Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Moed, verhalen en een diepe verbondenheid met erfgoed vormen de kern van het werk van Marcos Kueh (1995), een Maleisische kunstenaar die deels in Nederland woont. Met een achtergrond in grafisch ontwerp en reclame, en een persoonlijke ontdekkingsreis in ambacht, slaan zijn geweven billboards een brug tussen eeuwenoude tradities en hedendaagse verhalen. In 2024 ontving Marcos een beurs van het Mondriaan Fonds, wat hem de vrijheid gaf om zijn praktijk verder te ontwikkelen. Binnenkort is zijn installatie te zien op de Prospects-sectie van Art Rotterdam, waar hij de complexiteit van zijn werk verkent in relatie tot dekolonisatie, persoonlijke groei en de verfijning van ambacht.

Wat is de rode draad in je werk?
“Mijn werk draait om storytelling,” begint Marcos. “Opgroeien in postkoloniaal Maleisië heeft mijn kijk op de wereld gevormd. Dekolonisatie als onderwerp voelt soms erg eurocentrisch, omdat veel academische theorieën zijn ontwikkeld binnen Europese instellingen. Toch werd de dekolonisatiebeweging zelf aangestuurd door de kracht en veerkracht van de gekoloniseerde landen. Hun stemmen zijn onmisbaar om de volledige complexiteit ervan te begrijpen.
Als iemand uit een voormalig gekoloniseerd land merk ik dat wij op een heel andere manier over dekolonisatie spreken. Welke taal gebruiken we om ons verleden met onszelf en met anderen te delen? Die vragen vormen de kern van mijn praktijk.”
Voor Marcos is textiel een brug tussen het verleden en het heden. “Lang voor pen en papier vertelden onze voorouders uit Borneo hun verhalen via textiel. Als hedendaags wever zie ik mijn werk als een voortzetting van die traditie. Ik vraag me af welke verhalen ik wil achterlaten voor mijn generatie en die na mij.”
Hoe ben je bij textiel terechtgekomen?
“Ik heb een achtergrond in grafisch ontwerp en reclame, maar ik ben altijd gefascineerd geweest door de lokale beeldcultuur. Vooral textiel heeft een enorme kracht om verhalen te vertellen. In het begin benaderde ik textiel puur academisch en verdiepte ik me in de geschiedenis en culturele betekenis ervan. Toch vroeg ik me af of de samenleving – en vooral mijn familie – me ooit als textielkunstenaar zou accepteren. In Borneo wordt textiel vaak geassocieerd met een lagere sociale klasse, en kiezen voor een carrière hierin voelde als een risico.”
De echte ommekeer kwam in Nederland, waar Marcos van theorie naar praktijk overstapte. Tijdens zijn studie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag ontdekte hij de textielwerkplaats en bezocht hij het TextielMuseum. “Pas toen besefte ik de complexiteit van het ambacht. Werken met een weefgetouw vereist berekeningen, de juiste spanning, patroonontwikkeling en kennis van chemische verfstoffen. Dat veranderde mijn blik: de mensen in de dorpen zijn allesbehalve primitief; hun systemen zijn juist ongelooflijk verfijnd. Dat inzicht veranderde niet alleen hoe ik naar ambacht keek, maar ook hoe ik mezelf zag. Ik hoefde me niet langer te verontschuldigen voor waar ik vandaan kom.”

Hoe beïnvloedt dekolonisatie jouw werk?
“Toen ik op school voor het eerst over dekolonisatie sprak, barste ik vaak in tranen uit,” geeft Marcos toe. “Het is een academisch onderwerp, maar voor degenen die in dat systeem hebben geleefd, is het iets heel persoonlijks. Die emotionele lading beïnvloedt niet alleen hoe ik over dekolonisatie praat, maar ook hoe ik mijn werk presenteer. Mijn werk is gelaagd en biedt ruimte voor uiteenlopende interpretaties. Sommigen zien alleen de schoonheid van de stoffen en patronen, anderen duiken dieper in de verhalen erachter.”
Voor Marcos is gastvrijheid een andere manier om dekolonisatie te benaderen. “Gastvrijheid is een ambacht op zich. Hoe je mensen ontvangt en verwelkomt, is een vaardigheid. In mijn werk denk ik na over wie ik uitnodig in het gesprek en welke taal ik gebruik om hen erbij te betrekken. Verschillende culturen kijken anders naar verhalen en erfgoed, en ik wil dat mijn werk die openheid en toegankelijkheid weerspiegelt.”

Hoe combineer je traditionele ambacht met hedendaagse concepten?
Marcos ziet sterke parallellen tussen inheemse tradities en moderne systemen zoals het kapitalisme. “In traditionele culturen is er een juiste tijd voor alles: verhalen over de oogst, het leven, de dood. Net zoals reclamecampagnes werken: je kiest het juiste moment om een verhaal te vertellen en de impact ervan te maximaliseren. In mijn werk onderzoek ik hoe deze werelden elkaar kruisen.”
Deze dualiteit komt tot uiting in zijn installaties, waarin textielwerken – zijn geweven billboards – vaak aan het plafond hangen. “Het voelt als een wandeling door het regenwoud,” legt Marcos uit. “Maar in plaats van bladeren en bomen word je omringd door geweven advertenties. Het is een speelse herinterpretatie: wat als Borneo, en niet New York, het culturele middelpunt van de wereld was?”
Waarom hangt je werk vaak boven ooghoogte?
“Daar had ik eigenlijk nooit eerder over nagedacht,” geeft Marcos toe. “In veel musea worden kunstwerken uit gekoloniseerde culturen op ooghoogte of lager gepresenteerd, alsof ze enkel curiositeiten zijn en geen culturele schatten. Misschien is mijn beslissing om mijn werk op te hangen wel een onbewuste reactie op dat perspectief.”
Veel van zijn installaties eindigen met een grote geweven poster die als een waterval valt, geïnspireerd door de verhalen van Borneo. “Daarin wordt verteld dat onze voorouders via watervallen afdalen naar de aarde om de levenden te bezoeken,” vertelt Marcos. “Door het werk op deze manier te presenteren, nodig ik mensen uit om letterlijk en figuurlijk op te kijken naar hun erfgoed.

Hoe heeft de beurs van het Mondriaan Fonds jou en je werk beïnvloed?
“De beurs gaf me moed,” zegt Marcos. “In postkoloniale landen leren we voorzichtig te zijn met middelen, kansen, eigenlijk met alles. Deze beurs voelde als een bevestiging om vrij te creëren. Het is ook emotioneel. Kunst draait niet alleen om middelen, maar ook om emotionele veerkracht. Wanneer iemand in je gelooft, motiveert dat je om het beste uit jezelf te halen, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de samenleving.”
Wat ga je tonen op Art Rotterdam?
“Op Art Rotterdam’s Prospects presenteer ik een installatie die oorspronkelijk werd gemaakt voor Manifesta 15, waar het te zien was in een 17e-eeuwse kerk in Barcelona,” legt Marcos uit. “Opgroeien in een postkoloniaal land deed me afvragen of mijn interesse in het christendom voortkwam uit geloof, of uit de wens om dichter aan te leunen bij Westerse idealen. De installatie is een diep persoonlijke reflectie op die worsteling. Het werk is in tweeën gesplitst en symboliseert de voortdurende innerlijke strijd met identiteit als postkoloniale persoon: het verscheurd zijn tussen acceptatie en afwijzing, het gevoel van nooit compleet te zijn. Geplaatst tegenover de historische religieuze schilderijen van de kerk, fungeerde het werk ook als een bekentenis: ‘Met het geloof dat ons werd opgelegd, worstelen we nog steeds.’”
Geschreven door Emily Van Driessen

Met een nieuwe locatie in het vooruitzicht -Ahoy Rotterdam- verwelkomt Art Rotterdam ook een nieuwe hoofdsponsor: DHB Bank. Om onze nieuwe partner kennis te laten maken met de Rotterdamse kunstscene stond afgelopen 19 november een city trip voor DHB gepland met bezoeken aan Kunstinstituut Melly, Brutus, Atelier Van Lieshout, Roof-A Gallery en Galerie Weisbard. Zowel Manuela en Pienk, VIP managers van Art Rotterdam als Mustafa Beker, Head of Art Finance and Business Devolopment DHB Bank en MarCom team DHB Bank: Folkert Oosting en Martijn Blom, waren onder de indruk van de gastvrije ontvangsten op de diverse locaties, de interessante gesprekken en de uiteenlopende tentoonstellingsprogramma’s. Duidelijk is dat zowel Team Art Rotterdam als Team DHB uitkijkt naar de komende editie in Ahoy en het Art Rotterdam VIP programma in de stad.

Okan Balköse, CEO van DHB Bank vertelt waarom de bank hoofdsponsor is: “Ik ben trots op ons partnership voor deze 26e editie van Art Rotterdam in Ahoy. Wij vinden het belangrijk dat kunst toegankelijk blijft voor iedereen. Hedendaagse kunst inspireert juist als de wereld verandert en je samen zoekt naar nieuwe mogelijkheden.”
DHB Bank is een Nederlandse spaarbank waar je online kunt sparen. Het hoofdkantoor is al ruim 30 jaar gevestigd in Rotterdam. De stad werd door de jaren heen haar thuishaven; mede daarom is DHB Bank de trotse hoofdsponsor van Art Rotterdam.
Tijdens Art Rotterdam, van 28 tot en met 30 maart 2025 in Rotterdam Ahoy, presenteert Prats Nogueras Blanchard uit Madrid en Barcelona het werk van Mercedes Azpilicueta in de New Art Section, die wordt gecureerd door Övül Ö. Durmuşoğlu. Azpilicueta is gefascineerd door vergeten stemmen en onderzoekt hoe kunst kan bijdragen aan het herschrijven van de geschiedenis vanuit een dekoloniaal en feministisch perspectief. Geschiedenis is voor Azpilicueta namelijk niet eenduidig: ze verweeft verhalen van feministische iconen, queer personen, ballingen en migranten — figuren die vaak buiten de gangbare geschiedschrijving vallen — tot complexe en multidimensionale installaties. Ze kijkt daarbij bijvoorbeeld naar de subjectiviteit van taal, geschiedenis, verhalen en objecten.

Azpilicueta’s multidisciplinaire praktijk omvat onder meer textiel, sculptuur, video, geluid, tekeningen en performance. Textiel speelt een centrale rol, waarbij ze traditionele technieken zoals borduren en weven combineert met moderne productiemethoden. Op die manier herwaardeert ze traditionele vormen van vrouwelijke arbeid en vergeten kennis, terwijl ze de invloed van machtsstructuren op persoonlijke verhalen onderzoekt. De Jacquardtapijten van Azpilicueta bestaan uit gelaagde composities van historische en hedendaagse illustraties, tekstfragmenten en abstracte vormen. Soms presenteert ze deze tapijten als sculpturen, waarmee ze de grenzen tussen disciplines laat vervagen.
Haar werkwijze is diep geworteld in onderzoek. Ze noemt zichzelf ook wel een ‘oneerlijke onderzoeker’ en beweegt vrijelijk tussen kunstgeschiedenis, populaire cultuur, mythologie, literatuur, protestculturen, straatcultuur en haar persoonlijke herinneringen. Azpilicueta vindt ook inspiratie in speculatieve en fictieve Latijns-Amerikaanse literatuur, waarin alternatieve werkelijkheden, toekomstvisies en magisch-realistische elementen een belangrijke rol spelen. Ook barokke kunst, die door kolonisatie zijn weg vond naar Latijns-Amerika en zich daar vermengde met lokale tradities, vormt een essentieel onderdeel van haar praktijk. Daarnaast voelt de kunstenaar zich aangetrokken tot oeroude kennisvormen die voornamelijk via vrouwen werden doorgegeven, maar door door de opkomst van religie, kapitalisme en moderne geneeskunde naar de achtergrond zijn verdrongen. Azpilicueta streeft daarbij niet naar een lineaire reconstructie, maar werkt via een proces van hercompositie, waarin historische feiten, fictie en persoonlijke herinneringen in elkaar overvloeien. Zo brengt ze een rijkdom aan stemmen, tijdperken en materialen samen.
Terugkerende thema’s in haar werk zijn dekolonialisme, feminisme en gender, diaspora en ontworteling, en de spanning tussen het persoonlijke en het collectieve lichaam. Haar associatieve werk ontmantelt vastgeroeste historische narratieven en schept ruimte voor nieuwe perspectieven. Deze perspectieven zijn affectief, dat wil zeggen dat de nadruk ligt op emotie, lichamelijke ervaringen en zintuiglijke waarneming als manieren om de wereld te begrijpen en te duiden. Op die manier erkent ze dat menselijke ervaringen niet alleen door rationele of intellectuele processen worden gevormd, maar ook door gevoelens zoals empathie, verlangen, pijn en verbondenheid. Tegelijkertijd biedt Azpilicueta’s werk een dissident perspectief, dat zich verzet tegen dominante opvattingen, structuren en machtsverhoudingen. Dit verzet vindt zijn oorsprong in feministische, dekoloniale en queer theorieën en streeft ernaar ruimte te scheppen voor alternatieve verhalen, identiteiten en vormen van kennis die niet binnen het gangbare discours passen. In het werk van Azpilicueta komen deze twee perspectieven samen en de kunstenaar biedt ons op die manier alternatieve manieren van begrijpen en ervaren. In het kader van haar expositie in het Fries Museum zei de kunstenaar: “[Ik] benader geschiedenis als iets meervoudigs, collectiefs en vloeibaars – een verhaal dat nooit vastligt, maar voortdurend wordt herschreven, herverteld, gedeeld en zelfs betwist.”

Deze werk- en denkwijze komt goed tot uiting in het wandtapijt ‘The Captive: Here’s a Heart for Every Fate’, dat deel uitmaakt van de collectie van het Van Abbemuseum. Dit werk is geïnspireerd op de 19e-eeuwse hervertelling van de legende van Lucía Miranda door de Argentijnse schrijfster Eduarda Mansilla. In de oorspronkelijke mythe wordt Lucía neergezet als een passieve ‘cautiva’, een Europese vrouw die in de 16e eeuw door de lokale Argentijnse bevolking gevangen werd genomen en uiteindelijk door de kolonisten werd ‘gered’. Mansilla doorbreekt dit koloniale narratief door Lucía een actieve rol te geven, waarbij ook haar gevoelens en verlangens een rol krijgen. Ze benadrukt de solidariteit die Lucía opbouwt met de vrouwen waarmee ze samenleeft; ze wisselen kennis uit en ontwikkelen samen een eigen taal. Dit perspectief humaniseert de Argentijnse bevolking en toont hun kracht en streven naar onafhankelijkheid, zonder Lucía in een slachtofferrol te plaatsen. Azpilicueta liet zich voor dit werk inspireren door de verfijnde patronen van 19e-eeuwse kostuums en korsetten. Daarnaast verwijst het werk naar een schilderij uit dezelfde periode van de Argentijnse kunstenaar Ángel Della Valle, waarbij ze bewust speelt met genderrollen. Ook verwerkt Azpilicueta een interpretatie van een schilderij van de Uruguayaanse kunstenaar Juan Manuel Blanes, waarin de tegenstelling tussen het ‘barbaarse’ en het ‘beschaafde’ op allegorische wijze wordt verbeeld. Met haar werk stelt Azpilicueta kritische vragen over deze geconstrueerde tegenstellingen en de koloniale denkbeelden die daaraan ten grondslag liggen.
Voor andere werken verdiepte Azpilicueta zich onder meer in de constructie van mannelijkheid binnen de koloniale mode van het Nieuwe Spanje en de esthetiek van bondagecultuur. Daarnaast onderzocht ze de rol van vrouwen in baroktuinen, straatjargon en historische gebeurtenissen zoals de door vrouwen geïnitieerde ‘Aardappeloproer’ van 1917 in Amsterdam. Ook historische figuren, zoals de luitenant-non Catalina de Erauso, die in 1599 in mannenkleding uit een Baskisch klooster ontsnapte en een militaire carrière begon in Spaans-Amerika, vormen een belangrijke inspiratiebron in haar werk.
De kunstenaar beschrijft het tot stand komen van haar geweven werken als een choreografie zonder duidelijk eindpunt, waarbij composities voortdurend worden aangepast en verfijnd, eerst op papier, dan op een computer en daarna op een weefgetouw. Het daadwerkelijke werk wijkt daarbij altijd enigszins af van het originele idee. In een interview met Voice Mag beschreef ze het werken met Jacquardtapijten als “schilderen met draden”, waarbij maximaal twaalf kleuren garen een rijk kleurenpalet van 125 tinten opleveren.
De materialen die Azpilicueta gebruikt, dragen hun eigen verhalen en geschiedenissen met zich mee. In haar installaties verweeft ze stoffen, keramiek, latex, leer en was met objecten die verwijzen naar ‘vrouwelijke’ arbeid en subalterne kennis: vormen van kennis die binnen onze machtsstructuren en kennisinstituten lang zijn gemarginaliseerd, ondergewaardeerd of onderdrukt. Azpilicueta omarmt het gebruik van technieken als borduren, naaien en quilten, die we traditioneel associeren met huiselijke of ambachtelijke kennis, en plaatst deze in een hedendaagse context. Op die manier pleit Azpilicueta voor een herwaardering van deze praktijken, die anders dreigen te verdwijnen. Door ambachtelijke en industriële technieken met elkaar te combineren, onderzoekt ze hoe traditie en innovatie elkaar kunnen versterken. De praktijk van Azpilicueta wordt gekenmerkt door samenwerking met ambachtslieden, performers en onderzoekers. Haar textielwerken komen vaak tot stand in gespecialiseerde ateliers, zoals het TextielLab in Tilburg.

Azpilicueta haalt ook inspiratie uit nieuwe materialistische theorieën, waarin materie en materialiteit een actieve rol spelen in het vormgeven van de wereld. In haar werk vertaalt zich dit naar een doordachte omgang met materialen en technieken, die niet slechts als middelen dienen, maar als actieve, dynamische elementen binnen haar praktijk. Deze benadering nodigt de kijker uit om materialen niet alleen te zien als dragers van betekenis, maar als veranderlijke entiteiten die onze perceptie van verleden en heden beïnvloeden. Azpilicueta werkt met gerecyclede en natuurlijke materialen, die een extra laag aan betekenis toevoegen aan haar objecten. Deze materialen dragen sporen van hun vorm en gebruik, maar verwijzen ook naar bredere thema’s, zoals de circulatie van grondstoffen en de overdracht van kennis, thema’s die vaak nauw verweven zijn met de uitbuiting van mens en natuur.
Azpilicueta’s presentatie op Art Rotterdam omvat onder meer de installatie ‘La Fuerza Colectiva’, waarin een theatrale tafel met sculpturale elementen een dialoog aangaat met de ruimte én de kijker. Omringd door gipsen handen roept de tafel associaties op met een spirituele of ceremoniële bijeenkomst, zoals seances of rituelen rond vrouwelijke lichamen en gedeelde ervaringen. De decoratieve motieven op het tafelblad en de vaas met oogmotief verwijzen naar rituelen van vrouwelijke kennisoverdracht en collectief geheugen, geïnspireerd door het werk van Amalia Domingo Soler, een 19e-eeuwse schrijfster, activiste en spiritist. Deze elementen keren terug in het monumentale Jacquard-tapijt ‘Las Mesas Danzantes’, een dynamische visuele collage waarin zwevende objecten zoals stoelen en tafels verschijnen. Het tapijt bevat ook spirituele en abstracte tekeningen en schilderijen die Azpilicueta in haar vroege twintiger jaren in Buenos Aires maakte, wat een diepe persoonlijke laag aan het werk toevoegt. Daarnaast verwijst het werk naar de baanbrekende 19e-eeuwse abstracte kunstenaar Georgiana Houghton, wier verkenning van abstractie zelfs voorafgaat aan Kandinsky, die traditioneel wordt beschouwd als de ‘grondlegger’ van de abstracte schilderkunst. Bovendien zijn abstractie en spiritisme vanaf het begin nauw met elkaar verbonden, onder meer in het werk van Hilma af Klint. Azpilicueta onderzoekt deze verbinding door contrasterende stijlen en technieken te combineren, waarbij historische prenten samenkomen met delicate, handgetekende en abstracte vormen. Zo ontstaat een tijdelijke, bijna dromerige ruimte waarin de toeschouwer beweegt tussen verleden en heden, tussen realiteit en fictie.
Mercedes Azpilicueta werd in 1981 geboren in La Plata, Argentinië, maar woont en werkt al enige jaren in Nederland. Ze studeerde aan de Universidad Nacional de las Artes in Buenos Aires en behaalde haar Master aan het Dutch Art Institute/ArtEZ in Arnhem. In 2015-2016 was ze artist-in-residence aan de prestigieuze Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Haar werk was onder meer te zien in het Van Abbemuseum, het Stedelijk Museum, het Fries Museum, het Barbican Center en Gasworks in Londen, het IMMA in Dublin, het Museo de Arte Moderno de Buenos Aires, CentroCentro in Madrid, Kunstverein Göttingen en tijdens de Busan Biennale. In 2021 werd Azpilicueta genomineerd voor de Prix de Rome en in 2017 ontving ze de Pernod Ricard Fellowship.
Tijdens Art Rotterdam zal het werk van Mercedes Azpilicueta te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door Prats Nogueras Blanchard uit Madrid en Barcelona.
Geschreven door Flor Linckens
Tijdens Art Rotterdam 2025 wordt voor de negende keer de NN Art Award uitgereikt, een prijs voor talentvolle kunstenaars die een opleiding hebben afgerond aan een Nederlands instituut en werk tonen op de beurs. Deze stimuleringsprijs biedt niet alleen erkenning, maar ondersteunt kunstenaars ook in het ontwikkelen en presenteren van hun werk. De winnaar van de NN Art Award wordt bekendgemaakt tijdens de feestelijke prijsuitreiking in Kunsthal Rotterdam op vrijdag 28 maart 2025 om 20.00 uur; werk van alle genomineerden is hier tot en met 11 mei te zien.

Een partnerschap met impact
Sinds 2017 is Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) partner van Art Rotterdam en reikt sindsdien ieder jaar een stimuleringsprijs uit aan uitzonderlijk hedendaags kunsttalent met een innovatieve en authentieke beeldtaal. Vaak weerspiegelt het werk maatschappelijke vraagstukken en wordt het gekenmerkt door een interessante technische uitvoering. De prijs richt zich niet alleen op nieuw talent, maar ook op kunstenaars die al een volgende stap in hun carrière hebben gezet. De selectiecriteria zijn multidisciplinair, waardoor alle media in aanmerking komen.
Een opstap voor kunstenaars
De winnaar ontvangt een geldbedrag van €10.000, bedoeld om zijn werk verder te ontwikkelen en een breder publiek te bereiken. Dit jaar krijgen de genomineerden wederom de unieke kans om hun werk te tonen in Kunsthal Rotterdam. De tentoonstelling, die dit jaar loopt van 15 maart tot en met 11 mei 2025, trok vorig jaar meer dan 110.000 bezoekers. Verder worden alle vier de genomineerden uitgelicht in een artikel op GalleryViewer.com. Daarnaast verwerft Nationale-Nederlanden werk van één of meerdere genomineerden voor de NN Kunstcollectie.
Focus op toptalent en hoogwaardige opleidingen
De NN Art Award benadrukt de kwaliteit van de kunstopleidingen in Nederland. Kunstenaars van over de hele wereld vinden hun weg naar prestigieuze instituten zoals de Rijksakademie, De Ateliers, de Jan van Eyck Academie en het Piet Zwart Instituut.
Terugblik op 2024
Tijdens de vorige editie ging de prijs naar Peim van der Sloot, vertegenwoordigd door Brinkman & Bergsma. Van der Sloot: “Het winnen van de NN Art Award in 2024 was een verrassend en geweldig begin van het jaar. Het heeft me in staat gesteld mijn praktijk verder te verdiepen door nieuw werk te creëren, dat ik op internationale podia heb kunnen tentoonstellen, waaronder op een kunstbeurs in Los Angeles. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor; het was één van de hoogtepunten van het jaar. Ik heb daarnaast de tijd gehad om bepaalde onderwerpen dieper te onderzoeken, zoals de nieuwe reeks werken waarin ik een ode breng aan het pointillisme. Deze werken zijn geïnspireerd door licht en natuur in de stad Amsterdam. Deze reeks zal vanaf februari te zien zijn in een solotentoonstelling in Huize Frankendael. We zullen dan een speciale rondleiding met diner organiseren voor de lezers van GalleryViewer, waarbij iedereen welkom is.”
De jury en selectie
Een jaarlijks wisselende jury van kunstprofessionals selecteert vier genomineerden en kiest de uiteindelijke winnaar. De jury bestaat telkens uit een combinatie van disciplines: kunstjournalisten, conservatoren, museumdirecteuren, kunstenaars, kunstverzamelaars en de conservator van de NN Kunstcollectie.
Dit jaar bestaat de jury uit:
• Marianne Splint, directeur van Kunsthal Rotterdam
• Peim van der Sloot, kunstenaar en winnaar van de NN Art Award 2024
• Nadine van den Bosch, curator, auteur en medeoprichter en directeur van Young Collectors Circle
• Miluska van ’t Lam, hoofdredacteur van Harper’s Bazaar
• Maartje de Roy van Zuydewijn, conservator van de NN Kunstcollectie
Galeriehouders die op de beurs staan kunnen kunstenaars aandragen voor de award. Ook de curator van de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds zal dit jaar weer vijf voorstellen indienen: een selectie van het meestbelovende talent in de tentoonstelling. De vier genomineerden voor de NN Art Award 2025 worden half februari bekendgemaakt.
Feestelijke uitreiking in Kunsthal Rotterdam
De winnaar van de NN Art Award wordt bekendgemaakt tijdens de feestelijke prijsuitreiking in Kunsthal Rotterdam op vrijdag 28 maart 2025 om 20.00 uur. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk te bezichtigen voor de aanwezige gasten.
Over Nationale-Nederlanden
Nationale-Nederlanden (onderdeel van NN Group) is een internationale financiële dienstverlener met een rijke traditie in het ondersteunen van kunst en cultuur.
Tijdens Art Rotterdam, voor het eerst in Rotterdam Ahoy, vindt de 13e editie plaatst van Prospects met het werk van maar liefst 116 startende kunstenaars. Het Mondriaan Fonds organiseert de tentoonstelling Prospects jaarlijks om de zichtbaarheid van startende kunstenaars een extra impuls te geven. Door de nabijheid van Art Rotterdam kunnen kunstprofessionals en verzamelaars, maar ook een brede groep geïnteresseerden kennismaken met het werk van deze veelbelovende kunstenaars.

Curatoren Johan Gustavsson & Louise Bjeldbak Henriksen over de 2025 editie:
”De nieuwe locatie in Rotterdam Ahoy biedt vernieuwende mogelijkheden voor de grootste editie van Prospects tot nu toe. De dynamische en eclectische groep kunstenaars, geselecteerd op basis van hun uitzonderlijke talent, omvat pas afgestudeerden tot doorgewinterde deelnemers aan vooraanstaande internationale tentoonstellingen. Deze 13e editie viert een breed scala aan perspectieven, met werken die zich verdiepen in thema’s als identiteit, saamhorigheid en onze veranderende relatie met de natuur en geschiedenis, terwijl ze ook de formele grenzen van de hedendaagse media verleggen. Het is een voorrecht om zo’n diverse groep in een tentoonstelling bij elkaar te mogen brengen, die de rijkdom van het hedendaagse kunstlandschap in Nederland weerspiegelt.”
In gesprek met Diego Diez over zijn galerie, ambities en presentatie op Art Rotterdam
Diez Gallery doet voor de tweede keer mee aan Art Rotterdam. De jonge Amsterdamse galerie timmert aan de weg met een uitdagende programmering en gedurfde presentaties op grote buitenlandse beurzen. Dit jaar staat Diez Gallery in de Main Section. We spraken oprichter Diego Diez over zijn galerie, zijn ambities en plannen voor de komende editie van Art Rotterdam.

‘We bestaan binnenkort drie jaar’, vertelt Diego Diez in de achterruimte van zijn galerie in Amsterdam West. ‘Ik zag kansen voor mijn galerie, omdat er in Amsterdam geen galerie was met dezelfde ambitie of projecten die ik voor mijn galerie wil tonen.’ In relatief korte tijd wist hij naam te maken. Niet zozeer in Nederland, want Diez programmeert namen die vooral over de grens bekendheid genieten.
De Spaanse Rietveld-alumnus nam deel aan gerenommeerde beurzen als Frieze, Liste en ARCO. Daar viel hij op met gedurfde presentaties. Zo toonde hij maar liefst 365 tekeningen van Sands Murray-Wassink in zijn stand en wist hij op Liste de aandacht te grijpen door de presentatie van Ian Waelder met een architectonische ingreep om te bouwen tot een kleine museumpresentatie.

Geld of financieel gewin staan daarbij niet voorop voor Diez, die zijn plannen met grote helderheid uit de doeken doet. ‘De kunstbeurzen die ik doe en de stappen die ik zet, moeten een doel dienen. Een kunstbeurs doen alleen om een kunstbeurs te doen, is gewoon een verspilling van tijd en energie’. Diez’ doel is het vergroten van de naamsbekendheid van zijn galerie en het plaatsen van een werk in een grote particuliere of publieke collectie.
A leap of faith
Eind maart staat Art Rotterdam op de rol. Waar Diez vorige editie een booth had in de New Art-sectie, is hij ditmaal te vinden in de Main Section. Omdat de vorige editie vanuit commercieel oogpunt succesvol was – Diez verkocht al het werk dat hij had meegenomen – kijkt hij ernaar uit om terug te keren op Art Rotterdam en verschillende aspecten van mijn programma in de Main Section te laten zien.”
‘Ik ben nog niet bekend bij een grote groep verzamelaars, conservatoren en bedrijfscollecties in Nederland. Mijn doel is om mijn toewijding aan deze scene, stad en land te tonen en te laten zien dat ik ervan overtuigd ben dat Amsterdam een goede plek is voor mijn galerie. Daarvoor wil ik mijn visie en de visie van mijn kunstenaars aan het Nederlandse publiek laten zien. Art Rotterdam is de beste plek om die erkenning te krijgen.” Daarom besloot ik dit jaar een sprong in het diepe te wagen – a leap of faith – en deel te nemen aan de Main Section.’

Om zijn plan te laten slagen wil Diez het beste werk van zijn beste kunstenaars bemachtigen voor Art Rotterdam. Dat klinkt misschien als een open deur, maar bijvoorbeeld Ian Waelder heeft vlak voor de beurs een solotentoonstelling bij Carlier | Gebauer in Berlijn. Om nieuw werk te krijgen, is dus enige overtuigingskracht nodig van de kant van Diez. “Ik benader mijn kunstenaars en leg het belang van deze stap voor mij uit. Ik moet de mensen in Nederland laten zien dat ik het beste kan brengen van een van mijn belangrijkste kunstenaars. De meeste werken die ik krijg, zullen nieuw werk zijn dat speciaal voor de beurs is gemaakt.”
Tilde
Diez’ benadering van zijn metier gaat terug op zijn vorige rol als leider van de non-profit kunstruimte Tilde die hij tussen 2019 en 2022 runde. Diez toonde onder meer bekende namen als Francisco de Goya y Lucientes, Laure Prouvost en Moyra Davey. ‘Er is meer mogelijk als je een non-profitruimte hebt en geen galerie, ook met bekendere kunstenaars, want er zijn geen conflicterende commerciële belangen’, aldus Diez. Tegelijk stelde het hem in staat een groot netwerk van kunstenaars en curatoren op te bouwen.
Tilde was gehuisvest in Diez’ Amsterdamse tweekamerappartement. Het betekende dat de samenwerkingen zeer persoonlijk waren, er was doorlopend overleg met de kunstenaars, dat begon bij wijze van spreken al tijdens het ontbijt. ‘Alle kunstenaars waarmee ik werk zijn gepassioneerd over kunst, het maken ervan en de kunstgeschiedenis. Het werk dat ik toon moet een zekere politieke of sociale relevantie hebben of in relatie staan tot de kunstgeschiedenis.’
Diez werd op het spoor gezet van deze organische manier van werken door zijn vriendin Marja Bloem, de geliefde van wijlen Seth Siegelaub, een van de hoofdrolspelers van de vroege conceptuele kunst. Siegelaub had eind jaren ’60 een galerie in New York die zich onderscheidde door baanbrekende presentatievormen. Het retrospectief over Siegelaub in het Stedelijk Museum in 2015 was voor Diez een eye opener: ‘Hij deed dingen met passie. Al snel realiseerde hij zich dat de hedendaagse kunstwereld niets voor hem was, dus stopte hij met zijn galerie. Zijn werkwijze heel natuurlijk op me over. Zeker voor werk dat op dat moment niet in en vogue was.’

Art Rotterdam
Opvallend aan de programmering van Tilde was de combinatie van hedendaagse kunstenaars met gevestigde namen, zoals de combinatie van de nog jonge Nora Turato met Lilly van der Stokker. Iets soortgelijks wil Diez op Art Rotterdam gaan doen. Ditmaal geen architectonische ingreep, maar een elegant samenspel van hoogwaardig werk uit de secundaire markt, dat Diez aankoopt met Paul van Esch, met hedendaags werk van Ian Waelder, Jessica Wilson of Rasoul Ashtary. Diez wil ze groeperen rond 3 grote thema’s uit de kunstgeschiedenis: geschiedenis en identiteit, het portret en abstractie.
‘Vanwege het belang van de kunstgeschiedenis voor mijn kunstenaars, is het heel goed om ze in context te plaatsen. Veel mensen kennen mijn kunstenaars nog niet, omdat ze niet in Nederland tentoonstellen. Daarom toon ik ze samen met een gevestigde naam.’
Een tipje van de sluier kan Diez al oplichten: voor het thema geschiedenis is het plan om een werk van Anselm Kiefer, die op dat moment een tentoonstelling heeft in zowel het Stedelijk Museum als in het Van Gogh, te presenteren naast werk van Ian Waelder.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Tijdens Art Rotterdam (28-30 maart 2025 in Rotterdam Ahoy) presenteert Wouters Gallery uit Brussel het werk van Elen Braga in de New Art Section, die werd gecureerd door Övül Ö. Durmuşoğlu. De visuele aantrekkingskracht van Braga’s werk misleidt de kijker: haar werken ogen aanvankelijk speels en kleurrijk, maar onthullen bij nadere observatie een gelaagdheid die getuigt van buitengewoon scherpe en kritische reflectie. Ze verweeft daarbij politieke thema’s, verhalen over machtsverhoudingen en persoonlijke herinneringen tot krachtige narratieven.

Elen Braga staat bekend om haar multidisciplinaire en conceptueel gelaagde praktijk, waarin installatie, sculptuur, video, textiel en performance centraal staan. Ze verkent daarmee thema’s als kracht, machtsrelaties, ambitie en veerkracht, waarbij ze persoonlijke ervaringen en lokale verhalen verweeft met grotere universele thema’s en de actualiteit. Daarnaast put Braga inspiratie uit mythes, massacultuur, folklore, religie en culturele tradities uit zowel België als Brazilië, en onderzoekt ze hoe deze voortleven in ons dagelijks handelen en onze overtuigingen. De kunstenaar is in het bijzonder geïnteresseerd in bepaalde paradoxen en ambiguïteiten die daarbij ontstaan en hoopt met haar werk een dialoog op gang te brengen.

Soms herinterpreteert Braga een bepaalde geschiedenis als een daad van verzet tegen de officiële geschiedschrijving. Door haar eigen leven en ervaringen als uitgangspunt te nemen, waaronder een busongeluk dat ze als kind overleefde, creëert Braga een intieme dialoog tussen het persoonlijke en het politieke of het collectieve. Haar werk sluit vaak nauw aan bij de specifieke context van de locatie waar het wordt getoond en wordt regelmatig gepresenteerd in de openbare ruimte.
De kunstenaar maakt gebruik van materialen als textiel (waaronder handgetufte wandtapijten), keramiek, metaal, taal of haar eigen lichaam. Voor Braga is het maakproces haast net zo belangrijk als het eindresultaat: een ritueel dat wordt gekenmerkt door toewijding, doorzettingsvermogen en zelfopgelegde opdrachten. De fysieke inspanning die haar werken vereisen, speelt daarbij een cruciale rol. Braga onderzoekt regelmatig de fysieke en mentale grenzen van haar lichaam en integreert deze inspanningen in haar kunst. Haar monumentale tapijt ‘Elen ou Hubris’ (2020) was bijvoorbeeld 24 meter lang en 5 meter breed en woog maar liefst 200 kilo. Het werk was slechts vijf uur te zien aan de triomfboog van het Jubelpark in Brussel. Inhoudelijk onderzocht het werk de grens tussen ambitie en overmoed (‘hubris’), waarbij Braga mythologische en Bijbelse verhalen verbond aan persoonlijke ideeën over trots en zelfdiscipline. Ze was bijna twee jaar bezig met het werk.
Voor haar eerdere werk ‘Tão quente que era que pouco mais era morte’ (‘Zo heet dat een graadje meer de dood betekende’) (2015) reisde Braga naar Death Valley in de VS. Daar voerde ze een fysieke performance uit waarbij ze een constructie van twaalf aluminium platen droeg, voorzien van haar eigen interpretaties van passages uit Dantes Inferno. Dit werk weerspiegelde haar voortdurende fascinatie voor zowel de kracht als de beperkingen van het menselijk lichaam.

Voor een recente tentoonstelling in Wouters Gallery onderzocht Braga de vervagende grenzen tussen publieke en private sferen. Daarvoor vertaalde ze de concepten van een café en een zogenaamd love hotel naar textielinstallaties die deze vervagende grenzen blootleggen, met een scherpe blik op de consumptie van liefde in een digitale wereld.
Elen Braga werd in 1984 geboren in Maranhão in Brazilië in een buitengewoon arme familie. Haar moeder werkte met textiel, waardoor Braga al vroeg ontdekte dat ambacht en identiteit elkaar op interessante manieren kunnen versterken. De kunstenaar kreeg een streng religieuze opvoeding en genoot zelfs een tijdje bekendheid als gospelzanger in Brazilië. Daarnaast nam ze als kind deel aan beauty pageants, een interessant contrast met haar religieuze omgeving, die kritisch was op uiterlijke vertonen van ijdelheid. Hoewel religie haar aanvankelijk een veilige structuur bood, begon ze als tiener te twijfelen aan haar overtuigingen. Via de kunst vond ze een nieuwe manier om haar wereld te begrijpen en zichzelf uit te drukken. Haar eerste experimenten in de performancekunst ontstonden uit een verlangen om grenzen te doorbreken — zowel fysiek als conceptueel. De stemtechnieken die ze tijdens haar gospelperiode had geleerd, kwamen bovendien goed van pas in haar performances.

De kunstenaar woont sinds 2016 in België. Ze behaalde in 2018 haar post-master aan a·pass (Advanced Performance and Scenography Studies) in Brussel en nam deel aan diverse residentieprogramma’s, waaronder bij MORPHO, Central Saint Martins en Buitenplaats Brienenoord. Haar werk was onder meer te zien in WIELS, M HKA en Centre Pompidou-Kanal in Brussel en was tot voor kort onderdeel van een groepsshow in Mu.ZEE Oostende. Tot eind januari is haar werk ook te zien in CC Strombeek. In 2025 verschijnt haar eerste monografie bij MER Books.
Het werk van Elen Braga zal tijdens Art Rotterdam te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door Wouters Gallery uit Brussel.
Geschreven door Flor Linckens
Gelijktijdig met Art Rotterdam vindt Rotterdam Art Week plaats; van 26 t/m 30 maart 2025 staat Rotterdam volledig in het teken van kunst. Op 50 locaties door de stad ontdek je beurzen, tentoonstellingen, open studio’s, tours, artist talks en meer. Van spraakmakende openingen tot verrassende pop-up shows, vijf dagen lang is kunst overal te zien, te ervaren en te beleven.

Voor de complete Rotterdam Art Week programmering: www.rotterdamartweek.nl/programma
Fons Hof, directeur Art Rotterdam
“De eerste editie op de nieuwe locatie Rotterdam Ahoy wordt een bijzondere ervaring voor internationale verzamelaars, kunstprofessionals en -liefhebbers. De beurs toont een sterke mix van galeries, afgewisseld met grote gecureerde ruimtes voor video, sculpturen, installaties en performances. Hier kunnen galeries hun meest uitgesproken en experimentele kunstwerken tonen. Daarnaast keert Prospects, de tentoonstelling van het Mondriaan Fonds voor opkomend talent, terug in extra groot formaat. Deze combinatie zorgt voor een rijke, diverse en inspirerende bezoekerservaring, waardoor Art Rotterdam toekomstbestendig blijft.”
Edo Dijksterhuis in Het Parool, 1 februari 2024
“Dat de Prospects tentoonstelling van het Mondriaan Fonds niet meer gehuisvest kon worden ten tijde van Art Rotterdam, gaf de aanleiding om de hele beurs naar Rotterdam Ahoy te verhuizen. Mooie bijkomstigheid van deze solidariteitsactie is dat Art Rotterdam in het veel grotere Ahoy onderdelen kan terugbrengen die in de afgelopen 25 jaar zijn ontwikkeld maar telkens door ruimtegebrek sneuvelden, zoals Sculpture Park, Intersections en natuurlijk de videosectie Projections. Iets om naar uit te kijken.”
Art Rotterdam in Rotterdam Ahoy


Na het afronden van de kunstacademies in Wuhan en Londen, volgde Sun Chang (1994) van 2017-2019 ‘The Dirty Art Appartment’ opleiding aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Deze stelt zich niet zozeer als doel om kunstenaars op te leiden tot het beoefenen van een ambacht, maar nodigt hen uit om onderzoek te doen naar onze alledaagse sociale dynamiek en de betekenissen die we aan sociale rollen toekennen. Chang omschrijft zichzelf dan ook als ‘community based and social artist’. In 2020 initieerde zij to M•Others (2020-heden), een zoektocht naar wat moederschap betekent middels interviews, discussies en workshops. Daarmee bouwt de kunstenaar een gemeenschap waar eenieder zich bij kan aansluiten. Bij ‘Prospects’ op Art Rotterdam geeft ze inzicht in haar proces en toont ze een recent collectief kunstwerk.
Aanleiding voor het project to M•Others (2020-heden) was de covid pandemie. Chang deelt: “Lockdown maakte nog iets duidelijk: veel van het werk in huis wordt gedaan door vrouwen. Dit is geen nieuws, maar het maakte duidelijk dat zelfs als iedereen thuis is, de meeste klusjes nog steeds op het bord van de vrouwen terechtkomen. Gender speelt een rol in huis. Dit was het startpunt van mijn project M•Others, waarin ik M(other)ing onderzoek: moederen, zorgen voor een ander, het huis en jezelf. Ik begon het moederschap te onderzoeken als een handeling, niet als een staat van zijn. Uiteindelijk is moederschap, de handeling van het moederen, een soort zorgen voor elkaar dat door iedereen kan worden uitgevoerd, ongeacht genderidentiteit.” De kunstenaar hanteert dus een brede definitie van moederschap, als ‘zorgen voor een ander’, om ook vaders, mensen zonder kinderen en queers bij het vraagstuk te betrekken.

Aan de hand van diners, brieven, pamfletten, interviews, discussies en collectieve design workshops onderzoekt Chang wat moederschap betekent. Een voorbeeld is Sisther-Hood (2023), een groot doek ontworpen met moeders uit de Bijlmer en kartonnen tags geschreven door meisjes uit de Molenwijk van womxn. Dit textiele werk fungeert als een manifest met de woorden ‘I am more because we are more’. Het ‘I’ en ‘we’ zijn als levensaders met elkaar verbonden. In de trant van: ‘andermans schoonheid en kracht betekent niet de afwezigheid van die van jezelf.’ Dit project werd georganiseerd tijdens Internationale Vrouwendag samen met Buurtzus. De kinderen en volwassenen reflecteerden op hun vrouwelijke rolmodellen en de women/girl power bij anderen en/of zichzelf. Daarnaast creëerden de deelnemers geestenmaskers, geïnspireerd door een hybride wezen uit de Griekse mythologie, om symbolen van huiselijkheid en bedreigingen naar vrouwen te verbeelden.

Op Prospects toont de kunstenaar dit 3 meter lange kleed met een miervormige mierenhoop, naar aanleiding van de vraag welk dier moederschap het best representeert. De mier is volgens Chang als een mantel die de kracht en verbondenheid van de makers uitstraalt. In tijden waarin we verbinding uit het oog dreigen te verliezen, zet Chang haar kunstenaarschap in om mensen met diverse culturele achtergronden en leeftijden te verbinden. In haar woorden: “Uiteindelijk kan iedereen moeder zijn, ongeacht geslacht of sekse. M(other)ing [red. moederen] is een werkwoord, een intentie.” Zo dragen haar kunstpraktijken bij aan emancipatie, veerkracht en zelfbewustzijn.
Sun Chang (1994) is een sociaal kunstenaar, onafhankelijk uitgever en pedagogisch ontwerper gevestigd in Amsterdam. Vanaf 2012 tot 2019 volgde zij kunststudies in Wuhan, Beijing, New York, Londen en Amsterdam. Chang is artistiek directeur van to M•Others en medeoprichter van Lost Dad Publishing. Zij kreeg diverse residenties toegekend, onder andere van Guangdong Times Museum (2022-2023), Witte Rook (2022) en CBK Zuidoost (2021).
Tussen 2022-2023 ontving Chang talentondersteuning van het Mondriaan Fonds. Daarom is zij één van de deelnemende kunstenaars van de ‘Prospects’ tentoonstelling op Art Rotterdam.
Geschreven door Pienk de Gaay Fortman