Coming soon
Coming soon
Selecteer type
De hybride wereld van Adriano Amaral
Wie de eerste solotentoonstelling van de Braziliaanse kunstenaar Adriano Amaral bij Galerie Fons Welters eind vorig jaar miste, heeft geluk: Prole gaat op Art Rotterdam in reprise. Gedeeltelijk dan. De galerie zal er een aantal van Amarals Prosthetic Paintings tonen die in Prole te zien waren. Voor deze serie schilderijen dienden foto’s die Amaral met zijn mobiel nam als vertrekpunt, om ze uit te voeren in het soort siliconen dat wordt gebruikt voor protheses.

De inhoud van het werk van de alumnus van De Ateliers laat zich een stuk lastiger beschrijven dan het soort siliconen dat hij gebruikt. Het persbericht bij Prole, wat nageslacht betekent in het Portugees, beschrijft Amarals werk als een onderzoek naar de materialiteit en inhoud van alles dat ons omringt en hoe dingen geleidelijk veranderen door de tijd.
Als we die titel letterlijk nemen, dan gaat het wel over doorgeëvolueerd nageslacht. Amaral (BR, 1982) speelt met tegenstellingen zowel op conceptueel als op materiaal vlak – denk aan levend-dood, organisch-digitaal, ecologisch-technologisch, maar ook tastbaar en efemeer – om uit te komen op hybride vormen van die tegenstellingen. Die kunnen zo verwarrend zijn dat je opnieuw nadenkt over die begrippen.

Een ruimte met een eigen logica
Wie Prole wilde zien moest daarvoor door een aantal plastic flappen heen stappen, alsof je een koelcel binnenging. Een symbolische toegangspoort naar een ruimte met een eigen beeldtaal en dito logica. Op de vloer van de geheel witte galerie lagen 32 kruizen van aarde, elk op een eigen verhoginkje van aluminium. Gedurende de tentoonstelling droogde de aarde steeds verder uit, waardoor de kruizen broos werden en uiteindelijk uit elkaar vielen.
De geleidelijke overgang van leven en dood is een vrij evidente tegenstelling. De kruisvorm is een duidelijk religieus symbool, in combinatie met de langzaam verdroogde aarde zou je kunnen denken dat het om een afbrokkelend religieus besef zou gaan, maar Amaral trekt het nog breder dan dat. De kruisen lopen helemaal door tot aan de wanden van de galerie, waarlangs halve kruizen te zien zijn. Hierdoor wordt de suggestie gewekt dat de kruizen buiten de galerie eindeloos doorgaan. Alsof je een soort digital mesh bent binnengestapt waarbinnen een organische en een digitale wereld samenvloeien.
“Uiteindelijk wil ik dat er een soort hybride ontstaat van iets organisch als aarde met het digitale domein,” vertelt Amaral, die ruim een jaar aan de installatie werkte. “Aan het begin van mijn carrière maakte ik vooral site-specifieke installaties, tegenwoordig ook meer autonome werken, zoals de Pinturas protéticas (Prosthetic paintings). Maar nog steeds wil ik dat bezoekers overal iets kunnen zien en dat ze kunnen verbinden met andere objecten in de ruimte. Daarnaast wil ik dat mijn werk open is voor interpretatie waardoor bezoekers zelf verbanden gaan leggen.”
Zijn werkwijze omschrijft Amaral als intuïtief. “Eerst combineerde ik dingen die ik vond, bijvoorbeeld een tak met een dop van een PET-fles. Pas na een aantal jaar kreeg ik door dat de dingen die ik combineerde een dualiteit in zich droegen, op veel verschillende niveaus. Bij een show als deze begin ik intuïtief, maar op een bepaald moment weet ik wat ik wil maken en wordt het conceptueler.”

Pinturas protéticas
Aan de wanden hingen de Pinturas protéticas, gemaakt van siliconen die worden gebruikt bij protheses voor mensen die een ledemaat hebben verloren. Aanraken mag bij kunst zelden, maar door de huidachtige structuur is het nog lastig om die neiging te onderdrukken. “Het voelt zacht aan, net als de menselijke huid”, vertelt Amaral. Hij werkt al sinds 2015 met siliconen, maar ontwikkelde deze complexe toepassing pas afgelopen jaar.

Ook bij de Pinturas is er sprake van een hybride. De werken hebben weliswaar een bijna huidachtige kwaliteit, ze werden 3-d geprint. Doordat de werken verdiept liggen in een soort membraanachtige omlijsting, kom je dichterbij om het tafereel te zien. Daarbij gaat het Amaral om het effect dat je iets dat met behulp van een printer is gemaakt als menselijk en intiem ervaart. De voorstellingen hebben dan weer een artificiële, futuristische citrus- of limegroene kleur, waardoor de voorstellingen van dieren weer iets onnatuurlijk overkomen.

De foto’s die als uitgangspunt dienden nam Amaral in zijn directe omgeving met zijn mobiele telefoon. “Voorheen zat mijn omgeving in mijn werk in de vorm van de materialen die ik gebruikte”, vertelt Amaral die tegenwoordig op de boerderij van zijn familie woont op drie uur rijden van Sao Paolo. “Nu wilde ik ook beelden van mijn omgeving laten zien. Af en toe voegde ik iets toe dat ik leuk vond of online tegenkwam, bijvoordbeeld de man in het kikkerpak.”
Geschreven door Wouter van den Eijkel

Het wordt ongetwijfeld een van de meest opvallende stands van Art Rotterdam, die van Annet Gelink Gallery. Niemand zal zomaar voorbijlopen aan een 3,5 meter hoog konijn van hooi. Voor zijn nieuwe project, met als werktitel De Gloeiige, verruilde Erik van Lieshout woon- en werkplaats Rotterdam tijdelijk voor zijn geboortedorp Deurne, een agrarisch dorp aan de Brabantse kant van de Peel dat de afgelopen jaren uitgroeide tot een brandpunt in het verzet tegen het stikstofbeleid. Van Lieshout bracht er een jaar door, maakte er opnames voor een nieuwe film, sculpturen van eieren en het konijn van hooi. Daarnaast zijn er handgemaakte t-shirts te koop die Van Lieshout zelf maakte in samenwerking met de Rotterdamse modeontwerper Jeroen van Tuyl.
“Heb je weleens in een stal met 1000 varkens gestaan?”, vraagt Erik van Lieshout ergens halverwege ons gesprek. Er volgt een korte stilte. “Kijk, dat is het punt, de stad en het platteland zijn twee werelden die niet mixen.” Dat is precies wat Van Lieshout wil doen met zijn project, de twee werelden met elkaar in contact brengen, en dat mag een beetje schuren.

De Gloeiige
Erik van Lieshouts nieuwste project ontleent zijn werktitel aan de regionale mythe van een geestverschijning die ‘s nachts werd waargenomen in moerassen en drassige heidevelden. In een versie van de sage is de geest een boer die gefraudeerd had met grenspalen. Na hun dood dolen de geesten rond en proberen ze in het reine te komen om daarna rust te vinden.
Met De Gloeiige zit Van Lieshout weliswaar dicht op de politieke actualiteit, maar hij maakte al eerder werk over boerenprotesten. Zo was de uit de hand gelopen demonstratie voor het Friese provinciehuis in 2019 al eens het onderwerp van een grote collage van gekleurd vinyl, net als tractorprotesten in Den Haag het jaar daarna.
Protest en ingaan tegen de status quo is een rode draad in Van Lieshouts werk. Dat is deels te herleiden tot zijn jeugd in Deurne waar de dorpspolitiek van oudsher wordt gedomineerd door de belangen van de varkens- en kippenboeren. Van Lieshouts ouders waren geen boer, waardoor hij een outsider bleef en een haat-liefdeverhouding bleef houden met de lokale boeren.
Zeer positief
“Het is echt een hardcore industrie en de boeren weten dat er iets moet veranderen”, vat Van Lieshout de situatie samen, “want de stront loopt je hier werkelijk de oren uit.” Met de film, die hij op dit moment aan het monteren is, hoopt hij de regio duurzaam te veranderen. Buiten boerenbedrijven is er namelijk weinig te doen in de Peel, vertelt Van Lieshout: “Er zijn geen fietspaden, mooie wandelroutes, espressobarretjes, en afgezien van de Wieger geen musea in de omgeving. Ik wil het gebied veranderen en activeren tot iets leuks”. Om die reden noemt Van Lieshout zijn project dan ook ‘zeer positief voor de boeren’.
Vanzelf ging het niet, want echt open voor een uitwisseling met een kunstenaar stonden de boeren niet. “Boeren zijn van nature al gesloten, maar ze zijn tegenwoordig extra op hun hoede voor media en dierenrechtenactivisten”. Voor De Gloeiige was het dus handig dat hij uit Deurne kwam en de taal spreekt. Van Lieshout speelde open kaart – “ze weten dat ik links en activistisch ben” – en won zo hun vertrouwen. Gaandeweg kreeg hij medewerking en mocht hij overal filmen.
Wat ook hielp is dat de regio volgens Van Lieshout veel humor kent. Iets dat, ondanks de serieuze boodschap, niet ontbreekt in Van Lieshouts werk en in deze film. Bij de feestelijke afsluiting van het project daags na de Tweede Kamerverkiezingen – onder het genot van een kom erwtensoep en bier zou een van de hooien konijnen worden verbrand – kwam tot Van Lieshouts verbazing iedereen uit de buurt opdagen die aan het project had meegewerkt.
Dat het af en toe schuurt is logisch, maar dat komt de film ten goede. Zo krijgt Van Lieshout verzamelaars en delegaties van musea op bezoek; hij brengt ze in contact met de boeren. Een ongemakkelijk samenzijn, al was het maar omdat een deel van de stedelingen vegetariër is. Zo onderstreept Van Lieshout zijn punt dat de stedeling en de boer elkaar nauwelijks tegenkomen of kennen.

Een metershoog konijn
Van Lieshout kaart niet alleen de gescheiden werelden van de stad en platteland aan, maar stelt ook de vraag: van wie is het land en wat mag je ermee doen? Hij kreeg de beschikking over een ruïne van een boerderij, eigendom van een veearts die net als Van Lieshout de streek verliet voor zijn studie. De veearts wil nu terugkeren om een laboratorium beginnen dat een serum voor slangenbeten ontwikkelt. Daarvoor zouden letterlijk proefkonijnen worden gebruikt. Het plan stuit op veel weerstand, niet alleen van activisten maar ook van de lokale boeren.
In reactie daarop besloot Van Lieshout een metershoog konijn van sloophout bedekt met hooi te bouwen op het land van de veearts. Een provocerende reactie op de bouwwerken van hooi die boeren langs de weg zetten uit protest tegen het stikstofbeleid.
Een andere plek die in de film een prominente rol speelt, is het gebied dat achter de ruïne ligt: een braakliggend terrein van 250 hectare. Ooit bedoeld om ontwikkeld te worden tot glastuinbouwgebied, maar daar kwam door de financiële crisis van 2008-2013 weinig van terecht. Wat er met het gebied moet gebeuren houdt de gemoederen in de gemeente dan ook bezig. Een deel van de bewoners wil dat er niks mee wordt gedaan, terwijl boeren in de omgeving er het liefst een mestvergistingsfabriek zien komen, zodat verder alles bij het oude kan blijven.

Boerenkunst en t-shirts
Van de veearts mocht Van Lieshout alles wat hij in de ruïne aantrof gebruiken voor zijn werk. Planken, riemen, hooivorken en spades: hij verwerkte het allemaal in sculpturen. Het hoofdbestanddeel zijn echter de witte eierenschalen. De eieren kocht hij bij een lokale boer. Met een naald prikte Van Lieshout een gaatje en blies het struif eruit. De lege eieren verwerkte hij in een serie sculpturen die je volgens hem boerenkunst zou kunnen noemen. De beeldtaal verwijst in ieder geval naar het boerenbestaan en het katholicisme – de vergelijking met een rozenkrans is snel gemaakt bij een ketting van eierenschalen – twee pijlers die het bestaan in de regio richting gaven en geven. Een aantal van deze sculpturen is op Art Rotterdam te zien in de stand van Annet Gelink Gallery.
Daarnaast is een zelfgemaakt t-shirt te koop, in een oplage van 50, dat voorkomt uit Van Lieshouts samenwerking met de Rotterdamse modeontwerper Jeroen van Tuyl.

Van Lieshout nam het logo van Van Tuyl, een soort masker, als uitgangspunt voor een tekening. Het werd een Mondriaan-achtige tekening met strakke lijnen van vinyl. Een uitvergrote versie daarvan zeefdrukte Van Lieshout samen met Van Tuyl op wit katoen. Elk shirt heeft zijn eigen -vaak dubbele- druk in typische rauwe Van Lieshout-stijl. Van Tuyl tekende voor het ontwerp. “Het in elkaar zetten is een heel precies werk, de hele familie is er voor ingezet en we zijn daar nog steeds mee bezig”, zegt Van Lieshout die hoopt de 50 shirts klaar te hebben voor Art Rotterdam.
De uiteindelijke film met als werktitel ‘De Gloeïige’ wordt mede mogelijk gemaakt door Het Noordbrabants Museum en door het Mondriaan Fonds
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Voor het achtste jaar op rij gaat de NN Art Award in 2024 naar een veelbelovende kunstenaar die hun werk toont tijdens Art Rotterdam. Nieuw, dit jaar, is de presentatie van het werk van de genomineerden. Zij exposeren niet in een stand op Art Rotterdam maar in de toonaangevende Kunsthal Rotterdam, van 1 februari tot en met 14 april 2024. De genomineerde kunstenaars voor de NN Art Award 2024 zijn Maaike Kramer (Art Gallery O-68), Mónica Mays (Prospects sectie van het Mondriaan Fonds), Jan van der Pol (CREMAN & DE ROOIJ) en Peim van der Sloot (Brinkman & Bergsma).

Het abstracte werk van Peim van der Sloot valt direct op door zijn gebruik van bekende ronde stickertjes, die op kunstbeurzen bijvoorbeeld gebruikt worden om aan te geven dat een kunstwerk gereserveerd of verkocht is. Van der Sloot werpt in zijn praktijk een kritische blik op economische systemen. Hij bevraagt concepten van waarde, schaarste en eigendom en reflecteert daarbij op de complexe relatie tussen kapitalisme en de kunstwereld. De kunstenaar introduceert bijvoorbeeld alternatieve prijssystemen en speelt met serialiteit. Daarmee daagt hij gangbare economische normen en aannames uit en nodigt hij kijkers uit om hetzelfde te doen. Dat bevragen van de gevestigde orde komt ook tot uiting in zijn visuele stijl, die gekenmerkt wordt door optische illusies, speelse en dynamische composities, levendige kleuren en een vleugje chaos en anarchie. Van der Sloot groeide op in Argentinië en studeerde aan de HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht). Zijn werken zijn onder meer opgenomen in de collectie van het LAM en de KPMG Kunstcollectie en in 2021 sleepte hij de Art Entrepreneur Award van het LAM in de wacht.

Zou je iets meer kunnen vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in de Kunsthal?
“Op Art Rotterdam zal ik een divers overzicht bieden van mijn opgebouwde oeuvre tot nu toe. Beginnend bij de conceptuele benadering van kunstverkoop tot aan de nieuwste werken die als magische spreuken klaar staan om de kijker te betoveren. Enkele van de meest prominente stukken die ik laat zien tijdens de beurs zijn ‘It Has To Start Somewhere’, een serie die bestaat uit 3479 stuks, waarbij telkens geleidelijk een sticker ontbreekt die de koper ontvangt om naast het kunstwerk aan de muur te plakken, en ‘The Most Expensive Piece’, dit wordt het duurste kunstwerk dat op Art Rotterdam 2024 te koop zal zijn.
Voor de tentoonstelling in de Kunsthal ga ik een site-specifieke installatie maken, waarbij ik de muren van het museum als canvas benader. In het werk ‘Peim was here’ krijgt de rode verkocht-sticker uiteraard een prominente plek.”

Wat zijn je plannen voor 2024?
“Naast dat ik er voor wil zorgen dat mijn werk ‘Works I Have Sold In My Life So Far’ blijft groeien is 2024 een jaar waarbij ik wil experimenteren met nieuwe materialen en technieken. Het animeren van mijn werk in film is iets waar ik bijvoorbeeld de tijd voor wil nemen. Ook werk ik op dit moment aan een collectie ‘digitale artefacten’, kunstwerken die op Bitcoin munten gegraveerd worden. Het is een beetje een technisch verhaal, maar je kunt het zien als het zetten van digitale graffiti op cryptogeld. Zo lang er twee computers op aarde met elkaar verbonden zijn, zullen deze werken voor de eeuwigheid blijven bestaan.”

Kun je beschrijven hoe het voelde toen je hoorde dat je genomineerd was voor de NN Art Award? Welk project zou je meteen oppakken als je de award in de wacht zou slepen?
“Dat was een heel speciaal gevoel. Ik dacht ‘de cirkel is rond’. In 2015 won ik namelijk de ‘Keith Haring art-challenge’ van de Kunsthal, en maakte ik een kunstwerk op Lowlands met de bezoekers van het festival. Dit was het begin van mijn kunstpraktijk. Dat ik nu, jaren later, mijn werk mag exposeren in het museum heeft dan ook extra veel betekenis. Ik wil graag een eigen boek publiceren, dus wellicht kan ik die droom verwezenlijken dit jaar.”

Hoe zie je de rol van economische systemen in de hedendaagse kunstwereld? Hoe probeer je daar je eigen plek in te vinden?
“Kunst wordt vaak verkocht als een exclusief luxeproduct. De kunstmarkt zit vol met geschreven en ongeschreven regels. Maar wat een werk kost en wat het eigenlijk waard is, zijn voor mij twee verschillende dingen. Door al deze regels in mijn werk te negeren of juist wél in te zetten, ze om te draaien of ze met een korreltje zout te nemen, probeer ik ook de koper te betrekken bij deze vraagstukken. Geld is een abstract begrip geworden terwijl de verkoop van kunst idealiter draait om het menselijk contact. Gelukkig zie ik steeds meer kunstenaars die zich hiermee bezighouden, en ik ben zeer dankbaar dat ik bij mijn galerie Brinkman & Bergsma de ruimte heb om hiermee te experimenteren.”

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?
“‘Gewoon zelf doen’ is het motto waarmee een groep vrienden en ik een collectief begonnen tijdens het studeren aan de kunstacademie. We organiseerden filmavonden, protest stickers, tentoonstellingen en festivals. Met de gebundelde kracht van een community is alles mogelijk en ben je niet afhankelijk van instituten of bestaande organisaties. Je maakt het gewoon zelf. Op die manier hebben Marnix Postma en ik bijvoorbeeld De Bouwput opgericht, een kunstruimte in Amsterdam waar iedereen gebruik van kan maken. Wij maken geen selectie en cureren niets, alle voorstellen zijn bij voorbaat goedgekeurd: ‘Anarchy in a white cube’.”

De uiteindelijke winnaar van de NN Art Award 2024 wordt op donderdag 1 februari om 20.00 uur bekendgemaakt in Kunsthal Rotterdam. Het werk van de genomineerden is daar nog te zien tot en met 14 april 2024. Tijdens Art Rotterdam is het werk van Peim van der Sloot ook te zien in de stand van Brinkman & Bergsma.
Door Flor Linckens

Voor het achtste jaar op rij gaat de NN Art Award in 2024 naar een veelbelovende kunstenaar die hun werk toont tijdens Art Rotterdam. Nieuw, dit jaar, is de presentatie van het werk van de genomineerden. Zij exposeren niet in een stand op Art Rotterdam maar in de toonaangevende Kunsthal Rotterdam, van 1 februari tot en met 14 april 2024. De genomineerde kunstenaars voor de NN Art Award 2024 zijn Maaike Kramer (Art Gallery O-68), Mónica Mays (Prospects sectie van het Mondriaan Fonds), Jan van der Pol (CREMAN & DE ROOIJ) en Peim van der Sloot (Brinkman & Bergsma).
Het oeuvre van Maaike Kramer valt op door haar diverse materiaalgebruik, waaronder beton, metaal, grafiet, papier, steen en hout. Kramer combineert in haar praktijk robuuste, architecturale elementen met meer schetsmatige materialen. Dat resulteert in werken die vaak zwaar, massief en monumentaal zijn, maar ook licht, fragiel en onstabiel. Soms vertonen deze werken ook trompe-l’oeil effecten. Kramer verdiept zich in de dynamische interactie tussen deze diverse en op het eerste gezicht tegenstrijdige materialen: kunnen zij van elkaar leren of lenen? En welke relatie gaan de werken aan met de ruimtes waarin ze getoond worden?

De kunstwerken van Kramer vertellen verhalen over het maakproces en reflecteren op de ruimtes die we creëren en bewonen. Ze nodigen uit om na te denken over de aard van constructie, over de rol van de mens in het vormgeven van onze omgeving en het contrast tussen de vergankelijkheid van ideeën en de duurzaamheid van materialen. Kramer benadrukt dit: “Ideeën zijn lang niet zo houdbaar als het materiaal waarin ze vastgelegd zijn.” Deze gedachte wordt soms weerspiegeld in haar praktijk, bijvoorbeeld wanneer schetsen letterlijk zijn geïntegreerd in het werk. Kramer: “Ik incorporeer verschillende stadia van het proces in mijn werk. Van het monumentale eindwerk tot het materiaal en werkwijzen die aan het maken voorafgaan. Denk aan schetsen, documentairefotografie, maquettes in combinatie met beton, staal en schaalvergroting. Tijdens het maken ontstaan er verschillende faseovergangen tussen de materialen en werkwijzen. Schetsen krijgen een sculpturale vertaling, worden gefotografeerd, geprint, vergroot, ingegoten en gekopieerd.”

Zou je meer kunnen vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in de Kunsthal? Wat heeft je ertoe gebracht om je te richten op keramiek in je nieuwere werk?
Mijn werk gaat over ruimtes, over architecturale ruimtes als metafoor voor ruimtes in je hoofd. Ik wilde ook de ruimte die we bewonen meer onderzoeken en had het gevoel dat dit een nieuw materiaal vereiste. Om deze reden heb ik me aangemeld voor het EKWC [European Ceramic Work Centre], waar ik afgelopen jaar een residentieprogramma van drie maanden heb gevolgd. Hier heb ik voor het eerst met keramiek gewerkt en ruimtes met de hand opgebouwd, zoekend naar manieren waarop vorm en materiaal samen een nieuwe betekenis aan de ruimte konden geven. Voor mij is materiaal namelijk een actief onderdeel van mijn verhaal; het materiaal maakt een transformatie door waardoor een verhaal verteld kan worden. Ik ben op het EKWC uiteindelijk gaan werken met verschillende kleisoorten met verschillende krimpfactoren, waardoor er tijdens de droging en in de oven vervormingen en scheuren ontstaan. Deze werken reflecteren op de ruimte achter de voordeur, een aantal werken gaan over de scheiding tussen binnen en buiten. Dit zijn werken die ik ‘luxaflex’ noem. Ik zal een aantal van deze luxaflex-sculpturen laten zien in de stand op Art Rotterdam. Hierbij wordt porselein verbonden aan grove zwarte klei. Daardoor ontstaat er een kant die naar buiten gericht is, porselein met een celadonglazuur, en een kant die naar binnen gericht is. Deze delen hebben invloed op elkaar. De grove binnenruimte zorgt ervoor dat de strakke porseleinen buitenkant vervormt. In de Kunsthal presenteer ik een grote sculptuur, gemaakt in het EKWC. Deze sculptuur verbeeldt ook een ruimte, eigenlijk een ‘slice’ uit een ruimte, waarin er een plek voor een spel is gecreëerd. Ik heb gekeken in welke ruimte in mijn eigen huis het gevoel van vrijheid en experiment het grootst is en kwam uit bij mijn schuurtje. In deze fictieve schuur zijn spelborden opgestapeld waarin strategieën kunnen worden uitgedacht, om deze mogelijkerwijs weer buiten de voordeur in de wereld te plaatsen. De ruimte is echter ook heel geïsoleerd, dus komen deze ideeën ook wel echt naar buiten, en zo ja: hoe?

Wat zijn je plannen voor 2024? Waar werk je op dit moment aan?
Ik ben nog niet klaar met het verkennen van keramiek en de betekenissen die klei in zich draagt. Ik ben daarnaast ook bezig met het maken van combinatiewerken, waarin verschillende materialen samenkomen. De stap om ruimtelijk te werken is nog relatief nieuw voor mij, tot voor kort maakte ik vooral platte reliëfs, gevouwen platen of platte gestapelde werken. Voor mijn tentoonstelling ‘The Unbalancing Act’ bij Drawing Centre Diepenheim in 2022 ben ik voor het eerst echte sculpturen gaan maken met een voor-, zij- en achterkant.
Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je genomineerd was voor de NN Art Award? Welk project zou je meteen oppakken als je de award in de wacht zou slepen?
Ik was ontzettend blij en verrast. Dit is namelijk de eerste keer dat mijn werk te zien is op Art Rotterdam — en dan ook meteen in de Kunsthal. Als ik de prijs daadwerkelijk zou winnen dan zou ik een investering doen in mijn atelier. Mijn atelier loopt op dit moment namelijk nog wat achter op mijn praktijk, die steeds meer sculpturaal wordt. Hiervoor is ruimte nodig, maar ook materiaal en gereedschap. Ik zou ontzettend graag een keramiekoven willen bijvoorbeeld.

Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt?
Misschien niet direct een advies, maar meer iets wat ik zelf ondervonden heb. Dat het maken van beeldend werk niet gaat over het succes van morgen, of die ene tentoonstelling. Maar dat je moet voelen dat je het werk moet maken, waarvoor dan ook. Ik heb ook veel jaren werk gemaakt dat niemand zag. Mijn werk werd voor het eerst tentoongesteld rond 2017, toen ik al een paar jaar werkzaam was. Maar dat geeft mij nu juist kracht, dat ik weet dat mijn innerlijke maakmotor wel blijft draaien.
Wat is het meest bijzondere compliment dat je ooit kreeg over je werk?
Dat het mensen raakt zonder dat ze er precies een vinger op kunnen leggen. Mijn werk is niet altijd direct in één blik te vangen of te begrijpen, maar er zit een soort onderbuikgevoel in, hoop ik. Het is een groot compliment als dat gebeurt.
De uiteindelijke winnaar van de NN Art Award 2024 wordt op donderdag 1 februari om 20.00 uur bekendgemaakt in Kunsthal Rotterdam. Het werk van de genomineerden is daar nog te zien tot en met 14 april 2024. Tijdens Art Rotterdam is het werk van Maaike Kramer ook te zien in de stand van Art Gallery O-68.
Geschreven door Flor Linckens
Tijdens Art Rotterdam reikt NN Group voor de achtste keer de NN Art Award uit aan een hedendaags kunsttalent met een authentieke beeldtaal en een innovatieve invalshoek. NN Group is sinds 2017 partner van Art Rotterdam en reikt sindsdien ieder jaar een stimuleringsprijs uit. Een jaarlijks wisselende jury van kunstprofessionals maakt daarbij een selectie van vier veelbelovende talenten, waaruit uiteindelijk een winnaar wordt gekozen. De voorwaarden zijn helder: het gaat om kunstenaars die in Nederland zijn opgeleid en hun werk tonen tijdens Art Rotterdam. NN Group koopt daarbij één, of meerdere, werken van de genomineerden aan voor haar bedrijfscollectie. Vorig jaar werd de NN Art Award (t.w.v. €10.000) uitgereikt aan Monali Meher, die vertegenwoordigd wordt door Lumen Travo Gallery. Art Rotterdam interviewde haar om te ontdekken wat het winnen van de prijs voor haar heeft betekend en wat haar beste advies is voor jonge kunstenaars.

Hoe voelde het om de NN Art Award te winnen? Zijn er specifieke dingen die je dankzij het prijzengeld hebt kunnen bereiken?
“In december 2022, tijdens een bezoek aan mijn moeder en familie in Pune, India, ontving ik het nieuws over mijn nominatie. Marianne, mijn galeriehouder bij Lumen Travo Gallery, belde me op en deelde het fantastische nieuws dat ik één van de genomineerde kunstenaars was voor de NN Art Award. Ik was echt blij verrast om het nieuws te horen te midden van mijn familie. Dat voelde dubbel zo fijn! In de twee volgende maanden heb ik het nieuws laten bezinken en voelde ik me vooral erg dankbaar en geaard. De daadwerkelijke bekendmaking van de winnaar op Art Rotterdam 2023 bracht tranen: niet alleen in mijn ogen, maar ook bij velen die daar aanwezig waren. Tranen van vreugde, wijsheid, erkenning en vrijheid. Ik voelde me vereerd, vol enthousiasme en dankbaarheid. Sinds het winnen van de prijs ben ik aan het experimenteren met nieuwe materialen en processen. En ik heb mijn eerste boek ‘Unknown Landscape’ in oktober 2023 gepubliceerd. Daarvoor gaat veel dank uit naar de sponsors, maar zeker ook het prijzengeld van de NN Art Award. Dat wordt echt op prijs gesteld. Meer informatie over het boek vind je op mijn sociale media.”
Hoe kwamen de werken die je tijdens Art Rotterdam liet zien tot stand? Volg je een specifiek proces? Is dat proces nog veranderd sindsdien?
“De geselecteerde mixed media werken (verfijnde tekeningen met zwarte Japanse inkt en draden op digitale foto’s) heb ik gemaakt tijdens de pandemie, in de intense en ongekende reeks lockdowns die de wereld toen heeft ervaren. Middels een nieuwe reeks mixed media tekeningen en assemblages reflecteerde ik daarna op de pandemieperiode, waarbij ik de onverbiddelijke cyclus van ‘meerdere startpunten’ belicht die wij, als mensen, doorstaan in de hoop een vernieuwd en positief perspectief voor de wereld te vinden.
De glasassemblages ontwikkelde ik tijdens en sinds mijn residentie bij ‘Gent-Glas’ in België (2018/19), toen ik voor het eerst experimenteerde met glas. In recent nieuw werk maak ik gebruik van glas in een site-specific installatie met aarde, zand, hooi, schors, kolen, schelpen, droge planten, takken, kurkuma, voedingskleurstoffen, natuurlijke pigmenten en koper. Maar pas na de pandemie in 2022 kon ik de site-specific installatie ‘Unknown Landscape’ creëren, tijdens het residentieprogramma ‘Het Atelier’ in Brugge. Sindsdien is mijn proces continu in ontwikkeling. Daarna was mijn werk te zien in een groepstentoonstelling bij Lumen Travo gallery, gevolgd door Art Rotterdam 2023 en onlangs was deze installatie te zien in de groepstentoonstelling ‘NICC x 25’, in museum SMAK in Gent (tot en met 28 december 2023).”

“Ook mijn lopende installatie en onderzoeksproject ‘Unknown Landscape’ (2019-2023) bevat ook weer verschillende natuurlijke elementen. Deze combineer ik met de glaswerken die ik bij Gent-Glas maakte. Het resultaat is een kleurrijke en dynamische verzameling op de vloer. Zoals het natuurlijke landschap, is deze installatie levend, evoluerend in stilte maar aanhoudend. De materialiteit van de aarde, gepigmenteerde vloeistoffen en andere unieke textuureigenschappen van het landschap komen in elk aspect van de installatie naar voren. Deze hybride installatie is een soort uitgespreid terrein van verschillende gecombineerde componenten en gemengde elementen. Ik plaats de materialen uit mijn eerdere werk naast nieuwe gerecyclede glasobjecten om daarmee een nieuwe/getransformeerde identiteit te creëren. Door verschillende materialen opnieuw te vormen, te rangschikken, te recyclen en samen te stellen. Samen houden zij het proces van overgang in de ruimte in stand. Deze gevarieerde en surrealistische installatie, bestaande uit vaste, vloeibare, gebarsten, herstelde en fragiele structuren van gesmolten glas, vormt een gelaagd en dubbelzinnig landschap. Het is een boeiend en uitgestrekt, levend veld dat uitnodigt tot interactie, observatie en het verkennen van de ondergane veranderingen. Deze hypnotische installatie verkent de geologische observatie van natuurlijke sporen, haar ruïnes, veranderende landschappen en de strijd om dat wat overgebleven is te behouden en beschermen.
‘Unknown Landscape’ roept vragen op over duurzaamheid, identiteit, migratie, grenzen, barrières, verlies en de eindeloze cyclus van exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Tegelijkertijd, paradoxaal genoeg, neemt deze installatie ons mee door een organisch, vredig en helend pad dat interventief en interactief is, waar mensen doorheen kunnen lopen om verschillende delen van de installatie van dichtbij te bekijken. De geuren van de natuurlijke materialen en het kenmerkende aroma van kurkuma doordringen daarbij de tentoonstellingsruimte.”

Heb je specifieke rituelen of routines die je volgt om creatief te blijven?
“Ik geloof dat ‘creativiteit’ of ‘creatief zijn’ verweven is met elk aspect van ons leven, met onze omgeving en de natuur van onze dagelijkse rituelen. Neem bijvoorbeeld koken: ik hanteer geen standaardrecept, maar experimenteer met mijn eigen combinatie van specerijen. Er is niet één ‘beste creatieve routine’; het gaat om een reis van zelfontdekking, het volgen van je instinct, het nemen van risico’s en openstaan voor verandering. Het is essentieel om een bepaald ritme, evenwicht en discipline in ons leven te hanteren en onze eigen routines of rituelen te ontwikkelen. We zijn tenslotte menselijk en verliezen soms het overzicht, maar juist in het herstellen van die balans ligt ware creativiteit.”
Als winnaar van de vorige editie van de NN Art Award mag je dit jaar deel uitmaken van de jury. Hoe is het als kunstenaar om het werk van andere kunstenaars te ‘beoordelen’?
“Elk proces is een boeiende en leerrijke ervaring. Het is eerder een kwestie van ‘evalueren’ dan van ‘oordelen’ over het werk van andere kunstenaars. Het gaat om aandachtig kijken, bespreken en observeren, samen met de andere juryleden die betrokken zijn bij dit proces. Het beleven van ‘de andere kant’, of het gedeelte ‘achter de schermen’ is belangrijk in het leven.”
Wat is jouw ultieme advies voor jonge kunstenaars?
“Blijf trouw aan je hart en zoek naar evenwicht. Houd je focus, blijf nieuwsgierig, en wees oprecht naar jezelf en je creatieve zelf. Volharding en discipline zijn cruciaal. Deze creatieve reis kent geen start- of eindpunt; het omvat het leven, de dood en alles daartussenin.”
Door Flor Linckens

Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier richten zich met hun langlopende project ‘Fault Line’ op de sociale gevolgen van de klimaatcrisis. Het project, dat in 2023 gelanceerd werd, is een verkenning van de diepgaande impact die klimaatverandering heeft op individuele levens in Europa, van klimaatangst en activisme tot populistische ontkenning van het probleem. Door het vastleggen van portretten van individuen geven de fotografen een menselijk gezicht aan een probleem dat vaak wat abstract aanvoelt. In het eerste deel van het project richten de kunstenaars zich specifiek op het psychologische fenomeen van klimaatangst, dat vooral veel voorkomt bij jongeren die zichzelf geconfronteerd zien met een onzekere toekomst. Het project is op dit moment te zien in Fotomuseum Den Haag (tot en met 31 maart 2024).

Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier presenteren ‘Fault Line’ ook op Prospects: een initiatief van het Mondriaan Fonds, waarbij het werk van 86 kunstenaars wordt getoond die in 2022 een financiële bijdrage kregen om een start te maken met hun carrière. Het aanbod varieert van fotografie tot textielwerken, van video tot schilderijen, en van performances tot sculpturen. Samensteller van de tentoonstelling is curator Johan Gustavsson, in samenwerking met curator Louise Bjeldbak Henriksen.

Wanneer we nadenken over klimaatverandering dan vallen we vaak in één van twee extremen: ofwel zijn we te optimistisch, in de veronderstelling dat technologie ons wel zal redden, ofwel te pessimistisch, geobsedeerd door het idee dat elk stukje plastic dat we ooit gebruikt hebben nog ergens rondzwerft. In het laatste geval raken we verlamd en distantiëren we ons van het probleem, omdat we denken dat we er toch niets aan kunnen veranderen. Velen van ons zijn ontevreden over het minimale effect van onze individuele acties (zoals recyclen of geen auto gebruiken) op het grote geheel, over de onwil van machtige politici om betekenisvolle veranderingen door te voeren, en een politieke verschuiving naar rechts in veel landen. Het probleem voelt te groot, te abstract. Maar kunstenaars hebben het vermogen om onze verbeelding te vormen, te beïnvloeden en concreet te maken.

De kunstenaars Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier zeggen daarover: ”Beelden beïnvloeden de manier waarop mensen denken over maatschappelijke kwesties. Ze hebben een emotionele impact en kunnen ons stimuleren om meningen te vormen en tot actie over te gaan. Beelden van hevige milieuschade worden vaak van een afstand genomen — met drones of gericht op de algehele omvang van natuurlijke en infrastructurele schade. Wat ons interesseert, is een diepgaander onderzoek naar dergelijke situaties — hoe beïnvloeden extreme klimaatgebeurtenissen mensen op individueel niveau? Hoe draagt de angst die uit dergelijke situaties voortkomt bij aan het ontstaan van haatdragende ideologieën?”

In ‘Fault Line’ belichten de kunstenaars hoe klimaatangst verlammend kan werken, maar ook een prikkel kan zijn om tot actie over te gaan. Hun werk omvat onder meer samenwerkingen met jonge klimaatactivisten in Italië en confrontaties met Italiaanse beleidsmakers die klimaatverandering ontkennen. Tijdens hun reizen door Italië documenteerden ze de gevolgen van hevige regenval en overstromingen, maar ook de zware bosbranden bij de Griekse grens met Turkije, de grootste bosbrand die Europa ooit gekend heeft. Daarnaast spraken ze onder meer met klimaatvluchtelingen en met David Yambio, mensenrechtenactivist en oprichter van Refugees in Libya.

‘Fault Line’ biedt een diepgaande verkenning van de klimaatcrisis en haar sociale impact. Het is niet alleen een artistiek project, maar ook een maatschappelijk statement. Het benadrukt de noodzaak van actie en bewustwording in een tijd waarin de gevolgen van de klimaatcrisis steeds tastbaarder worden. Zibelnik en Ganslmeier stellen kritische vragen over hoe de klimaatcrisis — en de versnellende reeks rampen — individuele levens beïnvloedt en hoe dit bijdraagt aan de verergering van sociale en politieke polarisatie.

Ana Zibelnik werd in 1995 geboren in Ljubljana in Slovenië en concentreert zich in haar werk op thema’s als klimaatopwarming, klimaatangst en de sociale implicaties daarvan. En welke rol speelt witte suprematie in de klimaatcrisis? De Duitse kunstenaar Jakob Ganslmeier (1990) is geïnteresseerd in de visualisering van radicale ideologieën en de manieren waarop beeldende kunst een middel kan zijn om radicale ideeen tegen te gaan en gesprekken te starten over maatschappelijke kwesties met conflicterende perspectieven.
‘Fault Line’ van Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier is tijdens Art Rotterdam te zien in de Prospects sectie.
Geschreven door Flor Linckens
Voor het achtste jaar op rij gaat de NN Art Award in 2024 naar een veelbelovende kunstenaar die hun werk toont tijdens Art Rotterdam. Nieuw, dit jaar, is de presentatie van het werk van de genomineerden. Zij exposeren niet in een stand op Art Rotterdam maar in de toonaangevende Kunsthal Rotterdam, van 1 februari tot en met 14 april 2024. De genomineerde kunstenaars voor de NN Art Award 2024 zijn Maaike Kramer (Art Gallery O-68), Mónica Mays (Prospects sectie van het Mondriaan Fonds), Jan van der Pol (CREMAN & DE ROOIJ) en Peim van der Sloot (Brinkman & Bergsma).

Mays’ sculpturale praktijk combineert autobiografie, materiaalproces en historisch archief. Haar werken bestaan uit assemblages die de vorm aannemen van geanimeerde huishoudelijke objecten die overlopen, vervormd zijn of zich begeven in een proces van transmutatie. Geïnspireerd door katholieke lichaamshorror en barokke iconografie werkt ze met overdaad, versiering en uitbundigheid. Van de weergave van ziekte en magisch denken in vrouwelijke beeldjes tot koloniale representaties van natuur, dominantie, verlangen en controle, de barok wordt door Mays ingezet om werken te creëren die bestaan in een spanningsveld van fragiliteit en geweld.
Na haar studie Culturele Antropologie aan de Universiteit van New Orleans studeerde Mays in 2015 af aan de École Supérieure des Arts Décoratifs in Straatsburg. In 2017 behaalde ze een master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Ze heeft sindsdien projecten ontwikkeld tijdens artistieke residentieprogramma’s aan Rupert (Vilnius, Litouwen), Fundación Bilbao Arte (Bilbao, Spanje), Matadero (Madrid, Spanje) en Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij (Yogyakarta, Indonesië). Mays’ werken zijn onder meer tentoongesteld in het Frascati Theater (Amsterdam), Tallinn Art Hall (Tallinn), Punt WG (Amsterdam), Blue Velvet Projects (Zürich), Centro Centro (Madrid), KUBUS (Hannover), La Casa Encendida (Madrid), Industra (Brno) en Atelier Chiffonier (Dijon). Mays ontving de 3PD-prijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (2022), het Jonge Kunstenaar Stipendium van het Mondriaan Fonds (2023) en de Generation 2022-prijs van de Montemadrid Foundation.

Kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in de Kunsthal?
“Ik presenteer een reeks sculpturen en dozen waaraan ik de afgelopen twee jaar heb gewerkt. Met deze werken wilde ik vormen van voortplanting verkennen en cultiveren die vallen buiten patriarchale structuren, industriële productiemethoden, efficiëntie en toekomstgerichtheid — en het geweld dat deze logica’s opleggen aan verschillende lichamen. Ik heb deze ideeën verkend door me te verdiepen in de levenscyclus van de zijdemot bombyx mori – een organisch voortplantingsproces dat onherroepelijk is veranderd door menselijke interventie, domesticatie en industrialisatie. Om zijdedraad voor textiel te kunnen gebruiken, moeten de cocons van de zijdemot worden gestoomd. Dit is nodig om de larve binnenin te doden voordat deze uitkomt en daarmee de enkele zijdedraad breekt waarmee de cocon is gemaakt. De motten die daadwerkelijk mogen uitkomen, doen dit alleen om te paren en sterven kort daarna; duizenden jaren van productiegerichte domesticatie hebben de mot blind, albino en vleugelloos gemaakt, met een rudimentaire mond die niet kan eten. De zijdemotcocon bevat voor mij een veelheid aan semiotische en biologische betekenissen – zowel die van extractief geweld, biopower en heteropessimisme, maar ook het potentieel voor het doorbreken van lineaire logica’s, de weigering van voortplanting en het omarmen van mutatie.
Vorig jaar kweekte ik de bombyx mori, begeleidde hen door hun voortplantingscyclus, liet ze allemaal uitkomen en werkte met hen en hun producten aan een reeks assemblages, collages en sculpturen. Deze assemblages zijn samengesteld uit een mix van gevonden, anachronistische huishoudelijke objecten, die worden onderbroken door de overdaad van andere lichamen zoals wol, veren, perkament en cocons. Samen vormen ze een ‘lichaam’ uit verschillende lichamen. Daarnaast presenteer ik “Schaduwdozen”, houten gerasterde objecten die worden gebruikt voor wetenschappelijke categorisering, verdeling en taxonomische scheiding in de lades van archieven en musea. Afgedankte exemplaren worden vaak gebruikt door individuen om kleine memorabilia te verzamelen, waarbij het raster als een subjectief en persoonlijk mechanisme wordt toegeëigend. Op een soortgelijke manier heb ik samengewerkt met de bombyx mori en hun producten om de dozen te parasiteren, hun cocons intact te bewaren door de dozen te bedekken met zijde en botanische afdrukken die de structuur van het raster verstoren.”

Wat zijn je plannen voor 2024?
“In maart volg ik drie maanden een residentieprogramma bij het Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij in Yogyakarta met steun van het Mondriaan Fonds, waar ik een project voortzet dat ik onlangs ben gestart aan de Mediterrane kust van Spanje. In mijn projecten richt ik me op bepaalde voorbeelden als dragers van zowel geweld als fragiliteit. In dit geval heb ik gekeken naar de iconografie en symboliek van de palmplant, door zijn paradijselijke, Bijbelse en industriële verbeeldingen. Het project begon met het bekijken van de decoratieve functie van de plant om kustlijnen in Zuid-Europa te verfraaien en het contrast met de exploitatie ervan in andere regio’s — waarbij Indonesië geldt als een van de grootste producenten van deze plant voor de fabricage van palmolie. Ik beschouw palmolie als een alomtegenwoordig materiaal, aanwezig in bijna al onze consumptiegoederen, en trek een parallel met het religieuze concept van alomtegenwoordigheid dat vaak wordt gebruikt in Bijbelse afbeeldingen van palmplanten. Tot nu toe heeft dit geresulteerd in een reeks kleiwerken die zijn gebakken met de verbranding van palmbladeren, naast het creëren van assemblages met gevonden fabrieksobjecten. Ik weet nog niet helemaal hoe dit project verder zal materialiseren, aangezien ik me midden in het proces bevind, maar gedurende het jaar zal ik enkele van de werken presenteren tijdens Art Basel, Arco Madrid en in verschillende galeries in New York, Baskenland en Boekarest.”

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
“Ik was erg blij natuurlijk. Het geeft een goed gevoel als je de boodschap van je werk overkomt en erkend wordt, zeker temidden van de vele prachtige projecten die veel van mijn collega’s en leeftijdsgenoten presenteren bij Prospects. Ik woon al acht jaar in Amsterdam, en maak werk in allerlei studio’s door de stad, maar het is altijd vrij moeilijk geweest om het werk lokaal te presenteren, deels door het gebrek aan ruimtes, maar ook door beperkte zichtbaarheid. Ik heb voornamelijk uitnodigingen gekregen om werk in het buitenland te presenteren, dus voor mij is dit een hele mooie kans om mijn werk te delen binnen de context die mij heeft geholpen bij het ontwikkelen van het merendeel van mijn werken.”
Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
“Er liggen altijd meer projecten in het verschiet. Mocht ik de award winnen, dan zou ik graag een werk creëren dat de schaal van mijn eigen lichaam overstijgt en niet beperkt wordt door praktische overwegingen. Als ik over mijn werken spreek dan omschrijf ik ze vaak als geanimeerde huishoudelijke objecten, omdat ik ze in gedachten zie bewegen, openen, sluiten en hun armen uitstrekken. Maar in werkelijkheid zijn hun vormen statisch. Met deze award zou ik de technische vereisten kunnen verkennen die nodig zijn om ze daadwerkelijk performatief te maken. Misschien zou ik, hoewel het nog onzeker is, eindelijk een film kunnen realiseren over een specifiek huilend standbeeld waar ik nu al vijf jaar over spreek.”

Hoe zou je jouw werk uitleggen aan iemand die misschien niet zo thuis is in de kunstwereld?
“Ik hoop dat mijn kunstwerken geen complexe verbale toelichting vereisen, maar dat ze zelf verhalend of op emotioneel niveau kunnen communiceren. Het grootste deel van mijn werk bestaat uit het proces, de materialen en de vormen die in de studio samenkomen, wat vaak het lastigste is om over te praten. Ik kan altijd wel verhalen delen, analogieën gebruiken en elementen uit mijn chaotische referentiekader aanhalen, maar uiteindelijk is mijn doel dat mijn werken voor zichzelf spreken, door middel van erotiek, tastbaarheid en spanning, zonder de noodzaak van een uitgebreide uitleg.”
Wat is het mooiste compliment dat je ooit hebt ontvangen over je werk?
“Dat het iemand raakt.”
De uiteindelijke winnaar van de NN Art Award 2024 wordt op donderdag 1 februari om 20.00 uur bekendgemaakt in Kunsthal Rotterdam. Het werk van de genomineerden is daar nog te zien tot en met 14 april 2024. Tijdens Art Rotterdam is het werk van Mónica Mays ook te zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds.
Geschreven door Flor Linckens

Galerie Ron Mandos viert op Art Rotterdam 2024 haar 25-jarige jubileum en pakt groots uit met de ‘Best of Graduates Legacy – 25 Years Galerie Ron Mandos’, een presentatie van 25 jonge kunstenaars die de afgelopen 5 jaar deelnamen aan het Best of Graduates programma in de galerie. Naast een springplank voor jong talent, vertegenwoordigt Galerie Ron Mandos ruim dertig gerenommeerde kunstenaars als Isaac Julien, Hans Op de Beeck, Esiri Erheriene-Essi, Mohau Modisakeng en Atelier van Lieshout. Samen met de oprichter en drijvende kracht achter de galerie, Ron Mandos, staat Art Rotterdam stil bij deze topprestatie. En we blikken vooruit naar de grootschalige stand die te bewonderen is tijdens Art Rotterdam, met een speciaal ontwerp van Tom Postma Design. Mandos: “Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren.”

Het is 25 jaar geleden dat jij Galerie Ron Mandos startte, van harte gefeliciteerd met deze indrukwekkende mijlpaal. Inmiddels behoort de galerie tot de internationale top. Wat is volgens jou de succesformule?
De sleutel tot succes ligt in de volledige toewijding aan kunst waar ik persoonlijk volledig achter sta. Hierbij laat ik me niet leiden door trends of bekende namen. Mijn aanpak omvat het tonen van een boeiende mix van gevestigde kunstenaars en opkomend talent. Zelfs de gerenommeerde kunstenaars die ik vertegenwoordig, zoals Hans Op de Beeck en Isaac Julien, waarderen het dat ik actief investeer in opkomende kunstenaars. Waarschijnlijk omdat zij zelf ook lesgeven aan academies.
Vanaf het moment dat iemand mijn galerie betreedt tot het kunstwerk bij de koper thuis wordt afgeleverd staat een goede service centraal. Maar ook presentatie en inhoud staan centraal want kopers moeten de ruimte krijgen om emotioneel te binden met een kunstwerk.
Misschien wel het allerbelangrijkste: mijn kunstenaars hebben altijd topprioriteit. Ik zet me dag en nacht voor hen in. Door het jaar heen nemen we deel aan 7-8 internationale beurzen. Ik bied ze een wereldwijd platform en daag ze voortdurend uit om hun beste werken te creëren. Tegelijkertijd bied ik ze ook de ruimte om bijzondere presentaties te maken. Mijn galerie begon ooit in Rotterdam als een projectruimte. Ik werd geïnspireerd door de Chambre d’Amis van de bekende Belgische curator en museumdirecteur Jan Hoet, die kunstenaars uitnodigde om kunst in een huiselijke setting te presenteren. Deze inspiratie blijft aanwezig in mijn streven om kunstenaars de vrijheid te geven om mijn galerie volledig te transformeren naar hun artistieke wereld.

Welk doel had je voor ogen bij de oprichting van de Best of Graduates in 2008?
Het voornaamste doel is om jong artistiek talent een platform te bieden zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen. Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren. Sinds 2008 reizen we, mijn galerie team en curator Radek Vana, langs alle kunstacademies in Nederland om de afstudeer projecten te bekijken. De meest vernieuwende presentaties vanuit Groningen tot aan Maastricht brengen we naar Amsterdam om aan een groot publiek te brengen. Daarom heb ik in 2018 de Young Blood Foundation opgericht, zodat we de ontwikkeling van jonge kunstenaars kunnen voortzetten. Jaarlijks reikt Joop van Caldenborgh, oprichter van Museum Voorlinden, de Young Blood Award uit aan een kunstenaar wiens werk een plek krijgt in de vaste collectie.
Tijdens Art Rotterdam 2024 zet je 25 kunstenaars van de Best of Graduates van de afgelopen 5 jaar in de spotlights. Kan je (een aantal van) deze kunstenaars en hun kunstwerken toelichten?
Onze ‘Best of Graduates Legacy’ op Art Rotterdam omvat een diverse mix van kunstenaars, zoals gebruikelijk bij een Best of Graduates presentatie. We presenteren onder andere nieuwe schilderijen van Matias Salgado (Young Blood Award winnaar van 2023), sculpturen van Bart Pols (Best of Graduates 2021), videokunstwerken van Thom van Rijckevorsel (Best of Graduates 2019), textielwerken van Marcos Kueh (Young Blood Award winnaar van 2022) en keramiekwerken van Anni Mertens (Best of Graduates 2019). Ik wil graag de veelzijdigheid van deze kunstenaars benadrukken. Het inspireert mij iedere dag opnieuw hoe deze kunstenaars met verschillende technieken zo vernieuwend kunnen zijn.

Kan je een tipje van de sluier oplichten van de stand presentatie tijdens Art Rotterdam?
Het belooft een verrassende presentatie te worden. Samen met directeur Fons Hof heb ik gekeken naar een bijzondere stand die groter is dan normaal. We zijn van plan een stand van 100 vierkante meter te creëren, echt een geschenk aan de jonge kunstenaars die we een platform willen bieden. Het ontwerp is afkomstig van Tom Postma en zijn fantastische team, die altijd verbluffende ontwerpen realiseren voor toonaangevende beurzen zoals Art Basel, Tefaf en andere bijzondere evenementen. De stand springt in het oog door het hoogwaardige design van Postma en de gevarieerde kunst van de jonge makers.

Wat maakt Art Rotterdam onderscheidend ten opzichte van andere beurzen waaraan Galerie Ron Mandos deelneemt? Welke ontwikkelingen zijn jou opgevallen binnen de Rotterdamse kunstscene?
Rotterdam is mijn geboortestad; voor mij voelt Art Rotterdam als thuiskomen. Mijn galerie is 25 jaar geleden gestart in Rotterdam, en vanaf het begin zijn we nauw verbonden met deze beurs. Er wordt weleens gezegd dat er in Rotterdam hard wordt gewerkt en in Amsterdam het geld wordt uitgegeven, maar gelukkig zien we daar verandering in. Door de jaren heen zijn er prachtige nieuwe initiatieven ontstaan, zoals BRUTUS waarbij kunstmakers carte blanche krijgen om te experimenteren. Sinds een aantal jaren is er een samenwerking met de Ron Mandos Young Blood Foundation die elk jaar een kunstenaar selecteert die vervolgens een periode kan werken in deze boeiende kunst setting. Ook de initiatieven op Art Rotterdam, zoals ‘Prospects’, dat jaarlijks ruim tachtig kunstenaars toont die een financiële bijdrage van het Mondriaan Fonds hebben gehad, is een prachtig voorbeeld van een podium voor opkomend talent tijdens de beurs. En aan de ‘New Art Section’ nemen nieuwe galeries deel met speciale aandacht voor jonge kunstenaars. Door dit soort initiatieven blijft Rotterdam zich profileren als een bruisende creatieve stad die altijd in ontwikkeling is. Art Rotterdam levert daar een onmisbare bijdrage aan.

‘Best of Graduates Legacy – Galerie Ron Mandos 25 jaar’ is van 1 t/m 4 februari 2024 te zien tijdens Art Rotterdam in de Van Nelle Fabriek. Met een besloten preview op 31 januari.
Best of Graduates Legacy wordt genereus ondersteund door Art Rotterdam, Vormmakers, Tom Postma en de VandenEnde Foundation.
Geschreven door Pienk de Gaay Fortman

Pipeline uit Londen presenteert op Art Rotterdam een reeks nieuwe werken van Callum Harvey in de New Art Section.
De Britse kunstenaar is geïnteresseerd in omgevingen die zich bevinden in overgangsgebieden. Zijn praktijk bevindt zich op het snijvlak tussen het natuurlijke en het geconstrueerde en wordt geïnspireerd door architecturale details en herhaalde ornamentele patronen: zowel de bijzondere als de alledaagse. In zijn werk onderzoekt hij ruimtelijke omgevingen en roept hij vragen op over de manieren waarop we ruimtes construeren, waarnemen en gebruiken. Welke rol spelen (botanische) motieven en natuursymboliek daarin?
De schilderijen van Harvey worden gekenmerkt door vloeiende en organische vormen en herhaalde patronen, vaak vergroot in schaal en afgevlakt in karakter. Hij gebruikt hiervoor een zacht kleurenpalet van natuurlijke en pasteltinten en brengt verf aan in transparante, dunne lagen, wat zijn schilderijen een ‘backlit glow’ geeft, een achtergrondgloed die zowel kunstmatig als natuurlijk lijkt. Die tegenstelling tussen kunstmatig en organisch is een terugkerend thema in zijn werk.

De natuur vormt een belangrijke inspiratiebron voor de kunstenaar, waaronder ook decoratieve motieven uit de Art Nouveau en de Britse Arts en de Crafts-bewegingen — een reeks artistieke en sociale bewegingen uit de late 19e en vroege 20e eeuw die zich inzetten voor een herwaardering van handwerk en traditionele ambachten, een zekere vorm van verzet tegen de industriële massaproductie. Harvey reflecteert op de sociale geschiedenis en ideeën die achter deze decoratieve elementen schuilen en hun relevantie voor ons hedendaagse leven, maar ook op de status en klasse die zij vaak vertegenwoordigen.

Art Nouveau en de Arts and Crafts-bewegingen presenteren bovendien geïdealiseerde voorstellingen van de natuur en vormen daarmee een interessant onderzoeksonderwerp voor Harvey: hoe worden deze elementen via design vormgegeven en en hoe stellen ze ons in staat de natuur en de ruimte op nieuwe manieren te ervaren?
Voor Art Rotterdam speelt Harvey in op een unieke kunstmatige ruimte: een beursstand. Hij presenteert daarin twee grote schilderijen met afgevlakte beelden zonder ruimtelijke diepte, naast vier kleinere werken in houtgesneden lijsten, waarbij hij huiselijke en designelementen integreert. De schilderijen bevatten interieurmotieven zoals we die kennen uit behang, wat contrasteert met de ruimte waarin ze worden gepresenteerd.

Callum Harvey werd geboren in 1998 en woont en werkt in Londen. Hij studeerde Beeldende Kunst aan Falmouth University, gevolgd door een master aan The Royal College of Art, waar hij in 2023 afstudeerde. Hij ontving meerdere beurzen en prijzen, waaronder de Radcliffe Trust Craft Scholarship in 2022, en voltooide een residentieprogramma bij Porthmeor Studios in St Ives in 2019. Afgelopen najaar was zijn werk te zien in een solotentoonstelling in Pipeline en zijn werk werd daarnaast onder meer tentoongesteld in Kingsgate Project Space en Safehouse in Londen, Centre Space Gallery in Bristol, en Huxley-Parlour in New York.
Tijdens Art Rotterdam is het werk van Callum Harvey te zien in de New Art Section, gepresenteerd door Pipeline.
Geschreven door Flor Linckens

acb Gallery uit Boedapest presenteert op Art Rotterdam werk van de Hongaarse kunstenaar Róbert Batykó in de New Art Section. Hij zal er zijn nieuwste serie olieverfschilderijen en collages tentoonstellen, deels gemaakt in zijn atelier in Haarlem als onderdeel van een residentieprogramma bij gastatelier Doc4.
Batykó combineert traditionele technieken met digitale invloeden in zijn werk. Zijn stijl wordt gekenmerkt door het mechanisch schrapen van verf over het doek in de laatste fase van het proces, resulterend in een ultradunne verflaag. De kunstenaar maakt hiervoor gebruik van een zelfgebouwde machine, een combinatie van een pers en een mes. Hij laat zich hierbij telkens verrassen door het eindresultaat, waar hij maar deels invloed op kan uitoefenen.

De praktijk van Batykó bevindt zich op het snijvlak tussen abstractie en realisme, tussen het digitale en het tastbare. Hij transformeert digitale beelden in vaak grootschalige schilderijen, die af en toe doen denken aan software-interfaces. De kunstenaar maakt voor zijn werken onder meer gebruik van gevonden objecten zoals verpakkingsmaterialen, oude VHS-banden en tijdschriften, maar ook van stap-voor-stap illustraties uit handleidingen voor het maken van vector-tekeningen. Hij is vooral geïnteresseerd in vormen en transformeert deze materialen door ze uit hun oorspronkelijke context te halen. Voor dit deel van het proces gebruikt hij stencils en snijplotters.

De resulterende composities ogen soms vreemd en ietwat surreëel, maar zijn ook herkenbaar. De figuren in zijn nieuwste werken zijn niet menselijk, maar lijken wel antropomorfe kwaliteiten te hebben. Ze hebben een zekere mate van abstractie, maar zijn tegelijkertijd duidelijk figuratief. De kijker krijgt daarbij de vrijheid om hun eigen interpretaties los te laten op het beeld.

De praktijk van de kunstenaar wordt geïnformeerd door thema’s als onze consumptiecultuur — en de visuele aantrekkingskracht daarvan —, de productie en manipulatie van digitale beelden, het digitale beeldvormingsproces en het zogenaamde ‘technologische onderbewustzijn’.

Batykó studeerde schilderkunst aan de Hungarian University of Fine Arts in Boedapest, gevolgd door een DLA (Doctor of Liberal Arts) programma aan de University of Pécs. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van de Hungarian National Gallery (Magyar Nemzeti Galéria) en het hedendaagse Ludwig Museum in Boedapest. In 2022 was zijn werk te zien in een groepstentoonstelling in MODEM (Centre for Modern and Contemporary Arts) in de Hongaarse stad Debrecen. Hij sleepte verschillende awards in de wacht, waaronder een Strabag Art Award (2007), een Leopold Bloom Art Award (2011) en een Hungary Emerging Prize (2018). De kunstenaar heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt.
Het werk van Róbert Batykó zal tijdens Art Rotterdam te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door acb Gallery uit Boedapest.
Geschreven door Flor Linckens