Langa’s mostly abstract works are not infrequently marked by a thick texture: the artist layers the materials in the same way he layers meanings — which, incidentally, are not always easy to decipher. The titles of the works often resemble a riddle. Langa regularly applies the paint in puddles and will leave room for chance and free association. The viewer is also invited to associate freely.

Langa’s work has been part of the Biennials of Venice, São Paulo, Johannesburg, Berlin, Havana, Gwangju and Istanbul and has been included in the collections of MoMA in New York, M HKA in Antwerp and Tate Modern in London. Furthermore, Langa presented his work at Fondation Louis Vuitton and Fondation Kadist in Paris, the MAXXI (Museo nazionale delle arti del XXI secolo) in Rome, the New Museum and the International Center of Photography in New York, Center d’Art Contemporain in Geneva, Kunsthalle Bern, the Walker Art Center in Minneapolis, the ZKM Museum of Contemporary Art in Karlsruhe and Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.
During Art Rotterdam, Moshekwa Langa will show his work in the booth of Stevenson in the Main Section.
Written by Flor Linckens