Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Tijdens Art Rotterdam, van 27 tot en met 29 maart, voor de tweede keer in Rotterdam Ahoy wordt de nieuwe editie Prospects van het Mondriaan Fonds gepresenteerd. De tentoonstelling, inmiddels voor de 14e keer te zien tijdens Art Rotterdam, laat het werk zien van 92 startende kunstenaars. Alle kunstenaars ontvingen in 2024 een financiële bijdrage binnen de regeling Kunstenaar Start van het Mondriaan Fonds.
De 14e editie Prospects wordt samengesteld door curator Johan Gustavsson in samenwerking met curator Daphne Verberg.
Gustavsson is mededirecteur bij 1646 en docent aan de KABK. Verberg is freelance curator en projectmanager. Ze werkt momenteel aan een reeks solopresentaties in het Paleis van Justitie in Den Haag en was afgelopen twee jaar mededirecteur van het resort.

Gustavsson en Verberg over de tentoonstelling:
“Prospects 2026 presenteert een nieuwe generatie kunstenaars die met verbeeldingskracht, zorgvuldigheid en enorme energie een veranderende wereld tegemoet treden. In deze 14e editie van Prospects buigen de deelnemers zich over urgente vraagstukken, variërend van het opnieuw vormgeven van het collectieve geheugen tot het onderzoeken van nieuwe verhoudingen tussen technologie, ecologie en het menselijk lichaam. Hun werken laten zien dat experimenteren en zorgzaamheid hand in hand kunnen gaan en bieden een blik op alternatieve toekomsten die zowel uitdagend als vol mogelijkheden zijn. We zijn vereerd om deze diverse groep talenten te mogen introduceren, wiens praktijken de rijkdom en dynamiek van de hedendaagse kunst in Nederland weerspiegelen.”
Het Mondriaan Fonds organiseert de tentoonstelling Prospects jaarlijks tijdens Art Rotterdam om de zichtbaarheid van startende kunstenaars een extra impuls te geven. Door de nabijheid van Art Rotterdam kunnen kunstprofessionals en verzamelaars, maar ook een brede groep geïnteresseerden kennismaken met het werk van deze veelbelovende kunstenaars.
De ontwikkelingen in AI en de biotechnologie gaan razendsnel. Hoe beïnvloeden die ons begrip van het leven, onze individualiteit en identiteit? Het zijn grote vragen, maar daar staat de vooraanstaande Japanse kunstenaar Meiro Koizumi om bekend.

In zijn werk onderzoekt hij thema’s als nationalisme, machtsverhoudingen en de rol die het collectief geheugen speelt in ons gedrag. Deze onderwerpen koppelt hij aan vragen over de plek die het menselijk lichaam inneemt in een wereld die steeds zich steeds meer online afspeelt en waarin technologie een steeds dominantere rol speelt.
Zoals gezegd: het zijn grote onderwerpen, des te knapper is het dat Koizumi’s werk toegankelijk en goed te begrijpen is, of het nu om zijn tekeningen, foto’s, video-installaties of sculpturen gaat. Deels komt dat door zijn werkwijze. Over Altars, zijn nieuwe serie sculpturen zegt hij dat ze het resultaat zijn van een reeks intuïtieve handelingen. ‘De optelsom van al die intuïtieve handelingen is een werk dat woorden en concepten overstijgt en direct onze instincten aanspreekt.’
Oordeel zelf, want in Sculpture Park is de recente sculptuur BOR (2024). Meiro Koizumi wordt vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink.
Meiro Koizumi (Japan, 1974) woont en werkt in Yokohama, Japan. Toch is het geen toeval dat zijn werk in Nederland te zien is. Zijn relatie met ons land gaat inmiddels ruim twintig jaar terug. Na in Tokyo en Londen te hebben gestudeerd, was hij tussen 2005 en 2006 resident aan de Rijksakademie in Amsterdam. In zijn brede praktijk kijkt Koizumi zowel naar de toekomst als naar het verleden. In beide gevallen keren de vaste ingrediënten machtsverhoudingen, technologie en collectief geheugen keren terug.

Good Machine Bad Machine
Toen hij na de Rijksakademie terugkeerde naar Japan kon hij zijn vaderland met een vers paar ogen bekijken. Hij ervoer hoe de stemming in het land was veranderd. “Onze economie stagneerde en de bevolking begon te krimpen, terwijl China opkwam, Zuid-Korea het goed deed en Noord-Korea naast ons ligt. Het zelfvertrouwen leek een deuk te hebben opgelopen.”
Hij observeerde scherp hoe zaken die voorheen heel gevoelig lagen, zoals vlagvertoon, het vieren van de verjaardag van de keizer en de roep om een leger, ineens in vruchtbare aarde vielen. Dat sentiment nam een vlucht na de ramp bij Fukushima in 2011. Symbolen zijn immer ook bestand tegen natuurrampen, je kan erop teruggrijpen als de om je heen letterlijk en figuurlijk ineenstort.
Elf jaar lang filmde Koizumi nationalistische demonstraties. Het resulteerde in de video-installatie Good Machine Bad Machine (2023). Vooraan zien we gehypnotiseerde acteurs woorden en korte zinnetjes uitspreken en daarbij het complete emotionele register doorlopen: van bang en boos tot blij en opgewekt. Daar achter zien we opnamen van de demonstraties. Door deze films tegelijk te tonen, werpt Koizumi de vraag opwerpt in hoeverre we meester zijn van onze eigen emoties. Kiezen we er bewust voor ons op te winden over bepaalde zaken of worden we gevoed door technologie en laten we ons onbewust ook leiden door propaganda?
Soluble Meat
In de recente film Soluble Meat (2025) duikt de tegenstelling tussen technologische vooruitgang en het verlies van vrije wil ook op. Ook hier koppelt hij het aan ons onderbewustzijn. Koizumi creëerde Soluble Meat met behulp van het AI-programma Luma Dream Machine. Hij voedde de AI archiefbeelden van hypnosesessies en gaf de prompt: “This is a tragic film about people who are losing their free will”.
Vervolgens voerde hij het beeld dat door het algoritme werd gegenereerd telkens opnieuw in het programma in, telkens met dezelfde prompt. Door dit proces elke vijf seconden te herhalen, ontstond een film waarin onbegrijpelijke gebeurtenissen zich langzaam ontvouwen. De scènes zijn herkenbaar, maar tegelijk droomachtig en roepen een unheimische sfeer op.
De video werd daarna ingevoerd in Google Gemini om de voice-over te genereren. Hoewel Koizumi de film beschouwt als een AI-stream of consciousness, benadrukt hij dat er altijd een mens achter de knoppen zit. Soluble Meat niet alleen het automatisch schrijven van Surrealisten. Het laat ook zien dat ons onderbewuste niet alleen wordt bespeeld door onze herinneringen en verbeelding, maar inmiddels ook door algoritmen.

In limbo
Met de serie Altars verlegt Koizumi het vraagstuk van beïnvloeding door technologie van het mentale naar het fysieke domein. In Sculpture Park is BOR (2024) te zien, een sculptuur met aan de ene kant een onderlichaam en aan de andere kant een enkel been en een losliggende hand. Daartussen zit een kolomboor. Alsof de mens door een shredder wordt gehaald en er in kleinere deeltjes uitkomt.
Dat is ook het punt dat Koizumi wil maken. Naarmate onze sociale levens zich steeds meer in de digitale wereld afspelen, begint ons besef van het fysieke lichaam te vervagen. In Museum De Pont hingen de Altars vorig jaar hulpeloos aan kettingen, zwevend tussen de echte en de virtuele wereld, in een limbo-toestand die noch mens noch machine is.
“Wat ik gevaarlijk vind aan deze ontwikkeling is dat er een neiging is levende wezens als object te behandelen. Er schuilt hier een potentieel voor geweld in”, aldus Koizumi. “De uitdaging is hoe we mensen met warme lichamen kunnen redden uit dit limbo. Ik zie dat als mijn levenswerk.”

“Het idee van het verbinden van mensen met machines bestaat al 200 jaar – Frankenstein is bijvoorbeeld al 200 jaar oud. Toch zorgt een sculptuur van een onderlichaam met daarop een motorblok voor een glitsch in onze hersenen. Onze overlevingsinstincten worden geactiveerd, door een gevoel van gevaar.”
Sinds zijn tijd aan de Rijksakademie wordt Meiro Koizumi vertegenwoordigd door Galerie Annet Gelink, waar hij al 7 solotentoonstellingen had. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van Museum of Contemporary Art Tokyo, MoMa, Tate Gallery, Kadist Art Foundation, Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen. Afgelopen jaar had hij een overzichtstentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Dit jaar viert de NN Art Award haar tiende editie. De jaarlijkse stimuleringsprijs van €10.000 gaat naar een getalenteerd kunstenaar die een opleiding in Nederland afrondde en werk presenteert op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy). De vakjury nomineerde vier kunstenaars: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) en Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). Van 14 maart tot en met 25 mei 2026 is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam.

De jeugd van Fiona Lutjenhuis werd gevormd door een uitzonderlijke context: ze groeide op in de Malva-sekte, een religieuze gemeenschap in een Brabants dorp, die ze op haar zestiende achter zich liet. Deze gesloten sekte putte uit een eclectische mix van theosofie, esoterische kosmologie, geheime genootschappen en overtuigingen over bovennatuurlijk en buitenaards leven. Lutjenhuis vertaalt deze ideologische erfenis en persoonlijke herinneringen naar een hybride beeldtaal, die ze voedt met archiefonderzoek. Haar werk is geen letterlijke reconstructie, maar een symbolische en poëtische hervertelling, vaak met een dosis humor, om zo grip te krijgen op haar verleden. Dat levert werken op die vaak zowel een speels als grimmig element hebben. Voor Lutjenhuis is haar praktijk een manier om haar uitzonderlijke jeugd te herinterpreteren zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Ze benadert de wereld vanuit een rationeel, autonoom en agnostisch wereldbeeld, maar behoudt tegelijkertijd een spirituele nieuwsgierigheid naar wat er mogelijk zou kunnen bestaan.

In Kunsthal Rotterdam presenteert Lutjenhuis bijvoorbeeld twee grote kamerschermen met de titel ‘I Flourish Into Chaos’ (2024). Op de panelen verschijnen de leiders van de sekte als roofvogels: uilen en een havik. Zwevende gebouwen met opengewerkte wanden tonen scènes uit haar familiegeschiedenis, waarin mensen zijn weergegeven als statische Japanse kokeshi-poppen. Die beeldtaal is niet toevallig: de Malva-sekte eigende zich regelmatig elementen toe uit verschillende religieuze en culturele tradities. Het alziende oog dat op de schermen terugkeert, verwijst naar Geza-4, de planeet die binnen de sekte werd gezien als uiteindelijke toevlucht.
De kunstenaar maakt vaker werken die een zekere huiselijke geborgenheid oproepen, waaronder een vogelhuisje en een beschilderde lichtblauwe bedconstructie met de veelzeggende titel ‘Family Trip’. Het bedframe verandert hier in een zandbak met kleine zandkastelen, waardoor het meubelstuk zijn huiselijke functie verliest en letterlijk verandert in een beladen landschap. Het oeuvre van Lutjenhuis wordt bevolkt door menselijke, dierlijke en buitenaardse gedaanten en raakt aan thema’s als geloof, macht en onderwerping.

Fiona Lutjenhuis werd in 1991 geboren in Zevenaar. Ze studeerde aan ArtEZ University of the Arts in Arnhem en was daarna resident aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Haar werk was eerder te zien in Stedelijk Museum Amsterdam, Het Noordbrabants Museum, 1646, het Dordrechts Museum, op Schiphol, tijdens de H3H Biënnale en in Drawing Centre Diepenheim. Haar werk bevindt zich in de collecties van onder andere de AkzoNobel Art Foundation, Museum Helmond en Schunck Glaspaleis.
Fiona, kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam?
Het werk dat ik op Art Rotterdam laat zien is een installatie met een combinatiemeubel als bed, met een klamboe, schilderijen, beelden en knuffels. Voor deze presentatie kies ik bewust voor een setting waarin ik me het meest veilig voel en waar ik me, zelfs op een kunstbeurs, even kan terugtrekken. De verbeeldingen op de schilderijen zijn gebaseerd op dromen die me zijn bijgebleven: een wereld tussen slapen en waken, een plek waar ik graag ben en waar regels kunnen worden vervormd. Als ik eenmaal wakker word, ben ik vaak teleurgesteld dat alles weer wordt bepaald door sociale, politieke en natuurlijke regels. Ondanks het feit dat ik veel nachtmerries heb houd ik toch ook erg van slapen, aangezien de wereld dan meer fluïde is, als een vorm van ontsnapping. Er worden drie schilderijen gepresenteerd waarin dromen worden afgebeeld.

Voor Kunsthal Rotterdam heb ik twee kamerschermen in gedachten, die samen het werk ‘I Flourish Into Chaos’ (2024) vormen. Deze twee schermen heb ik gemaakt vanuit de tien entiteiten van andere planeten die centraal stonden in het religieuze gedachtegoed van mijn ouders. De entiteit waar het meest over werd gesproken was Meester Ankhmania. De meesters, ook wel de wachters genoemd, zijn op de achterzijde verbeeld als kegelvormen.
Binnen de schermen ontvouwt zich een dennenbos bevolkt door vogels, waaronder roofvogels en een uil. De uil wordt opvallend genoeg niet tot de roofvogels gerekend. De vogels staan voor de entiteiten die in vogels zouden schuilen. Ze houden ons vast als poppen. De poppen in de zwevende huisjes verbeelden metaforische scenario’s uit ons huishouden. De combinatie van vogels en poppen verbeeldt voor mij het gevoel dat ik werd beschermd, maar tegelijkertijd ook werd gecontroleerd. Vanuit angst voor het onbekende hoopte ik dat de entiteiten van andere planeten eruit zouden zien als vogels.
De oostelijke invloeden die vaak in mijn werk terugkomen hebben een duidelijke oorsprong. Als kind was ik ervan overtuigd dat mijn vorige leven zich ergens in Azië had afgespeeld. Mijn vader beaamde dat idee: hij zou in een vorig leven in Schotland hebben geleefd en mijn moeder in Frankrijk of Spanje, waar ze als heks werd bestempeld. Absurd natuurlijk, maar binnen mijn kinderlijke fantasie en de context waarin ik opgroeide voelde dit volkomen normaal.

Daarnaast heb ik een sterke voorkeur voor Japans, Zuid-Koreaans, Thais en Chinees design. Wat mij bijvoorbeeld aantrekt is dat in Zuid-Korea kunst en design niet van elkaar worden gescheiden. Dat vind ik een realistische manier om naar cultuur te kijken: als een geheel waarin geloof, kunst en het dagelijks leven met elkaar verbonden zijn. Bij de kamerschermen heb ik ook gekeken naar hun oorsprong. Die zijn vanuit China naar Europa gekomen en daar gaandeweg verwesterd. Beide werken bevatten vrij intieme verwijzingen naar mijn eigen werelden en die van mijn ouders en de religieuze sekte. Door deze verwijzingen op een speelse, kinderlijke manier weer te geven, hoop ik mezelf te kunnen sussen en het geheel draaglijker te maken.
Wat zijn je plannen voor 2026?
Dit jaar ben ik begonnen met het bundelen van tekeningen, samen met uitgeverij Terry Bleu. Dat boek zal in maart verschijnen. Daarnaast werk ik aan twee presentaties in het buitenland, al kan ik daar op dit moment helaas nog niets over delen.
Verder ben ik bezig met het afstrepen van alles wat ik nog graag wil doen. Ik vind het belangrijk om het werk te realiseren dat ik echt wil maken, zonder later spijt te hebben dat ik het nooit heb gedaan. Ik werk daarvoor ook veel samen met andere kunstenaars en makers, waarbij we onze ambachten combineren en elkaar uitdagen. Daardoor worden grenzen steeds verlegd.
Vanuit die samenwerkingen zal ook een nieuwe, vrije presentatie ontstaan. Daarin is experiment een pré. Voor mij als kunstenaar is het de drijfveer om de motor draaiende te houden.

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
Ik voelde me vereerd, maar ook een beetje opgelaten, omdat ik kort daarvoor ook werd genomineerd voor een andere prijs [de Prix de Rome, red.]. Tegelijkertijd ben ik dankbaar dat ik als kunstenaar een plek mag innemen en mijn fantasie en de horror daarin mag vertegenwoordigen. Het stemt me gelukkig dat ik met dit werk word verwelkomd in de kunstwereld.
Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
Ik zou graag zelf een tentoonstelling samenstellen met andere makers en kunstenaars, vanuit projectmatige collectieven. Waar ik echt van droom zijn grote installaties waarin anderen onze werelden kunnen betreden. Want voor mij geldt: één werk is een half werk. Ik maak graag series met meerdere lagen en contexten, waarin allerlei verhalen ontstaan. Ik zou daarom graag een show realiseren waarin veel werk samenkomt, met ruimte voor anderen die daarin ook een plek innemen. Die tentoonstelling zou ik zelf willen cureren.
De winnaar van de NN Art Award 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdag 27 maart in Kunsthal Rotterdam. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk voor genodigden.
Geschreven door Flor Linckens
Tijdens de komende editie van Art Rotterdam wordt voor de tiende keer de NN Art Award uitgereikt. Deze prestigieuze stimuleringsprijs gaat naar een kunstenaar die werk toont op de beurs en een opleiding heeft afgerond aan een Nederlands instituut.
De prijs is niet alleen een blijk van erkenning, maar biedt kunstenaars ook ondersteuning bij het doorontwikkelen van hun praktijk. Als onderdeel van de nominatie is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam van 14 maart tot en met 25 mei.
De vakjury, die een brede blik op het hedendaagse kunstveld vertegenwoordigt, bestond dit jaar uit:
Zij nomineerden de volgende vier kunstenaars:
Tina Farifteh (Teheran, 1982) is fotograaf en filmmaker. In haar werk onderzoekt zij hoe machtsstructuren het leven van gewone mensen beïnvloeden. Ze verleidt de toeschouwer om te kijken naar onderwerpen waarvoor we liever wegkijken, omdat ze ingewikkeld of ongemakkelijk zijn. Voor Document Nederland 2025, haar project over het Nederlandse asielsysteem, volgt Farifteh B., die na ruim vier maanden vreemdelingendetentie op Schiphol en een verblijf in Ter Apel in een asielprocedure terechtkomt. Door B. als verteller op te voeren, kantelt Farifteh onze blik op asielprocedures. In plaats van over asielzoekers te spreken, laat zij ons letterlijk naar hen luisteren. Daarmee houdt Farifteh de toeschouwer een spiegel voor: het werk gaat niet over hen, maar over ons. Tina Farifteh wordt vertegenwoordigd door Gallery Vriend van Bavink.

Het werk van Mandy Franca (Rotterdam, 1989) is een doorlopend onderzoek naar verbondenheid; zij put hierbij uit haar jeugd in een crossculturele omgeving en haar persoonlijke herinneringen. Franca onderzoekt en observeert de betekenis van het alledaagse om het schijnbaar onbeduidende een blijvende waarde toe te kennen. Als kunstenaar ondermijnt en bevraagt zij de traditionele toepassing van grafiek door te experimenteren met een breed scala aan artistieke media die samenkomen in schilderkunst, iPhone fotografie, grafiek, tekenen, collage, video, geluid, sculptuur en installatie. Terugkerende elementen zijn het fotografische beeld en mark-making. Mandy Franca wordt vertegenwoordigd door Night Café Gallery.

De praktijk van Fiona Lutjenhuis (Zevenaar, 1991) draait om het weergeven en herinterpreteren van de religieuze ideologieën waarmee zij opgroeide in een dorp in Noord-Brabant. Haar ouders waren er lid van een sekte die zich op een mix van theosofische ideeën, esoterische kosmologieën en het bestaan van buitenaards leven en bovennatuurlijke levensvormen baseerde. Lutjenhuis’ kamerschermen, tekeningen en muurschilderingen vormen dragers van verhalen. Op poëtische wijze combineert zij esoterische, new age-esthetiek met diverse visuele invloeden uit stripboeken, Japanse prenten en middeleeuwse religieuze schilderijen. Fiona Lutjenhuis wordt vertegenwoordigd door Galerie Fleur & Wouter.

Kyra Nijskens (Ulestraten, 1997) onderzoekt hoe de mens ecologische systemen beïnvloedt en hervormt. Haar werk draait om biofouling: het hechten van zee- en micro-organismen aan industriële structuren zoals scheepsrompen en onderzeese pijpleidingen. Onopgemerkt reizen deze organismen mee op scheepsroutes, nestelen zich en verstoren bestaande infrastructuren. Haar werk is ook een commentaar op logistieke systemen. Jaarlijks verdwijnen 1.382 zeecontainers in de oceaan, waarna soms ladingen Crocs of gele badeendjes de stranden vervuilen.

De winnaar wordt op vrijdag 27 maart 2026 bekendgemaakt tijdens een feestelijke bijeenkomst in Kunsthal Rotterdam.
Geschreven door Flor Linckens
‘Wij zijn radicaal en we zijn speels. Wij trekken je uit je comfortzone. Wij werken samen met jou. Wij laten je opnieuw een relatie aangaan met jouw omgeving.’ Was getekend: Studio C.A.R.E. Aan de statements is geen woord gelogen. C.A.R.E. staat voor Catastrophe, Analysis, Relation, Environment. Dat klinkt misschien als abstracte managementtaal, de werkwijze van het Rotterdamse Studio C.A.R.E. is echter heel fysiek en tastbaar.

‘Wij verkopen catastrofes’, aldus Christine van Meegen aan de telefoon. Niet dat Studio C.A.R.E. je een catastrofe aansmeert, want die heeft zich al voltrokken. Studio C.A.R.E. bied je juist een uitweg uit een moeizame situatie. Dat kan gaan om je directe omgeving, je huis bijvoorbeeld. Het Duitse stel achter Studio C.A.R.E., Van Meegen en haar partner Sebastian Kubersky, gaat daarbij niet halfslachtig te werk. Vraag dat maar aan Patrick, de man die hen toestemming gaf zijn huis te verbouwen. Alles werd onder handen genomen: de sloophamer ging in de muren en de meubels werden verzaagd.
Patrick zat al een tijdje niet zo goed in zijn vel en zijn rommelige onderkomen hielp daarbij niet. Tijd om daar verandering in te brengen. De NDR, de Norddeutscher Rundfund, filmde de Abrissparty, een term die de lading beter dekt dan het prozaïsche verbouwing.

Het concept laat zich namelijk het beste omschrijven als een combinatie van Help mijn man is klusser, inclusief de tegenvallers tijdens de verbouwing en de mentale muren waar tegenaan gelopen wordt, met een langgerekt consult bij een doortastende psycholoog. Alleen hanteert C.A.R.E. een sloophamer in plaats van de inzichten van Carl Jung. Als het goed is heeft de verbouwing een cathartisch effect en is na afloop de relatie met je omgeving hersteld.
Dat klinkt driest, maar niets is minder waar. Studio C.A.R.E. werkt op basis van een plan, zo werd met Patrick vooraf doorgesproken wat er zou gebeuren en welke rol hij en de omwonenden in het proces zouden hebben. Wel is het zo dat er ruimte is voor improvisatie. Bovendien was Patrick in veilige handen. Christine van Meegen heeft een achtergrond in interior design en studeerde onder meer aan de Design Academy in Eindhoven. Na afloop bleven Van Meegen en Kubersky in Nederland met Rotterdam als uitvalsbasis.

De praktijk van het stel is breder dan alleen de Curated Catastrophes, waar Patricks appartement onder valt. Een constante daarin is het werken met de omwonenden. Deze winter ontwikkelden ze met de bewoners van de arbeiderswijk Bospolder-Tussendijken warmtepanelen. Negen bewoners ontwikkelden ieder een infraroodpaneel en testten dat. Deze infraroodpanelen verwarmen het lichaam en niet de ruimte, en dat op een hele energiezuinige manier. Het achterliggende idee is om mensen met een krappe beurs en een slecht geïsoleerde woning niet in de kou te laten zitten.
Een ander voorbeeld is het speelse, modulaire (wand) interieur ROSy, wat staat voor Rotterdam System, van geperforeerd plaat. ROSy geeft de gebruiker de mogelijkheid om de ruimte naar precies naar eigen wens en inzicht in te richten. Ook hiermee probeert het duo mensen weer in verbindingen te brengen met hun omgeving, door ze daar zelf de controle over te geven.

Op Art Rotterdam vind je een sculptuur van Studio C.A.R.E in de sectie Sculpture Park. Als we Van Meegen half januari spreken weet ze nog niet hoe de sculptuur precies eruit gaat zien. “We spelen vaak in op de ruimte die we tot onze beschikking krijgen. We moeten even aftasten hoeveel ruimte we krijgen en wat voor ruimte het is. Idealiter wordt het een sculptuur die je kan veranderen, waar je in kan duiken, en waar een verrassing in zit.”
Studio C.A.R.E. wordt vertegenwoordigd door Galerie Melike Bilir uit Hamburg. De stand van Galerie Melike Bilir vind je in de New Art Section.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Wat vertellen onze voorouders ons, en wat willen we zelf meegeven aan de volgende generaties? Het zijn vragen die kunstenaar Samboleap Tol (1990, Nederland) bezighouden en die zich materialiseren in haar beeldende praktijk. Ze is één van de 92 startende kunstenaars die recent een kunstenaarsstartbeurs ontvingen van het Mondriaan Fonds, en kreeg daarnaast ook een residentie beurs. Met die ondersteuning ontwikkelde ze Dharma Songs (2023), Cosmic Tortoise (2024) en Starlight (2025). Dat laatste werk, een nieuwe kinetische sculptuur die voortbouwt op haar onderzoek naar voorouderlijke verering, is te zien in de Prospects-sectie van Art Rotterdam 2026.

Samboleap groeide op in Nederland met Cambodjaanse ouders die de genocide onder de Rode Khmer meemaakten. Haar familiegeschiedenis is tegelijkertijd diep verankerd in de bredere Cambodjaanse gemeenschapsgeschiedenis met onvertelde verhalen en onverwerkt trauma. Ze ervoer hoe die achtergrond haar eigen leven beïnvloedde en merkte dat generatiegenoten uit allerlei gemeenschappen van het globale zuiden met gelijkaardige onbeantwoorde vragen worstelden.
Haar kunstpraktijk vertrekt vanuit de gemeenschap en keert er ook naar terug. Door uitvoerig met mensen in gesprek te gaan, verzamelt ze inzichten in gedeelde rituelen, culturele gebruiken en mythologische oorsprongen die gaandeweg naar de achtergrond zijn verdwenen. Die referenties ontrafelt ze in kinetische sculpturen.

“Ik denk dat ik in mijn jeugd kunst vooral vanuit de gemeenschap heb meegemaakt”, vertelt Samboleap. “Ooms en tantes die een kostuum aantrekken en met dans of theater een mythologisch verhaal vertellen. Ik associeer kunst niet zozeer met dingen in een steriel, statisch museum met één grote maker en eenzijdige communicatie. In mijn beleving leeft kunst. Het heeft een ritme, een verhaal. En dat verhaal past zich aan aan waar we ons bevinden.”
Die levendigheid vertaalt zich ook formeel. Naast interactief en communicatief zijn haar sculpturen vaak mechanisch en muzikaal. Ze haalt daarbij inspiratie uit haar vader, een ingenieur wiens uitvindingen de leefruimte vulden, en uit muziek, dat tijdens haar formatieve jaren, zoals een kameraadje, haar bij de hand nam.

In diezelfde geest beschrijft Samboleap Tol hoe vieringen en herdenkingen binnen haar gemeenschap al van jongs af aan een vanzelfsprekend onderdeel van haar leven waren en nu doorsijpelen in haar werk. Bijvoorbeeld de doden worden herdacht door hen eten te bereiden en tempels worden geëerd door er bloemen bij neer te leggen. Tegelijk was er het nakende besef dat die rituelen niet altijd werden verklaard of traumatische voorgeschiedenis niet werd aangekaart. “Als kind zijn je ouders een reflectie van jezelf. Je gebruikt hen heel erg als spiegel. Maar als je maar een deel van het verhaal meekrijgt, dan is dat schadelijk voor je gezondheid.”
Die lacune werd gaandeweg deels opgevuld door vrienden en mentoren die met gelijkaardige stiltes waren opgegroeid. Uit die zoektocht ontstond Dharma Songs (2023), een reeks interactieve geluidsinstallaties. “Je wordt uitgenodigd om bloemen in het water te leggen. Op dat moment beginnen stemmen uit een verborgen luidspreker te spreken. Ik vroeg aan naaste vrienden en familieleden met uiteenlopende culturele achtergronden om te reageren op een vraag: als je nog één ding aan je voorouders zou mogen vragen of vertellen, wat zou dat dan zijn?” De sculptuur vertrekt vanuit een gedeeld cultureel erfgoed van voorouderlijke verering en biedt ruimte aan het generationele gemis aan verbinding met voorouders.

Dankzij de ondersteuning van het Mondriaan Fonds kreeg Samboleap de ruimte om haar roots verder te verkennen en haar praktijk geografisch en historisch te verbreden. Ze vertelt hoe ze zich altijd sterk heeft geassocieerd met de Indonesische diaspora’s in Nederland, die voor haar aanvoelde als een parallelle wereld. Dat leidde haar naar Yogyakarta, waar gesprekken met historici steeds duidelijker maakten hoe nauw de historische lijnen tussen Java en Cambodja met elkaar verweven zijn. “Zij noemen dat Purāṇische motieven, afkomstig uit de Purāṇa’s, oude Indiase mythologische teksten. India had vanaf ongeveer de 5de eeuw tot en met de 15de eeuw, een enorme invloed op zowel Java als Cambodja die nu nog steeds zichtbaar is in tempels en voelbaar in culturele gebruiken, ondanks het feit dat beide plekken al 500 jaar geen hindoeïstische religie meer praktiseren. We zijn allebei trots op de grote tempels in onze achtertuin, maar we weten eigenlijk te weinig van hun oorsprong en motieven,” vertelt ze. Die vergaarde kennis deelt Samboleap nu via lecture performances, onderzoeksartikelen en haar beeldende werk.

In Cosmic Tortoise (2024) grijpt Samboleap Tol terug naar een mythe waarin het goddelijk figuur Vishnu de gedaante van een schildpad aanneemt. De sculptuur ontstond in samenwerking met een groot netwerk van makers en culturele onderzoekers met wie ze sinds haar verblijf in Yogyakarta blijft samenwerken. “Er waren zo’n veertig mensen betrokken. Ik spreek weinig Indonesisch, en zij vaak geen Engels. Dus het was vaak uitleggen met handen en voeten,” lacht ze. Het resultaat is een mechanisch bewegende schildpad uit teakhout. “Wanneer je op een knop drukt, tilt het schild zich op en verschijnt er een boek dat zich opent in een verticale lijn, terwijl een stem begint te zingen. Ik schreef de tekst voor het boek zelf en liet ze vertalen door vertalers in Cambodja, in het Khmer.”
In de Prospects-sectie van Art Rotterdam toont Samboleap Tol haar nieuwste werk Starlight (2025), dat eveneens voortkomt uit een intens collaboratief proces met tientallen vakmensen. Het centrale element van de kinetische sculptuur bestaat uit houtgravures, gemaakt in samenwerking met een teakhoutsnijder uit Jepara, Noord-Java, een stad met een lange traditie in houtsnijkunst, gevormd door indianisering, islamisering en ook vernederlandsing.

De oorsprong van Starlight is echter uitgesproken persoonlijk: “Ik verloor mijn vader tijdens de coronaperiode. Enkel mijn moeder mocht de begrafenis bijwonen dus ik volgde alles online via een Facebook-video. Het was een gepixelde ervaring die zich over de jaren heen bleef opdringen. Ik merkte dat ik er nog steeds nare gevoelens bij had en dat ik er iets mee wilde doen. Starlight werd een vorm van therapeutische verwerking.”

De vorm die zich opdrong was die van de top van het crematiepaviljoen, een architecturaal element in de vorm van een kroon. Ze ontdekte dat die verwijst naar Mount Meru, een mythische kosmische berg in hindoeïsme en boeddhisme die al duizenden jaren beschreven werd in Purāṇische verhalen. Tegelijk leerde ze dat Cambodjaanse dansers een gelijkaardige kroon dragen, genaamd ‘makhut’. “Een Belgisch-Cambodjaanse vriend vertelde me dat die kroon van goud wordt gemaakt zodat dansers in communicatie kunnen staan met de hemelen. Goud kan energie goed geleiden en fungeert als een soort antenne.”

Het is alsof de ontwikkeling van haar beeldende praktijk van de afgelopen jaren samenkomt in haar nieuwste werk Starlight. In Dharma Songs neemt Samboleap Tol samen met vrienden en familie een zorgende houding aan door zich te richten tot het verleden en vragen te stellen aan voorouders, ook wanneer antwoorden uitblijven. In Cosmic Tortoise verbindt ze die zorg aan een langere tijdslijn, via het mythologische verhaal van Vishnu, dat verwijst naar continuïteit doorheen de tijd. Met Starlight richt Samboleap Tol zich expliciet op de toekomst. Ze vraagt haar directe omgeving welke adviezen zij willen meegeven aan de komende generaties. Hun woorden maken deel uit van de sculptuur, en kan je ontdekken in de Prospects-sectie tijdens Art Rotterdam.
Geschreven door Emily van Driessen
“Mijn waanachtige denken werpt een sinister licht en unheimliche schaduwen tegen een dystopische achtergrond, en roept zo de melancholie van mijn herinneringen op het doek op.” – Shimon Kamada

Via de fascinerende psyche van kunstenaar Shimon Kamada (1997, Japan) betreden we een precair terrein tussen abstractie en figuratie. Daar tekent zich een hoopvol inzicht af: de geruststelling dat deze twee geen uitersten van een spectrum zijn. Wanneer de werkelijkheid een droomachtige gedaante aanneemt en dromen steeds sterker verankerd raken in het reële, begint die tweedeling zelf overbodig te worden. Precies in die intrigerende tussenzone ontstaan Kamada’s schilderijen.
In de new art section van Art Rotterdam 2026 presenteert Diez Gallery een solotentoonstelling met recente werken van Shimon Kamada, waarin scènes te zien zijn die vertrekken van zijn vroege kindertijd tot vandaag. “Mijn werk wortelt in mijn persoonlijke geschiedenis en roept nostalgische beelden op uit mijn herinneringen. Doordat ik al vele jaren weg ben uit mijn geboortestad in Japan, heb ik meer ruimte gehad om daarop te reflecteren. Mijn recente werken worden beïnvloed door gebruiken, gebeurtenissen, mijn opvoeding en de dynamiek binnen mijn familie. Ik hoop dat ze bij bezoekers gevoelens en beelden oproepen, zoals bij het ervaren van een flashback.”

Herinnering als drijvende kracht inzetten brengt een ongrijpbare, en daardoor ook misleidende, creatieve energie met zich mee. Tegelijk kan het vreemd genoeg kalmerend en geruststellend werken wanneer onze geest ons parten begint te spelen en herinneringen hun scherpte verliezen. Het samenbrengen van ogenschijnlijk uiteenlopende elementen als realiteit, figuratie, abstractie en fictie is voor Kamada één van de manieren om om te gaan met latent trauma. “Er zijn veel momenten waar ik naar wil terugkeren; ze zijn zo mooi dat het bijna pijnlijk voelt om ze te vergeten, maar tegelijk zijn het ook pijnlijke herinneringen die ik het liefst opnieuw zou willen beleven,” zegt Kamada.
In zijn meest recente reeks werken raakt Kamada ook aan de overlappende en intersectionele aard van geleefde ervaringen en de herinneringen die daaraan verbonden zijn. Hij verwijst daarbij naar een intieme familiesituatie die een diepgaande betekenis kreeg binnen zijn praktijk: enkele jaren geleden vroeg zijn grootvader hem om zijn begrafenisportret te schilderen, kort voordat bij hem een terminale ziekte werd vastgesteld. Terwijl verschillende familieleden elk vanuit hun eigen positie op zijn ziekte reageerden, werd Kamada zich steeds bewuster van de tegenstrijdige emoties die dat moment omgaven. “Door onze herinneringen en de unieke positie van elk familielid te verbeelden, onderzoek ik deze conflicterende emoties en zoek ik naar manieren om empathie voor elkaar te ontwikkelen. Zo krijgt elk familielid de ruimte om een belangrijk personage te worden in mijn schilderijen.”

Door deze uiteenlopende posities en gevoelens te projecteren in droomachtige scènes, kunnen kijkers met verschillende herinneringen elk hun eigen wereld uit Kamada’s schilderijen halen. In de openheid die Kamada creëert, is een vorm van handelingsruimte voor de eigen subjectiviteit voelbaar. “Mijn huis is bijvoorbeeld een typisch Japans huis, maar bepaalde elementen ontsnappen aan herkenning bij een westers publiek en roepen onverwachte interpretaties op. Ik hoop dat kijkers zich de afgebeelde gebeurtenissen voorstellen alsof ze zich in hun eigen leven afspelen, en dat een deja-vu-achtige ervaring kansen biedt om samen verhalen te delen voor mijn schilderijen.”
Ook de fysieke materialiteit van de schilderijen sluit aan bij Kamada’s emotionele concept. De kunstenaar experimenteert al langer met het overschilderen van gebruikte doeken, maar recent schuurt hij ook het oppervlak op om fragmenten van verborgen schilderingen in de onderlaag bloot te leggen. “Ik breng acryl en olie aan op tweedehands schilderijen en beschadig het oppervlak vervolgens met schuurpapier. De gelaagde verf toont de veelvormige realiteit van alledaagse momenten. In elk schilderij beeld ik familieleden af die ik haal uit fotoalbums. Het schuren voelt voor mij als een bijkomend proces dat de context van herziening versterkt. De beschadigde textuur en vervaagde kleuren roepen zelfs oude fotoalbums op, en het aanbrengen van nieuwe schilderingen over oude schilderingen staat voor het geheugenproces: nieuwe stukjes informatie stapelen zich op en leggen zich over de oude heen.”

Het is alsof het schuren voor Kamada een manier is om het oppervlak te behandelen als een houten eettafel die dierbare herinneringen draagt aan familiemaaltijden, koffievlekken, liefde en conflict, doorheen de jaren zachtjes opgeschuurd, zodat ze opnieuw kan worden gebruikt en nieuwe herinneringen zich over de oude heen kunnen nestelen.
Zo wordt duidelijk dat Kamada’s schilderijen, voorbij wat het oog kan waarnemen, vastleggen wat sluimert in het onderbewuste: de vluchtigheid van tijd, de blijvende geuren van vervagende verhalen en de nostalgie die gepaard gaat met het herbeleven van herinneringen, of ze nu werkelijk zijn, ingebeeld, of ergens daartussenin.
Bio
Shimon Kamada (1997, Japan, woont en werkt in Nederland) won de Ron Mandos Residency Award (2020) en werkte in 2021 als artist-in-residence bij Brutus Lab in Rotterdam. Hij nam deel aan groepstentoonstellingen bij onder meer Podium Gallery, Hongkong (2025), Van Nelle Fabriek, Rotterdam (2024), Enari Gallery, Amsterdam (2023), ARWE Gallery, Gouda (2022), Wilford X, Temse (2022), Felix Solo Gallery, Nijmegen (2021), Atelier of AVL Mundo, Rotterdam (2021) en Het HEM, Zaandam (2020).
Te zien op Art Rotterdam, New Art Section: Shimon Kamada, diez gallery
Geschreven door Emily van Driessen
kunstenaars en Rotterdammers samen voor een duurzame stad

DHB Bank is opnieuw de trotse hoofdsponsor van Art Rotterdam. In de DHB Art Space is dit jaar het project South Forward te zien, een vervolg op de de presentatie van 2025 Echoes of Us
Het vertrekpunt is helder: Rotterdam Zuid bezit kennis, creativiteit en verbeeldingskracht die de toekomst mede vormgeven.
DHB Art Space is opgezet als een plek waar kunst ruimte maakt voor andere manieren van kijken. Niet door uitleg of oplossingen, maar door verhalen, verbeelding en geleefde ervaring. Binnen deze ruimte ontstaat ook ruimte voor gesprek: ontmoetingen en uitwisselingen die niet vanzelf plaatsvinden, maar die nodig zijn om elkaar beter te begrijpen.
Jeanthalou Haynes, curator Unity in Diversity Rotterdam: “Vanuit ons werk bij Unity in Diversity zien wij Rotterdam Zuid als een levende bron van verhalen. Als de spreekwoordelijke tuin van Art Rotterdam: de wijk rondom Ahoy waar dagelijks wordt gewerkt aan samenleven, zorg dragen en vooruitdenken. Met South Forward nemen we bezoekers mee naar die verhalen van de plek waar zij zich bevinden, naar de mensen die haar dragen.”
South Forward wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met bewoners, makers en lokale initiatieven uit Rotterdam Zuid. Het project richt zich op thema’s als duurzaamheid, gemeenschapskracht en het dagelijks leven, en is geworteld in echte verhalen uit de wijken zelf. Deze co-creatieve manier van werken vormt het hart van het project.
Tijdens Art Rotterdam 2026 presenteert DHB Art Space nieuw ontwikkeld werk van Karla King, Melissa Moria en Urvee Kulkarni. Elk van hen werkt vanuit een eigen artistieke praktijk en verbindt artistiek onderzoek, duurzame materialen en lokale verhalen tot werken die uitnodigen om te verbeelden hoe samenleven, zorg en gemeenschap vorm kunnen krijgen. Nu en in de toekomst.
South Forward nodigt bezoekers uit om niet alleen te kijken, maar ook te luisteren, in gesprek te gaan en zich te verhouden tot de verhalen die in Rotterdam Zuid leven.
Tijdens Art Rotterdam 2026 wordt voor de tiende keer de NN Art Award uitgereikt, een speciale jubileumeditie. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan getalenteerde kunstenaars die een opleiding hebben afgerond aan een Nederlands instituut en werk tonen op Art Rotterdam. Al tien jaar lang biedt de prijs een belangrijke springplank voor kunstenaars. Prijswinnaars vonden hun weg naar musea en collecties in binnen- en buitenland. De NN Art Award is daarmee een consistente en inhoudelijke investering in de zichtbaarheid en ontwikkeling van artistiek talent. De winnaar wordt op vrijdag 27 maart bekendgemaakt tijdens een feestelijke avond in Kunsthal Rotterdam. Werk van de vier genomineerden is daar van 14 maart tot en met 25 mei 2026 te zien.

Een duurzaam partnerschap
Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) is sinds 2017 partner van Art Rotterdam en reikt in die hoedanigheid jaarlijks een stimuleringsprijs uit aan uitzonderlijk hedendaags kunsttalent. De focus ligt op kunstenaars met een eigen en vernieuwende beeldtaal. Deze kunstenaars verhouden zich vaak tot maatschappelijke thema’s of vallen juist op door hun bijzondere technische benadering. De award is er zowel voor nieuw talent als voor kunstenaars die al een volgende stap in hun carrière hebben gezet. Dankzij multidisciplinaire selectiecriteria komen alle media in aanmerking.
Ruimte voor ontwikkeling en zichtbaarheid
De winnaar ontvangt een geldbedrag van €10.000, bedoeld om diens werk verder te ontwikkelen en een breder publiek te bereiken. Dit jaar krijgen de genomineerden wederom de unieke kans om hun werk te tonen in Kunsthal Rotterdam. De tentoonstelling loopt dit jaar van 14 maart tot en met 25 mei en trok vorig jaar meer dan 24.000 bezoekers. Daarnaast worden alle vier de genomineerden uitgelicht in een artikel op GalleryViewer.com. Ook verwerft Nationale-Nederlanden werk van één of meerdere genomineerden voor de NN Kunstcollectie.
De kracht van Nederlandse kunstopleidingen
De NN Art Award vestigt de aandacht op het hoge niveau van kunstonderwijs in Nederland. Kunstenaars van over de hele wereld kiezen bewust voor toonaangevende instituten als de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, De Ateliers, de Jan van Eyck Academie en het Piet Zwart Instituut.
Terugblik op 2025
Tijdens de vorige editie mocht Pris Roos de prijs in ontvangst nemen. Zij wordt vertegenwoordigd door Mini Galerie. Roos: “Door het winnen van de NN Art Award kreeg ik de mogelijkheid en de middelen om mijn doelen aan te scherpen om een tweede atelier op te zetten in Bogor, Indonesië, waar mijn familie oorspronkelijk vandaan komt. Het doorbrengen van tijd in een stad met een rijke natuurlijke omgeving, veel regenval, een diepgewortelde koloniale geschiedenis en uiteenlopende gemeenschappen heeft mij dieper laten nadenken. Ik wil mijn praktijk meer benaderen vanuit verschillende zintuiglijke en historische perspectieven. Ik leer daar veel van bewoners, bijvoorbeeld over de innovatieve manieren waarop zij plastic en papier gebruiken in hun dagelijkse routine, zoals het maken van een ventilator van plastic flessen. In Indonesië ga ik in gesprek, observeer ik en versterk ik contacten met lokale partners, zowel bewoners als instituten. Reflecties uit deze periode zijn dit jaar al terug te zien in mijn aankomende tentoonstellingen bij CODA Apeldoorn en Museum Limburg, in samenwerking met Riboet Verhalenkunst. Daarnaast verschijnt dit jaar mijn eerste kinderboek, ‘Toko van mijn ouders’. Dank je wel Nationale-Nederlanden, Art Rotterdam, Kunsthal, juryleden. Het betekent echt zoveel voor een kunstenaar om je verhaal te mogen vertellen.”
De jury
De selectie ligt in handen van een jaarlijks wisselende jury van professionals uit het kunstveld. Zij nomineren vier kunstenaars en bepalen gezamenlijk de winnaar van de NN Art Award. De jury is interdisciplinair samengesteld en brengt perspectieven samen van onder meer kunstjournalisten, conservatoren, museumdirecteuren, kunstenaars, kunstverzamelaars en de conservator van de NN Kunstcollectie. Dit jaar bestaat de jury uit:
Galeries die deelnemen aan Art Rotterdam kunnen kunstenaars voordragen voor de NN Art Award. Daarnaast levert de curator van de Prospects-sectie van het Mondriaan Fonds ook dit jaar weer 5 kunstenaars aan: een selectie van de meest veelbelovende talenten in de tentoonstelling.
De vier genomineerden voor de NN Art Award 2026 worden begin februari bekendgemaakt.
Feestelijke uitreiking in Kunsthal Rotterdam
De bekendmaking van de winnaar van de NN Art Award vindt plaats tijdens een feestelijke avond in Kunsthal Rotterdam op vrijdag 27 maart. Aansluitend zijn alle tentoonstellingen in de Kunsthal, waaronder de expositie rond de NN Art Award, vrij te bezoeken voor de aanwezige gasten.
Over Nationale-Nederlanden
Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) is een internationale financiële dienstverlener met een rijke traditie in het ondersteunen van kunst en cultuur. NN is hoofdpartner van Kunsthal Rotterdam en partner van Art Rotterdam.
Geschreven door Flor Linckens
Eerst kijken, dan lezen. Eerst je ogen de kost geven, zelf een mening vormen en dan pas kijken wat de titel is. Dat zou voor het kijken naar alle kunst moeten gelden, maar zeker voor de nieuwste werken van Helen Verhoeven. Als je daarbij op de titels afgaat, mis je het eigenlijke onderwerp van de voorstelling. Dat is niet de zwarte kat in Black Cat, het witte masker in White Mask of het gele hoofd in Yellow Head, het zijn: een lijk, een pistool -gericht op de kijker- en een machinegeweer. Het onderwerp is geweld en de gevolgen daarvan.

De werken zijn onderdeel van de serie die Verhoeven afgelopen jaar maakte, getiteld Because (omdat). Because is niet meer dan een aanzet tot een verklaring, want zonder verdere toevoeging heeft iets van een gemakzuchtig autoriteitsargument: gewoon, omdat ik het zeg. Gewoon, omdat het kan. Gewoon, omdat ik er zin in had. Zo bezien lijkt het te gaan om zinloos geweld.
Het werk van Helen Verhoeven is te zien in de stand van Annet Gelink Gallery. Op het moment van publicatie is nog niet duidelijk welke werken getoond zullen worden.
Verhoevens werk is een combinatie van figuratie en abstractie. Ze maakt gebruik van verschillende texturen en patronen, waardoor het geheel haast een collage-effect krijgt. Op een werk van Verhoeven zie je precies wat er op het doek gebeurt. Je herkent de situaties, de ruimtes, verwijzingen naar de actualiteit of historische gebeurtenissen, en kan de lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen van menselijke figuren duiden. Tegelijk is weinig in detail uitgewerkt waardoor Verhoevens werk ook iets magisch heeft; als een scene uit een droom. De voorstelling is net zo tastbaar als een gedachte. Ieder moment zou die uiteen kunnen spatten of je door de vingers kunnen glippen.
Ook Verhoevens palet zet je op het verkeerde been. Op het eerste gezicht stemt het paars, blauw en roze vrolijk, maar de kleuren gaan vrijwel altijd vergezeld van een grijze ondertoon. Daardoor ogen ze mat. De onderwerpen daarentegen zijn in de regel donkerder en allesbehalve naïef. Thematisch verbindt Verhoeven namelijk autobiografische elementen met universele thema’s zoals vruchtbaarheid en schoonheid, en stipt ze ook onderwerpen aan als machtsverhoudingen en de dood. De werken in Because vormen daarop geen uitzondering.
‘In mijn schilderijen gaat het vaak over akelige dingen, maar hopelijk met een zekere lichtvoetigheid, omdat humor nu eenmaal het beste tegengif is voor alle ellende’, zei ze een aantal jaar terug tegen Het Parool. Door die lichtvoetigheid krijg je bij Verhoeven altijd een scala aan emoties voorgeschoteld. In Black Cat zien we een zwarte kat bij wat lijkt op een overleden persoon. De zwarte kat laat een traan, maar wel op zo’n manier dat het iets lichts heeft. Iets vrolijks.
Helen Verhoeven (Leiden, 1974) woont en werkt in Berlijn. Ze heeft een atelier in Lichtenberg, een wijk in voormalig Oost-Berlijn, net buiten de ring van de S-bahn. Haar atelier zit in een oude afluistercentrale van de Stasi en heeft uitzicht op een voormalige Stasi-gevangenis. Aanvankelijk wist ze niet wat er allemaal had plaatsgevonden. Dat zou zelfs te veel zijn voor iemand die moeilijke emotionele en mentale ervaringen een tijd lang opzocht en eruit put voor haar werk.
Een van de plekken waar ze dergelijke intense ervaringen opdeed, was de middelbare school waarop Verhoeven in 1986 belandde. Dat jaar verhuisde het gezin Verhoeven voor haar vaders filmcarrière van het aangeharkte Oegstgeest naar de metropool Los Angeles. Een groot contrast qua levendigheid, maar ook qua maatschappij. Op het oog lijkt die op de onze, alleen dan ga je voorbij aan de gigantische verschillen in kansen, gezondheid en welvaart.
Verhoevens ouders verhuisden naar LA met een progressieve, Europese mindset. Daardoor kozen ze ervoor Verhoeven en haar zus naar een openbare school in de buurt te sturen, wat in Nederland gebruikelijk was. Op die school kwam ze in contact met agressie, drank, drugs, seksueel grensoverschrijdend gedrag en gangs. ‘Ik kwam er als kind dat nog niets had meegemaakt en binnen een jaar had ik voor mijn gevoel zo’n beetje álles meegemaakt en was de onschuld uit mijn jeugd verdwenen.’ Vanaf haar 15e zou ze een andere school bezoeken die hemelsbreed niet ver uit de buurt lag, maar een totaal andere samenstelling had.

Tijdens haar Amerikaanse academietijd aan het San Francisco Art Institute en de New York Academy of Art ging ze actief op zoek naar intense emotionele ervaringen, shocks die ze kon verwerken in haar werk. “Ik wilde het slechte zien, voelen en meemaken; alsof alleen dat het echte leven is.” Zo werkte ze in een abortuskliniek in een achterstandswijk, waar ze de meest hartverscheurende situaties aantrof. Verhoeven: “Een piepjong meisje kwam voor een abortus. Zij had een enorme, huisgemaakte tatoeage van een piemel op haar buik. Doodeng, dat beeld is me altijd bijgebleven.”
Ook werkte ze een tijdje op de spoedeisende hulp, ontleedde lijken in een laboratorium en hielp ze een tijdje in een daklozenopvang. Verhoeven: “Ik heb een eindeloze put gevoelens verzameld, naast feitelijke kennis.” Ze verantwoordde dit voor zichzelf door er werk over te maken, maar ze betaalde er ook een prijs voor: ‘Het leverde interessante kunst op, en nog steeds, maar ik kreeg ook last van die expres opgelopen trauma’s.”
Tijdens haar werkproces sluit Verhoeven haar atelier hermetisch af voor de kritische blik van buitenstaanders. Een enkel woord over een werk dat nog niet af is, kan een schilderij verpesten. Verhoeven: “Ik vind kunst maken extreem privé, heel persoonlijk.” Zo maakte ze een tijdje veel werk over moeders en kinderen, als manier om om te gaan met het feit dat het niet lukte om zwanger te worden. Een maand later bleek ze alsnog in verwachting. Verhoeven: “Ik vind schilderen sowieso een soort proces van exorcisme. Je laat het los, je laat het er uit en je laat het gaan.”
Dat niet aan ieder werk een intense emotionele ervaring vooraf hoeft te gaan, bewijzen de werken die Verhoeven in opdracht maakte. Zo rondde ze in 2015 een ambitieus werk af voor de Hoge Raad en 2021 The Family, een imposant groepsportret van de Koninklijke familie, vanaf Juliana van Stolberg. Aan beide werken gingen uitgebreide studies vooraf.

De Hoge Raad is in alle opzichten imposant. Het doek meet maar liefst 4 bij 6,5 meter – Verhoeven werkte er een jaar aan – en zit tjokvol historische en kunsthistorische verwijzingen naar de ontwikkeling van het Nederlands recht. Maar ook hier is het niet allemaal pais en vree. De Hoge Raad houdt ons eerder een spiegel voor. De rechtspraak en rechtstaat zoals we die kennen is net zo kwetsbaar als de droombeelden in een serie als Because. Over de eeuwen heen is er een prijs voor betaald en als we hem niet onderhouden verdwijnt ie als sneeuw voor de zon.
Op de wanden va de rechtszaal zien we gewezen politici, geleerden, staatshoofden en filosofen. Het meest in het oog springt het bekende schilderij van de gelynchte gebroeders De Witt van Jan de Baen. Daarvoor zit de Hoge Raad onder leiding van president, mr. Visser. Mr. Visser was de eerste joodse president van de Hoge Raad, maar werd in 1941 door de Duitse bezetters ontslagen – zonder publiekelijk protest van de andere raadsheren. Op de voorgrond zien we een menigte van treurige, boze, eenzame, lieve en vertrouwde figuren die samen onze samenleving vormen.
Het werk van Helen Verhoeven is onder meer opgenomen in de collecties van het Centraal Museum, het Stedelijk Museum en het Bonnefantenmuseum, waar ze een solotentoonstelling had in 2018. Haar werk is daarnaast te vinden in de collecties van Saatchi Gallery, The Museum of Contemporary Art in Miami, DSM, De Nederlandsche Bank, Eneco en de Rabobank. In 2008 sleepte ze de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst binnen, gevolgd door de Wolvecampprijs in 2010 en de ABN Amro Kunstprijs in 2018. Helen Verhoeven wordt vertegenwoordigd door de Annet Gelink Gallery.
Geschreven door Wouter van den Eijkel