Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Tijdens Art Rotterdam, van 27 tot en met 29 maart, voor de tweede keer in Rotterdam Ahoy wordt de nieuwe editie Prospects van het Mondriaan Fonds gepresenteerd. De tentoonstelling, inmiddels voor de 14e keer te zien tijdens Art Rotterdam, laat het werk zien van 92 startende kunstenaars. Alle kunstenaars ontvingen in 2024 een financiële bijdrage binnen de regeling Kunstenaar Start van het Mondriaan Fonds.
De 14e editie Prospects wordt samengesteld door curator Johan Gustavsson in samenwerking met curator Daphne Verberg.
Gustavsson is mededirecteur bij 1646 en docent aan de KABK. Verberg is freelance curator en projectmanager. Ze werkt momenteel aan een reeks solopresentaties in het Paleis van Justitie in Den Haag en was afgelopen twee jaar mededirecteur van het resort.

Gustavsson en Verberg over de tentoonstelling:
“Prospects 2026 presenteert een nieuwe generatie kunstenaars die met verbeeldingskracht, zorgvuldigheid en enorme energie een veranderende wereld tegemoet treden. In deze 14e editie van Prospects buigen de deelnemers zich over urgente vraagstukken, variërend van het opnieuw vormgeven van het collectieve geheugen tot het onderzoeken van nieuwe verhoudingen tussen technologie, ecologie en het menselijk lichaam. Hun werken laten zien dat experimenteren en zorgzaamheid hand in hand kunnen gaan en bieden een blik op alternatieve toekomsten die zowel uitdagend als vol mogelijkheden zijn. We zijn vereerd om deze diverse groep talenten te mogen introduceren, wiens praktijken de rijkdom en dynamiek van de hedendaagse kunst in Nederland weerspiegelen.”
Het Mondriaan Fonds organiseert de tentoonstelling Prospects jaarlijks tijdens Art Rotterdam om de zichtbaarheid van startende kunstenaars een extra impuls te geven. Door de nabijheid van Art Rotterdam kunnen kunstprofessionals en verzamelaars, maar ook een brede groep geïnteresseerden kennismaken met het werk van deze veelbelovende kunstenaars.
Tijdens Art Rotterdam 2026 wordt voor de tiende keer de NN Art Award uitgereikt, een speciale jubileumeditie. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan getalenteerde kunstenaars die een opleiding hebben afgerond aan een Nederlands instituut en werk tonen op Art Rotterdam. Al tien jaar lang biedt de prijs een belangrijke springplank voor kunstenaars. Prijswinnaars vonden hun weg naar musea en collecties in binnen- en buitenland. De NN Art Award is daarmee een consistente en inhoudelijke investering in de zichtbaarheid en ontwikkeling van artistiek talent. De winnaar wordt op vrijdag 27 maart bekendgemaakt tijdens een feestelijke avond in Kunsthal Rotterdam. Werk van de vier genomineerden is daar van 14 maart tot en met 25 mei 2026 te zien.

Een duurzaam partnerschap
Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) is sinds 2017 partner van Art Rotterdam en reikt in die hoedanigheid jaarlijks een stimuleringsprijs uit aan uitzonderlijk hedendaags kunsttalent. De focus ligt op kunstenaars met een eigen en vernieuwende beeldtaal. Deze kunstenaars verhouden zich vaak tot maatschappelijke thema’s of vallen juist op door hun bijzondere technische benadering. De award is er zowel voor nieuw talent als voor kunstenaars die al een volgende stap in hun carrière hebben gezet. Dankzij multidisciplinaire selectiecriteria komen alle media in aanmerking.
Ruimte voor ontwikkeling en zichtbaarheid
De winnaar ontvangt een geldbedrag van €10.000, bedoeld om diens werk verder te ontwikkelen en een breder publiek te bereiken. Dit jaar krijgen de genomineerden wederom de unieke kans om hun werk te tonen in Kunsthal Rotterdam. De tentoonstelling loopt dit jaar van 14 maart tot en met 25 mei en trok vorig jaar meer dan 24.000 bezoekers. Daarnaast worden alle vier de genomineerden uitgelicht in een artikel op GalleryViewer.com. Ook verwerft Nationale-Nederlanden werk van één of meerdere genomineerden voor de NN Kunstcollectie.
De kracht van Nederlandse kunstopleidingen
De NN Art Award vestigt de aandacht op het hoge niveau van kunstonderwijs in Nederland. Kunstenaars van over de hele wereld kiezen bewust voor toonaangevende instituten als de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, De Ateliers, de Jan van Eyck Academie en het Piet Zwart Instituut.
Terugblik op 2025
Tijdens de vorige editie mocht Pris Roos de prijs in ontvangst nemen. Zij wordt vertegenwoordigd door Mini Galerie. Roos: “Door het winnen van de NN Art Award kreeg ik de mogelijkheid en de middelen om mijn doelen aan te scherpen om een tweede atelier op te zetten in Bogor, Indonesië, waar mijn familie oorspronkelijk vandaan komt. Het doorbrengen van tijd in een stad met een rijke natuurlijke omgeving, veel regenval, een diepgewortelde koloniale geschiedenis en uiteenlopende gemeenschappen heeft mij dieper laten nadenken. Ik wil mijn praktijk meer benaderen vanuit verschillende zintuiglijke en historische perspectieven. Ik leer daar veel van bewoners, bijvoorbeeld over de innovatieve manieren waarop zij plastic en papier gebruiken in hun dagelijkse routine, zoals het maken van een ventilator van plastic flessen. In Indonesië ga ik in gesprek, observeer ik en versterk ik contacten met lokale partners, zowel bewoners als instituten. Reflecties uit deze periode zijn dit jaar al terug te zien in mijn aankomende tentoonstellingen bij CODA Apeldoorn en Museum Limburg, in samenwerking met Riboet Verhalenkunst. Daarnaast verschijnt dit jaar mijn eerste kinderboek, ‘Toko van mijn ouders’. Dank je wel Nationale-Nederlanden, Art Rotterdam, Kunsthal, juryleden. Het betekent echt zoveel voor een kunstenaar om je verhaal te mogen vertellen.”
De jury
De selectie ligt in handen van een jaarlijks wisselende jury van professionals uit het kunstveld. Zij nomineren vier kunstenaars en bepalen gezamenlijk de winnaar van de NN Art Award. De jury is interdisciplinair samengesteld en brengt perspectieven samen van onder meer kunstjournalisten, conservatoren, museumdirecteuren, kunstenaars, kunstverzamelaars en de conservator van de NN Kunstcollectie. Dit jaar bestaat de jury uit:
Galeries die deelnemen aan Art Rotterdam kunnen kunstenaars voordragen voor de NN Art Award. Daarnaast levert de curator van de Prospects-sectie van het Mondriaan Fonds ook dit jaar weer 5 kunstenaars aan: een selectie van de meest veelbelovende talenten in de tentoonstelling.
De vier genomineerden voor de NN Art Award 2026 worden begin februari bekendgemaakt.
Feestelijke uitreiking in Kunsthal Rotterdam
De bekendmaking van de winnaar van de NN Art Award vindt plaats tijdens een feestelijke avond in Kunsthal Rotterdam op vrijdag 27 maart. Aansluitend zijn alle tentoonstellingen in de Kunsthal, waaronder de expositie rond de NN Art Award, vrij te bezoeken voor de aanwezige gasten.
Over Nationale-Nederlanden
Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) is een internationale financiële dienstverlener met een rijke traditie in het ondersteunen van kunst en cultuur. NN is hoofdpartner van Kunsthal Rotterdam en partner van Art Rotterdam.
Geschreven door Flor Linckens
In de sectie The Past Present op Unseen presenteert THIS IS NOT A WHITE CUBE (Lissabon) de serie ‘BLOOM: Reclaiming Presence Through Botanical and Photographic Memory’ van Dagmar van Weeghel. Met deze reeks keert de Nederlandse fotograaf terug naar de negentiende eeuw om de fundamenten van het fotografische archief te bevragen. Wie werd er destijds vastgelegd, wie bleef er buiten beeld, en wat betekent dat voor de manieren waarop wij vandaag kijken?

Van Weeghel studeerde aan de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam en woonde en werkte zo’n tien jaar in verschillende Afrikaanse landen als filmmaker, onder meer in Zimbabwe, Tanzania, Botswana, Uganda en Zuid-Afrika. Die jaren vormden haar blik. Sinds 2015 is fotografie haar voornaamste medium, waarmee ze verhalen deelt die zich afspelen tussen continenten, generaties en geschiedenissen. Haar praktijk beweegt zich daarbij op het snijvlak van beeld en archief.
Een belangrijk keerpunt was haar terugkeer naar Nederland. Ze zag van dichtbij hoe hardnekkig vooroordelen over Afrika en Afrikaanse mensen zijn. Haar man, die ze in Botswana had ontmoet, werd hier regelmatig weggezet als ‘de ander’. Ook haar twee kinderen, die opgroeien met een dubbele identiteit, kregen te maken met racisme. Van Weeghel dook de geschiedenis in en wilde begrijpen hoe zulke patronen ontstaan. Ze las onder meer het beroemde werk ‘Oriëntalisme’ van Edward Said, die als eerste systematisch beschreef hoe de westerse blik niet neutraal is, maar gevormd wordt door machtsstructuren en koloniale kennissystemen. Die blik exotiseert, categoriseert en marginaliseert alles wat als ‘anders’ gedefinieerd wordt, en presenteert dat vervolgens als vanzelfsprekende, objectieve werkelijkheid. Wat haar man en kinderen meemaakten was geen uitzondering maar een patroon, diep geworteld in het westerse denken.

Said geldt als een van de grondleggers van het postkolonialisme, een academische stroming die onderzoekt hoe koloniale structuren, denkpatronen en representaties doorwerken nadat het formele kolonialisme is geëindigd. Dekolonialisme gaat een stap verder en is actiever: dat gaat over het actief ontmantelen van die structuren en het ontwikkelen van andere perspectieven en kennissystemen, vaak vanuit het Global South zelf. Denk bijvoorbeeld aan denkers als Frantz Fanon. Van Weeghel zoekt binnen die kaders haar eigen invalshoek. Tussen 2016 en 2022 maakte ze de serie ‘Diaspora’, portretten van Afrikaanse immigranten in Europa, vaak mensen uit haar eigen netwerk. Daarin onderzocht ze hoe waardigheid, kracht en complexiteit zichtbaar kunnen worden gemaakt binnen een visuele cultuur die vooral vanuit een westers perspectief heeft gekeken.
Gaandeweg verschoof haar interesse naar negentiende-eeuwse fotografie, en de structurele afwezigheid van Zwarte Europeanen daarin. In die periode ontwikkelde fotografie zich tot massamedium en werd het ingezet als instrument van registratie én classificatie. Tussen circa 1839 en 1900 zijn portretten van mensen van kleur in Europese archieven schaars, anoniem of volledig afwezig, zeker wanneer het vrouwen betreft. De schaarste is geen toeval, maar een symptoom van een selectieve blik. Wat niet binnen het dominante kader paste, werd niet of nauwelijks vastgelegd. Die lacune staat centraal in ‘BLOOM’. In plaats van het archief te citeren, construeert Van Weeghel een alternatief visueel geheugen. Eerder onderzoek had haar al naar historische figuren als Sarah Forbes Bonetta geleid, een West-Afrikaanse vrouw die onvrijwillig protegée werd van koningin Victoria, maar in ‘BLOOM’ verschuift de nadruk nadrukkelijk naar het heden.
Voor ‘BLOOM’, waaraan ze vier jaar werkte, maakt Van Weeghel gebruik van historische technieken. Maar hedendaagse vrouwen stappen hier het negentiende-eeuwse kader binnen. Niet als curiositeit maar als protagonist. Met een zeldzame carte-de-visitecamera uit 1860 maakt de kunstenaar portretten van vrouwen van Afrikaanse afkomst die vandaag in Europa leven.

Van Weeghel: “Er bestaan nog maar vijf van deze originele cameras, waarvan er vier in museumcollecties zijn opgenomen. Één van de resterende camera’s zit in de collectie van verzamelaar Frédéric Hoch in Strasbourg. Van hem kreeg ik toestemming om deze natte plaatcamera te gebruiken. Heel bijzonder! Deze camera heeft in in de vroege negentiende eeuw voornamelijk witte mensen vastgelegd. We kregen vijf uur de tijd en de camera was waarschijnlijk al 150 jaar niet meer gebruikt, dus hij piepte en kraakte, maar het proces was heel speciaal.”
De vrouwen op deze foto’s dragen zorgvuldig vervaardigde kleding in negentiende-eeuwse stijl, waarin ieder detail is uitgedacht. Elke foto wordt afgedrukt op authentiek negentiende-eeuws albuminepapier en gepresenteerd als een carte de visite: het kleine, op karton gemonteerde portretkaartje dat in de negentiende eeuw massaal werd uitgewisseld en verzameld.
Binnen de reeks realiseert Van Weeghel ook grootschalige anthotypieën: afdrukken waarbij pigmenten uit zelfgekweekte en verzamelde wilde bloemen worden blootgesteld aan zonlicht. Die pigmenten vervagen in de loop der tijd, een metafoor voor geheugen, verlies en de fragiliteit van het archief. Tegelijkertijd verwijst de kunstenaar hiermee naar de Victoriaanse floriografie, de gecodeerde bloementaal waarin gevoelens en sociale codes werden overgebracht en waarin ook koloniale en raciale denkbeelden besloten lagen. Voor deze anthotypieën herdrukt zij anonieme Zwarte vrouwen uit negentiende-eeuwse archieven. De vergankelijkheid van de techniek weerspiegelt hoe deze vrouwen uit de geschiedschrijving zijn verdwenen. Voor de pigmenten verzamelde ze onder meer bloemblaadjes in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, landen met een beladen koloniale geschiedenis. Dat deed ze veelal met haar dochter, als gezamenlijke daad. Van Weeghel nam ook bloemen mee uit de persoonlijke tuinen van koningin Victoria en koningin Elizabeth in Schotland. Die zullen ook te zien zien op Unseen. Daarnaast kleurt Van Weeghel ook een aantal zwart-witportretten met de hand, als een daad van herdenking, met zelfgemaakte bloempigmenten.De bloemen die ze daarvoor gebruikt dragen ook hier specifieke betekenissen en boodschappen met zich mee.
Alle portretten in de serie zoeken steeds de dialoog met de kijker op aan de hand van floriografie en botanische geschiedenis. Door middel van gestes, bepaalde bloemen in de hand van de portretteerden of met de hand geschilderde doeken brengt ieder beeld een bepaalde boodschap over.
Daarnaast werkt Van Weeghel met platina-palladiumprints, een techniek die ze koos vanwege de duurzaamheid en de rijke tonaliteit, en daarmee: de archivale bestendigheid. Zo krijgen deze vrouwen een blijvende plek in het beeldarchief. Werk uit de serie werd onder meer opgenomen in collecties van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Fondation Blachère. Een selectie uit ‘BLOOM’ is te zien op Unseen tijdens Art Rotterdam in de sectie The Past Present. Werk uit deze reeks is gelijktijdig ook te zien in THIS IS NOT A WHITE CUBE in Lissabon.

Deze portretten zijn geen reconstructies van het verleden, maar verankeren nieuwe vormen van aanwezigheid in het visuele vocabulaire van de Europese geschiedenis.Van Weeghel betreedt met deze serie bewust een beladen visuele domein, bewust van de structuren die ons blikveld hebben gevormd. Ze kopieert daarbij de vorm, maar niet de machtsverhouding. Ze plaatst andere lichamen, verhalen en perspectieven in het centrum van het beeld en geeft de geportretteerden regie over hun representatie. Van Weeghel spreekt niet namens hen, maar onderzoekt de beeldkaders die hun zichtbaarheid lange tijd hebben ingeperkt en creëert ruimte en context voor een gelaagde aanwezigheid. Deze vrouwen zijn geen passieve objecten van een westerse blik, maar co-auteurs. Door historische technieken te heractiveren en te herpositioneren verruimt Van Weeghel het archief, en daarmee ook onze blik. Ze benadrukt daarmee dat het archief geen neutrale opslagplaats is, maar een constructie, gevormd door selectie, uitsluiting en macht, en laat zien hoezeer zichtbaarheid afhankelijk blijft van wie er kijkt en bewaart.

Over de sectie The Past Present op Unseen tijdens Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy)
Fotografiehistoricus, curator en auteur Hedy van Erp werpt in The Past/Present een eigentijdse blik op analoge fotografie tot het jaar 2000, met bijzondere aandacht voor verloren archieven en gevonden beelden. Van Erp brengt daarbij kunstenaars samen die op eigentijdse wijze gebruikmaken van bestaande fotografische beelden en technieken om het verleden zo opnieuw gewicht en betekenis te geven.
Geschreven door Flor Linckens
“And yet a strange beauty remains,
a memory of that moment
in which everything stopped, paused,
to begin anew,
like a heart faltering
but still determined to live.
I’ve always remember the wires of the laundry hanging
outside in the countryside,
so many worlds have passed
through those folds,
suspended,
the smell of the soap,
the warmth of the sun,
If death is a state of being
what would become of memories?
Do they linger in the air?
or do they dissolve in the tide?” – Silvia Gatti

Verdampende poëtische woorden lichten het scherm op in de multichannel geluidsinstallatie Chiaro di Luna, 2025 (Maanlicht) van beeldend kunstenaar Silvia Gatti. Het videowerk wordt gepresenteerd in de sectie Projections op Art Rotterdam, op voorstel van andriesse-eyck gallery. De beeldtaal bestaat uit gefragmenteerde natuurbeelden (opgenomen in Nationaal Park De Hoge Veluwe), computergegenereerde beelden, versleutelde codes en een experimenteel poëtisch kader.
Silvia Gatti (1983, Italië; woont en werkt in Amsterdam) maakt video- en geluidsinstallaties, schrijft poëzie, ontwikkelt computerprogramma’s en creëert conceptuele sculpturale werken. Haar praktijk is multidisciplinair en onderzoeksgericht. Ze beschouwt het werken met taal en storytelling als een vorm van ‘concrete filosofie’: “Ik ben altijd aangetrokken geweest tot fundamentele vragen, of ze nu wetenschappelijk, filosofisch of metafysisch zijn,” zegt Gatti. “Ze laten me nadenken over wat kennis is, wat menselijke intelligentie vandaag betekent en hoe we de wereld om ons heen waarnemen.”

“Ik gebruik kunst om deze vragen concreet te benaderen, ze uiteen te rafelen en dichter bij hun essentie te komen. Storytelling verbindt me met de aard van het geheugen en met de constructie van mogelijke toekomsten. Het is een instrument waarmee ik abstracte concepten tastbaar en ervaarbaar maak, via herinnering of via projectie naar de toekomst, zodat ze niet alleen intellectueel, maar ook sociaal en existentieel beleefd kunnen worden.”
In Chiaro di Luna, 2025 verbeeldt Gatti hoe de natuur wordt ontcijferd vanuit een bunker die volledig opgaat in de architectuur van het omringende landschap. De bunker, een massieve, imposante constructie die in oorlogstijd bescherming biedt, fungeerde ook als verborgen communicatiesite. In dezelfde bunker waar Gatti het videowerk opnam, stond ooit een Enigma-machine opgesteld: een versleutelingsapparaat dat leek op een kleine typemachine in een houten koffer, gebruikt om militaire berichten te coderen en te decoderen. Het werd vooral bekend door het gebruik ervan door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maar zelfs binnen de veiligheid van dikke betonnen muren moesten signalen kunnen doordringen: “De Enigma-machine ontving binnen de bunker nog steeds informatie uit de lucht,” vertelt Gatti. “Ze moest op een bepaalde manier open en blootgesteld zijn om berichten van buitenaf te kunnen ontvangen, zodat de machine ze kon ontcijferen en vertalen.” Dit gegeven fascineerde de artiest en werd het conceptuele vertrekpunt voor Chiaro di Luna.
“Ik vroeg me af: wat betekent het om beschermd te zijn? Wat betekent het om blootgesteld te zijn? En hoe verbinden we ons met anderen en met de wereld om ons heen?” legt Gatti uit. “Ook het netwerk en de logica van de Enigma-machine, die informatie uiteenrafelt tot iets begrijpelijk, intrigeerden me in relatie tot mijn praktijk rond programmeren en poëzie.”

In het videowerk wordt de natuur gemechaniseerd en decodeert het programma onvermoeibaar wat erin besloten ligt. “Ik schreef een poëtische tekst, en het programma breekt de taal op in signalen en onthult zo wat de natuur ons probeert te vertellen. Ik wilde de grenzen tussen de natuur en het interieur van de bunker laten vervagen, alsof de muren worden opengebroken om rechtstreeks met de natuur te werken en erdoorheen te bewegen.”
Naast de videoinstallatie is er ook een sculptuur van afgedankte oude klokken. “Ik heb ze geopend zodat je de blootliggende tandwielen ziet bewegen en het tikken van de tijd hoort. Het geluid van hun rotoren deed me ook denken aan het mechanische geluid van Enigma-machines wanneer ze codes kraken.”
Ontdek de immersieve elektronische en visuele ervaring Chiaro di Luna, 2025 in de sectie Projections op Art Rotterdam.

Bio
Silvia Gatti (1983, Alessandria, Italië; woont en werkt in Amsterdam) is een hedendaagse kunstenaar wiens praktijk verschillende disciplines omvat, van architectuur tot video- en geluidsinstallatie, poëzie, sculptuur, programmeren en conceptuele werken op papier. Ze onderzoekt de kruispunten van taal, technologie en natuur.
Voor ze in 2021 cum laude afstudeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, behaalde Gatti een master in Architectuur, Design en Stedenbouw aan de Universiteit voor Architectuur in Genua, Italië. Van 2023 tot 2025 was ze resident kunstenaar aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam.

Haar werk werd zowel in Nederland als internationaal (Italië) getoond. Recente hoogtepunten zijn onder meer de groepstentoonstelling in de Diogenes Bunker in Arnhem (2025) en haar selectie voor en deelname aan de tentoonstelling Art Directions tijdens het International Film Festival Rotterdam 2026, wat haar betrokkenheid bij experimentele, immersieve en interdisciplinaire mediainstallaties onderstreept.
In 2019 won Silvia Gatti de Eerste Prijs van de Lassnigbeme Contest, georganiseerd door het Stedelijk Museum Amsterdam, met haar reeks tekeningen getiteld ON PLACEBO EFFECT
Geschreven door Emily van Driessen
De wereld van de Argentijnse beeldend kunstenaar Hernán Soriano (1978) binnengaan voelt als het betreden van een archiefkamer vol curiositeitenkasten. De doffe geur van oude boeken kraakt in de stilte, schemerig warm amberkleurig kaarslicht strijkt over bruin getint papier, een grote gekleurde wereldkaart ligt half uitgerold op een massief eiken bureau.

In de New Art Section, op de stand van Quimera Galería (Buenos Aires), toont Soriano een selectie werken uit verschillende periodes van zijn praktijk. Hij omschrijft zijn methode als ‘denken met zijn handen’: hij vouwt, snijdt, assembleert, scheurt, traceert en herdenkt wat elementen uit het verleden in het heden zouden kunnen worden. Zijn ambacht verbindt hij rechtstreeks met het atelier, een plek om te mijmeren alvorens iets in beweging te zetten. De werken die hier samenkomen maken deel uit van wat hij zelf een ‘georganiseerd systeem’ noemt, een geheel waarnaar hij steeds terugkeert, vertrouwde motieven heractiveert en in nieuwe constellaties laat opduiken.
Zijn delicate en precieze praktijk, vaak opgebouwd uit uitsnijdingen in archiefpapier, roept iets op van een oude wereld die blijft terugkeren, waarin kunst en wetenschap vanzelfsprekender in elkaar overvloeiden, en waarin overzeese koloniale reizen werden ondernomen met behulp van en verfijning van cartografie. Via zijn ingrepen openen zich verschillende hedendaagse lezingen, niet in het minst in zijn subtiele omgang met materiaal en zijn verfijnde spel met taal.

In Nuestra Flor (2021) splijt hij een wereldbol open tot een bloeiende bloem. La flor (de bloem) resoneert haast instinctief met het vrouwelijke ontstaan van leven, een betekenis die in het woord zelf verscholen zit en die, verhuld, ook naar de vulva kan verwijzen. In La Laguna (2017) geeft hij een kaart, een vlak oppervlak, en een lagune, een ondiep wateroppervlak, een driedimensionaal lichaam. Tegelijkertijd snijdt hij de vorm uit de kaart zelf. De titel verwijst ook naar de Spaanse uitdrukking una laguna mental, een blinde vlek in het geheugen, terwijl hij die leegte materieel in het oppervlak van de kaart uitsnijdt.
Soriano merkt op dat het leven in Argentinië, een Zuid-Amerikaans land getekend door sterke Europese invloeden, zijn blik als kunstenaar en zijn relationele verhouding tot materiaal heeft gevormd.
In dat opzicht zijn de kunstwerken met avocadopitten bijzonder intrigerend. Hij kerft in de pit, het hart van de vrucht, en vormt haar om tot ontelbare organische gedaanten tot ze haast onherkenbaar wordt. De avocadopit is een element dat we vaak over het hoofd zien, maar ze bezit uitgesproken esthetische kwaliteiten: een warme amberbruine gloed, een houtachtige structuur. Op uitgesproken materiële wijze verbindt de pit het efemere, dat wat afsterft, met het verloop van de geschiedenis.

In El Comienzo de la Alborada (2025) dwarrelen organisch afgeronde uitsnijdingen van de avocadopit over partituurpapier als muzieknoten. La alborada betekent dageraad; het is alsof Soriano een melodie van ochtendglorie componeert waarin de natuur muzikaal wordt verbeeld.
Tegelijkertijd is de avocado een belangrijk inheems product van Latijns-Amerika en draagt het woord “avocado” meerdere lagen van regionale identiteit in zich. In het huis waar hij opgroeide stond een avocadoboom, waardoor de vrucht ook nauw verweven raakte met zijn persoonlijke en emotionele geschiedenis.

In verschillende titels waarin Soriano elementen uit avocadopitten kerft, introduceert hij het neologisme páltico (met de vrouwelijke vorm páltica), een woord dat hij zelf verzon, afgeleid van palta (avocado). Net zoals herboristen, botanici en natuuronderzoekers ooit nieuwe woorden moesten uitvinden of ontlenen om bloemen, planten en dieren te classificeren, zo verzint Soriano een nieuw begrip binnen de Spaanse taal. Het is alsof hij een eigen taxonomie installeert binnen zijn artistieke register.
Stap binnen in Soriano’s gelaagde wereld op Art Rotterdam 2026, te zien bij Quimera Galería in de New Art Section.

Bio
Hernán Soriano (1978, Buenos Aires, Argentinië) is een beeldend kunstenaar wiens werk zich beweegt tussen tekening, sculptuur en het bouwen van objecten met verzamelde materialen en verouderde technologieën. Een belangrijk moment in zijn carrière was de solotentoonstelling Formar mentalmente una máquina in het Museo de Arte Moderno de Buenos Aires (26 oktober 2016 – 19 februari 2017), waar hij oude boeken en lithografieën bewerkte tot landschappen van herinnering met poëtische herhalingen.
In 2022 ontving hij de Premio Azcuy de Arte Contemporáneo voor het project Sonos, een permanente geluidsinstallatie in het Donna Magna-gebouw, gekozen uit meer dan 200 nationale inzendingen. Zijn werk wordt gewaardeerd om de manier waarop hij geluid, materiaal en actieve deelname van het publiek samenbrengt. Daarnaast nam hij deel aan belangrijke groepstentoonstellingen, zoals het 23e Stuttgarter Filmwinter Festival (Duitsland) en Museo de los mundos imaginarios in Museo MAR.
Geschreven door Emily van Driessen
Dit jaar viert de NN Art Award haar tiende editie. De jaarlijkse stimuleringsprijs van €10.000 gaat naar een getalenteerd kunstenaar die een opleiding in Nederland afrondde en werk presenteert op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy). De vakjury nomineerde vier kunstenaars: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) en Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). Van 14 maart tot en met 25 mei 2026 is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam.

In het recente werk van Kyra Nijskens vormt biofouling een belangrijke rode draad: het proces waarbij mariene organismen als oesters, mosselen en algen zich hechten aan kunstmatige oppervlakken als scheepsrompen en onderzeese pijpleidingen. Deze organismen liften ongemerkt mee op mondiale handelsroutes en nestelen zich in ecosystemen die daar niet op zijn ingericht. Andersom zijn de kunstmatige (infra)structuren zelf (de schepen, containers en onderzeese infrastructuur) niet ontworpen om leefgebied te worden voor deze organismen. Opvallend is de taal die daarbij wordt gebruikt: binnen kapitalistische kaders worden zulke soorten al snel bestempeld als kolonisten of invasieve soorten, terwijl ze in hun oorspronkelijke leefomgeving namen dragen als ‘lucky clam’ of ‘golden clam’. Wat de logistieke industrie een technisch probleem noemt, leest Nijskens als een vorm van verzet. In haar sculpturen en installaties onderzoekt ze de frictie tussen industriële systemen en de organismen die zich daarin wringen. Menselijke systemen verstoren en vervormen ecologische processen, die zich op hun beurt aanpassen, transformeren en overleven. Nijskens maakt van die dynamiek een spannende metafoor en verschuift het perspectief: niet het systeem, maar het organisme krijgt de hoofdrol.
Door het fenomeen biofouling te belichten, toont Nijskens hoe natuurlijke processen zich nestelen in de marges van door mensen ontworpen systemen. Tegelijkertijd verdwijnen jaarlijks meer dan duizend zeecontainers in de oceaan. Aangespoelde plastic producten uit verloren ladingen zijn de zichtbare symptomen van een onhoudbaar systeem. Eigenlijk komen hier twee parallelle bewegingen samen: de biologische en de economische, die elkaar ontmoeten op de oceaan. Haar installaties suggereren een wereld waarin menselijke controle relatief blijkt en waarin leven, zelfs binnen de meest strak georganiseerde systemen, veerkrachtig is en uiteindelijk zijn eigen weg vindt.

Nijskens’ praktijk beweegt zich op het grensvlak van sculptuur, installatie en conceptueel onderzoek. Zelf zegt ze daarover: “In mijn praktijk gaat het me minder om het verbeelden van de natuur, en meer om het werken in dialoog ermee. Ik zoek naar momenten waarop haar patronen de verhalen die wij onszelf vertellen (over wat van ons is en wat niet) kunnen bevragen of ontregelen. Mijn benadering beweegt zich tussen poëtische reflectie en kritische analyse, en richt zich op de manieren waarop menselijke activiteit ecologische en culturele landschappen hervormt.”
Tijdens haar residentie bij PADA Studios eind 2024 in Barreiro (Portugal), een historisch vertrekpunt van vroege koloniale expedities, ontwikkelde ze de serie ‘The Thief of Tides’. Vanuit die context traceerde ze de routes van organismen die meereisden op schepen en schreef ze teksten vanuit hun perspectief. Gevonden schelpen van het nabijgelegen strand kwamen daarbij samen tot wat ze zelf omschrijft als hybride technofossielen, als fossielen van een toekomstig tijdperk die tegelijk biologisch en industrieel aanvoelen.
Materiaal speelt daarbij een belangrijke rol. Nijskens werkt met gevonden en nieuwe materialen als parelmoer, hars, roest, textiel, plexiglas, touw, bloed in poedervorm, metaal en zowel echte als kunstmatige parels. Ze experimenteert met biohars en onderzoekt hoe natuurlijke structuren kunnen worden gebogen, gecombineerd of getransformeerd tot nieuwe vormen. Voor haar eerdere installatie ‘Rusted Mouths, Hollow Veins’ boog ze moederparelschelpen bijvoorbeeld chemisch om tot iets dat natuurlijk glasvezel benadert.

Kyra, kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam?
Zowel in Kunsthal Rotterdam als in de Prospects sectie op Art Rotterdam toon ik werk uit ‘The Thief of Tides’: een project dat ik in 2024 ben begonnen tijdens die residentie in Portugal, dicht bij de zee en een verlaten industriegebied. Ik maakte daar lange wandelingen en kwam uit bij met schelpdieren overgroeide industriële oppervlakken. Zo raakte ik gefascineerd door het fenomeen biofouling. Biofouling betekent ‘biologische vervuiling’, een term die ik een beetje paradoxaal vind, omdat ‘biologisch’ hier een negatieve lading krijgt. Vaak wordt het gezien als een probleem of inefficiëntie, maar ik vind het poëtisch hoe het leven zich blijft manifesteren op plekken die zijn ontworpen om het uit te sluiten. Voor mij gaat biofouling over lichamen die niet passen, maar toch blijven. Over aanwezigheid als een vorm van queer verzet, zichtbaar in de rafelranden van mondiale systemen.
Ik volg deze reizen en probeer me voor te stellen hoe ze eruitzien vanuit het perspectief van die organismen zelf. In poëtische teksten, geschreven vanuit hun perspectief, geef ik ze een stem en beschrijf ik hoe ze zich vastklampen en ontregelen. Vanuit dit onderzoek is ook de serie ‘Clogged Pipe’ sculpturen ontstaan, waarin ik me voorstel wat je ziet wanneer je een leiding doormidden snijdt en deze organismen zichtbaar worden. Vanuit datzelfde denken ben ik ook andere lekken in globale logistieke systemen gaan onderzoeken. Elk jaar verdwijnen duizenden zeecontainers in de oceaan, met vaak absurde en mythische gevolgen. Soms duikt hun inhoud jaren later weer op: stranden vol Crocs, gele badeendjes die een eigen leven zijn gaan leiden in oceaanstromen, sommige zelfs jarenlang ingevroren in Arctisch ijs. Dit gegeven vormt de basis voor nieuw werk. In deze serie gebruik ik een rugzak als mini-container: een ogenschijnlijk gezonken menselijk object, gevuld met zeeorganismen en resten van verloren lading. In segmenten gesneden wordt de rugzak een hybride technofossiel: een object waarin economie en ecologie, verval en overleving samenkomen. Werk uit die laatste twee series zal ik ook laten zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds op Art Rotterdam.

Wat zijn je plannen voor 2026?
In 2026 ga ik op residentie naar Ebeltoft, een klein historisch stadje aan de Deense kust. Het is een plek waar de zee dichtbij is, en waar eeuwen van handel, scheepvaart en ingrepen in het landschap voelbaar zijn. Ik wil daar veel veldonderzoek gaan doen, materiaal verzamelen, onderwaterstructuren bestuderen, nieuwe sculpturale vormen ontwikkelen en bovenal reageren op wat ik tegenkom.
Tegelijkertijd heb ik de wens om daar een film te maken: een experimentele, alternatieve vertelling over hybride lichamen, zeestemmen en zeemeerminnen die hun stem verliezen door zich te conformeren aan de norm. Die film zie ik als een intuïtieve aanvulling op mijn sculpturale werk: een onderzoek naar stem, stilte en wat er verloren gaat wanneer je probeert te passen. Het lijkt me geweldig om mijn sculpturen binnen deze context te gebruiken en zo een eigen wereld te creëren.
Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
Ik was oprecht verrast, en vooral heel blij. Ik volg deze prijs al jaren en veel kunstenaars die ik bewonder, waren eerder genomineerd. Ook de kunstenaars die dit jaar meedoen, vind ik ontzettend sterk. Dat ik nu zelf genomineerd ben geeft me het gevoel dat mijn werk wordt gezien en gewaardeerd, en dat is natuurlijk een groot compliment! Het is extra speciaal om mijn werk in Kunsthal Rotterdam te tonen. Ik woon al jaren in Rotterdam en de haven is op allerlei manieren onderdeel geworden van hoe ik werk en denk. Dat ik mijn werk hier mag laten zien voelt heel passend.

Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
Als ik de award zou winnen, zou ik meteen beginnen aan de experimentele kortfilm waar ik al langere tijd over nadenk. Film is nieuw voor mij en daarom voelt het spannend. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe media en manieren om te experimenteren, en dit project geeft me de kans om mijn materiaalkennis op een hele andere manier te gebruiken, binnen film. Normaal werk ik vooral alleen, maar film dwingt me samen te werken met anderen, en dat lijkt me ontzettend leuk en leerzaam. De award zou me vooral de ruimte geven om dit experiment echt helemaal te onderzoeken en tot leven te brengen.

Kyra Nijskens werd in 1997 geboren in Ulestraten. Ze studeerde Beeldende Kunst aan de HKU en behaalde haar Master aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Haar werk was eerder te zien bij onder meer Marres, MaMA, Het HEM en Museum Villa Mondriaan.
Het werk van Nijskens is tijdens Art Rotterdam te zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds, waar het publiek kennis kan maken met een nieuwe generatie kunstenaars. Tijdens deze veertiende editie toont de tentoonstelling werk van 92 startende kunstenaars die in 2024 financiële steun ontvingen binnen de regeling Kunstenaar Start, om daarmee de start van hun carrière te ondersteunen. De expositie wordt gecureerd door Johan Gustavsson en Daphne Verberg.
De winnaar van de NN Art Award 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdag 27 maart in Kunsthal Rotterdam. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk voor genodigden.
Geschreven door Flor Linckens
Hoe kneed je materialen met dezelfde gevoeligheid waarmee je woorden tot schrijven vormt? De onderzoeksgerichte praktijk van beeldend kunstenaar Gloriya Avgust (1993, Bulgarije) beweegt zich tussen tekst, sculptuur en performance, waarin ze de materialiteit van taal op een uitgesproken lichamelijke wijze benadert.

Avgust is een gretige lezer en heel geïnteresseerd in feministische theorie. De vrouwelijke stem als onderzoeksobject en de manieren waarop vrouwen doorheen de geschiedenis systematisch het zwijgen werden opgelegd, spreken haar in talloze opzichten aan. Schrijvers als Audre Lorde, Anne Boyer en Gloria Anzaldúa behoren tot de vele krachtige stemmen die haar artistieke praktijk hebben gevoed. “Ik zag hoe kwetsbaar en monddood vrouwen kunnen worden binnen extractieve systemen die zich niet werkelijk om hun lichamen bekommeren. Dat bracht mij bij feministische schrijvers die die ervaringen al hadden doorgemaakt.” Het onderzoek wordt nooit rechtstreeks aangesneden, maar doordrenkt haar werk.
Avgust behaalde in 2021 haar MFA aan Sint-Lucas Antwerpen en in 2023 aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Ze is een van de 92 opkomende kunstenaars die recent een Kunstenaar Start-beurs ontvingen van het Mondriaan Fonds, wat haar in staat stelde een residentie in Bulgarije te ondernemen. Dat inspireerde haar nieuwste werk Performing a State of Permanence (2026), een keramische installatie die wordt getoond in de Prospects-sectie van Art Rotterdam.

Belichaamde tekst en gebaren
Vrouwenproblemen: Spinning the Mechanisms of Troublemaking (2025) is een sterk voorbeeld van haar veelzijdige en intersectionele praktijk. De performance werd ontwikkeld samen met Andrea Celeste La Forgia, een beeldend kunstenaar die eveneens exposeert in de Prospects-sectie van de beurs. Conceptueel vertrekt het werk vanuit twee onderzoekslijnen die samenkomen in één polyfone vertaling.
“Ik heb altijd een affiniteit gehad met taal,” legt Avgust uit. “En vaak vormt mijn schrijven het fysieke werk, waarin het wordt uitgevoerd of belichaamd in choreografische gebaren.” De bewegingen in deze performance zijn geïnspireerd door The Weaver Speak, een verborgen non-verbale taal die vrouwen in de textielfabriek in Tilburg ontwikkelden om in het geheim te communiceren. Het script in de performance is een mengvorm van archiefmateriaal en speculatieve schrijfvormen.
Avgust en Celeste La Forgia deden ook onderzoek naar het Spinhuis in Amsterdam, de eerste heropvoedingsinstelling en gevangenis voor vrouwen die door vrouwen werd geleid. Wat aanvankelijk revolutionair leek in het beschermen van vrouwen tegen misbruik in gemengde gevangenissen, huisvestte uiteindelijk een andere vorm van misbruik. “De vrouwen leerden wol spinnen en verrichtten in feite onbetaalde arbeid. In het weekend kwam de bourgeoisie hen bekijken alsof ze een soort attractie waren,” zegt Avgust.

Een ander sprekend voorbeeld van haar performatieve praktijk is Slippages Of The Mouth (2025), eveneens een samenwerking met Andrea Celeste La Forgia. De beeldtaal van de performance grijpt terug op het fotografisch archief van de controversiële Franse neuroloog Jean-Martin Charcot, die hysterie onderzocht, een diagnose die vrijwel uitsluitend op vrouwen werd toegepast. Charcot organiseerde publieke demonstraties waarin patiënten hun zogenaamd hysterische aanvallen moesten ensceneren. Deze sessies werden gefotografeerd, en omdat fotografie destijds lange belichtingstijden vereiste, moesten de vrouwen deze theatrale poses langdurig aanhouden.
Performing a State of Permanence
Performing a State of Permanence (2026) is nog in ontwikkeling en zal in Prospects worden tentoongesteld. Het keramische werk bouwt verder op het motief van de breuk dat door Avgust’ praktijk loopt. Een ambigue opening die tegelijk een taalkundige scheur en een fysieke snijdende geste uitbeeldt en een projectie is van gewelddadige dierlijkheid op het vrouwelijke lichaam.
“Sappho, een Oud-Griekse queer dichter wiens werk enkel in fragmenten is overgeleverd, heeft mijn keramisch werk sterk geïnspireerd. Een groot deel van haar schrijven bestaat uit losse flarden, met ontbrekende of afgebroken regels. Ik vind dat een prachtige visuele verbeelding van het scheuren van taal, van strofen, van betekenis. En ik wilde dat scheuren fysiek vertalen naar keramiek. De opening kan een mond zijn met een tong en keel, maar evengoed lijken op een vagina en baarmoederwand. Ik ben gefascineerd door de theatraliteit van iets dat kan openen en sluiten, onthullen, verbergen, dreigen, mystificeren, en het potentieel heeft een soort podium te worden.”
Het beeld van de mond als verslindend orgaan plooit terug op Charcots fotografie, waarin vrouwenlichamen werden geënsceneerd als plaatsen van hysterische, dierlijke excessen. Avgust plaatst scherpe rijen tinnen tanden in de opening, alsof er een abstract monsterlijk wezen binnenin leeft.

De stem van glas
Tijdens haar kunstenaarsresidentie in Bulgarije verdiepte Avgust zich in spirituele rituelen met heidense wortels. “Wat mij opviel, is dat veel van die kennis niet degelijk werd gedocumenteerd of gearchiveerd, omdat ze vooral via mondelinge overlevering en liederen werd doorgegeven,” zegt ze. Eén ritueel sprong er voor haar uit. “In het Oude Griekenland geloofde men dat de vrouwelijke stem zo kakofonisch en schril was dat wanneer vrouwen samenkwamen en door merg en been huilden op straat, ze een poort naar de onderwereld konden openen.” De praktijk werd uiteindelijk verboden omdat ze als lelijk en te ontwrichtend werd beschouwd. Toch bestaan gelijkaardige tradities vandaag nog in Bulgarije en andere Oost- en Zuid-Europese landen, al worden ook die als excessief bestempeld.
Vanuit een patriarchaal perspectief wordt vrouwelijke verbondenheid vaak voorgesteld als onschuldig of vrolijk, terwijl alles wat daarvan afwijkt snel als ontregelend wordt gezien. “Toch kwamen veel van die rituelen voort uit collectieve rouw en gedeeld lijden,” legt Avgust uit.
Ze verbindt deze denklijn met Anne Carsons essay The Gender of Sound in haar boek Glass, Irony and God. Carson observeert hoe de vrouwelijke stem historisch werd gedisciplineerd in toon, volume en emotioneel bereik, en reflecteert op glas als materiaal dat die spanning in zich draagt: door glas kan men iemand zien of horen, en toch op afstand houden.
Het voelt bijna onwaarschijnlijk wanneer Avgust vertelt dat het Bulgaarse woord voor stem fonetisch overeenstemt met “glass” in het Engels. Een toevallige samenloop die haar praktijk ongetwijfeld verder zal inspireren, waarin taal en materialen elkaar symbiotisch blijven voeden.
Ontdek haar nieuwste werk Performing a State of Permanence (2026) in de Prospects-sectie van Art Rotterdam.
Geschreven door Emily van Driessen
De internationaal gerenommeerde beeldend kunstenaar Otobong Nkanga presenteert tijdens Art Rotterdam 2026 een nieuw kunstwerk op de stand van Lumen Travo (Amsterdam), in de Main Section van de kunstbeurs.

Een rode draad doorheen haar multidisciplinaire praktijk is zowel earthing en unearthing: een horizontale verankering in de verwevenheid van het menselijk bestaan met natuurlijke elementen, een lichamelijk contact met materiële realiteiten, en een poëtische poging om verminkte landschappen en zeegezichten bloot te leggen en te helen. Haar werk toont de gevolgen van de menselijke toe-eigening, exploitatie en uitputting van de elementen. Zo stromen in haar werk rivieren door de lucht of lopen ze als aders door lichamen, lijken touwen op samengevlochten haarlokken, en druipen gouden textielstromen neer als de tranen van een waterval.
Haar textielwerken, schilderijen, tekeningen, performances, installaties en videowerken behandelen vaak ongelijkwaardige culturele, economische en ecologische uitwisselingen tussen Noord en Zuid, met bijzondere aandacht voor hun impact op Afrikaanse landen. Nkanga woont en werkt in Antwerpen, maar werd geboren in Nigeria, een West-Afrikaans land dat tot 1960 onder Brits koloniaal bestuur stond.
Trade routes
Nkanga is in het bijzonder geïnteresseerd in het traceren van oude en hedendaagse handelsroutes van mineralen, specerijen, kruiden en oliën, en de verhalen die aan hun circulatie verbonden zijn. Vanaf de negentiende eeuw breidde mijnbouw zich snel uit over verschillende continenten, waarbij diepe littekens in het landschap werden geslagen en zwaar lichamelijk werk werd verricht dat een hoge menselijke tol eiste. In deze context verschijnt de aarde als iets ouds en fundamenteels voor de mensheid, maar tegelijk ook als versnipperd en geschonden.
Door deze verbanden met grondstoffen in haar werk te verweven, maken ze een poëtische verkenning van natuurlijke landschappen mogelijk. Nkanga activeert daarbij opnieuw voormalige handelsroutes tussen Zuid en Noord, terwijl ze tegelijk schade, verlies en pogingen tot herstel adresseert. Haar oeuvre is een cyclisch narratief waarin groei, uitwisseling, verval en dood leiden tot transformatie en regeneratie. Deze verhaallijnen spreken alle zintuigen aan, ook de reukzin, zoals met de scherpte van roze peper of de diepe, zoete warmte van rauwe cacaobonen. Op die manier activeert ze ook subtiel herinneringen waarvan fragmenten in het heden blijven nazinderen.

Unearthed, 2021
Textiel speelt binnen dit kader een sleutelrol. Draden worden met elkaar verweven en laten persoonlijke en collectieve verhalen in elkaar zakken. Weven wordt een sociale handeling, gebaseerd op een gedeelde bijdrage aan een gezamenlijk resultaat. Een sprekend voorbeeld is de tapijtenreeks Unearthed (2021), die door de overleden curator Koyo Kouoh werd omschreven als “the unsung tales of the earth”. Voor deze reeks werkte Nkanga met twaalf verschillende soorten garen en produceerde ze ongeveer 250 kleuren, verspreid over vier tapijten, Abyss, Midnight, Twilight en Sunlight, die samen één doorlopend verhaal vormen. Ze tonen verschillende zeeniveaus en stadia van minerale ontginning, eerst met de hand en later machinaal. In deze onderwaterwerelden transformeren anemonen in menselijke ledematen, glanzen garens als gedumpt plastic afval en lijken mechanische graafarmen te zweven in de eindeloze dieptes van de zee. De lichaamsdelen verwijzen naar de vele mensen die op zee zijn omgekomen, wier lichamen samensmelten met het water en in mineralen veranderen, waardoor de levenscyclus kan worden voortgezet.

Cadence, 2024
Een andere indrukwekkende recente textielinstallatie is Cadence (2024), in opdracht gemaakt voor het atrium van het MoMA, Museum of Modern Art in New York. Het werk ontplooit zich verticaal door de ruimte en betrekt de architectuur actief in de installatie. Het is opgebouwd rond het idee van een val, zoals het ritme van een traan die door de ruimte naar beneden sijpelt. Cadence brengt verval, mijnbouw, arbeid, water, planten, warmte en licht samen en toont hoe de onderwereld, de aarde, de zon en de kosmos in elkaar overvloeien. Via gelaagd weefwerk, sculpturale handgemaakte textielvormen en geluid vertaalt Nkanga het constante ritme van natuurlijke elementen in één doorlopende cadans van het leven.
De kunstenaar presenteert momenteel een grote retrospectieve in het Musée d’Art Moderne de Paris, die loopt tot 22 februari 2026. Daarnaast bereidt ze nieuwe opdrachten voor voor de 61ste Biënnale van Venetië en voor de opening van het nieuwe KANAL Centre Pompidou in Brussel, dat binnenkort het grootste museum voor hedendaagse kunst van Europa zal worden. Binnen dit internationale traject is Art Rotterdam de eerste plek waar haar nieuwste werk te zien is, op de stand van Lumen Travo.
Bio
De praktijk van Otobong Nkanga onderzoekt het begrip land als een plek van niet-toebehoren en reikt alternatieve betekenissen aan voor gangbare sociale ideeën over identiteit. Paradoxaal genoeg brengt ze daarbij herinneringen en historische impact aan het licht die zowel door de mens als door de natuur zijn veroorzaakt. Een selectie van recente solotentoonstellingen omvat I Dreamt of You in Colours, Musée d’Art Moderne de Paris, Parijs (te zien tot 22 februari 2026), Each Seed a Body, Nasher Sculpture Center, Dallas (TX) (2025), Cadence, The Museum of Modern Art (MoMA), New York (2024), en Craving for Southern Light, IVAM Centre Julio González, Valencia (2023). Recente groepstentoonstellingen zijn onder meer Project a Black Planet, MACBA Museu d’Art Contemporani de Barcelona, Barcelona (2025), Magical Realism, WIELS centrum voor hedendaagse kunst, Brussel (2025), en Blue Zone, Kunsthal Rotterdam, Rotterdam (2025). Otobong Nkanga ontving verschillende belangrijke prijzen, waaronder de Nasher Prize (2025) en de Zeitz MOCAA Award for Artistic Excellence (2025).
Geschreven door Emily van Driessen
Wat vertellen onze voorouders ons, en wat willen we zelf meegeven aan de volgende generaties? Het zijn vragen die kunstenaar Samboleap Tol (1990, Nederland) bezighouden en die zich materialiseren in haar beeldende praktijk. Ze is één van de 92 startende kunstenaars die recent een kunstenaarsstartbeurs ontvingen van het Mondriaan Fonds, en kreeg daarnaast ook een residentie beurs. Met die ondersteuning ontwikkelde ze Dharma Songs (2023), Cosmic Tortoise (2024) en Starlight (2025). Dat laatste werk, een nieuwe kinetische sculptuur die voortbouwt op haar onderzoek naar voorouderlijke verering, is te zien in de Prospects-sectie van Art Rotterdam 2026.

Samboleap groeide op in Nederland met Cambodjaanse ouders die de genocide onder de Rode Khmer meemaakten. Haar familiegeschiedenis is tegelijkertijd diep verankerd in de bredere Cambodjaanse gemeenschapsgeschiedenis met onvertelde verhalen en onverwerkt trauma. Ze ervoer hoe die achtergrond haar eigen leven beïnvloedde en merkte dat generatiegenoten uit allerlei gemeenschappen van het globale zuiden met gelijkaardige onbeantwoorde vragen worstelden.
Haar kunstpraktijk vertrekt vanuit de gemeenschap en keert er ook naar terug. Door uitvoerig met mensen in gesprek te gaan, verzamelt ze inzichten in gedeelde rituelen, culturele gebruiken en mythologische oorsprongen die gaandeweg naar de achtergrond zijn verdwenen. Die referenties ontrafelt ze in kinetische sculpturen.

“Ik denk dat ik in mijn jeugd kunst vooral vanuit de gemeenschap heb meegemaakt”, vertelt Samboleap. “Ooms en tantes die een kostuum aantrekken en met dans of theater een mythologisch verhaal vertellen. Ik associeer kunst niet zozeer met dingen in een steriel, statisch museum met één grote maker en eenzijdige communicatie. In mijn beleving leeft kunst. Het heeft een ritme, een verhaal. En dat verhaal past zich aan aan waar we ons bevinden.”
Die levendigheid vertaalt zich ook formeel. Naast interactief en communicatief zijn haar sculpturen vaak mechanisch en muzikaal. Ze haalt daarbij inspiratie uit haar vader, een ingenieur wiens uitvindingen de leefruimte vulden, en uit muziek, dat tijdens haar formatieve jaren, zoals een kameraadje, haar bij de hand nam.

In diezelfde geest beschrijft Samboleap Tol hoe vieringen en herdenkingen binnen haar gemeenschap al van jongs af aan een vanzelfsprekend onderdeel van haar leven waren en nu doorsijpelen in haar werk. Bijvoorbeeld de doden worden herdacht door hen eten te bereiden en tempels worden geëerd door er bloemen bij neer te leggen. Tegelijk was er het nakende besef dat die rituelen niet altijd werden verklaard of traumatische voorgeschiedenis niet werd aangekaart. “Als kind zijn je ouders een reflectie van jezelf. Je gebruikt hen heel erg als spiegel. Maar als je maar een deel van het verhaal meekrijgt, dan is dat schadelijk voor je gezondheid.”
Die lacune werd gaandeweg deels opgevuld door vrienden en mentoren die met gelijkaardige stiltes waren opgegroeid. Uit die zoektocht ontstond Dharma Songs (2023), een reeks interactieve geluidsinstallaties. “Je wordt uitgenodigd om bloemen in het water te leggen. Op dat moment beginnen stemmen uit een verborgen luidspreker te spreken. Ik vroeg aan naaste vrienden en familieleden met uiteenlopende culturele achtergronden om te reageren op een vraag: als je nog één ding aan je voorouders zou mogen vragen of vertellen, wat zou dat dan zijn?” De sculptuur vertrekt vanuit een gedeeld cultureel erfgoed van voorouderlijke verering en biedt ruimte aan het generationele gemis aan verbinding met voorouders.

Dankzij de ondersteuning van het Mondriaan Fonds kreeg Samboleap de ruimte om haar roots verder te verkennen en haar praktijk geografisch en historisch te verbreden. Ze vertelt hoe ze zich altijd sterk heeft geassocieerd met de Indonesische diaspora’s in Nederland, die voor haar aanvoelde als een parallelle wereld. Dat leidde haar naar Yogyakarta, waar gesprekken met historici steeds duidelijker maakten hoe nauw de historische lijnen tussen Java en Cambodja met elkaar verweven zijn. “Zij noemen dat Purāṇische motieven, afkomstig uit de Purāṇa’s, oude Indiase mythologische teksten. India had vanaf ongeveer de 5de eeuw tot en met de 15de eeuw, een enorme invloed op zowel Java als Cambodja die nu nog steeds zichtbaar is in tempels en voelbaar in culturele gebruiken, ondanks het feit dat beide plekken al 500 jaar geen hindoeïstische religie meer praktiseren. We zijn allebei trots op de grote tempels in onze achtertuin, maar we weten eigenlijk te weinig van hun oorsprong en motieven,” vertelt ze. Die vergaarde kennis deelt Samboleap nu via lecture performances, onderzoeksartikelen en haar beeldende werk.

In Cosmic Tortoise (2024) grijpt Samboleap Tol terug naar een mythe waarin het goddelijk figuur Vishnu de gedaante van een schildpad aanneemt. De sculptuur ontstond in samenwerking met een groot netwerk van makers en culturele onderzoekers met wie ze sinds haar verblijf in Yogyakarta blijft samenwerken. “Er waren zo’n veertig mensen betrokken. Ik spreek weinig Indonesisch, en zij vaak geen Engels. Dus het was vaak uitleggen met handen en voeten,” lacht ze. Het resultaat is een mechanisch bewegende schildpad uit teakhout. “Wanneer je op een knop drukt, tilt het schild zich op en verschijnt er een boek dat zich opent in een verticale lijn, terwijl een stem begint te zingen. Ik schreef de tekst voor het boek zelf en liet ze vertalen door vertalers in Cambodja, in het Khmer.”
In de Prospects-sectie van Art Rotterdam toont Samboleap Tol haar nieuwste werk Starlight (2025), dat eveneens voortkomt uit een intens collaboratief proces met tientallen vakmensen. Het centrale element van de kinetische sculptuur bestaat uit houtgravures, gemaakt in samenwerking met een teakhoutsnijder uit Jepara, Noord-Java, een stad met een lange traditie in houtsnijkunst, gevormd door indianisering, islamisering en ook vernederlandsing.

De oorsprong van Starlight is echter uitgesproken persoonlijk: “Ik verloor mijn vader tijdens de coronaperiode. Enkel mijn moeder mocht de begrafenis bijwonen dus ik volgde alles online via een Facebook-video. Het was een gepixelde ervaring die zich over de jaren heen bleef opdringen. Ik merkte dat ik er nog steeds nare gevoelens bij had en dat ik er iets mee wilde doen. Starlight werd een vorm van therapeutische verwerking.”

De vorm die zich opdrong was die van de top van het crematiepaviljoen, een architecturaal element in de vorm van een kroon. Ze ontdekte dat die verwijst naar Mount Meru, een mythische kosmische berg in hindoeïsme en boeddhisme die al duizenden jaren beschreven werd in Purāṇische verhalen. Tegelijk leerde ze dat Cambodjaanse dansers een gelijkaardige kroon dragen, genaamd ‘makhut’. “Een Belgisch-Cambodjaanse vriend vertelde me dat die kroon van goud wordt gemaakt zodat dansers in communicatie kunnen staan met de hemelen. Goud kan energie goed geleiden en fungeert als een soort antenne.”

Het is alsof de ontwikkeling van haar beeldende praktijk van de afgelopen jaren samenkomt in haar nieuwste werk Starlight. In Dharma Songs neemt Samboleap Tol samen met vrienden en familie een zorgende houding aan door zich te richten tot het verleden en vragen te stellen aan voorouders, ook wanneer antwoorden uitblijven. In Cosmic Tortoise verbindt ze die zorg aan een langere tijdslijn, via het mythologische verhaal van Vishnu, dat verwijst naar continuïteit doorheen de tijd. Met Starlight richt Samboleap Tol zich expliciet op de toekomst. Ze vraagt haar directe omgeving welke adviezen zij willen meegeven aan de komende generaties. Hun woorden maken deel uit van de sculptuur, en kan je ontdekken in de Prospects-sectie tijdens Art Rotterdam.
Geschreven door Emily van Driessen
De ontwikkelingen in AI en de biotechnologie gaan razendsnel. Hoe beïnvloeden die ons begrip van het leven, onze individualiteit en identiteit? Het zijn grote vragen, maar daar staat de vooraanstaande Japanse kunstenaar Meiro Koizumi om bekend.

In zijn werk onderzoekt hij thema’s als nationalisme, machtsverhoudingen en de rol die het collectief geheugen speelt in ons gedrag. Deze onderwerpen koppelt hij aan vragen over de plek die het menselijk lichaam inneemt in een wereld die steeds zich steeds meer online afspeelt en waarin technologie een steeds dominantere rol speelt.
Zoals gezegd: het zijn grote onderwerpen, des te knapper is het dat Koizumi’s werk toegankelijk en goed te begrijpen is, of het nu om zijn tekeningen, foto’s, video-installaties of sculpturen gaat. Deels komt dat door zijn werkwijze. Over Altars, zijn nieuwe serie sculpturen zegt hij dat ze het resultaat zijn van een reeks intuïtieve handelingen. ‘De optelsom van al die intuïtieve handelingen is een werk dat woorden en concepten overstijgt en direct onze instincten aanspreekt.’
Oordeel zelf, want in Sculpture Park is de recente sculptuur BOR (2024). Meiro Koizumi wordt vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink.
Meiro Koizumi (Japan, 1974) woont en werkt in Yokohama, Japan. Toch is het geen toeval dat zijn werk in Nederland te zien is. Zijn relatie met ons land gaat inmiddels ruim twintig jaar terug. Na in Tokyo en Londen te hebben gestudeerd, was hij tussen 2005 en 2006 resident aan de Rijksakademie in Amsterdam. In zijn brede praktijk kijkt Koizumi zowel naar de toekomst als naar het verleden. In beide gevallen keren de vaste ingrediënten machtsverhoudingen, technologie en collectief geheugen keren terug.

Good Machine Bad Machine
Toen hij na de Rijksakademie terugkeerde naar Japan kon hij zijn vaderland met een vers paar ogen bekijken. Hij ervoer hoe de stemming in het land was veranderd. “Onze economie stagneerde en de bevolking begon te krimpen, terwijl China opkwam, Zuid-Korea het goed deed en Noord-Korea naast ons ligt. Het zelfvertrouwen leek een deuk te hebben opgelopen.”
Hij observeerde scherp hoe zaken die voorheen heel gevoelig lagen, zoals vlagvertoon, het vieren van de verjaardag van de keizer en de roep om een leger, ineens in vruchtbare aarde vielen. Dat sentiment nam een vlucht na de ramp bij Fukushima in 2011. Symbolen zijn immer ook bestand tegen natuurrampen, je kan erop teruggrijpen als de om je heen letterlijk en figuurlijk ineenstort.
Elf jaar lang filmde Koizumi nationalistische demonstraties. Het resulteerde in de video-installatie Good Machine Bad Machine (2023). Vooraan zien we gehypnotiseerde acteurs woorden en korte zinnetjes uitspreken en daarbij het complete emotionele register doorlopen: van bang en boos tot blij en opgewekt. Daar achter zien we opnamen van de demonstraties. Door deze films tegelijk te tonen, werpt Koizumi de vraag opwerpt in hoeverre we meester zijn van onze eigen emoties. Kiezen we er bewust voor ons op te winden over bepaalde zaken of worden we gevoed door technologie en laten we ons onbewust ook leiden door propaganda?
Soluble Meat
In de recente film Soluble Meat (2025) duikt de tegenstelling tussen technologische vooruitgang en het verlies van vrije wil ook op. Ook hier koppelt hij het aan ons onderbewustzijn. Koizumi creëerde Soluble Meat met behulp van het AI-programma Luma Dream Machine. Hij voedde de AI archiefbeelden van hypnosesessies en gaf de prompt: “This is a tragic film about people who are losing their free will”.
Vervolgens voerde hij het beeld dat door het algoritme werd gegenereerd telkens opnieuw in het programma in, telkens met dezelfde prompt. Door dit proces elke vijf seconden te herhalen, ontstond een film waarin onbegrijpelijke gebeurtenissen zich langzaam ontvouwen. De scènes zijn herkenbaar, maar tegelijk droomachtig en roepen een unheimische sfeer op.
De video werd daarna ingevoerd in Google Gemini om de voice-over te genereren. Hoewel Koizumi de film beschouwt als een AI-stream of consciousness, benadrukt hij dat er altijd een mens achter de knoppen zit. Soluble Meat niet alleen het automatisch schrijven van Surrealisten. Het laat ook zien dat ons onderbewuste niet alleen wordt bespeeld door onze herinneringen en verbeelding, maar inmiddels ook door algoritmen.

In limbo
Met de serie Altars verlegt Koizumi het vraagstuk van beïnvloeding door technologie van het mentale naar het fysieke domein. In Sculpture Park is BOR (2024) te zien, een sculptuur met aan de ene kant een onderlichaam en aan de andere kant een enkel been en een losliggende hand. Daartussen zit een kolomboor. Alsof de mens door een shredder wordt gehaald en er in kleinere deeltjes uitkomt.
Dat is ook het punt dat Koizumi wil maken. Naarmate onze sociale levens zich steeds meer in de digitale wereld afspelen, begint ons besef van het fysieke lichaam te vervagen. In Museum De Pont hingen de Altars vorig jaar hulpeloos aan kettingen, zwevend tussen de echte en de virtuele wereld, in een limbo-toestand die noch mens noch machine is.
“Wat ik gevaarlijk vind aan deze ontwikkeling is dat er een neiging is levende wezens als object te behandelen. Er schuilt hier een potentieel voor geweld in”, aldus Koizumi. “De uitdaging is hoe we mensen met warme lichamen kunnen redden uit dit limbo. Ik zie dat als mijn levenswerk.”

“Het idee van het verbinden van mensen met machines bestaat al 200 jaar – Frankenstein is bijvoorbeeld al 200 jaar oud. Toch zorgt een sculptuur van een onderlichaam met daarop een motorblok voor een glitsch in onze hersenen. Onze overlevingsinstincten worden geactiveerd, door een gevoel van gevaar.”
Sinds zijn tijd aan de Rijksakademie wordt Meiro Koizumi vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink, waar hij al 7 solotentoonstellingen had. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van Museum of Contemporary Art Tokyo, MoMa, Tate Gallery, Kadist Art Foundation, Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen. Afgelopen jaar had hij een overzichtstentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg.
Geschreven door Wouter van den Eijkel