Coming soon
Coming soon
Selecteer type
“Van een tienerkeizer, op zeventienjarige leeftijd vermoord door diens praetoriaanse garde, transformeert die achtereenvolgens tot een wreed monster, een wezen met uitzonderlijke en buitensporige verlangens, een verwijfd bedrieger uit het Oosten, een anarchist die vastbesloten is de ondergang van het rijk te bespoedigen, een epicurist van metafysische godslasteringen, een heilige dwaas wiens misstappen de plooien van de werkelijkheid doen oplichten, en een androgyne engel die schrijlings zit op de ruïnes van het antieke verleden en ons wankele heden.”
Zo omschrijft de in Berlijn gevestigde kunstenaar Elijah Burgher (1987, VS) de figuur van Heliogabalus (Elagabalus). Een evocatieve en krachtige beschrijving van de beruchte Romeinse keizer, waarop zijn recente reeks werken losjes gebaseerd is.

In de New Art-sectie in de stand van Ivan Gallery (Boekarest) put Burgher uit mythologie, occulte magie, queer verlangen en kunstgeschiedenis om te onderzoeken hoe beelden doorheen de tijd blijven voortbestaan en veranderen. De New Art-sectie, gecureerd door Övül Ö. Durmuşoğlu, is voorbehouden voor solopresentaties van opkomende kunstenaars met een sterke en conceptueel doordachte praktijk.
Heliogabalus of Elagabalus is een historische figuur wiens leven al lang overschaduwd wordt door een onstabiel en buitensporig na-leven in literatuur, schilderkunst, opera, devotionele fantasieën en roddelverhalen. “Er werd gezegd dat die er genoegen in schepte om verlegen senatoren te ondervragen of zij, toen ze jong en mooi waren, ook genoten hadden van de passieve rol bij anale seks,” schrijft Burgher in zijn essay Our Lady of the Latrines: Notes on the Elagabalus Egregore. Hoewel antieke bronnen de keizer afschilderen als een verdorven tiran, seksueel deviant en religieus schandaal, kronen recentere interpretaties hem tot “een anarchist, held van het hedonisme, heilige en martelaar van de seksuele revolutie”, zoals Arrizabalaga y Prado (2010, 1) in zijn onderzoek stelt, geciteerd door Burgher.
Er is zeer weinig betrouwbaar beeldmateriaal van de keizer bewaard gebleven. Slechts twee bustetypes worden doorgaans aan Heliogabalus toegeschreven, grotendeels omdat diens naam en beeltenis na de dood systematisch werden veroordeeld via damnatio memoriae. Door deze schaarste aan materieel bewijs is de keizer een projectiescherm geworden waarop latere schrijvers en kunstenaars hun eigen (soms kwaadaardige) ideeën projecteren.

De schilderijen die in Art Rotterdam worden getoond, zijn gemaakt met acrylverf op atelierdoeken en materiaal dat uit mislukte of verlaten schilderijen werd gesneden en vervolgens op panelen werd gemonteerd. Veel werken bestaan uit gescheurde of gerafelde stukken canvas en linnen die als collage samengebracht zijn. Zelfs wanneer ze volledig overschilderd worden, blijven de naden van het oppervlak zichtbaar en verraadt de rand van het paneel de geschiedenis van de gebruikte materialen. “Ze doen me denken aan mummiewindsels en graffiti in toiletten,” legt de kunstenaar uit. “Ik kijk ook aandachtig naar de Fayum-portretten en naar de grisaille-schilderijen van Mantegna en Bellini. Sommige schilderijen vertrekken van mijn werk met sigil-magie en occulte abstractie om de zonne-fallische culten uit de oudheid te onderzoeken en te versterken, waarbij Heliogabalus een uitzonderlijk en pervers voorbeeld vormt.”
In zijn essay Our Lady of the Latrines: Notes on the Elagabalus Egregore gebruikt Burgher bewust de voornaamwoorden zij/haar wanneer hij naar de keizer verwijst. Die keuze werkt deels als een provocatief gebaar dat zowel verwijst naar transfeminiene interpretaties van Heliogabalus als naar het speelse gebruik van vrouwelijke voornaamwoorden in gay slang.
Buiten die specifieke tekstuele context blijft de genderidentiteit van de keizer echter historisch onzeker. In deze tekst gebruiken we daarom die/hun-voornaamwoorden om de uiteenlopende hedendaagse interpretaties van Heliogabalus’ gender te erkennen. Tegelijk is de vraag naar gender niet het centrale onderwerp van Burghers schilderijen, die zich eerder richten op de mythologie rond de keizer, de schaarste aan historisch bewijsmateriaal en de lange geschiedenis van artistieke interpretaties van deze raadselachtige figuur.

The Golden Ass
Hoewel Burgher in de stand voornamelijk nieuwe schilderijen toont, weerspiegelt The Golden Ass een ander essentieel aspect van zijn praktijk: tekenen, en meer bepaald tekenen met kleurpotlood, een medium waarmee hij al meer dan vijftien jaar intensief werkt. De kleuren in het werk worden opgebouwd via aquarelwassingen op papier, waarover de kunstenaar zorgvuldig lagen kleurpotlood arceert.
“De keizer staat tegenwoordig vooral bekend als Elagabalus of Heliogabalus, namen die afgeleid zijn van de Syrische zonnegod waarvan die hogepriester was. Tijdens diens korte regeerperiode in het begin van de derde eeuw schokte die de samenleving door de oosterse zonnegod tot het centrum van het Romeinse religieuze leven te verheffen en de Romeinse elite te verplichten deel te nemen aan onbekende rituelen uit de oostelijke provincies,” vertelt Burgher.
Dit is slechts één van de vele schandaalverhalen die rond de figuur van Heliogabalus en diens latere reputatie circuleren. De keizer kreeg in de loop der tijd dan ook een berucht aantal vulgaire bijnamen. “Golden Ass zou makkelijk aan die lijst toegevoegd kunnen worden,” merkt Burgher op. “De Franse toneelschrijver en theoreticus Antonin Artaud beschrijft hoe de keizer Rome binnenkomt terwijl die achteruit loopt, met de billen eerst, terwijl die de fallische steen die zijn god vertegenwoordigt voortleidt op een gouden quadriga, getrokken door 300 naakte vrouwen en 300 gedrogeerde stieren.”
In deze verhalen verschijnt goud naast lichamelijke substanties tijdens sacrilegische spektakels. Burgher citeert Artaud: “bij de stront, het bloed en het sperma die het lot van de keizer omkaderen, kan nog goud worden toegevoegd: het goud van het zonnevuur én het aardse goud dat op de paarse gewaden is geborduurd.”
Voor Burgher roept deze vreemde combinatie van materialen ook de symbolische Great Work op. In de middeleeuwse alchemie beschrijft de Grote Werk een transformatief proces waarbij ruwe, chaotische materie wordt afgebroken en geleidelijk verfijnd tot ze goud wordt. Dat proces werd vaak voorgesteld als een cyclus van stadia verbonden met verschillende kleuren (zwart, wit, geel en rood) en substanties, die bewegen van duisternis en verval naar verlichting en voltooiing. Binnen dit kader kunnen de stoffen die Artaud oproept (bloed, uitwerpselen, sperma en goud) gelezen worden als schakels in een symbolische keten van transformatie. Burgher beschrijft de mythe van Heliogabalus daarom als een voortdurend verschuivende cyclus. Zoals hij schrijft, functioneert de legende van de keizer als een draaiend wiel: “elke pose doet het wiel van Elagabalus’ lot draaien, waardoor stront in goud verandert en weer terug.”
Andere intrigerende bijnamen die de kunstenaar voor de keizer heeft bedacht zijn onder meer Solar Phallic Princess, Poor Little Ghost Boy, E\H en Our Lady of the Latrines, die hij geregeld verwerkt in de titels van zijn werken.

Heliogabalus (Latrine Graffiti)
Een ander werk in de stand van Ivan Gallery is Heliogabalus (Latrine Graffiti), dat verwijst naar een scène die Burgher levendig voor ogen stond terwijl hij aan deze reeks werkte. Een latrine is een gemeenschappelijk toilet, en de term roept meteen de ruwe tekeningen en teksten op die vaak achteloos op de muren worden gekrast. Burgher verbindt dat beeld met een toneelstuk van Jean Genet over de Romeinse keizer, dat lange tijd als verloren werd beschouwd maar onlangs werd teruggevonden en gepubliceerd.
In de slotscène van het stuk verschuilt de keizer zich met diens geliefde Aeginus in de paleislatrines terwijl de garde dichterbij komt. Daar merkt die de obscene graffiti op de muren op en beseft dat de teksten naar hem verwijzen. De keizer overdenkt de merkwaardige vorm van roem die daarin besloten ligt:
“Aeginus, dit is de roem waarnaar ik verlangde zonder het te weten: mijn naam en mijn titels, telkens vervormd, veranderd, grijnzend of glimlachend, kies maar, en daartussen, ze versterkend, obscene gedichten en tekeningen, die iedereen verachtelijk zou noemen, op de muren van de latrines die door de slaven worden gebruikt.” (vertaling door Elijah Burgher)
Voor Burgher suggereert deze scène een krachtige omkering. Het beeld van de keizer overleeft niet in marmeren monumenten of officiële geschiedenissen, maar in grove en anonieme graffiti. “Die scène blijft ergens op de achtergrond van mijn verbeelding aanwezig wanneer ik deze schilderijen maak, al probeer ik ze niet letterlijk te illustreren. Ik zou zeggen dat mijn belangrijkste thema’s op dit moment erotiek, offer en wederopstanding zijn,” aldus Burgher.
Deze en vele andere werken van Elijah Burgher zijn te ontdekken in de stand van Ivan Gallery in de New Art sectie.
Geschreven door Emily van Driessen
Als alle wegen naar Rome leiden, zoals het gezegde wil, dan is het omgekeerde ook waar. Dan is Rome ook een startpunt. Dat geldt in ieder geval voor de stichtingsmythe van de eeuwige stad. Volgens de overlevering werd Rome gesticht door Romelus en Remus, de tweelingzonen van de Romeinse god Mars. De jongens besloten een stad te stichten op de plek waar ze werden gevonden door een wolvin.

De beeltenis van deze mythe is misschien nog bekender: de bronzen sculptuur van een waakzame wolvin met twee babies als zuigelingen, beter bekend als de Lupa Capitolina. Ze staat op het Roomse stadswapen en bronzen kopieën van het beeld bevinden zich over de hele wereld: van Pisa tot Tokio en van Bucharest tot Perth.
De Roemeense videokunstenaar Aurelia Mihai maakte LUPA, een film over de Lupa Capitolina, en de kopieën van het beeld die zich overal ter wereld bevinden. Het is een goede introductie tot het werk van Mihai, die in haar werk regelmatig iconische kunstwerken opvoert. Daarbij draait het niet alleen om de werken, maar ook over de plek en de waarde die we er collectief aan toekennen. Die betekenis kan namelijk van plaats tot plaats verschillen en over tijd veranderen.
LUPA van Aurelia Mihai is te zien in Projections. Aurelia Mihai wordt vertegenwoordigd door Sector 1.
Ik heb met veel plezier naar LUPA gekeken. De film draait om de kopieën van de Lupa Capitolina die over de hele wereld te zien zijn. Waarom koos je juist dit werk voor Art Rotterdam?
De beslissing om LUPA voor het eerst in Nederland te tonen tijdens Art Rotterdam werd gezamenlijk genomen. LUPA is een complex project dat verschillende hoofdonderwerpen van mijn praktijk samenbrengt: het verweven van cultuurhistorisch onderzoek met actuele maatschappelijk relevante thema’s zoals migratie, verbondenheid en postkolonialisme, evenals het onderzoeken van monumenten en mythen als vormen van collectieve identiteit.
Het verhaal van de film omspant afstanden over verschillende continenten, van historische tijden tot het heden. Het omvat ook artistieke discoursen over originelen en replica’s en reflecteert op het medium kunst zelf.

Lupa vertelt de film en zegt op een bepaald moment: ‘I am always a copy, never a fake.’ Als kijker voel je meteen dat deze zin de kernboodschap is. Wat is de boodschap die je probeert over te brengen?
Hier verwijst Lupa naar haar eigen oorsprong. Tijdens restauratiewerkzaamheden in 2007 werd ontdekt dat de techniek die werd gebruikt om het bronzen beeld van de Capitolinische Wolvin te maken, niet bestond in de Etruskische periode. Daarom werd het beeld opnieuw gedateerd op de 11e–12e eeuw, in plaats van de 6e eeuw voor Christus, zoals eerder werd aangenomen.
Experts denken dat de Capitolinische Wolvin een replica is van een verloren gegaan Etruskisch origineel. De twee kinderen, Romulus en Remus, werden in de 15e eeuw tijdens de Renaissance toegevoegd. Vervolgens beweerde de internationale pers dat de Lupa een middeleeuwse vervalsing was of van haar voetstuk was gevallen.

De vraag is of dat terecht is, want bronsgieten roept de vraag op of brons niet al een reproductietechniek is, aangezien het proces gebaseerd is op reproductie. Met andere woorden: eerst wordt een positief model gemaakt en vervolgens vernietigd om de negatieve vorm te creëren die nodig is voor het bronsgieten. Uiteindelijk wordt in deze negatieve vorm een nieuw positief in brons gegoten. Dat wordt beschouwd als het origineel, maar het kan ook worden gezien als een bronzen kopie van het oorspronkelijke prototype.
De film LUPA onderzoekt de historische ontwikkeling van dit iconische symbool – dat zowel een monument als een mythe is – en volgt haar reis over de wereld. Door deze bril analyseert de film de ontvangst van dit monument na de herdatering in 2007, maar ook in de huidige postkoloniale context. Daarbij laat de film zien dat Lupa van iedereen is en herinnert ze ons aan haar symbolische waarde.
De Lupa Capitolina is een iconisch kunstwerk. Dat geldt ook voor het suprematistische Zwarte vierkant in de gelijknamige videowerk en voor de Zuil van Trajanus in je film Centi Piedi. Toch gaan de films slechts gedeeltelijk over deze iconische werken. Ze gaan ook sterk over de manier waarop ze worden bekeken en over de functie die wij, als samenleving, eraan toekennen. Dat is een terugkerend thema in je werk. Wanneer besefte je dat dit een onderwerp kon zijn voor je praktijk?
Vanaf het allereerste begin was ik geïnteresseerd in precies dit narratief, gebaseerd op het proces van reflectie op een onderwerp door de tijd heen. Daarom koos ik video en film als expressiemedium voor de hierboven genoemde werken.
En bij LUPA? Bij LUPA interesseerde me de notie dat monumenten en mythen deel uitmaken van ons collectieve bewustzijn. Monumenten behoren tot de openbare ruimte, terwijl mythen tot het immateriële erfgoed behoren. Ze dienen om geschiedenis of mythologie op te roepen en bevatten een narratief, een verhaal uit het verleden waarin historische feiten met fictie kunnen worden verweven. De geschiedenis en betekenis van monumenten kunnen in de loop van de tijd worden herschreven en hangen samen met het herschrijven van geschiedenis. Ze kunnen een ideologie overbrengen en propagandistisch van aard zijn. Monumenten kunnen worden misbruikt, vergeten en opnieuw ontdekt.

Een ander belangrijk aspect is dat de Capitolinische Wolvin over de wereld migreert en wordt opgenomen in verschillende samenlevingen en plaatsen, waarbij zij in elke context haar eigen betekenis krijgt — soms vergelijkbaar, soms verschillend en zelfs tegenstrijdig.
Vanaf het begin wist ik dat het werk niet alleen over de Lupa Capitolina of het Zwarte Vierkant zou gaan, maar ook een hedendaags narratief zou worden dat actuele sociaal-culturele en politieke kwesties belicht. Ik construeer verhalen in meerdere lagen, waarbij het medium film zelf vaak een van die lagen vormt.
Kan je de context en de uiteenlopende interpretaties van de Lupa Capitolina schetsen – wat zijn de verschillen tussen Boekarest en Tokio bijvoorbeeld?
Er staan drie bronzens standbeelden van de Romeinse wolvin in Tokio, waarvan er twee zich op openbare plaatsen bevinden. Het eerste staat in een park en werd in 1938 geschonken door de Italiaanse regering; het tweede werd in 2001 door de stad Rome geschonken ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van het stedenpartnerschap tussen Tokio en Rome. Het derde standbeeld werd aangeboden aan kroonprins Akihito van Japan tijdens zijn bezoek aan Rome in juli 1953.
De gemeente Rome schonk het Lupa-standbeeld aan Boekarest in 1906 ter viering van de 40e verjaardag van de kroning van koning Carol I van Roemenië en de 1.800e verjaardag van de Romeinse verovering van Dacië.

Twee scènes in de film benadrukken het belang van de monumenten in de twee steden. In Tokio vertelt een grootmoeder aan haar kleinzoon de legende over het ontstaan van Rome. In Boekarest vertelt de wolvin haar eigen geschiedenis:
“Sinds ik in 1906 in Boekarest aankwam, ben ik vijf keer verplaatst, om uiteindelijk weer naar dezezelfde plek terug te keren. Ik heb twee wereldoorlogen en de dictatuur van Ceaușescu ongedeerd overleefd. In de Moldavische hoofdstad Chișinău liep het anders af. Het Sovjetleger vernietigde mij in 1945 als vermeend symbool van het fascisme. Ik belichaamde de Latijns-Romeinse wortels van het Moldavische volk en de Roemeense taal. Ze smolten mij om om er wapens van te maken.”
De film creëert zijn eigen werkelijkheid door momenten van interactie met de sculpturen in scène te zetten alsof het een roadmovie is – een reis door tijd en ruimte.
Ik kan me voorstellen dat het maken van een korte film als LUPA veel tijd kost. Het vraagt veel middelen en reizen. Wat was het meest uitdagende onderdeel van het realiseren van dit project?
Inderdaad, het was een zeer complex project dat meerdere jaren in beslag nam. Het onderzoek was intensief en het verkrijgen van filmvergunningen in musea en verschillende landen, evenals het organiseren van reizen, was zeer tijdrovend. Ik had echter een heel goed team en kreeg veel steun van instellingen in Rome, zoals de Villa Massimo van de Duitse Academie.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Dat het werk van Daphne van de Velde te zien is op Unseen Photo is begrijpelijk. Het resultaat van haar werk zijn foto’s en sculpturen gemaakt van foto’s. Tegelijk doet het geen recht aan de breedte en eigenzinnigheid van Van de Veldes praktijk. Aan de resultaten gaan namelijk een performance en een videoregistratie vooraf. Dit procedé en de associatieve beeldbewerking die daarop volgt, zorgen ervoor dat Van de Veldes werk zich niet laat vastpinnen of vergelijken met dat van anderen. Het staat op zichzelf.

De persoon op de foto’s is Van de Velde zelf. Het zijn stills van de registratie van een performance. Die beelden drukt ze af, vervolgens scheurt of buigt ze die precies op zo’n manier dat de spanning die ze als danser voelde ook terugkeert in het beeld.
Op een foto uit haar nieuwste serie Penthesilea zien we haar in het water liggen met haar armen wijd gespreid en het silhouet van haar lichaam. De inhoud, haar torso en gezicht, scheurde ze eruit. Dat deel van het papier kom als een krul het platte vlak uit. De spanning is voelbaar.
In de sculptuur Crossing herken je de beweging van een danser. Een opgeheven knie in een bruine tunica. Ook hier ontbreekt een deel van het lichaam: het gezicht. Onthullen en verbergen is een centraal thema in het werk van Van de Velde. In Penthesilea koppelt ze dit aan de mythe van deze Amazone-koningin die in een door mannen gedomineerde wereld koos voor liefde in plaats van onverschilligheid. We spraken Daphne van de Velde over haar nieuwe serie en unieke werkwijze.
Werken uit de serie Penthesilea van Daphne van de Velde zijn te zien op Unseen Photo in de stand van Black Swan Gallery.

Op Art Rotterdam is werk te zien uit je nieuwe serie Penthesilea. Ik denk dat niet iedereen de mythe van deze Amazone-koningin meteen paraat heeft. Hoe kwam juist dit verhaal op je pad en waarom besloot je hierover werk te maken?
Door de afwijkende namen in de Griekse mythen lijkt alsof wij over een heel andere tijd praten, maar inhoudelijk gaan ze ook over onze tijd: hoe gaan wij met onszelf en elkaar om, en hoe verhouden wij ons tot de wereld waarin wij leven. Wat mij in de teksten aanspreekt is dat ze zijn ontdaan van alle irrelevante informatie die onze tijd kenmerkt.
Penthesilea was mij opgevallen doordat zij zich manifesteert als vrouw in een door mannen gedomineerde wereld. Ik bewonder haar moed om haar pantser af werpen, uit haar zelfgekozen gevangenis te stappen en van onverschilligheid op liefde over te gaan. In mijn nieuwste serie kunstwerken loop ik een stukje met haar mee, maar neem soms ook een eigen afslag.

Op de beurs krijgen we straks het eindresultaat te zien van een drietrapsraket: dans, performance-fotografie-sculptuur. Kan je uitleggen hoe je te werk gaat?
Zelf deel ik mijn werk niet zo in, ik kies het medium dat het best past bij wat ik met een bepaald kunstwerk wil zeggen, maar ik begrijp wel wat je bedoelt. Door mijn achtergrond in contemporaine dans, en diploma’s in Fine Arts, in Architectuur en in Autonome Fotografie, is mijn werk geworteld in ruimtelijk bewustzijn en lichamelijke beweging. Ik beweeg me tussen fotografie, performance en sculptuur om deze grensovergangen te verkennen. Mijn eigen lichaam fungeert zowel als onderwerp, als instrument, als drager én als stem.
Wat heb je nodig om jouw werk te maken?
Om kunst te maken heb ik vijf dimensies nodig, de eerste drie om een werk ruimtelijk te maken, aangevuld met tijd en plaats. Met name het begrip ‘tijd’ is belangrijk in mijn werk, omdat mijn werk een verhalend karakter heeft. Alleen al door de titel van de serie, Penthesilea.
Kan je dat toelichten?
Je hebt tijd nodig om een performance te bekijken. Dat speelt bij een foto niet, daar krijg je alle informatie in een keer. Een sculptuur zit daar tussenin, je hebt tijd nodig om het van alle kanten te bekijken. Dat het toch aan het eind van die drietrapsraket staat komt doordat ik mijn kunst voor publiek maak, en het publiek heeft natuurlijk niet altijd de beschikking over een performance van mij.

Je noemde ook de plaats waar je werk te zien is. Bepaal je dat van geval tot geval, van locatie tot locatie?
De locatie in ook belangrijk. Voor Art Rotterdam komt de sculptuurvorm het dichtst bij wat in wil zeggen in relatie tot het publiek wat daar rondloopt. Binnenkort is mijn werk te zien op een tentoonstelling in het EYE filmmuseum in Amsterdam, daar komen mijn films als medium het best tot hun recht. Op plekken waar ik het publiek wel in de ruimte kan ontmoeten en er daarvoor genoeg ruimte is, werkt een performance goed.
In mijn proces bevries ik in feite meerdere malen de tijd. Het moment dat ik een still neem uit een performance is het eerste moment. Om de spanning van het lichaam te verbeelden die ik als danser in mijn lichaam voel, vervorm ik het tweedimensionale vlak van de foto tot een driedimensionaal vlak. Dit doe ik door aan het vlak te trekken of te duwen – soms tot het kapot gaat – , waarbij ik op deze manier sommige delen van het lichaam laat verdwijnen en ik andere delen juist naar voren laat komen. De registratie van de uiteindelijke sculptuur is in sommige gevallen nog een derde bevriezing, omdat ik dan de richting van het licht nog mee kan nemen.

Tijdens de opening van het PhotoBrussels Festival (eind. januari, red.) deed ik een performance waarbij ik de beeltenis van mijn lichaam op een levensgrote foto van 2,5 meter hoog ontmoet en bewerk met mijn lichaam totdat er een sculptuur over blijft. Dans en het vervormen van de foto verweef ik en dat kan ik hier letterlijk aan het publiek laten zien.
In de serie Penthesilea zie je dat ook terug in de manier waarop de werken worden gepresenteerd. Een aantal sculpturen bestaat uit gevouwen fotopapier. Andere werken zijn gescheurd. In beide gevallen zijn de afbeeldingen niet in zijn geheel te zien. Mijn werkwijze is in hoge mate associatief. Op het moment dat ik het maak, kies ik de beste vorm voor een kunstwerk.
Hoe zou je het thema van je werk beschrijven?
Inhoudelijk gaat mijn werk gaat over het onthullen en het verbergen van het lichaam, over blootstelling en bescherming. Dat is waarom ik het lichaam nooit in zijn geheel laat zien, maar delen belangrijk maak en delen laat wegvallen door ze letterlijk weg te nemen of ze in de schaduw te plaatsen.

Je galeriehouder vertelde mij dat je ooit een timide persoon was en dat dans je hielp om jezelf een houding te geven. Dat sluit aan bij het thema onthullen en verbergen van het lichaam. Als iemand beweegt, krijg je nooit alles tegelijk te zien.
Iedereen heeft een eigen manier van communiceren. Er is een tijd in mijn leven geweest waarin ik mij heel moeilijk in woord kon uitdrukken. In die tijd werd dans voor mij een manier was om toch iets te kunnen zeggen, een bijna verslavende manier.
Mijn vorm van communicatie was aanvankelijk contemporaine dans en vervolgens fotografie. De laatste jaren combineer ik beide, vanuit een persoonlijk verhaal. Voor mij is het maken van mijn kunst nu nog steeds een manier om te communiceren. De kunstwerken geven weliswaar mijn emoties weer, zoals liefde en de angst daarvoor, maar gaan niet exclusief over mij. Ze gaan over gevoelens die wij als mens allemaal hebben.
Je werk staat op zichzelf in die zin dat het niet verwijst naar andere kunstenaars. Zijn er kunstenaars waarmee je je verwant voelt?
Ik houd van kunstenaars die hun eigen verhaal willen vertellen, ongeacht de vorm of de inhoudelijke consequenties die daaraan verbonden zijn. In die zin heb ik veel waardering voor de muziek van PJ Harvey die bij elk muziekproject een muzieksoort gebruikt die daarbij past. Haar muziek is in die zin cumulatief en vergelijkbaar met mijn kunst. Ieder project staat op zichzelf, maar staat wel op de schouders van eerdere projecten. Steeds dezelfde kunst of muziek maken is voor mij niet interessant. Als ik het al gedaan heb mist het elke urgentie voor mij.

Een andere kunstenaar waarvoor ik veel waardering heb, is de veel te vroeg overleden Brits-Irakese architecte Zaha Hadid. Met haar beroemd geworden uitspraak “There are 360 degrees, so why stick to one?” verwoordde ze haar visie op architectuur waarin de mogelijkheden van materialen en vormen oneindig zijn niet gebonden aan de veel gebruikte rechte hoek van 90 graden. Zo benader ik mijn kunst ook. Ik houd van materiaalonderzoek en verbindingen die in eerste instantie niet mogelijk lijken, dan ga ik net zo lang proberen tot ik een oplossing gevonden heb, waardoor het wel kan.

Je noemde eerder al dat Penthesilea als vrouw in een door mannen gedomineerd wereld leeft, de voorbeelden die je zojuist geeft als verwante kunstenaars zijn allebei vrouw. Zit er een feministische kritiek in jouw werk?
Penthesilea is geen ideaalbeeld volgens de mannelijke blik, maar een feilbaar vrouwelijk personage. Ze inspireerde me te tonen hoe het conflict tussen verlangen en zelfbeheersing nog steeds voortduurt. Ondanks de vrouwenemancipatie schuilt het vrouwelijke verlangen onder de oppervlakte. Penthesilea verbeeldt het geladen moment waarop een innerlijke grens wordt overschreden en het innerlijke naar buiten breekt.
Met mijn werk wil ik inderdaad een lans breken voor de vrouwelijke kracht, maar mijn werk is absoluut niet man-onvriendelijk bedoeld. Wel geloof ik in een fundamenteel verschil tussen vrouwen en mannen: hoe ze denken, voelen en handelen. In elk mens zit in meer of mindere mate een deel vrouwelijkheid en mannelijkheid. Voor mij bestaat er dan ook niet zoiets als mannelijke of vrouwelijke kunst. Wel bestaat er zoiets als uitgaan van jouw eigen kracht, en dat is bij mij mede de kracht die ik ondervind van het vrouw-zijn en het durven uitkomen voor je vrouwelijke grenzen én verlangens.

Is er een project dat je graag in de toekomst zou willen oppakken?
Ik zou heel graag het ruimtelijke werk dat ik op Art Rotterdam laat zien in metershoog formaat uitgevoerd zien. Door de schaal kan het publiek zich dan optimaal tot het kunstwerk verhouden.
Door een subsidie die ik afgelopen jaar van de Provincie Gelderland heb ontvangen, kon ik een techniek ontwikkelen die het mogelijk maakt om mijn fotosculpturen levensgroot te maken en vormvast te houden, zodat dit nu mogelijk gaat zijn.
Mijn grootste droom is om mijn sculpturen in een monumentale museumruimte te tonen waar ik ze kan combineren met mijn films en mijn performances voor een totaalbeleving van mijn werk. Maar buiten op pleinen en in parken werkt ook, want dan kan ik het directe karakter van mijn werken combineren met het directe karakter van publieke ruimtes.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
“Hi, ik ben Jonathan en ik ben bezorgd.” Zo begint de artist statement van de Nederlandse beeldend kunstenaar Jonathan Hielkema (1994). Hij piekert en precies die bezorgdheden vormen de aanleiding voor zijn beeldende praktijk, waarin hij met een zorgende aanpak een methode heeft gevonden om zichzelf (en anderen) gerust te stellen.

“Vroeger dacht ik dat kunst werd gemaakt voor de toeschouwer, maar nu besef ik dat artiesten dat ook voor zichzelf doen, om allerlei beweegredenen. Voor mij gaat het voornamelijk over in gesprek gaan met gewone mensen om manieren te vinden om het grote te overstijgen via het persoonlijke, zodat ik mijn zorgen over de wereld een plek kan geven.”
Hieraan koppelt Hielkema worryism, een term die hij verzon toen hij nog aan de kunstacademie studeerde: “Ik vroeg me af wat ik nu eigenlijk precies had gestudeerd en hoe ik in godsnaam hiermee geld zou kunnen verdienen. Want daar werden we helemaal niet voor opgeleid. Zo ontstond worryism: the act of worrying as art, being worried about art, worried art, a worried artist, art with worries.”
Hielkema is een van de 92 opkomende kunstenaars die recent een Kunstenaar Start-beurs ontvingen van het Mondriaan Fonds. Een onderdeel van zijn nieuwste fotoproject Europe, who are you? (2025-2026) wordt tentoongesteld in de Prospects-sectie van Art Rotterdam. Het project past binnen Hielkema’s praktijk, waarin hij zijn persoonlijke zorgen koppelt aan grotere maatschappelijke vragen.
Zorgen voor Europese identiteit
Europe, who are you? (2025-2026) is Hielkema’s zoektocht naar een Europese identiteit. Een onderdeel van het project heet Around Europe en bestaat uit vier grote eikenhouten lijsten met archieffoto’s over koloniale (oorlogs)geschiedenis, Europese identiteit en integratie.
De foto’s zitten in eikenhouten lijsten, “omdat eikenhout de Duits-Franse as weergeeft en zo fungeert als een oude verbinder van de Europese geschiedenis.” De archieffoto’s die de artiest verzamelt, verwijzen naar momentopnamen uit de founding countries van de EU: Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië, België en Luxemburg. De archiefbeelden worden gepresenteerd op een landelijke vieras en aangevuld met grote geënsceneerde foto’s van de artiest zelf, die reflecteren op het nu. Het kleine correspondeert zo met het grote, en als bezoeker kan je de beelden uit het frame halen om op de achterkant meer informatie te bekijken.

Een van de archieffoto’s toont een grensbord met een vlag in brand op de grens tussen Italië en Frankrijk. “Op de achterkant kan je de archiefinformatie lezen: deze foto is genomen in 1953. Het negatief werd naar de VS gestuurd om daar te worden uitgeprint en ingescand voor de kranten. Het vuur in het midden van het beeld is er met de hand extra opgetekend omdat de echte vlammen niet voldoende overkwamen op de foto. Mijn hedendaagse tegenhanger voor dit beeld is mijn eigen kind dat een Europese vlag opeet.”
Een ander archiefbeeld komt uit België in 1960 en toont een vrouw met twee kinderen. Op de achterkant lees je de beschrijving: Vluchtelingen komen aan in Brussel. “Het gaat hier natuurlijk over kolonisten die vanuit de Democratische Republiek Congo naar België moesten terugkeren”, vertelt Hielkema. Als hedendaagse tegenhanger ensceneert de artiest een foto van zichzelf bij het Atomium in Brussel, met een protestbord in de hand: This Land Was Promised to Me. “Het is in eerste instantie een cynische verwijzing naar die archieffoto, maar tegelijk ook een aanklacht tegen wat er nu geopolitiek gebeurt buiten de grenzen van de Europese Unie.”
Hielkema is geboren in ’94, kort na de oprichting van de Europese Unie in ’92 en ’93. Het concept van open grenzen en de euro als munt zijn voor hem vanzelfsprekend. In interviews met verschillende Europese burgers merkte Hielkema op dat velen vergeten zijn wat die Europese vrijheden vandaag precies voor ons mogelijk maken, omdat we er zo aan gewend zijn geraakt.
“Ik merkte dat Europa voor velen enerzijds concreet is, maar tegelijk ook iets heel abstracts waar we maar moeilijk bij kunnen. Het is een log en sloom systeem. Om die verschillende aspecten ook in mijn werk te verwerken, torenen naast de eikenhouten lijsten vier 6 meter hoge slagbomen boven de archieffoto’s uit, afkomstig van de grens tussen Duitsland en Nederland. Ze staan opgesteld als een half platform, geïnspireerd op de vorm van een parlement, en het is eigenlijk onduidelijk hoe je ze precies moet interpreteren. Zijn de grenzen open en is dat goed? Of vormt het een bedreiging? Of zijn die grenzen juist de bedreiging?”

Zorgen voor masculiniteit
Zijn zoektocht naar een vorm van Europese identiteit sluit thematisch nauw aan bij zijn project Black Butterflies, or; The Ballad of Jonny Toxic & Jacco Macho (2025). Tijdens zijn studies stelde hij The Portable Village voor, een blauwdruk voor een residentieel experiment waarin allerlei disciplines zouden samenkomen om vanuit verschillende hoeken een oplossing voor een sociaal probleem te vinden.
Een leerkracht gaf hem de volgende bruuske commentaar: “De man die altijd maar de wereld wil veranderen, weet je hoeveel slechte dingen daarvan gekomen zijn? Je moet eens even kijken naar je eigen masculiniteit.”
“Ik was heel erg geschokt, maar het zette me wel aan het denken. Ik werd vroeger vreselijk gepest met mijn lange haren, nagellak en roze kleding. Om te overleven ben ik petjes gaan dragen, gestopt met atletiek en viool spelen, en begonnen met basketballen en roken. Ik besloot er een film over te maken, samen met een vriend uit Italië, Jacopo Martini. We zijn samen in het land van het machismo en het land van de gierige calvinisten gaan filmen en voerden gesprekken met gewone mensen om erachter te komen hoe masculiniteit ervaren wordt, of zij zich daar ook zorgen over maken en of er oplossingen zijn. Op die manier ben ik mijn eigen masculiniteit beginnen te bevragen, maar ook beginnen te omarmen, om daarna aan de wereld te vragen of het nog mogelijk is om dat te vieren.”

Zorgen voor elkaar
Hielkema groeide op in een gezin met zeven jongens; één van zijn broers is meervoudig gehandicapt. Na zijn kunstenaarsstudies besloot hij in de zorg te gaan. Gedurende zes jaar werkte hij met Olivier, een gehandicapt jongetje over wie hij een film aan het maken is. Hielkema maakt zich zorgen: wie zorgt er voor de jongens als hun ouders sterven of het niet meer aankunnen?
“Is dat de overheid? Zijn wij broers dat? Kunnen wij dat wel? Welke bureaucratische formaliteiten moeten wij in orde maken? Mijn ouders hebben er altijd voor gezorgd dat mijn broer Camiel alle kansen kreeg en zijn toekomstplan is duidelijk. Camiel dj’t, DJ Wheelstar, heeft een hulphond, werkt in Amsterdam, neemt de trein en de veerboot. Maar Olivier heeft maar één broer en hij leeft niet zelfstandig. Hij wordt van ’s ochtends tot ’s avonds verzorgd door anderen en zijn ouders. Niemand ziet het écht, maar op grotere schaal dragen we als belastingbetaler allemaal bij aan die zorg. Op kleine schaal, in die families, leven heel veel zorgen voor later, terwijl het zorgsysteem in Nederland aan het wankelen is.”

Zorgen voor nuance
America, how are you? (2020) is de vraag die Hielkema stelt in het gelijknamige project. Hij vraagt zich af of Noord-Amerikaanse burgers echt zo gepolariseerd zijn als de media en de politiek doen uitschijnen. “Er lijkt een soort radicale exclusiviteit te heersen terwijl er ongeveer 250 miljoen stemgerechtigden zijn en zestig miljoen mensen op Trump stemden. Hoeveel mensen blijven er dan nog godverdomme over?”
Door in gesprek te gaan met die stilzwijgende meerderheid laat hij zien dat de U.S. helemaal niet zo gepolariseerd is als het nu lijkt. Hielkema zorgt voor nuance. “En nuance is precies waar we vandaag vaak aan voorbijgaan. Door nuance kunnen we misschien weer wat liever met elkaar omgaan. Dat hoorde ik vaak terugkeren:‘Dit zouden de interviews van CNN en Fox News moeten zijn!’ Maar menselijke gesprekken leveren jammer genoeg geen clickbaits op. Good news is uiteindelijk no news.”
Ontdek Around Europe, een onderdeel van de fotoreeks Europe, who are you? (2025-2026) van Jonathan Hielkema in Prospects op Art Rotterdam.
Geschreven door Emily van Driessen
Galleria Doris Ghetta uit Italië toont in de New Art Section van Art Rotterdam een solopresentatie met werk van Shivangi Kalra. In haar schilderijen nodigt ze de kijker uit om haar innerlijke wereld binnen te stappen: een wereld die heel persoonlijk is, maar tegelijk aan iets universeels raakt. Haar werken laten zich lezen als geconcentreerde studies naar herinnering, intimiteit en sociale verhoudingen. De New Art Section, gecureerd door Övül Ö. Durmuşoğlu, is gereserveerd voor solopresentaties van opkomende kunstenaars met een spannende en inhoudelijk doordachte praktijk.

Shivangi Kalra werd in 1998 geboren in Delhi. Ze studeerde Schilderkunst aan de College of Art in Delhi en studeerde in 2024 cum laude af aan het Frank Mohr Instituut in Groningen, na een uitwisseling aan Uniarts Helsinki. In datzelfde jaar ontving ze de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Tegenwoordig verdeelt ze haar tijd tussen Amsterdam en India, twee contexten die doorwerken in haar schilderijen.
Kalra’s dromerige en mysterieuze schilderijen zeggen iets over de manieren waarop herinnering en waarneming soms door elkaar heen lopen. De kunstenaar schildert meestal geen duidelijk omlijnd verhaal, maar toont gefragmenteerde situaties waarin net iets is gebeurd, of op het punt staat te gebeuren. Als een mentale ruimte die ze zorgvuldig, element voor element inricht, soms bijna geënsceneerd als een toneelstuk. Tegelijkertijd maakt ze het tafereel zelden expliciet. In haar composities zien we bijvoorbeeld interieurs, terrassen en theatrale elementen, maar ook referenties naar overdadige feesten uit haar jeugd. Voor Kalra vormen die feesten een microkosmos waarin sociale verhoudingen en subtiele, ingesleten codes zichtbaar worden, bijna als een performance. Tegelijkertijd is er ruimte voor oprechte verbondenheid. Ze probeert in feite te doorgronden wat er gebeurt wanneer mensen samenkomen in een dergelijke context. Als een maatschappij in het klein, gevangen in een beeld dat evenveel prijsgeeft als achterhoudt.

Wat opvalt in haar werk is de manier waarop ruimtes een psychologische lading krijgen. Veel van haar taferelen spelen zich af in de stad waar ze opgroeide, die in de afgelopen decennia ingrijpend van gedaante is veranderd, net als het sociale landschap. Toch vormt de stad meer een ruimte voor haar herinneringen dan een letterlijk decor. Feestelijke tafels staan soms in ogenschijnlijk warme woonkamers, soms verschuiven ze naar terrassen of buitenruimtes. Soms zien we een meubelstuk dat net iets te nadrukkelijk aanwezig is. Personages verschijnen in motion blur, zijn alleen zichtbaar als autonome hand of als dubbel spiegelbeeld, vormen een onheilspellende schaduw in een hoek, verdwijnen deels achter rook of gordijnen, zijn gezichtsloos of lossen op in hun omgeving. Soms worden figuren in haar composities ingelijst door een raam, terwijl je blik als kijker soms wordt tegengehouden door de spijlen van een balkonhek. In andere schilderijen zijn mensen juist opvallend afwezig. Dieren duiken regelmatig op: schimmen van honden, tafelpoten die aan paardenbenen doen denken, tijgervloerkleden die tot leven lijken te komen.

De kunstenaar stuurt je oog langs opvallende, net niet kloppende zichtlijnen en veelbetekenende details, waaronder foto’s aan de muur die alleen maar meer vragen oproepen. Je voelt de stiltes, het uiterlijke vertoon, de frictie en de onuitgesproken hiërarchieën: de sociale spelregels en verhoudingen tussen wat van mannen en vrouwen wordt verwacht. Alsof je kijkt naar een geladen maar onstabiele herinnering die in de loop van de tijd van vorm is veranderd, met een interne logica die alleen een droom kan hebben. Kalra zei daarover, in de context van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst: “Ik ben meer gaan schilderen naar herinneringen en ben de verwarring die daaruit kan ontstaan gaan omarmen.” De resulterende werken hebben iets onheilspellends en melancholisch, met een onscherp randje door de toevoeging van humor en een mate van absurdisme.
Het werk van Shivangi Kalra was de afgelopen jaren onder meer te zien in het Groninger Museum, het Chabot Museum, het Koninklijk Paleis Amsterdam, Method in Mumbai en het Museum of Goa. Later dit jaar presenteert de kunstenaar een solotentoonstelling in het Drents Museum in Assen.

De presentatie van Shivangi Kalra zal tijdens Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy) te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door Galleria Doris Ghetta.
Geschreven door Flor Linckens
Dagelijks 12.00 en 16.00 u | gratis, aanmelden op de beurs volgens vol=vol
Tijdens de aankomende editie verzorgt Art Rotterdam dagelijks rondleidingen voor bezoekers van de beurs. Deze bieden zowel beginnende kunstliefhebbers als ervaren kunstkenners nieuwe perspectieven op de diversiteit en hoogtepunten van de beurs. Bevlogen kunstprofessionals maken op toegankelijke wijze inzichtelijk welke bijzondere verhalen schuilgaan achter zowel het kunstwerk als de maker.

Eind maart ontstaat er in Rotterdam tijdelijk een spannende fotografiehub. Op drie locaties ontdek je dan hoe breed en levendig het medium is: Unseen Photo binnen Art Rotterdam, de Unseen Book Market in het net heropende Nederlands Fotomuseum en het fotografiefestival Rotterdam Photo op het Deliplein. Een interessant parcours met drie verschillende contexten, voor iedereen die zich met fotografie bezighoudt, van verzamelaars en professionals tot nieuwsgierige bezoekers.

Binnen Art Rotterdam presenteert Unseen Photo van 27 tot en met 29 maart een internationaal programma met zowel gevestigde namen als upcoming talent. Fotografie is volledig geïntegreerd in de beurs en beslaat samen met de andere presentaties maar liefst 14.000 m² in Rotterdam Ahoy. Naast de Main Section en het Solo/Duo-programma bestaat Unseen Photo uit verschillende curated secties. In de New Photography sectie zie je nieuw werk van hedendaagse fotografen, terwijl curator Domenico de Chirico in de Encounters sectie onderzoekt hoe fotografie gemixt kan worden met andere disciplines. Fotografiehistoricus Hedy van Erp richt zich in The Past Present juist op analoge fotografie tot het jaar 2000, met bijzondere aandacht voor herontdekte archieven en gevonden beelden die door hedendaagse ingrepen nieuwe betekenissen krijgen.

Parallel aan de beurs vindt de Unseen Book Market plaats in het onlangs heropende Nederlands Fotomuseum in Pakhuis Santos. Van 26 tot en met 29 maart presenteren 35 uitgevers hier een brede selectie fotoboeken en publicaties. De begane grond van het museum verandert in een ontmoetingsplek voor uitgevers, kunstenaars en liefhebbers van het fotoboek. De toegang tot de boekenmarkt is gratis. Houd er rekening mee dat het druk kan zijn en dat er die dag twee aparte wachtrijen (ingangen) zullen zijn. Eén voor de reguliere museumtoegang en één voor de Unseen Book Market. Let op: wil je ook de tentoonstellingen in het Nederlands Fotomuseum bezoeken? Dan heb je een regulier museumticket nodig. In dat geval kun je bij de servicebalie binnen aansluiten in de rij.

Tegelijkertijd strijkt Rotterdam Photo van 25 tot en met 29 maart neer op het Deliplein in Katendrecht. Dit internationale fotografiefestival presenteert meer dan dertig fotografen van over de hele wereld in een informele setting: een open containerdorp. De editie van 2026, ‘Echoes of Silence – War in the Artist’s Soul’, richt zich op de manier waarop conflict en spanning doorwerken in persoonlijke verhalen, herinnering en migratie. In plaats van directe verslaglegging van geweld ligt de nadruk op de innerlijke resonantie van conflict: fotografie als reflectie op wat oorlog en onrust nalaten in het individu. Als onderdeel van het programma zie je ook een reeks gecureerde tentoonstellingen met werk van kunstenaars als Caroline Monnet (Canada), Diego Moreno (Mexico/Zwitserland), Hashim Nasr (Soedan/Egypte) en Otto Snoek (Rotterdam). Daarnaast biedt Rotterdam Photo een programma met Photo Talks, panelgesprekken, live muziek en ontmoetingen met kunstenaars.
Unseen Photo op Art Rotterdam:
Vrijdag 27 maart – zondag 29 maart: 11.00 – 19.00 uur
Adres: Rotterdam Ahoy, Ahoyweg 10, Rotterdam
Tickets: €22.50 (met korting voor studenten, een off-peak ticket voor €16,50 en gratis toegang voor kinderen t/m 12 jaar)
Unseen Book Market in het Nederlands Fotomuseum:
Donderdag 26 maart: 11.00 – 21.00 uur
Vrijdag 27 maart – zondag 29 maart: 11.00 – 17.00 uur
Adres: Pakhuis Santos, Brede Hilledijk 95, Rotterdam
Tickets: €17,50 (met kortingen voor o.a. CJP-kaarthouders, en gratis toegang voor houders van o.a. een Museumkaart)
Rotterdam Photo
Woensdag 25 maart: 18.00 – 22.00 uur
Donderdag 26 maart: 11.00 – 18.00 uur
Vrijdag 27 maart: 11.00 – 18.00 uur
Zaterdag 28 maart: 11.00 – 20.00 uur
Zondag 29 maart: 11.00 – 18.00 uur
Adres: Deliplein, Rotterdam
Tickets: €6.50 (met kortingen voor o.a. Rotterdam-pashouders en groepen)
Zaterdag 28 maart, 16.00 tot 17.00 u
Stand C 01, Galerie Ron Mandos
De internationaal bekende, Rotterdamse kunstenaar Joep van Lieshout stelde een kunstwandeling samen in de vorm van een boekje. Hij laat je zijn favoriete kunstwerken in Rotterdam zien, waar je anders misschien zomaar aan voorbij zou lopen.
Dit deed hij in samenwerking met Tramhuis, de onlangs geopende kiosk voor stadswandelingen. Een initiatief van Droom en Daad met als doel Rotterdammers en bezoekers aan te moedigen om de stad te voet te ontdekken.
De route is 5 kilometer en rolstoelvriendelijk. Zaterdag 28 maart tussen 16:00 en 17:00 is het boekje (€12,90) op de beurs te koop, waar Joep van Lieshout aanwezig is om te signeren.

Op het eerste gezicht word je vrolijk van het kleurrijke werk van Vuyo Mabheka. De combinatie van frisse kleuren, naïeve kindertekeningen en uitgeknipte foto’s zijn easy on the eye. Maar dat beeld houdt geen stand. Met ieder werk dat je ziet, stel je het bij. Je ziet dezelfde foto’s terugkomen, en dezelfde getekende figuren opduiken. Mabheka vertelt in zijn fotocollage’s hoe het is om als zwart persoon op te groeien in een township in post-Apartheid Zuid-Afrika. Een zeer gelaagd en breekbaar verhaal, omgeven door schaamte en wantrouwen, dat zelden wordt verteld.

Het werk van Vuyo Mabheka is te zien op Unseen Photo in de stand van Afronova.
Mabheka’s serie heet Popihuise, een verbastering in het Xhosa van het Afrikaanse pophuis (poppenhuis). Hij voegde de e aan het einde toe om het woord Engels te laten klinken. De naam verwijst naar de oorspronkelijke functie van de tekeningen. Het was zelfgemaakt speelgoed. Mabheka gebruikte ze namelijk als bordspel als zijn jongere zusje vriendinnetjes naar huis meenam.
Vuyo Mabheka (Zuid-Afrika, 1999) werd geboren in de Oost-Kaap. Samen met zijn moeder en jongere zus verhuisden ze regelmatig; naar plekken waar zijn moeder werk kon vinden. Uiteindelijk streken ze neer in Thokoza waar ze inwoonden bij hun oma. Hun vader was buiten beeld en hun moeder vooral aan het werk. Toen zijn grootmoeder overleed kwam de opvoeding van zijn jongere zus vooral bij Mabheka te liggen. Afronova’s Emilie Demon omschrijft het als een instabiele omgeving, eentje waarin veel neerkwam op het improvisatievermogen en de overlevingsdrang van een minderjarige.

Om van een instabiele jeugd tot bricolage-kunst te komen, moest er nog veel gebeuren. Demon woont en werkt in Johannesburg. Naast haar galerie is de Japans-Franse al tien jaar als mentor betrokken bij het fotografieproject Of Souls and Joy in Thokoza, dat wordt gerund door de fotograaf Jabulani Dhlamini. Naast een fotocursus biedt het project ook handvatten om te leren reflecteren op en praten over traumatische ervaringen. ‘De afgelopen tien jaar heb ik veel geleerd’, vertelt Demon aan de telefoon. ‘Aanvankelijk waren de deelnemers wantrouwig. Wat komt iemand als ik daar doen? Wat wil ze van ons, was de houding. Het kostte dan ook veel tijd om hun vertrouwen te winnen.’
‘Praten over traumatische ervaringen kost altijd veel tijd, maar voor zwarte Zuid-Afrikanen is dat waarschijnlijk nog moeilijker. Zij voelen zich niet gezien. Daarom wilde ik er een safe space van maken – een plek waar je leert over fotografie en je eventueel kan praten over je trauma’s.’
Het bleek een opgave om recht te doen aan gelaagdheid van het werk en de oorspronkelijke functie van de tekeningen, vertelt Demon. Niet alleen omdat veel van de vellen aan twee kanten betekend zijn, maar vooral omdat de verhalen die ermee worden verteld uiterst persoonlijk zijn.

Zo keert de vaderfiguur keert in meerdere gedaanten terug, een keer met de tekst I’m Proud ter hoogte van zijn ogen, zijn arm om een uitgeknipte foto van een vijfjarige Mabheka heengeslagen. Dan weer als politieagent die een jonge Mabheka helpt oversteken.
In iGumbi Lam zien we een Mabheka als kleuter in een slaapkamer op bed zitten. Op de wand staan steekwoorden. Waar de belevingswereld van de gemiddelde 5-jarige in een stabiele omgeving waarschijnlijk zaken bevat als voetballen, Pokemon, Nintendo en [naam huisdier], is de woordwolk bij Mabheka stukken grimmiger: politie, familie, love, dad, hero, doctor. Onder in beeld is op een wekker de datum te zien: Fri / 13.
Daarnaast zitten er elementen in die je mythologiserend zou kunnen noemen. In Top Zinto verandert een golfplaten hut in een kleurrijk huis, en in Imbali Yesizwe wordt een huis zonder ouders een plek van verlossing voor een natie.

Om aan al deze zaken recht te doen kozen Mabheka en Demon ervoor om kleine verschillen tussen de editienummers toe te staan. Iedere collage keer net iets anders is. De tekening blijft telkens hetzelfde, maar de foto’s zijn per editie anders omdat ze met de hand worden uitgeknipt. Ook kan de keuze verschillen. ‘Deze aanpak past goed bij het werk’, aldus Demon.
In 2024 nam Emilie Demon het werk van Vuyo Mabheka mee naar Paris Photo. Dat werd een doorslaand succes – het werk was binnen een paar dagen uitverkocht. Ook publiceerde de bekende Franse uitgever van fotoboeken Chose Commune een boek over de serie. Het veranderde Mabheka’s leven; hij reisde sindsdien naar veel voor zijn werk en bezocht onder meer Zwitserland, Frankrijk, België en Italië. Binnenkort vertrekt hij naar Japan. We hebben nog maar het begin gezien, zegt Demon vol vertrouwen aan de telefoon. ‘His peach is so ready now’.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Dit jaar viert de NN Art Award haar tiende editie. De jaarlijkse stimuleringsprijs van €10.000 gaat naar een getalenteerd kunstenaar die een opleiding in Nederland afrondde en werk presenteert op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy). De vakjury nomineerde vier kunstenaars: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) en Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). Van 14 maart tot en met 25 mei 2026 is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam.

Mandy Franca onderzoekt in haar multidisciplinaire praktijk de frictie en verwevenheid tussen het digitale en het alledaagse. Ze groeide op in Rotterdam-Zuid, waar culturele diversiteit de norm was en contact met haar familie op Curaçao verliep via een belhuis, een kleine winkel waar je in de jaren 90 en vroege jaren 2000 tegen betaling internationaal kon bellen. De klokken aan de muur met verschillende tijdzones weerspiegelden niet alleen de fysieke afstand, maar ook twee werkelijkheden die gelijktijdig bestonden. Franca ontwikkelde zo al vroeg een scherp gevoel voor wat technologie doet met nabijheid, herinnering en identiteit.
In haar artistieke praktijk onderzoekt de kunstenaar hoe digitalisering, migratie en globalisering doorwerken in onze omgang met alledaagse objecten, plekken, tradities, beelden, herinneringen en huiselijke omgevingen, vaak zonder dat we het doorhebben. Hoe kunnen die behouden worden? Franca gelooft dat het individuele daarbij altijd verwijst naar het gedeelde. Ze probeert het schijnbaar gewone niet alleen te herwaarderen en extra gewicht te geven, maar ook te kijken naar wat de beleving daarvan verbindt met bredere, gemeenschappelijke ervaringen. Op die manier plaatst ze persoonlijke ervaringen in een groter weefsel van gedeelde behoeften en wederzijdse afhankelijkheid. Daarbij heeft ze extra aandacht voor elementen als zorg, verbinding en het lichaam als archief. Ook onze relatie met de niet-menselijke wereld loopt als een rode draad door haar praktijk.
Als vertrekpunt gebruikt Franca vluchtige snapshots die ze maakt met haar smartphone, vaak in lage resolutie omdat ze omarmt wat ze beschikbaar heeft. Ze verwijst daarmee naar Hito Steyerls essay over het ‘arme beeld’, als democratisch tegenwicht voor de ‘perfecte’ beeldtaal van de commerciële wereld, waarbij circulatie en toegankelijkheid zwaarder wegen dan technische perfectie. Franca onderzoekt wat digitale materialiteit betekent en hoe een beeld zich verhoudt tot oppervlak, reproductie en tastbaarheid. In haar praktijk geeft zij die vragen vorm door analoge en digitale werkwijzen te verbinden, te tekenen, te drukken en beelden over elkaar te leggen, om zo een complexiteit zichtbaar te maken waarin het digitale en het fysieke onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Er ontstaat zo een spanningsveld tussen het reproduceerbare beeld en de unieke handeling die het transformeert tot een uniek werk. Franca experimenteert daarbij veelvuldig met verschillende media en druktechnieken. Voor eerdere werken gebruikte ze bijvoorbeeld NASA-beelden in combinatie met eigen fotografie, video en geluid.

Mandy Franca werd in 1989 geboren in Rotterdam. Ze studeerde aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en de Royal College of Art in Londen, gevolgd door een residency aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Haar werk was onder meer te zien in Stedelijk Museum Amsterdam, Saatchi Gallery in Londen en TENT Rotterdam, en bevindt zich in de collecties van Stedelijk Museum Amsterdam en de Rijksakademie. Haar werk verscheen onlangs in de publicatie ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’ van Phaidon Press.
Mandy, kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam?
Het werk dat op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam te zien zal zijn, is onderdeel van een grotere serie waar ik in 2023 mee begon, met de titel ‘An Area of Land Dominated by Trees’. Hiervoor liet ik mij inspireren door de openingszin van Wikipedia’s beschrijving van een bos. De titels functioneren deels als beschrijvende, bijna encyclopedische aanduidingen, alsof het gaat om een biologische registratie van een moment. Tegelijkertijd zijn er ook een aantal titels met persoonlijke lading, zoals ‘Fluttering Leaves Make the Wind Blow’, afgeleid van een uitspraak van mijn schoonzusje, of ‘My Grandmother’s House as a Place of Shelter’, dat eveneens in de presentatie op Art Rotterdam te zien is in de stand van Night Café.

Ik ben geïnteresseerd in verschillende werkelijkheden en vormen van intelligentie die verder reiken dan de mens, en plaats zowel hedendaagse technologieën als de natuurlijke wereld binnen een meer-dan-menselijke context. Bomen zijn sociale wezens die in staat zijn tot complexe communicatie, wat de opvatting uitdaagt dat intelligentie uitsluitend aan mensen is voorbehouden. Dit nodigt uit tot een herwaardering van onze relatie met de natuur en met hedendaagse technologieën, en verruimt het menselijk begrip van intelligentie. De nadruk die het Westen legt op individualisme onderschat het belang van gemeenschap, samenwerking en het erkennen van onze wederzijdse afhankelijkheid en gemeenschappelijke ervaringen. Het begrijpen van onze onderlinge verbondenheid is cruciaal voor ons voortbestaan. Bomen dienen in dit werk niet als een metafoor, maar als een gemeenschap waar wij als mensen wel iets van kunnen leren.
De beelden in deze serie zijn afkomstig uit mijn persoonlijke beeldarchief en zijn in de afgelopen jaren met mijn iPhone gemaakt op verschillende plekken en momenten in mijn leven: onder andere in Londen, in het Vondelpark in Amsterdam, het Kralingse Bos in Rotterdam, op het terrein van de Rijksakademie van beeldende kunsten en het huis van mijn oma op Curaçao. Deze geografische en temporele gelaagdheid weerspiegelt hoe mijn werk ontstaat: vanuit overlappingen tussen plaats, herinnering en huidige ervaring.

In beide presentatie kies ik bewust voor een niet-hiërarchische manier van hangen. Werken bevinden zich op verschillende hoogtes en verspreiden zich over meerdere wanden, waardoor er ruimte ontstaat voor ontdekking en beweging. Geen enkel materiaal, formaat of techniek is ondergeschikt aan een ander.
Mijn interesse in gemeenschap en onderlinge verbondenheid is niet alleen conceptueel, maar ook erg persoonlijk. Mijn ouders zijn op Curaçao geboren en ik groeide op in Rotterdam-Zuid in een multiculturele omgeving. Mijn klas op de christelijke basisschool bestond uit kinderen van diverse culturele achtergronden en we begonnen elke week met gebed, elk op ieders eigen manier. Als kind vond ik die verschillen in taal, religie en rituelen vanzelfsprekend en fascinerend, het was mijn ‘normaal’. Als volwassenen werd ik me bewuster van hoe deze (culturele) diversiteit maatschappelijk soms onder druk staat of op weerstand stuit. Voor mij vertegenwoordigt die culturele kruisbestuiving juist een vorm van sociale intelligentie. In die zin zie ik een parallel met het bos: Het herinnert me eraan dat wij als planeet, mensen, dieren, planten en zelfs technologie, met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk.

Wat zijn je plannen voor 2026?
Momenteel werk ik aan mijn eerste solotentoonstelling in een museum, waar ik erg naar uit kijk. In mei opent mijn solo ‘I Breathe an Endless Universe in Me’, gecureerd door Delany Boutkan, in het Stedelijk Museum Schiedam. De tentoonstelling vormt een belangrijk ankerpunt in mijn praktijk en ligt in directe verlenging van een doorlopend onderzoek dat begon met ‘On Being Light and Liquid’ (Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam, 2024) en zich vervolgde in ‘Why Do I Stare at the Sky and Long for the Clouds’ (Night Café, Londen, 2025).
In deze reeks keren wolken, lucht en de kleur blauw terug als motieven die dienen als verbindend en gemeenschappelijk element, en die ontstonden na een lange periode van ziekte en isolatie. Ik lag maandenlang in bed, starend naar de lucht. Omdat zelfs de gebruikelijke bezigheden waarmee je jezelf bezighoudt tijdens ziekte voor mij geen optie waren, werd de uitgestrekte lucht buiten mijn raam mijn verbinding met de buitenwereld. De steeds veranderende lucht doorbrak het repetitieve ritme van mijn dagen en bracht momenten van reflectie en verwondering. Ik reflecteerde op het contrast tussen mijn eigen onbeweeglijke toestand en de vloeibaarheid van de wereld om me heen. Terwijl ik de beweging van de wolken observeerde, historisch gezien een symbool van vrijheid, dacht ik na over hoe die vrijheid altijd contextueel en situationeel gebonden was. De presentatie in het Stedelijk Museum Schiedam omvat onder andere fotografische en videobeelden, genomen met een mobiele telefoon uit mijn eigen archief, maar ook in samenwerking met familieleden, digitaal gesimuleerde beelden, schilderkunst, geluid en videowerken. In deze tentoonstelling onderzoek ik hoe aanwezigheid wordt ervaren wanneer mensen, plekken en tijden uit elkaar liggen. Adem en lucht spelen daarin een centrale rol.
Mijn werk is ook opgenomen in de onlangs verschenen publicatie ‘Vitamin P4: New Perspectives in Contemporary Painting’, uitgegeven door Phaidon Press. De ‘Vitamin’-serie richt zich op hedendaagse kunstenaars die met schilderkunst werken en brengt rond de 100 kunstenaars over de hele wereld samen, die volgens hen de afgelopen 5-10 jaar een frisse, unieke of innovatieve bijdrage aan dit genre hebben geleverd.
Verder staan er ook een aantal tentoonstellingen in het buitenland in het najaar op de planning en wil ik de tijd nemen om midden in het jaar rust te pakken op Curaçao, tussen de drukte in!

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
Ik was behoorlijk verrast! Het idee om mij aan te melden kwam van mijn galerist van Night Café, die ervan overtuigd was dat ik kans maakte om geselecteerd te worden. Dat zij die potentie in mijn werk zag, getuigt alleen maar van haar intuïtie en betrokkenheid.
Het nieuws kwam echter op een bijzonder moment: een dag eerder hoorde ik dat mijn oma na een kort ziekbed was overleden. Daardoor stond deze nominatie in scherp contrast met hoe ik me op dat moment voelde. Ik voelde me vereerd, maar ook wat verbaasd. Maar ik zie de nominatie juist door de timing ook wel als een aanmoediging. Tegelijkertijd ben ik dankbaar en is het een eer om één van de vier genomineerden te zijn uit zoveel inzendingen.

Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
De afgelopen jaren ben ik door mijn gezondheid niet in staat geweest om veel te reizen. In een periode daarvoor ben ik begonnen met het verzamelen van beelden met bloemen uit mijn eigen beeldarchief. Vanuit dat groeiende archief ontwikkel ik collages in combinatie met olie pastel, die verwijzen naar het traditionele bloemstilleven, maar waarin ook lichamelijkheid en fragmentatie zichtbaar worden. Voor mij dragen bloemen zowel iets kwetsbaars als iets veerkrachtig in zich. Op termijn zou ik graag naar Curaçao reizen om daar bloemen vast te leggen en te onderzoeken. Mijn ouders zijn daar opgegroeid, omringd door deze flora. Door dit toekomstige archief te verbinden met het materiaal dat ik de afgelopen jaren heb verzameld, wil ik persoonlijke en geografische lagen samenbrengen. Ze functioneren als dragers van herinnering, aanwezigheid en familiegeschiedenis.
Om die gelaagdheid verder te kunnen onderzoeken en mijn werk op grotere, ruimtelijke schaal te ontwikkelen, is mijn droom niet zozeer het realiseren van één specifiek project, maar het zou mij dichterbij mijn doel brengen om een grootformaat printer aan te schaffen. Het gebruik van een printer speelt een grotere rol in mijn praktijk, maar momenteel ben ik hiervoor afhankelijk van externe workshops met de juiste faciliteiten om mijn werk te drukken, wat betekent dat ik lang van tevoren moet plannen. Een eigen grootformaat printer hebben zou meer spontaniteit, flexibiliteit en experiment met materialen toelaten, waardoor ik mijn praktijk kan verbreden. Als ik deze apparatuur in mijn eigen atelier tot mijn beschikking zou hebben, zou dat het proces niet alleen versnellen, maar vooral verrijken: het opent de mogelijkheid om te experimenteren met gelaagdheid, materialen en combinaties die nu vaak buiten bereik blijven. Op die manier wil ik mijn artistieke praktijk verder ontwikkelen en een balans tussen experiment en technische kennis verder opdoen.
De winnaar van de NN Art Award 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdag 27 maart in Kunsthal Rotterdam. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk voor genodigden.
Geschreven door Flor Linckens