Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Kunst wordt vaak tentoongesteld en ervaren in een vergelijkbare context: de kenmerkende witte muren van een galerie of museum. De iconische Van Nelle Fabriek, onderdeel van de UNESCO werelderfgoedlijst, valt dankzij zijn unieke architecturale karakter sowieso al buiten dit traditionele white cube-concept. Maar de beurs biedt daarnaast nog een extra mogelijkheid om kunst op een andere manier te ervaren: in de buitenlucht. Rondom dit historische gebouw worden tijdens Art Rotterdam meer dan 20 — vaak grootschalige — kunstwerken tentoongesteld. Zonder de grenzen van muren worden deze werken deel van hun omgeving, waardoor ze nieuwe betekenissen krijgen.
Atelier Van Lieshout (gepresenteerd door Galerie Ron Mandos)
Atelier Van Lieshout staat bekend om zijn multidisciplinaire praktijk, die zich beweegt op de grenzen van kunst, design en architectuur. Joep van Lieshout maakt regelmatig gebruik van industriële materialen om maatschappijkritische en provocerende thema’s te verkennen. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘Vulture’ (2022). De gier is een even imposant als weerzinwekkend dier. Als deze aaseter zich laat zien, is de dood nooit ver weg. Maar de gier is ook vindingrijk en vasthoudend, en een onmisbare schakel in het ecosysteem. Volgens Van Lieshout zijn kunstenaars vergelijkbaar met gieren. Ze vreten alles op wat ter inspiratie kan dienen, oud en nieuw, en worden met argwaan bekeken. Maar liever had Van Lieshout verzamelaars gezien als gieren: hongerig cirkelend rond weerloze kunst. De werken van Van Lieshout waren eerder onder meer te zien tijdens de biënnales van Gwangju, Venetië en São Paulo en maken deel uit van de collecties van Fondation Prada, FNAC, Museum Boijmans Van Beuningen en het Stedelijk Museum.

Baoyang Zhao (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
In het werk van Baoyang Zhao krijgen ontastbare fenomenen vaak een tastbare lading. Een geur, of een herinnering. De kunstenaar studeerde afgelopen zomer af aan de HKU en presenteert tijdens Art Rotterdam het werk ‘The Trace of a Ghost Walking along the River’ (2023-2024). Hoe voorkom je dat je schoenen nat worden als je langs de rivier loopt? Dit project gaat over het lichamelijk genot in afwezigheid van het lichaam. De kunstenaar verkent dit onderwerp in de context van hun ervaring als non-binair persoon. De liminaliteit van hun lichaam komt overeen met de belangrijke ervaring van genot, die zich alleen bevindt op de grens van land en water, toegeeflijkheid en beperking. We horen het gefluister van het genot onder het water, terwijl we weten dat het land is waar we op kunnen staan. We maken onze schoenen nat. We blijven hangen en lopen langs de rivier. Maar wat wordt nat als een geest langs de rivier drijft? Wat blijft er over in het lichamelijk genot wanneer het lichaam ontbreekt?
Jonas Dehnen (gepresenteerd door Pizza Gallery)
Met het werk ‘Pterion shelter, oder die dünnste Stelle des Schädels’ (2023) speelt Jonas Dehnen met het genre van de sculpturale tuinfolly. Een folly, in de architectuur, is een voornamelijk decoratief tuinbouwwerk dat door zijn uiterlijk een fictieve geschiedenis suggereert (bijvoorbeeld een nep-ruïneus kasteel of grot). Het werk van Dehnen kan worden gelezen als een sculpturaal voorstel voor een dilettante parkfolly in de vorm van een aluminiumfolie hoed, een zelfgemaakt beschermingsmiddel en een symbool van paranoia en samenzweerderig denken. Het bouwt voort op de visuele taal van de schilderijen en tekeningen van de kunstenaar, die al enkele jaren thema’s integreert zoals het schilderachtige landschap, kaarten van historische tuinontwerpen, automatons en hermitages. Deze ondergaan een subjectief onderzoek, geleid door de (on)mogelijkheden en het ‘cultureel geheugen’ van het materiaal. De sculptuur wordt vergezeld door een kunstenaarsboek met de titel ‘Fontanelle’, met een reeks tekeningen. De sculptuur is gedeeltelijk gemaakt van de platen die zijn gebruikt om het boek te drukken.
Joeri Woudstra (gepresenteerd door Nest)
Terwijl de februarizon haar korte boog over Rotterdam maakt, klinkt het werk van Joeri Woudstra melancholisch over het buitenterrein van de Van Nelle Fabriek. Woudstra, een multidisciplinaire kunstenaar en componist, toont tijdens Art Rotterdam werk uit zijn serie ‘Radiate’. Voor dit van speakers gemaakte kruis vermengde hij echo’s, samples en loops uit popmuziek met IPhone-opnames en opnames van tijdens zonsondergang uitgevoerde live performances.

Karin Kytökangas (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
“Ik zou willen dat de wereld zachter was”, bekent Karin Kytökangas (1991). De kunstenaar maakt schilderijen en sculpturen die met een dromerige beeldtaal pijnlijke machtsstructuren bevragen. Ze is specifiek geïnteresseerd in de spanning die ontstaat tussen macht enerzijds en kwetsbaarheid anderzijds. Om deze spanning te verbeelden gebruikt ze contrasten tussen zacht en hard. Zoals schilderkunst een kwetsbaar medium is dat toch hard kan zijn door een krachtige beeldtaal of een stevig inhoudelijk statement. De sculptuur The Long Haul (2023) die buiten de Van Nelle Fabriek staat is letterlijk iets zachts dat hard is geworden: een witte vlag is gefixeerd alsof de wind altijd waait. Dit werk gaat voor de kunstenaar om een verlangen naar vrede. Door vorm en inhoud met elkaar te laten contrasteren roept Kytökangas op tot overgave aan de realiteit en pleit ze voor vernieuwing.
Dré Wapenaar (gepresenteerd door NL=US Gallery)
Het oeuvre van de Nederlandse beeldhouwer Dré Wapenaar is nauw verbonden met de architectuur. Monumentale tentconstructies vormen hierin een terugkerende vorm, vaak als reactie op de stedelijke ruimte. Zijn ecologische werken hebben vaak een zeer specifiek doel en bieden ruimte voor de menselijke maat. Zo ontwierp hij onder meer een tent voor straatkrantverkopers en tenten rondom de dood en de geboorte. Hoe maken mensen gebruik van de openbare ruimte en weerspiegelt die ruimte diezelfde mensen? Wapenaar hoopt een dialoog te starten tussen burgers en de stad. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘TENTENDORP-HERZIEN’ (2007), een maatschappij in het klein. Wapenaar: “Je mag dit werk zien als mijn voorstel tot verstedelijking.”
Oscar Peters (gepresenteerd door C.o.C.A.)
Oscar Peters maakt voornamelijk grootschalige kinetische sculpturen. In zijn nieuwste werken verkent hij grootse en allesomvattende thema’s als verlies, rouw en woede. Tijdens Art Rotterdam toont hij het werk ‘The Gift of Fury’ (2024), waarin hij collectieve emoties onderzoekt als verdriet en vreugde, en de behoefte aan hoop in het licht van hedendaagse vervreemding. Dit wordt gedaan door elementen te integreren uit diverse culturen, rituelen en filmtradities. De installatie geeft je het gevoel dat je een alternatief universum binnenstapt en roept krachtige emoties op, geïnspireerd door de romantische en bijna sentimentele verbeeldingen van dood, verlies en rouw in pre-raphaëlitische schilderijen. Furie wordt geboren uit deze emoties: niet noodzakelijkerwijs een blinde woede maar eerder een gerichte razernij met een potent doel voor ogen, om te vernietigen of te creëren. Wanneer je het werk binnenstapt ben je niet langer toeschouwer, maar deelnemer in het scheppen van het ritueel; een gedeelde plek van rouw, een bijdrager aan het collectief genezen. Stichting Collectors of Contemporary Art (C.o.C.A.) bestaat uit een groep van acht verzamelaars van hedendaagse kunst. Zij hebben zich verenigd met als doel om het werk van jonge, veelbelovende kunstenaars in Nederland te stimuleren door het beschikbaar stellen van een jaarlijkse werkbeurs.

Marcel Mrejen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Glastuinbouw maakt in bestaand landschap een ander landschap mogelijk: in de polder zet je een kas neer om daarbinnen in een ander klimaat een gewas te verbouwen. Marcel Mrejen (1994) verzamelde geluiden uit kassen zoals het zoemen en brommen van ventilatoren, pompen en neonlichten om die uren aan audio aan een kunstmatige intelligentie te voeden, die er vervolgens een soundscape van maakte. De installatie ‘Cottagecore (Paradise Haunts Growth)’ (2022) laat die geluiden via negen speakers horen. Wat de installatie precies laat horen, daar heeft de kunstenaar geen invloed meer op. Ook de duur is onbepaald. De sculptuur is daarmee niet alleen een ruimtelijk gegeven, maar strekt zich ook over een tijdsperiode uit. De installatie laat soms een stem horen. Het is volgens Mrejen het bewustzijn van het algoritme dat de prijs van groei overpeinst: Hoe kunnen we technologie gebruiken om niet-uitbuitende relaties met de planeet te herstellen?
Geraldo Dos Santos (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
Geraldo Dos Santos, bekend vanwege zijn voorliefde voor narratieve complexiteit, introduceert ‘La Santeria de Mama’ (2023-2024), een reeks keramische sculpturen die samen een diepgaande poging tot culturele dekolonisatie vormen. Door de symbolische waarde van kaarsen te onderzoeken, ontrafelt hij zorgvuldig de hiërarchische systemen die verbonden zijn met de beïnvloeding van deze rituele objecten. Dit roept doordachte vragen op over de identiteit van mensen die meerdere migraties hebben hebben doorgemaakt. ‘La Santeria de Mama’ ontvouwt zich als een installatie vol verhalen, waarbij de kaarsen transformeren in een krachtige metafoor die de blijvende kracht van culturele identiteiten uit Latijns-Amerika symboliseert. Dit hegemonische fenomeen overstijgt conventionele kunstgrenzen en dient als een katalysator voor een parafictie. De levendige kleuren van de beelden verstoren eendimensionale verhalen, waardoor er ruimte ontstaat voor genuanceerde perspectieven. Ongemakkelijke waarheden die zijn ingebed in migratieverhalen worden blootgelegd door het ontmantelen van vooropgezette ideeën. Dit leidt tot een collectieve heroverweging van maatschappelijke structuren die hiërarchieën in stand houden op basis van afkomst en erfgoed.

Adriaan Rees (gepresenteerd door Livingstone Gallery)
Hoog in de lucht, op ruim 4 meter, torent een opvallende lila sculptuur op een metalen paal. Het polyester beeld is een vrouwfiguur, gebogen met een emmer in haar handen. Haar hoofd, bedekt met lange haren, is grotendeels verborgen in de emmer. De titel van het werk, ‘Screaming in a Bucket’ (2023/2024), is veelzeggend en komt voort uit een droom. In hun stand op de beursvloer toont Livingstone Gallery een bijzondere editie van dit werk in porselein met zilver. Rees, bekend om zijn veelzijdigheid in materialen, verdeelt zijn tijd tussen zijn atelier in Amsterdam en zijn eigen studio in Jingdezhen, China. Hij creëert niet alleen beelden en installaties, maar werkt ook aan grootschalige projecten, performances en sculpturen voor de openbare ruimte.
John M Robinson (gepresenteerd door A Modest Show)
De Britse kunstenaar John M. Robinson staat bekend vanwege zijn performance-schilderijen. Tijdens tarotlezingen en andere occulte of spirituele handelingen neemt hij nieuwe persona’s aan, die hij vervolgens in zijn schilderijen verweeft. Tijdens Art Rotterdam zal Robinson optreden in een bescheiden schuurtje buiten de Van Nelle Fabriek dat is versierd met afbeeldingen en voorzien van kijkgaten. Op gezette tijden zal hij hier een aantal tijdgebonden werken opvoeren.
Marieke Bolhuis (gepresenteerd door NQ Gallery)
Marieke Bolhuis toont een installatie van drie sculpturen: ’Starting point, YOU ARE HERE’ (2023). Bolhuis werkt intuïtief, voortbouwend op haar interesse in emoties, psychische toestanden en bewustzijn. In een voortdurende dialoog met vorm en materiaal, denkt ze door te doen. Deze drie sculpturen kunnen als zelfstandige sculpturen gezien worden maar vormen samen een krachtige installatie. Bolhuis: “Een leven met en in de natuur, uit de donkere aarde ontsproten. Het wonder dat uit die voedselrijke organische aardkorst de mooiste vormen en kleuren tot leven komen. Levensvormen, organismen, planten en dieren, die samenwerken en een ongelooflijk divers en rijk landschap hebben gecreëerd.” Het werk is een vervolg op ‘If we would all be plant’, dat vorig jaar op de beurs te zien was.

Cecilia Bjartmar Hylta (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds, courtesy diez gallery)
Infrastructuur en ruimtelijke ordening vormen voor Cecilia Bjartmar Hylta (1992) vaak het vertrekpunt voor nieuw werk. Ze is geïnteresseerd in de manier waarop we bewegen in de buitenruimte, in de eisen die structuren aan ons stellen en in de reacties die ze oproepen. In haar werk probeert ze publieke situaties na te bootsen om daarmee de onderliggende en vaak onzichtbare vormen en ideeën erachter te visualiseren. Voor de sculptuur ‘Van Nellefabriek’ (2023) verzamelde de kunstenaar stof uit het Distributiecentrum en perste die in een miniatuurvorm van de ruimte. Zo keert Bjartmar Hylta met haar sculptuur inhoud en vorm binnenstebuiten.
Art van Triest (gepresenteerd door MPV Gallery)
Controle is een belangrijk thema in het werk van Art van Triest: “Centraal in mijn werk staat de menselijke neiging om onze fundamentele angst met een systeem te bestrijden, grip te krijgen op de wereld om ons heen en onze behoefte aan controle te bevredigen. Mijn werk is een visueel onderzoek, waarin ik bevraag hoe dit systeem zich verhoudt tot de fysieke realiteit van de wereld om ons heen. Ik wil een visueel tegenwicht bieden aan de vereenvoudiging en standaardisering van onze omgeving. Ik zou willen streven naar een meer realistische positionering van de mens, waarin we ons completer kunnen verhouden tot de werkelijkheid”. ‘Lines’ (2023) is een reeks sculpturen die de balans tussen verschillende systemen onderzoekt. Het probeert contrasten weer te geven tussen mogelijke manieren om ons te verhouden tot onze omgeving. Gefocust op kracht en berekenende betrouwbaarheid of voortkomend uit een ontwikkelproces worden verschillende manieren van werken en denken in beeld gebracht.

André Kruysen (gepresenteerd door NL=US gallery)
André Kruysen brengt het werk ‘Dependent perspective (whale’s eye)’ (2023). Het werk van Kruysen heeft betrekking op daglicht en de structuur van de architectuur om hem heen. Hij maakt ingrepen in ruimtes die deze aspecten beïnvloeden. Deze ingrepen kunnen resulteren in zowel vrijstaande als met de ruimte versmeltende sculpturen. Zijn recentere complexe en chaotische vormentaal is een gevolg van de steeds complexere (visuele) cultuur waarin we leven. De zoektocht naar een persoonlijke balans hierin vindt zijn vorm in zijn werk. Temidden van zijn ontwrichtende ruimtelijke interventies zoekt Kruysen naar stilte: de rust die ontstaat door het heilige effect van daglicht. Deze tegenstrijdigheid vormt de basis van zijn sculpturen.

Olaf Mooij
De Rotterdamse kunstenaar Olaf Mooij heeft vooral bekendheid verworven met zijn autosculpturen in de openbare ruimte. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij ‘The Church of our Unbelieving Faith’. Deze ‘Kerk van ons Ongelovige Geloof’ is gehuisvest in een mysterieuze, kapelachtige structuur. In deze prachtige kapel val je van de ene verbazing in de andere. Eenmaal binnen moet je je ogen het werk laten doen. “Waar moet ik in geloven?” en “Wat wil ik geloven?” zijn vragen die bij je blijven na het zien van deze bijzondere objecten. Geloof je in de heiligheid van de technologie? Of geloof je dat de heilige koe leeft en gecreëerd is uit een auto-spermatozoïde? Is onze auto zo’n geweldige uitvinding? Is het niet beter om elektrisch verder te gaan? En aan wie vertrouwen we ons lot liever toe: de menselijke bestuurder of de zelfdenkende machine? Dit soort aspecten worden belicht in deze “Kerk”.

Thordur Hans (gepresenteerd door Rademakers Gallery)
In het werk van de IJslandse kunstenaar Thordur Hans staan het vertrouwde en het alledaagse centraal. Zijn werkproces bestaat grotendeels uit het observeren van interessante gebaren die je in het dagelijks leven tegen kunt komen. Deze gebaren ontwikkelen zich vervolgens tot kunstwerken in de vorm van herkenbare, subtiel aangepaste objecten of activiteiten, die een nieuw licht werpen op hun bestaan. ‘Venster I’ (2021) dient als een monument voor de dagelijkse vergeetachtigheid en terloopse apathie.

Ruud Kuijer (gepresenteerd door Slewe Gallery)
Ruud Kuijer is een Nederlandse beeldhouwer die bekend is geworden door zijn serie grote abstracte betonnen constructies aan de kade van het Amsterdams Rijnkanaal bij Utrecht, de zogenaamde ‘Waterwerken’. Kuijer heeft in de loop der jaren meerdere grote beelden met vlakke platen van beton of ijzer gemaakt die hangen, leunen, liggen of rechtop staan. In ‘Groot Staand Vlak’ uit 2022 steken een kokerprofiel en een pijp door een monumentaal staande, ijzeren plaat heen en houden deze visueel in evenwicht. Het platte vlak wordt tot onderdeel van een driedimensionaal geheel gemaakt. De voor- en de achterkant van de plaat krijgen een eigen identiteit. Je kan erom heen lopen om het sculpturale karakter te ervaren.
Willem Besselink (gepresenteerd door OMI Rotterdam en NL=US gallery)
De bebouwde omgeving van de stad, en de Van Nelle Fabriek in het bijzonder, bestaat uit een bijna oneindige hoeveelheid van structuren en systemen. Willem Besselink is gefascineerd door de interferentiepatronen die daarbij ontstaan, die hij visualiseert in zijn werk. Interferentiepatronen ontstaan wanneer twee of meer golven, zoals licht-, geluids- of watergolven, elkaar ontmoeten en combineren. De sculptuur ‘Doorzicht’ (2023) is één van de vele mogelijke visualisaties van die vele aanwezige structuren én draagt tegelijkertijd bij aan de verdere opeenstapeling, met de bijbehorende interferentiepatronen.

Martinus Papilaja (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Een graffitischrijver moet een herkenbare tag hebben, die toch niet herleidbaar is naar de persoon die de tag plaatst. Dat laatste is belangrijk omdat graffiti aanbrengen op de meeste plekken verboden is. Dat het werk van Martinus Papilaja (1988) nu aan een publiek wordt gepresenteerd terwijl toch duidelijk is dat hij de maker is, ziet hij als erkenning voor het specifieke ambacht van graffiti. Papilaja onderzocht wat de noodzaak of drang is van de graffiti kunstenaar om te schrijven en wat de invloed daarvan is op het handschrift. Voor hem is graffiti een ambacht dat door oefening en door het bestuderen van het werk van anderen kan worden geperfectioneerd. In zijn werk op Prospects kiest hij er bewust voor om met de vorm te experimenteren. Hij bespuit geen plat vlak, maar presenteert buiten de Van Nelle Fabriek drie sculpturen die zijn tag ruimtelijk neerzetten.
Sanne van Balen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Kan taal zich ook in een andere gedaante tonen? Die vraag loopt als een rode draad door het werk van Sanne van Balen (1994). In haar beeldende werk concentreert ze zich op de visuele ervaring van taal en als ze schrijft geeft ze beelden een stem. Voor haar werk op Prospects concentreerde Van Balen zich op de tong. Enerzijds is de tong de spier die taal vormgeeft en letterlijk creëert. Maar ‘tong’ staat ook voor taal die je spreekt, de taal van een volk. Die dubbele lading keert terug in het werk. Buiten de Van Nelle Fabriek ligt in het gras ‘Stem’ (2024), een rode, kronkelige sculptuur die wel iets weg heeft van zo’n fysieke tong. Met dit werk verbindt Balen taal met landschap. Want voor Van Balen is het landschap een taalkundige plaats die betekenissen uit de omgeving zowel vasthoudt als overbrengt.
Erik Buijs (gepresenteerd door Rutger Brandt Gallery)
Erik Buijs creëert geanimeerde figuren uit klei of was, waarbij hij bewust sporen van het beeldhouwproces achterlaat. Zijn kunstwerken dienen tot nadenken, dat niet alleen de nieuwsgierigheid prikkelt maar ook uitnodigt tot diepe gedachtes. Door de intrigerende mix van de grillige en kinderlijke verschijning van zijn figuren, gecombineerd met sombere ondertonen, belichamen de sculpturen van Buijs een eigenaardige maar krachtige aanwezigheid. Deze figuren, ogenschijnlijk speels maar met een vreemde eigenzinnige twist, bieden een uniek perspectief op de menselijke conditie. Binnen hun ogenschijnlijk eenvoudige vormen liggen lagen van diepte, die zowel gevoeligheid als eigenzinnigheid onthullen. Buijs verbindt op meesterlijke wijze de zwaarwichtige aspecten van menselijke emotie met de onschuldige essentie van de kindertijd. Hierdoor ontstaan sculpturen die op een emotioneel niveau resoneren met de toeschouwers, een kunstzinnige samensmelting die de gevoelige snaar van het menselijk gemoed weet te raken.
Samengesteld door Flor Linckens

Interview met Louise Delanghe
“Als schilderkunst de zee is, dan wil ik de ultieme surfer zijn.” Iedere beslissing en iedere afweging moet voor de Belgische kunstenaar Louise Delanghe (BE, 1994) zichtbaar zijn, want daarin schuilt voor haar de poëzie van een werk.
Delanghe geldt als groot schildertalent en in haar werk hopt ze van genre naar genre: van portretten ten voeten uit, tot werk op karton en van klassieke naakten tot werk met teksten erop. Pizza Gallery toont op Art Rotterdam een overzicht van werk dat Delanghe tot nu toe maakte. Daarnaast is er werk te zien uit haar nieuwste serie Weeping Wham die ze omschrijft als: “De ongrijpbare schoonheid van de kers op een veel te zoete slagroomtaart”.

Gefeliciteerd met je presentatie op Art Rotterdam. Wat kunnen we verwachten?
Bedankt! Kleur is het trekpaard in mijn werk, een obsessie, vreugde en beproeving tegelijkertijd. Het is het bindmiddel die de gelaagdheid aan verhalen en personages in mijn schilderijen met elkaar verbinden. Op Art Rotterdam wil ik dit graag accentueren met een eclectische mix uit verschillende periodes van mijn traject. Voor vele bezoekers zal het een eerste kennismaking met mijn werk zijn, het is mijn intentie een exciterend geheel neer te zetten op de beurs.
Is het een logisch vervolg op Boulevard Angel, jouw expo van eerder dit jaar bij Pizza Gallery, of ben je een nieuw project aangevangen?
Ik toon grotendeels recent werk, de reeks belichaamt een opeenvolging van staande figuren en bustes met een indringende tedere blik. Een tijd geleden viel mijn oog op een schilderij van William-Adolphe Bouguereau dat ik vond op internet, getiteld ‘The Little Shepherdess.
Naast zijn minder interessante Bijbelse taferelen heeft hij een leven lang gewijd aan het schilderen van vrouwelijke figuren, die allen eenzelfde specifieke uitstraling hebben. Een buitengewoon kwetsbare, romantische, mijmerende, melancholische, soms bezwerende expressie. Een soort rom-com “Avant la lettre”, een gevoel dat me in het dagelijks leven ook soms ongewild kan meeslepen, het raakte me.
De Little Sheperdess was de toorts die een hele waaier aan andere voorbeelden aan het licht bracht. Dit resulteerde in een nieuwe reeks schilderijen getiteld ‘Weeping Wham’. De ongrijpbare schoonheid van de kers op een veel te zoete slagroomtaart kan een omschrijving zijn van wat de toeschouwer te zien zal krijgen. Ik hoop dat de werken een zekere spitante breekbaarheid oproepen waarmee mensen zich kunnen identificeren.

Voor Boulevard Angel maakte je onder meer kleinere schilderijen op afvalhout. Waarom wilde je juist afvalhout gebruiken en is experimenteren met dragers iets dat je graag doet?
De schilderijen in de Boulevard Angel show zijn op drie verschillende plekken in Zuid-Frankrijk tot stand gekomen, het en plein air schilderen was voor mij een openbaring. Als kind heb ik een periode dichtbij Nuenen gewoond, het dorp waar Vincent van Gogh zijn aardappeleters schilderde. Vincent was mijn eerste aanraking met schilderkunst, daarom was het extra bijzonder om in de streek rond Arles te werken en in zijn zuiderse voetsporen te treden. De natuur doet je anders denken en handelen, het voelde niet juist aan om prefab doeken te kopen, het moest een drager worden die al een verleden had.
Zo stuitte ik op een handelaar in Saint-Andiol, een nogal ruig type. Hij kocht loten op in India waarvan de inhoud altijd een gok was. Een deel ervan waren handgemaakte meubels, objecten en curiosa met een koloniaal verleden, de rest waren hout residuen van gedeconstrueerde vervallen gebouwen, sommige nog met prachtig handgeschilderde motieven. De stukken hout waren geselecteerd op het formaat van mijn schildersezel zo ook het gewicht ervan aangezien alles het landschap mee moest ingedragen worden. Na wat onderhandelen, handje contantje, een beetje in ’t zak gezet geweest te zijn was het startschot gegeven.
Mijn gedachten gingen vaak uit naar al de impressionisten die in open lucht schilderden. Je bent onderhevig aan de weersomstandigheden, vooral de kracht van de mistral die in deze streek door het landschap raast heeft mijn richting een aantal keer op lachwekkende wijze bepaald. Ik moest sneller en anders gaan schilderen dan in een studio, in 1 beweging, een momentopname. Het toeval bracht me naar de drager of omgekeerd, en zo is het meestal.

Als ik je Instagram bekijk, dan lijkt je werk alle kanten op te gaan: van portretten ten voeten uit, tot werk op karton en van klassieke naakten tot werk met teksten erop. Is er volgens jou een rode draad te ontdekken in je werk?
Ik vermoed dat snel schakelen geworteld zit in mijn karakter, een hopper zoals ze zeggen. Onrust daalt over me heen als ik te lang visueel en verbaal eenzelfde richting bewandel, een gezonde dosis chaos dat zich doortrekt als ik aan ’t werkt ben. Als schilderkunst de zee is dan wil ik de ultieme surfer zijn, steeds zoekend naar de juiste golf in tijd en ruimte. Ik wil dat elk gebaar en moment van beslissing voelbaar is mijn schilderijen.

Waarom is juist dat belangrijk voor je?
Het is een gevoel waar ik zelf ook naar op zoek ben als ik voor een werk sta. Een onlosmakelijke toets die een beeld eigen maakt, net daar schuilt volgens mij de poëzie.
Je bent nu 29 en staat nog aan het begin van je carrière. Wat hoop je de komende vijf jaar te bereiken?
Ik ben ervan overtuigd dat als je iets gepassioneerd doet er altijd dingen ten gepaste tijde je pad kruisen. De komende vijf jaar blijf ik vooral mijn eigen koers volgen, overal waar de wind mijn werk heen blaast.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Sam Hersbach over het belang van vergaderruimtes en plinten voor zijn kunstenaarschap

“Er komt steeds meer van de werkelijkheid in mijn schilderijen”, zegt Sam Hersbach, de schilder die naam maakte met schilderijen waarop nog wel eens een draak of alien opdook. Voor zijn presentatie op Prospects vormde de vergaderruimte van het Mondriaan Fonds het vertrekpunt. Ook de Distributiehal waar Prospects plaatsvindt, figureert in een van zijn werken. Het zijn twee ruimtes die belangrijk zijn voor zijn kunstenaarschap. Zoals we van hem gewend zijn zet Hersbach de ruimtes naar zijn hand en nemen schimmen en planten de doeken over. Ook maakt Hersbach weer een plint onder de werken, volgens hem een goede manier om een extra laag informatie en fantasie toe te voegen aan het geheel.
Gefeliciteerd met je presentatie op Prospects. Wat krijgen we te zien?
Hartelijke dank! Op Prospects laat ik een serie schilderijen en een gegraveerde plint zien. Ik schilder de vergaderruimte van het Mondriaan Fonds na, ook maak ik een schilderij van de tentoonstellingsruimte van Prospects in de Van Nelle fabriek. Op basis van de digitale driedimensionale schets van het architectenbureau, verbeeld ik de Prospects-ruimte, voordat de ruimte is gerealiseerd.
Tevens maak ik een schilderij waarin ik deze ruimtes combineer met fantasievolle wezens, realistische zelfportretten, verschillende schaalaanduidingen – soms is iets 1 cm en de andere keer 10 kilometer -, afbeeldingen die ik gefotografeerd heb van een wilde zee en tekeningen van drones, periscopen, muggen en andere dieren. Ook gebruik ik zelfgemaakt pigment, bijvoorbeeld van gedroogde bloemen uit de tuin van mijn ateliergebouw, onkruid uit mijn straat of planten die een verbinding aangaan met de geschilderde ruimte.
Daarnaast komt er een plint onder de werken, een die meer wegvalt in de ruimte en gegraveerd is met tekeningen en teksten. Een extra laag ter communicatie, afbeelding en verbeelding.
Waarom besloot je een vergaderruimte te schilderen?
Normaliter beginnen mijn werken bij een concept en bouw ik het op uit verschillende lagen fantasie en realiteit; drones, onderzeeërs, diepzeedieren, verdwaalde mensen te midden van alienachtige megavlinders etc.
Bij de serie over vergaderruimtes is het startpunt een bestaande ruimte. Ruimtes die belangrijk zijn voor het kunstenaarschap en de tentoonstellingen. Mijn atelierruimte, expositieruimtes: ze huisvesten allemaal een eigen verhaal.
De ruimtes transformeren, er lopen wezens, en schimmen en planten nemen het doek over. Ze citeren invloedrijke omgevingen, voor mij of (kunst) in het algemeen. De vergaderruimte is zeer belangrijk geweest in mijn proces naar Prospects, het is een essentiële plek voor mijn deelname aan de tentoonstelling.
Tevens is dit de laatste keer dat Prospects in de Van Nelle fabriek te zien is. Het is een ruimte die al aan zoveel mensen een podium heeft geboden.

Je maakt tegenwoordig ook werken op plinten. Nu willen schilders in de regel graag steeds grotere doeken maken, maar dit is een bescheiden oppervlak. Hoe kwam je op dit idee?
De plinten zijn ontstaan uit de muurschilderingen die ik een aantal keer heb gemaakt. Ik kreeg de vraag om op zoek te gaan naar nieuwe dragers om verhalen te vertellen.
Een muurschildering is al een stuk meer verbonden met de architectuur dan een conventioneel schilderij. Het gaat op in de ruimte. Een plint is dan een vervolgstap. In een plint kun je bronvermeldingen schrijven, schetsen laten zien of titels graveren. Ten opzichte van een conventioneel schilderij is een plint een veel minder een dominante drager. Tevens is het een manier om een extra laag informatie en ‘fantasie’ toe te voegen aan het geheel.
Terugkerende thema’s in je werk zijn machtsverschillen en de hoogmoed van de mens als het gaat om technologische ontwikkelingen. Speelt dat ook nog een rol in je meest recente werk?
Mijn werk heeft zich door de jaren heen ontwikkeld en verdiept in meerdere thema’s. Technologische ontwikkelingen, zoals de door Nederland aangekochte Reaper Q9-drones voor onderzeeërs en genetisch gemodificeerde muggen, duiken op in mijn werken. Daarnaast speelt de verf een belangrijke rol. De emotie in de verf en schildertoets, de lichtinval en de gekozen pigmenten gaan een gesprek aan met de achterliggende verhalen.
Tussen de plint en het conventionele schilderij zit ook een machtsverhouding van informatieverschaffing en traditie in de kunst. De traditie van een geïsoleerd doek in een ruimte, het whitecube-idee van kunst, zeg maar, staat haaks op een element dat meer in de ruimte opgaat.
Ik vroeg me ook af: schuilt er achter die nadruk op machtsverhoudingen nog een breder verhaal dat je wilt vertellen?
De werken hebben lagen fantasie en lagen werkelijkheid: van conventionele fantasiefiguren tot figuren geïnspireerd op de werkelijkheid.
Per tentoonstelling verschillen de werken, de ene keer niet-bestaande berglandschappen, de andere keer gaan ze een verhouding met de tentoonstellingsruimte of prijs aan.
Om een voorbeeld te noemen, voor de Ary Scheffer-prijs (Samen met Afra Eisma en Niek Hendrix) in het Dordrechts Museum, heb ik werk gemaakt over de moeder van Ary Scheffer, Cornelia Scheffer-Lamme. Zij maakte prachtige werken, maar is helaas veel minder beroemd dan haar zoon. Ik had de eer en het geluk om werk over haar en haar zoon te maken, ter ere van Cornelia Scheffer-Lamme haar werk en moederschap/ouderschap in het algemeen. Ook mocht ik werk uit het depot halen en naast mijn werk hangen om zo een tentoonstelling te cureren.
Wat je werk ook typeert is een zekere relativerende humor. Waarom zet je dat vaak in? Mijn werk is net als een comedy, ernstig doch humorvol. Het is chaos verstopt achter vrolijke taferelen, prettige kleuren met angstige figuren. Er moet evenwicht in de werken zitten. Ze moeten tegelijk toegankelijk en afstotend zijn.
Volgens mij je beeldtaal de afgelopen jaren concreter en alledaagser geworden. Voorheen dook er wel eens een draak op in je werk, maar op de doeken die ik van de zomer zag, stonden onder andere Andre Hazes en een Face time-gesprek. Onderschrijf je die observatie en is er een reden voor dat je nu meer alledaagse onderwerpen schildert?
Er komt steeds meer van de werkelijkheid in mijn schilderijen. Het zijn zelfportretten, historische figuren, de zijn foto’s van mijn atelier en andere elementen ter inspiratie bestaan echt.
Andre Hazes was oorspronkelijk voor een tentoonstelling gemaakt ter ere van een transporteur die een groot Hazes-fan is. Ik heb een Hazes geschilderd, die voor de helft een berg is en zijn microfoon naar het heelal richt, alsof hij ruimtegeluiden wil opnemen. Klanken uit het grootse heelal, van ver weg van onze kleine aardbol.
Afgelopen jaar ontving je een beurs van het Mondriaan Fonds. Is er een project dat je hebt kunnen uitvoeren door de beurs, dat je anders niet had kunnen doen?
Als kunstenaar heb ik altijd de drive werk te maken met de middelen die ik heb, maar de Start-beurs van het Mondriaan Fonds geeft mij vrijheid om aan projecten te werken. Ik kon er niet alleen het materiaal van kopen, maar door de beurs kwam ik ook in contact met andere kunstenaars, en door de Prospects-tentoonstelling word je werk ook onder de aandacht gebracht.
Tevens helpt het schrijven van zo’n aanvraag je in te zoomen op je projecten en tot de essentie te komen. Deze beurs heeft mij enorm geholpen en is essentieel geweest in mijn onderzoek en ontwikkeling.
Je bent nu 28, hebt Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst al op zak, de Ateliers afgerond en afgelopen jaar ontving je een beurs van het Mondriaan fonds. Wat zijn je plannen voor de komende vijf jaar?
Graag richt ik mij op verdere inhoudelijke verbetering van mijn werk, met nog meer zelfgemaakte pigmenten en andere materialen. Daarnaast wil ik me richten op internationalisering, bijvoorbeeld door mij aan te melden voor residencies en in het buitenland tentoon te stellen.
Wat ik op De Ateliers heb geleerd, is dat je zo veel kunt leren van andere mensen van over de gehele wereld. Het was fantastisch om niet alleen verschillende tutoren te ontmoeten, maar ook de mede-participanten. Elke kunstwereld is anders, net als elke geschiedenis en ieder discours. Daarom wil ik mijn werk graag tonen in verschillende contexten en laten groeien door te leren van verschillende mensen en locaties.
Geschreven door Wouter den van Eijkel

Migrant Bird Space, een kunststichting en galerie die gevestigd is in Berlijn en Peking, presenteert op Art Rotterdam werk van Luo Yang. Deze kunstenaar werd in de jaren 80 geboren in de Liaoning provincie in China en haar werk is een unieke combinatie van zorgvuldig geënsceneerde portretten met een rauwe, onscherpe en snapshot-achtige look. Deze foto’s tonen de kracht, de kwetsbaarheid en het innerlijke leven van haar onderwerpen, veelal jonge mensen die opgroeien in een snel veranderend China. Ze portretteert deze jonge individuen op zo’n manier dat dat wat hen uniek maakt — hun stijl, uiterlijk, tattoos, eigenzinnige blik of persoonlijkheid — goed belicht wordt. Voor de kunstenaar vormt deze verdieping in het leven van anderen ook een manier om haar eigen leven beter te begrijpen. Haar werk heeft daarmee zowel een autobiografisch als een maatschappijbreed aspect. Sommige mensen, waaronder haar vrienden, volgde ze voor langere tijd waardoor er een bepaalde evolutie of groei zichtbaar wordt — een groei die haar eigen groei spiegelde. Daarnaast vereeuwigt ze vrienden van vrienden, vreemden die ze op straat tegenkomt of mensen die ze op het internet leerde kennen.
In haar centrale doorlopende reeks ‘GIRLS’ (2017-) legt Yang de nuances en complexiteit vast van het vrouw-zijn in het hedendaagse China, waarbij ze thema’s als jeugd, het naakte lichaam en vrouwelijkheid onderzoekt. Ze fotografeert daarvoor vrouwen uit verschillende generaties en van verschillende achtergronden. Deze vrouwen zijn kwetsbaar, maar ook zelfbewust en cool. Samen belichamen ze een cultuur die afwijkt van dominante conservatieve verwachtingspatronen en stereotypen. Het is daarbij belangrijk om op te merken dat het niet zozeer haar bedoeling is om hierin Westerse verwachtingen mee te nemen. In het Westen wordt kunst uit China bijvoorbeeld vaak bekeken vanuit een westerse ‘gaze’ (lens of blik), gebaseerd op bepaalde ideeën over hoe China en haar bevolking eruitziet. In een interview uit 2018 met METAL Magazine merkte de kunstenaar op dat “mensen in China mijn foto’s zien als een getrouwe weergave van het leven van meisjes, simpelweg zoals ze zijn. Terwijl mijn werken in het Westen onvermijdelijk worden geïnterpreteerd vanuit een politiek of feministisch perspectief, wat helemaal niet mijn bedoeling is.” Tegelijkertijd laten haar foto’s ook een rauwer en minder gepolijst beeld zien dan bijvoorbeeld de K-popsterren die over de hele wereld populair zijn, waaronder ook in China. In 2017, tien jaar nadat ze de serie startte, bracht Yang de monografie GIRLS uit.

Kenmerkend voor het werk van Yang is haar vermogen om een intieme band met haar onderwerpen op te bouwen. Deze connectie en empathie is duidelijk zichtbaar in haar gevoelige foto’s, waarbij de modellen vaak recht in de camera kijken: een directe, openhartige en haast wederkerige uitwisseling tussen onderwerp en fotograaf. Haar personages zijn niet zelden naakt, maar dat is niet iets waar de fotograaf zelf op aanstuurt, het is eerder het natuurlijke gevolg van de vertrouwensband die er ontstaat tussen de fotograaf en de geportretteerde. Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat deze mensen vaak thuis worden vastgelegd of op een andere plek die voor hen vertrouwd aanvoelt.
Yang gebruikt fotografie als een middel om gedeelde emoties, zorgen en levenservaringen vast te leggen en dat verleent een bepaalde dubbelzinnige diepte haar beelden die niet meteen te duiden is. In een interview met IGNANT verklaarde Yang in 2016: ”Door hen te fotograferen, begreep ik hun leven beter en werd mijn eigen wereld ook groter en breder. We hebben misschien verschillende waarden en wereldbeelden, maar wat we gemeen hebben is een bepaalde inherente kwetsbaarheid en moed. We komen de wereld met oprechtheid tegemoet.”
Voor haar recentere serie ‘Youth’ (2019-) legt Yang de focus op jongere generaties, die opgroeien in een globaliserend (en nog sneller veranderend) China. In deze reeks onderzoekt ze gender, identiteit en de persoonlijke groei van mensen die zijn geboren in de jaren 90 en vroege jaren nul. Yang’s portretten bieden een zeldzaam kijkje in de levens van deze jongeren: niet alleen jonge vrouwen, maar ook jonge mannen en jonge genderfluïde en transgender mensen. Ze stelt daarmee vragen over heersende gendernormen en toont een bepaalde diversiteit onder jonge Chinese mensen.
Yang studeerde grafisch ontwerp aan de Lu Xun Academie voor Schone Kunsten in Shenyang en in 2022 startte ze aan het Cité internationale des Arts residentieprogramma in Paris. De kunstenaar verdeelt haar tijd nu tussen China en Europa. Ze stelde haar werk wereldwijd tentoon en werd in 2012 door niemand minder dan Ai Weiwei geroemd als een van de “rijzende sterren van de Chinese fotografie” (in een interview met Statesmen). Kort daarna toonde Yang haar werk in zijn groepstentoonstelling ‘FUCK OFF 2’ (2013) in het Groninger Museum. In 2018 werd ze door BBC opgenomen in de ‘100 WOMEN’ lijst en een jaar later werd ze genomineerd voor een C /O Berlin Talent Award en sleepte ze een Jimei x Arles Women Photographer’s Award in de wacht. Op dit moment is haar werk ook te zien in de tentoonstelling ‘NUDE’ in Fotografiska in Berlijn.
Het werk van Luo Yang is tijdens Art Rotterdam te zien bij Migrant Bird Space in de Solo/Duo sectie.
Geschreven door Flor Linckens

Van figuratief naar abstract en weer terug; het is een stap die niet veel kunstenaars maken. De Nederlandse kunstenaar Mirthe Klück ziet het onderscheid niet echt, ze maakt zowel abstracte schilderijen als figuratieve sculpturen. “Uiteindelijk zit je naar samengeplakte deeltjes te kijken die een gevoel of een gedachte oproepen, of dat nu in een herkenbaar figuurtje is gegoten of niet.” Het zorgt voor een veelzijdig oeuvre dat voorkomt uit Klücks eigenzinnige observatie van alledaagse dingen. Van een gummibeertje en een uitgespuugd kauwgompje tot de wikkel van een chocoladepaashaas. “In al deze werken onderzoek ik hoe laagjes materie op elkaar inwerken om een oppervlakte te maken die zowel evident als vreemd aandoet.” Op Art Rotterdam brengt FRED&FERRY Gallery een overzicht van het werk van Mirthe Klück.
Gefeliciteerd met je presentatie op Art Rotterdam. Wat kunnen we verwachten?
Dankjewel! Ik vind het heel tof dat ik een uitgebreid overzicht kan laten zien van mijn werk op een beurs met FRED&FERRY Gallery. Ik ga een combinatie tonen van meer abstracte doeken en figuratieve keramieksculpturen. Deze bevatten allemaal herkenbare motieven en materialen uit mijn dagelijkse leven die door mijn vertaling iets verwonderlijks en vervreemdend krijgen. Hierbij laat ik mij leiden door schildertechnieken en keramiekglazuren die ik vanwege formele redenen interessant vind, dus de manier waarop het beeld is gemaakt van inhoudelijk belang is.
Aan wat voor herkenbare motieven en materialen moet ik denken?
De keramieksculpturen zijn bijvoorbeeld uitvergrotingen van een gummibeertje en gekauwde kauwgompjes. Toen ik vorig jaar in Italië een roze uitgespuugd kauwgompje op een rozig marmeren beeld zag liggen, zag ik ineens de sculpturale kwaliteiten van zo’n vorm. Wanneer je kauwgom kauwt maak je eigenlijk een soort mal van je gebit. In mijn schilderijen kies ik textielsoorten zoals vitrages, tapijtstramienen en zonneschermen als drager.

Soms voeg ik zelfs bijna niks toe aan een stof maar verwerk ik het door het te scheuren en zo een compositie te maken, of gewoon door het alleen op te spannen. Dit alles klinkt dit misschien uiteenlopend, maar in al deze werken onderzoek ik hoe laagjes materie op elkaar inwerken om een oppervlakte te maken die zowel evident als vreemd aandoet.
Zie je de presentatie als een logisch vervolg op eerder werk of ben je de afgelopen tijd een andere weg ingeslagen?
Deze presentatie is eigenlijk een vervolg op mijn solotentoonstelling ‘Moon White Rabbit’ die ik eind 2021 bij FRED&FERRY heb getoond, omdat dit het eerste moment is geweest dat ik zowel schilderijen als keramiek heb laten zien. Al jaren maak ik tweedimensionale werken die reageren op het medium schilderkunst. Mijn eerste keramieksculptuur ‘Blue Moon’ (2021) vindt zijn oorsprong in zo’n conceptueel werk, namelijk de zeefdruk op aluminiumfolie ‘I’ll be your mirror’ (2018).

Voor dit laatstgenoemde werk heb ik een verpakking met daarop een schilderend paashaasje uitvergroot. Het sculptuur is de uitvergroting van het chocolaatje zelf. Ik vond keramiek toepasselijk vanwege de overeenkomstige eigenschappen van chocola en gietklei, zoals de romigheid en hoe gemakkelijk ze beiden bewegen tussen vloeibare en vaste fasen. De titel verwijst naar het glazuur: het groenblauwe Jun glazuur is een soort celadon dat in China refereerde naar het jade gesteente en ‘The Jade Hare’ is een folklore gebaseerd op de formatie van vlekken op de maan in de vorm van een haas. Van het Jun glazuur wordt ook wel gezegd dat de moleculen in het glazuur vergelijkbaar zijn met de deeltjes in de lucht die zorgen voor de Rayleigh verstrooiing, waardoor onze lucht zo oneindig blauw lijkt.

Op deze manier komt een glazuur dichterbij het natuurlijke fenomeen dan wat verf alleen kan nabootsen. Vorige winter heb ik mij tijdens een werkperiode bij het EKWC verder gefocust op keramiek. Vanuit dit proces zijn een aantal sculpturen ontstaan die ik op Art Rotterdam ga laten zien in combinatie met schilderijen die zijn beïnvloed door dit proces.
Ik vroeg me af: je werkte eerst abstract, later ben je ook figuratief gaan werken. Normaal gesproken is dit een grote omslag in iemands werk, maar ik kan me voorstellen dat voor jou het verschil tussen abstract en figuratief niet zo groot is. Klopt dat?
Dat klopt, ik zie er geen wezenlijk verschil tussen. Uiteindelijk zit je naar samengeplakte deeltjes te kijken die een gevoel of een gedachte oproepen, of dat nu in een herkenbaar figuurtje is gegoten of niet. Ik gebruik figuratie meer om bepaalde vormen, kleuren en associaties te kunnen introduceren. Toch ben ik wel kieskeurig in welke figuren ik wel en niet gebruik, want het moet net genoeg geven zonder narratief of expressief te worden.

De meeste mensen zullen je werk kennen van Horses uit 2021, daarin zien we foto’s van het hippische onderdeel Springen (show jumping) op de Olympische Spelen van 2012. Alleen maakte je de foto’s niet in het stadion, maar voor de tv met je telefoon. Hoe ontstond dit idee? Waarom besloot je het zo aan te pakken en niet bijvoorbeeld voor stills te kiezen uit een opname?
Het idee ontstond heel intuïtief; ik pakte gewoon mijn telefoon erbij toen ik op zo’n lome zomerdag de Olympische Spelen zat te kijken, nieuwsgierig naar of ik zo’n zwevend paardje boven die artistieke hindernissen kon vastleggen met al die grafische logo’s in de hoeken van het beeld. Toen zag ik dat mijn toenmalige telefoontje het heel mooi vertaalde. De verzadiging van de kleuren en het heel plaatselijk scherpstellen maakten het een soort hedendaagse impressionistische miniatuurschilderijtjes die me deden denken aan Muybridge, Degas, cowboystrips en games als Zoo Tycoon.
Ze benadrukken ook de absurditeit van zo’n evenement. Ergens op de wereld moeten die paarden in een hele kunstmatige omgeving over een soort sculpturen springen; dit wordt vastgelegd door allerlei apparatuur; dat komt met golven via satellieten op onze tv-schermen in een live-uitzending, en dan heb ik enigszins het gevoel dat ik erbij ben geweest.

Sinds 2012 is deze tendens om via schermen te ervaren alleen maar heftiger geworden. Door het maken van de foto’s en af te drukken in een boek voeg ik nog meer lagen toe aan mijn subjectieve ervaring. Het was overigens nog best lastig om de esthetische kwaliteit van mijn lichtgevende telefoonscherm op papier te krijgen. Daarom bestaan de pagina’s uit het boek uit digitaal ontwikkelde foto’s, omdat bij c-prints ook gebruik wordt gemaakt van de RBG-kleurstelling en veroorzaken lagen van chemicaliën die over elkaar heen liggen de kleur. Vergelijkbaar eigenlijk met een schilderij, of keramiekglazuur.
Je hebt een goed oog voor ogenschijnlijk onbelangrijke details en je werk heeft een zekere lichtheid/humor, mede daarom wordt het wel eens vergeleken met dat van Daan van Golden. Is hij inderdaad een van je voorbeelden? Wie zijn de anderen?
Daan van Golden is inderdaad mijn grootste voorbeeld sinds ik in 2014 heel blij zijn tentoonstelling in het GEM verliet. Ik dacht, als kunst dit teweeg kan brengen, dan hoop ik dat mijn werk dat ook ooit kan doen voor iemand. Er zijn allerlei kunstenaarspraktijken en werken die ik goed vind, zoals bijvoorbeeld van Lily van der Stokker en Klaas Kloosterboer, maar ik ben nog geen kunstenaar tegengekomen aan wie ik mij zo verwant voel als aan Daan van Golden. Dat komt dus vooral door dat gevoel dat ik van zijn werk krijg, terwijl ik zijn werk niet eenduidig kan uitleggen. Het is een soort basaal gevoel van begrip. Ik moet zeggen dat ik die fascinatie, of misschien wel obsessie, sinds een paar jaar een beetje heb losgelaten, want ik moet toch ook verder met mijn eigen leven. Maar ik denk dat we een vergelijkbare manier van waarnemen hebben.
Die speelsheid in je werk moet anderen ook opvallen. Wat is het leukste compliment dat je ooit over je werk hebt gehad?
Goh, ik kan lastig kiezen wat dan het leukste compliment zou zijn. Ik vind het persoonlijk het meest bijzonder als ik complimenten krijg van andere kunstenaars, of als mensen een soort persoonlijke band krijgen met mijn werk. Daarvoor hoeven ze het niet per se thuis aan de muur te hebben hangen. Een keer bijvoorbeeld liet iemand die ik toen nog niet kende, zien dat hij een schilderij van mij als schermafbeelding had op zijn telefoon. Maar het is altijd interessant en grappig om te zien hoe mensen reageren op mijn werk. Ik krijg vooral vaak te horen dat mensen mijn werk willen aanraken, terwijl ik daar niet bewust per se op uit ben.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
In januari initieer ik ook een groepstentoonstelling bij FRED&FERRY in Antwerpen, genaamd ‘Mountain Friends’. Voor deze tentoonstelling selecteer ik specifieke werken van Daniele Formica, Kaï-Chun Chang, Maja Klaassens en Nishiko, die resoneren met werken van mij. Al deze werken zijn poëtische vertalingen van alledaagse objecten en elementen. Globaal gezien gaat deze tentoonstelling over het illusoire verschil tussen dat wat natuurlijk en kunstmatig is.
Ook ben ik bezig met het voorbereiden van de residentie die ik in de zomer ga doen, namelijk de Creative Residency Arita in Japan, ondersteund door het Mondriaan Fonds. Het dorpje Arita is internationaal bekend om haar expertise van porselein, een materiaal dat superlastig is om mee te werken. Hier heb ik echt heel veel zin in. Ik probeer op dit moment wat Japans te leren en ik ben veel bezig met keramiek en de technieken die ik heb geleerd bij het EKWC te implementeren in mijn studio. Na januari ga ik meer theoretisch onderzoek doen naar de Japanse cultuur en keramiek.
Geschreven door Wouter van den Eijkel

AKINCI presenteert op Art Rotterdam werk van Lungiswa Gqunta. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar onderzoekt in haar praktijk de ongrijpbare wereld van dromen. Ze beschouwt deze dromen als een plek waar belangrijke kennis opgedaan kan worden die op andere plekken over het hoofd gezien of buitengesloten wordt. Haar werk was onlangs ook te zien tijdens de Liverpool Biennial, in Fondazione Sandretto Re Rebaudengo in Turijn en in het Centraal Museum in Utrecht en ze werd eerder dit jaar geselecteerd om een proposal in te dienen voor op de beroemde High Line in New York.
In haar multidisciplinaire praktijk, die onder andere performance, installatie, beeldhouwkunst en grafiek omvat, vraagt ze aandacht voor de complexe en voortdurende manieren waarop kolonialisme en het patriarchaat het hedendaagse politieke, culturele en sociale landschap van Zuid-Afrika bepalen — en tot op de dag van vandaag systematische ongelijkheid creëeren. Ze belicht daarbij onder andere Afrikaanse systemen van kennis en geloof die tijdens het apartheidsregime structureel buitengesloten werden.

In haar meest recente werk onderzoekt Gqunta het concept van slaap en dromen vanuit haar Xhosa-erfgoed. Dromen vormen voor de kunstenaar een verbinding met haar voorouders en daarmee een plek waar kennis opgedaan kan worden. Haar multizintuiglijke en gelaagde werk is geïnformeerd door deze droomwereld en verkent thema’s als landschap, geweld, verzet, collectieve genezing, identiteit, vrouwelijke kracht, de huiselijke ruimte, tradities en rituelen, geschiedenis en collectief geheugen, privilege, globalisering en kapitalisme. Terugkerende materialen in haar werk zijn materialen die in een andere context of vorm ook als wapen zouden kunnen dienen, zoals glas, beton, prikkeldraad en specifieker: het meer agressieve scheermesdraad. Het zijn symbolische en emotioneel beladen materialen die verwijzen naar de townships, die tijdens de apartheid voorbehouden waren aan de zwarte inwoners van Zuid-Afrika. Gqunta maakt in haar werken ook regelmatig gebruik van lakens, die verwijzen naar een herkenbaar ritueel: het verwerken van de was en het vouwen van de lakens, traditioneel een moment waarop er kennis gedeeld werd tussen de vrouwelijke leden van haar familie, maar tegelijkertijd een potentieel moment voor geheime besprekingen en verzet tijdens de apartheid.

Haar solotentoonstelling ‘Sleep in Witness’ die dit najaar te zien was AKINCI was eerder in een andere vorm ook te zien in het Henry Moore Institute in Leeds. In beide tentoonstellingen was een deel van de vloer bedekt met gebarsten klei en zand, zorgvuldig gevormd door de voeten van de kunstenaar. Als kijker werd je gedwongen om er over heen te lopen om de tentoonstelling te kunnen betreden, waardoor je de instabiliteit voelde onder je voeten. In combinatie met blauwe structuren van transparent, handgeblazen glas — die doen denken aan rotsen of water — vormden ze de site-specifieke installatie ‘Zinodaka’. Het videowerk ‘Rolling Mountains Dream’ in de tentoonstelling verwees naar het herinneren en leren uit dromen. En de werken ‘Instigation in Waiting I & II’ refereerden aan de manieren waarop koloniale onderdrukkers nieuwe plantsoorten introduceren en bestaande soorten verwijderen, een traditie die in een andere vorm voortleeft in serres en botanische tuinen.

Haar zaalvullende installatie ‘Ntabamanzi’, die bestaat uit golvend prikkeldraad gewikkeld in helderblauwe stof, was afgelopen zomer te zien in het Centraal Museum. Het grootschalige werk verwijst naar het reclaimen van helende waterrituelen die verboden werden tijdens het apartheidsregime, maar het daagt de kijker ook uit om na te denken over vrijheid van beweging in een ruimte — en hoe dat niet vanzelfsprekend is voor iedereen. De naam is een samenvoeging van twee woorden uit het Xhosa: ntaba (berg) en manzi (water) en de installatie werd geboren in een droom van de kunstenaar. Gqunta werkte vervolgens maandenlang aan de uitwerking van het werk, waarna alleen de scherpe delen nog uitsteken.
Gqunta durft te schuren en installaties te creëren die voor ongemak en confrontatie zorgen in witte kijkers, terwijl andere werken juist zorg dragen voor de mentale gezondheid van Zwarte kijkers. Ze vindt het belangrijk dat bepaalde gesprekken gevoerd worden, hoe ongemakkelijk ze ook mogen zijn. In een video voor het Henry Moore Institute stelt ze: “Ik zie het alsof je iemand strikt in een gesprek. Niemand gaat vrijwillig naar een moeilijke plek, dus je zult hen echt binnen moeten slepen. Idealiter volgt mijn werk mensen op de een of andere manier naar huis, waar ze het niet kunnen loslaten. [Sommige van mijn andere] installaties zijn juist het tegenovergestelde, die gaan over rust en opladen.”

Gqunta studeerde beeldhouwkunst aan de Nelson Mandela Metropolitan University in Port Elizabeth, gevolgd door een master aan de Michaelis School of Fine Arts in Kaapstad. Ze rondde onder meer residenties af aan de prestigieuze Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, Gasworks in Londen en Dumbarton Oaks in Washington DC, een onderzoeksinstituut, bibliotheek en museum dat is verbonden aan Harvard University. Ze woont en werkt tegenwoordig in Kaapstad. Haar werk was onder andere te zien in Palais de Tokyo in Parijs en tijdens Manifesta 12 en de Biënnale van Istanbul en werd opgenomen in de collecties van instituten als KADIST in Parijs, het Kunsthaus Museum in Zurich, het Centraal Museum in Utrecht en Zeitz MOCAA – Museum of Contemporary Art in Kaapstad.
Geschreven door: Flor Linckens

Interview met Filipp Groubnov
Acht jaar terug verruilde Filipp Groubnov Belarus voor Nederland. Aan de Koninklijke Academie in Den Haag ontdekte hij dat hij veel van zijn interesses kwijt kon in installaties. Daarin houdt hij zich het liefst op in de grensgebied van verschillende kunstzinnige en wetenschappelijke disciplines. “Daar vind ik ruimte voor mijn eigen verhaal en de mogelijkheid allerlei vragen die me intrigeren te behandelen. Er zijn simpelweg te veel dingen die me inspireren om ze in een systeem te plaatsen.” Dat geldt ook voor zijn beeldtaal die een unieke mix is figuratie en abstractie, al is dat volgens Groubnov uiteindelijk een kwestie van schaal. Op Art Rotterdam wordt zijn werk getoond door Josilda da Conceição.
Laten we bij het begin beginnen. Voordat je naar de kunstacademie ging, studeerde je een jaar natuurkunde. Wat deed je besluiten om over te stappen?
Voordat ik naar de kunstacademie ging, was ik al zeer geïnteresseerd in kunst. Ik ben altijd betrokken geweest bij creatieve activiteiten, van graffiti tot tekenen en schilderen. De belangrijkste reden waarom ik direct voor een opleiding aan een academie koos, was, denk ik, omdat ik niemand kende die die richting volgde. Destijds beschouwde ik een carrière in de kunst niet echt als een mogelijkheid in Belarus. Aan de andere kant was ik geïnteresseerd in wetenschap en ik stelde me voor dat de studie natuurkunde ook een soort creatief proces was, maar na een jaar besefte ik dat het erg formeel en inspiratieloos was. Op een gegeven moment kon ik het gewoon niet langer opbrengen en toen besloot ik over te stappen.
Je verhuisde van Belarus naar Nederland in 2015. Wat voor werk maakte je destijds?
Toen ik in 2015 naar Nederland verhuisde, was ik niet erg bekend met hedendaagse kunst. Sterker nog, ik was nauwelijks bekend met hedendaagse kunst, omdat die in Wit-Rusland niet goed vertegenwoordigd is. Destijds was er slechts één galerie in Minsk die hedendaagse kunst tentoonstelde en ik miste de context om het echt te begrijpen. Ik werd vooral beïnvloed door vroege 20e- en 19e-eeuwse stijlen zoals het impressionisme en het surrealisme, en richtte me voornamelijk op schilderen en tekenen.

Heeft men hier een andere benadering van kunst dan in Belarus? Zo ja, was het moeilijk om eraan te wennen?
Het was zeker moeilijk om te wennen aan het idee van ‘hedendaagse kunst’ en wat dat betekent. Ik worstelde vaak om te begrijpen wat de docenten van me verwachtten en miste ook een groot aantal culturele verwijzingen, zeker van na de jaren ‘60. Het kostte daarom wat tijd om bij te komen, maar ik heb het gevoel dat het me ook een uniek, bijna outsiderperspectief op hedendaagse kunst heeft gegeven.
Je werk is niet politiek van aard. Gezien de massale protesten na de verkiezingen van 2020 in Belarus, de oorlog in Oekraïne, en de rol van Wit-Rusland hierin, vroeg ik me af of het moeilijk is om weg te blijven bij politieke onderwerpen in je werk?
Lang wilde ik politieke onderwerpen wilde in mijn werk, maar dit is veranderd, vooral door de gebeurtenissen die je noemt. Ik denk dat ik ‘politiek’ niet langer beschouw als iets los van andere facetten van het leven. Het is gewoon een deel van de menselijke conditie, een die veel complexe relaties tussen mens, materie, geest, enzovoort vormgeeft. In mijn laatste werk wordt bijvoorbeeld mijn persoonlijke verhaal en de huidige situatie in Oekraïne onderdeel van het verhaal en een essentieel element van het project.

Je begon met schilderen op doek, maar tegenwoordig maak je voornamelijk installaties. Wat is er onderweg gebeurd?
Dat klopt, mijn meer ‘bewuste’ artistieke reis begon met doek en olieverf. De overstap naar sculpturale installaties gebeurde tijdens mijn studie in Nederland. Ik volgde een cursus over ‘uitgebreide sculptuur’, wat me inspireerde om te experimenteren met installaties en verschillende media. Je zou kunnen zeggen dat het mijn ogen opende voor het feit dat sculpturen en installaties zoveel verschillende dingen kunnen zijn. Ik begon me bewust te worden van alle mogelijkheden om materialen, beelden en geluiden te combineren. Langzaam besefte ik in installaties al mijn interesses kwijt kon. Nog steeds ben ik onder de indruk van alle mogelijkheden die installaties bieden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik slechts het topje van de ijsberg heb ontdekt in deze discipline.
Wat is volgens jou het belangrijkste thema van je werk?
Ik denk dat een essentieel thema van mijn werk is verwerpen van het idee van het ‘belangrijkste thema’. Mijn interesse ligt in veelvoud en het benaderen van elk onderwerp als een soort koor van ontstemde, menselijke en niet-menselijke, levende en niet-levende stemmen. Wat ik inzet om daarover te praten verandert per project, maar mijn benadering om dingen zoals persoonlijke emoties en verhalen te positioneren in hetzelfde ensemble als bijvoorbeeld de erosie die wordt geproduceerd door water dat door een landschap stroomt, blijft hetzelfde. Op dit moment ben ik gefascineerd door het onderwerp oorlog en geweld, maar het is echt door de relaties en interacties die ik creëer tussen het verhaal en verschillende materialen dat het onderwerp zich voor mij ontvouwt en alle complexe facetten aanneemt die het tot leven brengen.

Jouw installaties bestaan uit een mix van figuratieve en abstracte elementen. Hoe kwam je op die beeldtaal uit?
Dit ontwikkelde zich heel organisch. Ik ben enerzijds geïnteresseerd in nogal ‘abstracte’ concepten, zoals die in de natuurkunde en wetenschap te vinden zijn, en anderzijds in persoonlijke en concrete ervaringen. Uiteindelijk is mijn benadering dat er geen absolute scheiding is tussen wat ‘abstract’ en ‘figuratief’ genoemd kan worden. In de natuurkunde kunnen we ons bijvoorbeeld ‘deeltjes’ voorstellen, die in de klassieke natuurkunde worden beschreven als discrete concrete entiteiten. Maar als we de zeer kleine schaal beschouwen die wordt beschreven in de kwantumfysica, zijn deze deeltjes meer als een zeer abstract ‘veld’ zonder duidelijke grenzen. Figuratief of abstract kan dus slechts een kwestie van schaal zijn.
Hoe zet je je installaties in elkaar? Heb je een vooropgezet plan en zoek je daar vervolgens de juiste voorwerpen bij of werk je met wat er voorhanden is?
Elke installatie is een combinatie van beide. Ik vind het leuk om zeer nauwkeurig vervaardigde elementen te combineren met kant-en-klare en soms meer ‘willekeurige’ objecten die ik tegenkom. Bijvoorbeeld, in de installatie The Garden of larthly Delights, heb ik een sculptuur van een hoofd van Narges Mohammadi geplaatst op bouwmateriaal uit een winkel. Hoewel het bouwmateriaal iets is dat je kant-en-klaar kunt kopen, was het hoofd daarentegen het resultaat van een lang proces van 3D-scannen van Narges, 3D-printen van het model, gieten, enz. Ik vind de combinatie van doelbewuste en spontane acties zeer verrijkend voor het werk.

Een aantal van je werken hebben titels die refereren aan filosofie en biologie, zoals Natural Philosophy en The Garden of larthly Delights. Zijn die disciplines je inspiratiebronnen?
Op een bepaalde manier wel, maar ik denk dat ‘filosofie’ en ‘biologie’ iets te formeel klinken. Beide disciplines zijn een manier om fenomenen te bestuderen, een systematische benadering van onderzoek en communicatie. Ik ben vooral geïnteresseerd in onderzoeksgebieden waar deze systemen hun solide basis beginnen te verliezen. Daar vind ik ruimte voor mijn eigen verhaal en de mogelijkheid allerlei vragen die me intrigeren te behandelen. Er zijn simpelweg te veel dingen die me inspireren om ze in een systeem te plaatsen.
De installatie The Garden of larthly Delights bevat levende maden. Ik kan me voorstellen dat het uitdagend is om zoiets tentoon te stellen. Waarom besloot je dat toch te doen?
Ja, je hebt helemaal gelijk. Werken met levende organismen is behoorlijk uitdagend binnen de context van kunsttentoonstellingen, die normaal gesproken gericht zijn op een ander soort kunstervaring. De meeste kunst ruimtes hebben een traditie die gebaseerd is op kunstobjecten als statische, levenloze ‘wezens’. In die context vereist het presenteren van een levend wezen een volledig andere set regels. Ik vind die spanning heel interessant, omdat het nieuwe manieren van denken over kunst als actieve deelnemers in de ruimte.
Gefeliciteerd met je presentatie op Art Rotterdam! Wat kunnen we verwachten?
Dank je wel! Momenteel werk ik aan een project in samenwerking met het Highlight Delft-festival en het New Media Center van de TU Delft. Het draait om het onderwerp oorlog en het gebied in Frankrijk waar de ‘Grote Oorlog’ sporen heeft achtergelaten in het landschap. Je kunt nieuw werk verwachten met een combinatie van een digitaal naoorlogs landschap, getoond op schermen, en fysieke sculpturale elementen. Ik wil niet te veel onthullen omdat ik, als beeldend kunstenaar, altijd geloof dat het beter is om een werk zelf te zien dan een uitleg te horen. Ik experimenteer ook met glazenschilderijen die mogelijk een plek krijgen in de presentatie.
Op dit moment sta je aan het begin van je carrière. Wat hoop je de komende vijf jaar te bereiken?
Er zijn veel dingen die ik wil bereiken of waaraan ik wil deelnemen. Ik hoop deel te nemen aan artist-in-residence-programma’s die me de kans geven om samen te werken met onderzoekers of wetenschappelijke instellingen. Ik ben zeer geïnteresseerd in interdisciplinaire samenwerking. Op dit moment is een van mijn belangrijkste doelen om dergelijke samenwerkingen tot stand te brengen. Ik zou ook graag mijn werk in het buitenland willen presenteren. Ik heb al enige tijd interactie met het Nederlandse publiek en ben zeer nieuwsgierig hoe mensen uit andere landen en culturele achtergronden met mijn werk zullen omgaan. Ik denk dat ik daar veel van kan leren.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Tijdens Art Rotterdam kan u het werk zien van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die tijdens de beurs opvallend werk tonen.

Afgelopen december publiceerde de Belgische krant De Morgen een lijst met de 10 meest boeiende tentoonstellingen in België van 2022. De drie kunstjournalisten achter het artikel prezen het hele programma van de jonge Pizza Gallery in Antwerpen, maar zij besteedden hoofdzakelijk aandacht aan de solotentoonstelling van Jonas Dehnen. Tijdens Art Rotterdam is het werk van de Duitse kunstenaar te zien in de New Art Section.
Schilderen en tekenen staan centraal in de praktijk van Jonas Dehnen, maar afhankelijk van specifieke tentoonstellingscontexten maakt hij ook installaties en sculpturen. Dehnen haalt het gros van zijn visuele input uit de gemeenschappen waarin hij opgroeide. Hij bracht zijn kindertijd door in zowel Duitsland als het Verenigd Koninkrijk en woont nu al enkele jaren in België. De kunstenaar is gefascineerd door de manier waarop gemeenschappen een visuele identiteit opbouwen aan de hand van symbolen en tradities, van uithangborden van Engelse pubs tot praalwagens, van vernaculaire architectuur tot volksschilderingen en andere elementen van wat een ‘visueel patois’ genoemd kan worden. Welke plaats kan het collectieve of het individu nog innemen binnen dat mechanisme? En hoe past globalisering in dat plaatje? Dehnen abstraheert, fragmenteert en herstructureert verschillende culturele betekenaars in zijn schilderijen en creëert zo nieuwe personages en idiosyncratische protagonisten. De beelden komen voort uit een langdurig proces van vallen en opstaan: gelaagdheid, wissen, additieve en subtractieve schilderkunstige gebaren en het herbestemmen van onderliggende beeldfragmenten.

Tijdens Art Rotterdam presenteert Dehnen een reeks schilderijen die hun beeldtaal ontlenen aan de romantiek in brede zin. Onder andere E.T.A. Hoffmanns ‘Der Sandmann’ dient als bron voor motieven zoals een gemechaniseerd oog, handen en wielen. Deze enigmatische structuren en schakelsystemen verwijzen naar ontwerpen voor een primitieve automaton. Ze dienen ook als verhulde visuele verwijzingen naar vroegere werken in het oeuvre van de kunstenaar en naar schilderijen die in zijn ouderlijk huis hingen, waardoor feedbacklussen van schilderkunstige gebaren en ideeën ontstaan. Er ontstaat een verstrengeling tussen de fysieke materie van het werk en de beeltenis. Denken en doen worden eenzelfde proces en belichamen zo een enkelvoudige manier van ‘zijn-in-de-wereld’. De schilderijen kunnen als landkaarten van zichzelf worden geïnterpreteerd, kaart en territorium tegelijk, die in een oneindige regressie in zichzelf terugkeren. Soms wordt de verf aangebracht als op een locatie op een plat vlak, soms op een bepaalde diepte binnen een beeld. Er wordt voortdurend gespeeld met de vlakheid van het object en het artificiële van een geschilderd beeld.

In 2019 behaalde Dehnen zijn masterdiploma schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent, met Vincent Geyskens als zijn mentor. Eerder voltooide hij een bachelor in schone kunsten aan de Universiteit van Lancaster, Verenigd Koninkrijk. Na zijn afstuderen werd Dehnen uitgenodigd voor een residentie in FLACC te Genk en werd hij vorig jaar genomineerd voor de PrixFintro-prijs, waarvoor hij de tweede prijs behaalde. Zijn werk werd onder meer tentoongesteld in Z33 Huis voor Hedendaagse Kunst in Hasselt, claptrap in Antwerpen en Social Harmony in Gent.
Flor Linckens

No man is an island: kunstenaar Klaas Rommelaere verheft familie en vrienden tot kunst
Kunstenaar Klaas Rommelaere maakt momenteel furore met zijn serie Dark Uncles, die bestaat uit een stoet manshoge geborduurde poppen van familie en vrienden. Voor Art Rotterdam maakte Rommelaere maar liefst 10 nieuwe werken die te zien zullen zijn bij Madé van Krimpen. “Ik ben een einzelgänger. De paradox is dat in mijn werk bijna altijd mensen zitten. Ik heb ze zelfs gemaakt in popvorm.”
Rommelaere (Roeselare, 1986) studeerde mode aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Tijdens zijn studie liep hij stage bij Henrik Vibskov en Raf Simons, maar hij besefte al snel dat de modewereld niet de plek was waar hij zijn ideeën kon realiseren. Geïnspireerd door films, strips, boeken en persoonlijke ervaringen, begon Rommelaere zijn ideeën te vertalen in beeldend werk, maar wel nog steeds met het materiaal dat hij kende: naald, draad, wol en garen.

Weet je al welke werken je gaat tonen op Art Rotterdam?
Op Art Rotterdam zal ik werken tonen onder de noemer van Dark Uncles. Dit is een project dat een paar jaar geleden is gestart, ik wou een stoet maken met mensen die mij door de jaren heen hebben beïnvloed, van familie tot vrienden. Zij dragen borduurwerken van herinneringen en foto’s en zelf zijn ze volledig bedekt met borduurwerk.
Ondertussen is dit project al getoond in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland in telkens een andere opstelling. Voor Art Rotterdam heb ik 10 nieuwe werken gemaakt. Ik vind het altijd interessant om verder te werken op een idee en te zien hoever je iets kan drijven.
Voor de mensen die je werk nog niet kennen: je maakt werken van textiel, geborduurde werken of in de vorm van levensgrote poppen. Waarom werk je juist in dit medium?
Borduur- en handwerk heb ik leren kennen tijdens mijn studie mode. Die opleiding was mijn tweede bachelor en master en ik zocht een makkelijke en directe manier om mijn grafiek om te zetten in textiel zonder al te veel kosten en gedoe. Al in mijn eerste jaar begon ik te borduren met wol en stramien uit de kringloopwinkel. In de daarop volgende jaren ben ik een andere techniek gaan uitdiepen. Zo is mijn artistiek proces geëvolueerd maar het past ook bij mijn manier van denken. Handwerk vraagt veel tijd en zo kan ik nadenken over mijn werk en hoe het eruit zal zien. Je kan het vergelijken met een huis bouwen, steen voor steen en op het einde heb je een heel huis/werk. Een werk of project afwerken kan tussen de 6 maanden en 2 jaar duren.

De serie heet Dark Uncles, Zwitserse folklore term voor dubbelgangers, en bestond uit manshoge poppen van familie en vrienden. Kan je uitleggen waarom je ervoor koos juist mensen uit je directe omgeving als pop uit te voeren?
Toen ik begon met doeken en vlaggen te maken, zorgde mijn oma altijd voor de afwerking. Dit gebeurde in Ingelmunster en een paar huizen verder was er een mooie witte muur waar ik altijd foto’s nam. Het doek moest dan altijd als een vlag gedragen worden naar die plaats. Meestal deed mijn opa en een buur dit. Ik maakte ook foto’s van die kleine processie en ik vond dat altijd een heel sterk beeld. Ik werd ook al wat ouder en soms is het goed om eens achterom te kijken en te zien waar je vandaag komt, welke mensen je beïnvloed hebben. We zijn tegenwoordig zo geobsedeerd met vooruit gaan dat we soms onze wortels vergeten. No man is an island.
Ik begreep dat er maar liefst 100 mensen hebben meegewerkt aan de serie Dark Uncles. Hoe komt zo’n samenwerking tot stand? Waar vind je zoveel mensen die voor je willen borduren?
Het eerste luik van Dark Uncles is helemaal gemaakt tijdens de coronaperiode. Het was eerst de bedoeling om alles via workshops te doen maar toen begon de pandemie. Daarom heeft het museum zou plaatsvinden een oproep gedaan voor vrijwilligers die mee wilden borduren. Er zaten veel mensen thuis met veel tijd en hierdoor was de respons zo massaal. We stuurden alles op met de post. Ik stond in contact met hun via WhatsApp en mail. De meeste van de mensen die mee geholpen hebben zag ik pas tijdens de opening. Uit dit project is er een nieuwe groep “madammen” ontstaan, naast mijn eerste groep in Merksem en Ingelmunster.
Een geborduurd werk vraagt veel kunde en tijd om te maken. Het is zeker geen snelle techniek. Kan je jouw werken ook zien als een kritiek op de gejaagde kunstwereld en in bredere zin op onze samenleving?
Het is geen kritiek omdat ik er niet bewust voor heb gekozen, het is gewoon hoe ik werk. Ik denk wel dat het voor de mensen die het werk zien anders aanvoelt, omdat het iets echts is, iets praktisch waar je kan zien dat het met zorg, tijd en kunde in elkaar is gestoken. Bezoekers zijn altijd verwonderd omdat het er in het echt anders uitziet dan op foto, dit komt door de details en de textuur van de doeken en het werk. Doordat het zo lang duurt eer iets afgewerkt is kan ik er ook heel veel details insteken, zodat je het werk niet in een oogopslag volledig kan lezen. Ik hoor vaak van mensen die mijn werk in huis hebben hangen dat ze bijna iedere dag iets nieuws zien.

Ik las dat je je laat inspireren door cultfilms. Aan welke films moet ik denken en waarom spreken juist deze films je aan?
Ik probeer elke film te zien die in de cinema komt, gelukkig heb ik een abonnement. Meestal is het de sfeer van een film die mij aanspreekt. Als ik aan een project werk, sta ik open voor dingen die dat project kunnen voeden en sterker maken. Tijdens het bedenken van Dark Uncles maakte ik een reis naar Tokio en daar raakte ik gefascineerd door Hayoa Miyazaki (mede-oprichter en artistiek leider van de bekende Japanse animatiestudio Ghibli, red.). Ik heb documentaires over hem gezien en zijn biografie gelezen. Ik leerde dat we exact hetzelfde dachten over het leven en het artistiek proces. Ik vind film de ultieme kunstvorm.
Kan je stellen dat het overkoepelende thema van je werk de relatie met je directe omgeving is?
Ik ben eigenlijk niet zo een sociaal iemand, ik ben heel graag alleen en heb maar een paar mensen nodig die ik regelmatig zie. Verder ben ik een einzelgänger. De paradox is dat in mijn werk bijna altijd mensen zitten, ik heb ze zelfs gemaakt in popvorm. Mijn werk is denk ik een manier om toch een soort communicatie te hebben met mensen, mij toch verbonden te voelen met de “wereld” om het even kort door de bocht te zeggen.
Wouter van den Eijkel

Wat is het effect als je tegengestelde situaties, technologieën en culturen op elkaar laat inwerken? Salim Bayri doet het aan de lopende band en vaak met een grijns. Vertrekkend vanuit een digitale omgeving, kan zijn werk tal van vormen aannemen. Je zou hem de MC van de culturele-technologische botsing kunnen noemen. Dit jaar is hij genomineerd voor de NN Art Award.
Op zoek naar de kern
Salim Bayri (Casablanca, Marokko, 1992) won afgelopen najaar de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. Bayri was voorgedragen door schrijver en jurylid Abdelkader Benali die hem prees om zijn veelzijdige en ongrijpbare oeuvre. Daarmee slaat Benali de spijker op zijn kop, want de kern van Bayri’s werk laat zich lastig definiëren. “Je loopt er als het ware omheen” zei Bayri in een recent interview met Mr Motley. “Het zou ook een mislukking zijn om ‘het’ te pakken, want dan ik zou het werk de nek omdraaien en dat wil ik niet”.
Het zoeken naar een kern is ook lastig, want Bayri kan je met recht een multidisciplinair kunstenaar noemen. Zo maakt hij onder meer video’s, installaties, wearables, apps, tekeningen en digitale prints. Bayri vertrekt daarbij doorgaans vanuit een digitale tekening, maar is niet zo zeer geïnteresseerd in de verschillen tussen online en offline uitingen. Zijn interesse is breder. “In de kern laat hij steeds tegengestelde beelden, situaties, technologieën, cultuurgebruiken, fenomenen met elkaar botsen en met een grijns kijkt hij dan toe naar het effect ervan. Dat brengt een opvallende openheid op allerlei vlakken teweeg”, zegt Baryri’s galeriehouder Kees van Gelder.

Van Gelder kwam het werk van Bayri in 2017 op het spoor toen hij de eindpresentatie van Kimball Gunnar Holth bezocht in de Groningse A-kerk. Hij was direct verkocht. “Salim stond voor zijn installatie/stellage die hij ‘Smartshop’ noemde en zong richting deze sculptuur door een versterker Arabische, Nederlandse, Franse en Spaanse teksten, geïmproviseerde beschrijvingen van wat hij letterlijk voor zich zag. De zangtoon was duidelijk de Noord-Afrikaanse meertonigheid van de Maghreb. Een geweldige presentatie.”
Van Gelder was niet de enige die Bayri’s werk opviel, want zijn werk kan op veel aandacht rekenen. Sinds het afronden van zijn residency aan de Rijksakamie was het in Nedeland al te zien bij CODA, Framer Framed, W139, La Capella in Barcelona en Fondazione Merz in Turijn. Naast de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, sleepte Bayri afgelopen jaar ook de Charlotte Köhler Prijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds in de wacht. Eind januari opent Dead Skin Cash, een duotentoonstelling met Ghita Skali in W139 in Amsterdam, waarbij bezoekers dode huidcellen kunnen verkopen voor geld.

Code switching
Dat het spelen context, conventies en verwachtingen Bayri’s tweede natuur is, is niet verbazingwekkend als je zijn geschiedenis kent. Bayri groeide op in Casablanca, waar hij een Spaanse school bezocht. “Om me heen hoorde ik continu Arabisch en Frans. Online was alles weer in het Engels. Als jonge jongen leerde ik op school over Carlos II, om naar huis te lopen door straten waar iedereen Darija sprak en om eenmaal thuis over de prijs van baguettes in het Franse journaal te horen. In mijn hoofd switch ik continu. Ik zoek naar de gemene deler.”

Aansluitend volgde hij een bacheloropleiding aan de Escola Massana in Barcelona, een Master in Media, Art Design and Technology aan het Groningse Frank Mohr Instituut en een residency aan de Rijksakademie waar hij in 2020 een vergelijkbare presentatie zou maken als in de A-kerk.

Sad Ali
Het bekendste voorbeeld van een object dat Bayri in een andere context plaatst is zij alter ego Sad Ali, kort voor Sad Alien. Het is geen toeval dat het woord Alien in het Engels een homoniem is zowel kan verwijzen naar buitenaards wezen als naar iemand uit een ander land. Sad Ali is een woordeloos, verdrietig cartoonfiguur dat regelmatig opduikt in Bayri’s werk en ontstond als digitale tekening, als computerbestand.
Qua vormgeving kan Sad Ali zo uit een Pixar-film komen. Net als de cartoonfiguurtjes is Sad Ali een holle vorm. Hij heeft geen hart, botten of hersenen. “Dus deze vormen zijn containers. Alles wat beweegt op het scherm is hol. Sad Ali is ook leeg, het praat of zegt niets en heeft geen eigen agenda. Maar het is er wel, en de aanwezigheid ervan is zo kwetsbaar dat het de olifant in de kamer wordt”, vertelt Bayri. Dat laatste blijkt wel uit de uiteenlopende reacties die Sad Ali bezoekers ontlokt. Waar de ene bezoeker erom moet lachen, vindt de ander hem doodeng.

De analoge tegenhanger van ChatGPT
Voor veel mensen is de spraakmakende, zelflerende een chatbot ChatGPT een uitkomst. Je stelt de chatbot de meest uiteenlopende vragen en je krijgt een antwoord in volzinnen terug. Maar voor een kunstenaar die speelt met conventies en vertrekt vanuit een digitale omgeving is het natuurlijk een cadeautje.
Naast een presentatie van zijn Smartshop, speelde Bayri met het idee om op Art Rotterdam een analoge pendant van de chatbot te presenteren. Hij wilde galeriehouder Van Gelder voor een witte wand laten plaatsnemen in een stoel. Van Gelder zou dan A4-tjes uitdelen met daarop telkens een andere vraag. “Helaas was daar geen plek voor op de beursvloer, maar Bayri onderzoekt mogelijkheden om iets soortgelijks te doen”, aldus Van Gelder.
Wouter van den Eijkel