Coming soon
Coming soon
Selecteer type

Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier richten zich met hun langlopende project ‘Fault Line’ op de sociale gevolgen van de klimaatcrisis. Het project, dat in 2023 gelanceerd werd, is een verkenning van de diepgaande impact die klimaatverandering heeft op individuele levens in Europa, van klimaatangst en activisme tot populistische ontkenning van het probleem. Door het vastleggen van portretten van individuen geven de fotografen een menselijk gezicht aan een probleem dat vaak wat abstract aanvoelt. In het eerste deel van het project richten de kunstenaars zich specifiek op het psychologische fenomeen van klimaatangst, dat vooral veel voorkomt bij jongeren die zichzelf geconfronteerd zien met een onzekere toekomst. Het project is op dit moment te zien in Fotomuseum Den Haag (tot en met 31 maart 2024).

Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier presenteren ‘Fault Line’ ook op Prospects: een initiatief van het Mondriaan Fonds, waarbij het werk van 86 kunstenaars wordt getoond die in 2022 een financiële bijdrage kregen om een start te maken met hun carrière. Het aanbod varieert van fotografie tot textielwerken, van video tot schilderijen, en van performances tot sculpturen. Samensteller van de tentoonstelling is curator Johan Gustavsson, in samenwerking met curator Louise Bjeldbak Henriksen.

Wanneer we nadenken over klimaatverandering dan vallen we vaak in één van twee extremen: ofwel zijn we te optimistisch, in de veronderstelling dat technologie ons wel zal redden, ofwel te pessimistisch, geobsedeerd door het idee dat elk stukje plastic dat we ooit gebruikt hebben nog ergens rondzwerft. In het laatste geval raken we verlamd en distantiëren we ons van het probleem, omdat we denken dat we er toch niets aan kunnen veranderen. Velen van ons zijn ontevreden over het minimale effect van onze individuele acties (zoals recyclen of geen auto gebruiken) op het grote geheel, over de onwil van machtige politici om betekenisvolle veranderingen door te voeren, en een politieke verschuiving naar rechts in veel landen. Het probleem voelt te groot, te abstract. Maar kunstenaars hebben het vermogen om onze verbeelding te vormen, te beïnvloeden en concreet te maken.

De kunstenaars Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier zeggen daarover: ”Beelden beïnvloeden de manier waarop mensen denken over maatschappelijke kwesties. Ze hebben een emotionele impact en kunnen ons stimuleren om meningen te vormen en tot actie over te gaan. Beelden van hevige milieuschade worden vaak van een afstand genomen — met drones of gericht op de algehele omvang van natuurlijke en infrastructurele schade. Wat ons interesseert, is een diepgaander onderzoek naar dergelijke situaties — hoe beïnvloeden extreme klimaatgebeurtenissen mensen op individueel niveau? Hoe draagt de angst die uit dergelijke situaties voortkomt bij aan het ontstaan van haatdragende ideologieën?”

In ‘Fault Line’ belichten de kunstenaars hoe klimaatangst verlammend kan werken, maar ook een prikkel kan zijn om tot actie over te gaan. Hun werk omvat onder meer samenwerkingen met jonge klimaatactivisten in Italië en confrontaties met Italiaanse beleidsmakers die klimaatverandering ontkennen. Tijdens hun reizen door Italië documenteerden ze de gevolgen van hevige regenval en overstromingen, maar ook de zware bosbranden bij de Griekse grens met Turkije, de grootste bosbrand die Europa ooit gekend heeft. Daarnaast spraken ze onder meer met klimaatvluchtelingen en met David Yambio, mensenrechtenactivist en oprichter van Refugees in Libya.

‘Fault Line’ biedt een diepgaande verkenning van de klimaatcrisis en haar sociale impact. Het is niet alleen een artistiek project, maar ook een maatschappelijk statement. Het benadrukt de noodzaak van actie en bewustwording in een tijd waarin de gevolgen van de klimaatcrisis steeds tastbaarder worden. Zibelnik en Ganslmeier stellen kritische vragen over hoe de klimaatcrisis — en de versnellende reeks rampen — individuele levens beïnvloedt en hoe dit bijdraagt aan de verergering van sociale en politieke polarisatie.

Ana Zibelnik werd in 1995 geboren in Ljubljana in Slovenië en concentreert zich in haar werk op thema’s als klimaatopwarming, klimaatangst en de sociale implicaties daarvan. En welke rol speelt witte suprematie in de klimaatcrisis? De Duitse kunstenaar Jakob Ganslmeier (1990) is geïnteresseerd in de visualisering van radicale ideologieën en de manieren waarop beeldende kunst een middel kan zijn om radicale ideeen tegen te gaan en gesprekken te starten over maatschappelijke kwesties met conflicterende perspectieven.
‘Fault Line’ van Ana Zibelnik en Jakob Ganslmeier is tijdens Art Rotterdam te zien in de Prospects sectie.
Geschreven door Flor Linckens
Voor het achtste jaar op rij gaat de NN Art Award in 2024 naar een veelbelovende kunstenaar die hun werk toont tijdens Art Rotterdam. Nieuw, dit jaar, is de presentatie van het werk van de genomineerden. Zij exposeren niet in een stand op Art Rotterdam maar in de toonaangevende Kunsthal Rotterdam, van 1 februari tot en met 14 april 2024. De genomineerde kunstenaars voor de NN Art Award 2024 zijn Maaike Kramer (Art Gallery O-68), Mónica Mays (Prospects sectie van het Mondriaan Fonds), Jan van der Pol (CREMAN & DE ROOIJ) en Peim van der Sloot (Brinkman & Bergsma).

Mays’ sculpturale praktijk combineert autobiografie, materiaalproces en historisch archief. Haar werken bestaan uit assemblages die de vorm aannemen van geanimeerde huishoudelijke objecten die overlopen, vervormd zijn of zich begeven in een proces van transmutatie. Geïnspireerd door katholieke lichaamshorror en barokke iconografie werkt ze met overdaad, versiering en uitbundigheid. Van de weergave van ziekte en magisch denken in vrouwelijke beeldjes tot koloniale representaties van natuur, dominantie, verlangen en controle, de barok wordt door Mays ingezet om werken te creëren die bestaan in een spanningsveld van fragiliteit en geweld.
Na haar studie Culturele Antropologie aan de Universiteit van New Orleans studeerde Mays in 2015 af aan de École Supérieure des Arts Décoratifs in Straatsburg. In 2017 behaalde ze een master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Ze heeft sindsdien projecten ontwikkeld tijdens artistieke residentieprogramma’s aan Rupert (Vilnius, Litouwen), Fundación Bilbao Arte (Bilbao, Spanje), Matadero (Madrid, Spanje) en Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij (Yogyakarta, Indonesië). Mays’ werken zijn onder meer tentoongesteld in het Frascati Theater (Amsterdam), Tallinn Art Hall (Tallinn), Punt WG (Amsterdam), Blue Velvet Projects (Zürich), Centro Centro (Madrid), KUBUS (Hannover), La Casa Encendida (Madrid), Industra (Brno) en Atelier Chiffonier (Dijon). Mays ontving de 3PD-prijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (2022), het Jonge Kunstenaar Stipendium van het Mondriaan Fonds (2023) en de Generation 2022-prijs van de Montemadrid Foundation.

Kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in de Kunsthal?
“Ik presenteer een reeks sculpturen en dozen waaraan ik de afgelopen twee jaar heb gewerkt. Met deze werken wilde ik vormen van voortplanting verkennen en cultiveren die vallen buiten patriarchale structuren, industriële productiemethoden, efficiëntie en toekomstgerichtheid — en het geweld dat deze logica’s opleggen aan verschillende lichamen. Ik heb deze ideeën verkend door me te verdiepen in de levenscyclus van de zijdemot bombyx mori – een organisch voortplantingsproces dat onherroepelijk is veranderd door menselijke interventie, domesticatie en industrialisatie. Om zijdedraad voor textiel te kunnen gebruiken, moeten de cocons van de zijdemot worden gestoomd. Dit is nodig om de larve binnenin te doden voordat deze uitkomt en daarmee de enkele zijdedraad breekt waarmee de cocon is gemaakt. De motten die daadwerkelijk mogen uitkomen, doen dit alleen om te paren en sterven kort daarna; duizenden jaren van productiegerichte domesticatie hebben de mot blind, albino en vleugelloos gemaakt, met een rudimentaire mond die niet kan eten. De zijdemotcocon bevat voor mij een veelheid aan semiotische en biologische betekenissen – zowel die van extractief geweld, biopower en heteropessimisme, maar ook het potentieel voor het doorbreken van lineaire logica’s, de weigering van voortplanting en het omarmen van mutatie.
Vorig jaar kweekte ik de bombyx mori, begeleidde hen door hun voortplantingscyclus, liet ze allemaal uitkomen en werkte met hen en hun producten aan een reeks assemblages, collages en sculpturen. Deze assemblages zijn samengesteld uit een mix van gevonden, anachronistische huishoudelijke objecten, die worden onderbroken door de overdaad van andere lichamen zoals wol, veren, perkament en cocons. Samen vormen ze een ‘lichaam’ uit verschillende lichamen. Daarnaast presenteer ik “Schaduwdozen”, houten gerasterde objecten die worden gebruikt voor wetenschappelijke categorisering, verdeling en taxonomische scheiding in de lades van archieven en musea. Afgedankte exemplaren worden vaak gebruikt door individuen om kleine memorabilia te verzamelen, waarbij het raster als een subjectief en persoonlijk mechanisme wordt toegeëigend. Op een soortgelijke manier heb ik samengewerkt met de bombyx mori en hun producten om de dozen te parasiteren, hun cocons intact te bewaren door de dozen te bedekken met zijde en botanische afdrukken die de structuur van het raster verstoren.”

Wat zijn je plannen voor 2024?
“In maart volg ik drie maanden een residentieprogramma bij het Cemeti Instituut voor Kunst en Maatschappij in Yogyakarta met steun van het Mondriaan Fonds, waar ik een project voortzet dat ik onlangs ben gestart aan de Mediterrane kust van Spanje. In mijn projecten richt ik me op bepaalde voorbeelden als dragers van zowel geweld als fragiliteit. In dit geval heb ik gekeken naar de iconografie en symboliek van de palmplant, door zijn paradijselijke, Bijbelse en industriële verbeeldingen. Het project begon met het bekijken van de decoratieve functie van de plant om kustlijnen in Zuid-Europa te verfraaien en het contrast met de exploitatie ervan in andere regio’s — waarbij Indonesië geldt als een van de grootste producenten van deze plant voor de fabricage van palmolie. Ik beschouw palmolie als een alomtegenwoordig materiaal, aanwezig in bijna al onze consumptiegoederen, en trek een parallel met het religieuze concept van alomtegenwoordigheid dat vaak wordt gebruikt in Bijbelse afbeeldingen van palmplanten. Tot nu toe heeft dit geresulteerd in een reeks kleiwerken die zijn gebakken met de verbranding van palmbladeren, naast het creëren van assemblages met gevonden fabrieksobjecten. Ik weet nog niet helemaal hoe dit project verder zal materialiseren, aangezien ik me midden in het proces bevind, maar gedurende het jaar zal ik enkele van de werken presenteren tijdens Art Basel, Arco Madrid en in verschillende galeries in New York, Baskenland en Boekarest.”

Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
“Ik was erg blij natuurlijk. Het geeft een goed gevoel als je de boodschap van je werk overkomt en erkend wordt, zeker temidden van de vele prachtige projecten die veel van mijn collega’s en leeftijdsgenoten presenteren bij Prospects. Ik woon al acht jaar in Amsterdam, en maak werk in allerlei studio’s door de stad, maar het is altijd vrij moeilijk geweest om het werk lokaal te presenteren, deels door het gebrek aan ruimtes, maar ook door beperkte zichtbaarheid. Ik heb voornamelijk uitnodigingen gekregen om werk in het buitenland te presenteren, dus voor mij is dit een hele mooie kans om mijn werk te delen binnen de context die mij heeft geholpen bij het ontwikkelen van het merendeel van mijn werken.”
Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
“Er liggen altijd meer projecten in het verschiet. Mocht ik de award winnen, dan zou ik graag een werk creëren dat de schaal van mijn eigen lichaam overstijgt en niet beperkt wordt door praktische overwegingen. Als ik over mijn werken spreek dan omschrijf ik ze vaak als geanimeerde huishoudelijke objecten, omdat ik ze in gedachten zie bewegen, openen, sluiten en hun armen uitstrekken. Maar in werkelijkheid zijn hun vormen statisch. Met deze award zou ik de technische vereisten kunnen verkennen die nodig zijn om ze daadwerkelijk performatief te maken. Misschien zou ik, hoewel het nog onzeker is, eindelijk een film kunnen realiseren over een specifiek huilend standbeeld waar ik nu al vijf jaar over spreek.”

Hoe zou je jouw werk uitleggen aan iemand die misschien niet zo thuis is in de kunstwereld?
“Ik hoop dat mijn kunstwerken geen complexe verbale toelichting vereisen, maar dat ze zelf verhalend of op emotioneel niveau kunnen communiceren. Het grootste deel van mijn werk bestaat uit het proces, de materialen en de vormen die in de studio samenkomen, wat vaak het lastigste is om over te praten. Ik kan altijd wel verhalen delen, analogieën gebruiken en elementen uit mijn chaotische referentiekader aanhalen, maar uiteindelijk is mijn doel dat mijn werken voor zichzelf spreken, door middel van erotiek, tastbaarheid en spanning, zonder de noodzaak van een uitgebreide uitleg.”
Wat is het mooiste compliment dat je ooit hebt ontvangen over je werk?
“Dat het iemand raakt.”
De uiteindelijke winnaar van de NN Art Award 2024 wordt op donderdag 1 februari om 20.00 uur bekendgemaakt in Kunsthal Rotterdam. Het werk van de genomineerden is daar nog te zien tot en met 14 april 2024. Tijdens Art Rotterdam is het werk van Mónica Mays ook te zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds.
Geschreven door Flor Linckens

Galerie Ron Mandos viert op Art Rotterdam 2024 haar 25-jarige jubileum en pakt groots uit met de ‘Best of Graduates Legacy – 25 Years Galerie Ron Mandos’, een presentatie van 25 jonge kunstenaars die de afgelopen 5 jaar deelnamen aan het Best of Graduates programma in de galerie. Naast een springplank voor jong talent, vertegenwoordigt Galerie Ron Mandos ruim dertig gerenommeerde kunstenaars als Isaac Julien, Hans Op de Beeck, Esiri Erheriene-Essi, Mohau Modisakeng en Atelier van Lieshout. Samen met de oprichter en drijvende kracht achter de galerie, Ron Mandos, staat Art Rotterdam stil bij deze topprestatie. En we blikken vooruit naar de grootschalige stand die te bewonderen is tijdens Art Rotterdam, met een speciaal ontwerp van Tom Postma Design. Mandos: “Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren.”

Het is 25 jaar geleden dat jij Galerie Ron Mandos startte, van harte gefeliciteerd met deze indrukwekkende mijlpaal. Inmiddels behoort de galerie tot de internationale top. Wat is volgens jou de succesformule?
De sleutel tot succes ligt in de volledige toewijding aan kunst waar ik persoonlijk volledig achter sta. Hierbij laat ik me niet leiden door trends of bekende namen. Mijn aanpak omvat het tonen van een boeiende mix van gevestigde kunstenaars en opkomend talent. Zelfs de gerenommeerde kunstenaars die ik vertegenwoordig, zoals Hans Op de Beeck en Isaac Julien, waarderen het dat ik actief investeer in opkomende kunstenaars. Waarschijnlijk omdat zij zelf ook lesgeven aan academies.
Vanaf het moment dat iemand mijn galerie betreedt tot het kunstwerk bij de koper thuis wordt afgeleverd staat een goede service centraal. Maar ook presentatie en inhoud staan centraal want kopers moeten de ruimte krijgen om emotioneel te binden met een kunstwerk.
Misschien wel het allerbelangrijkste: mijn kunstenaars hebben altijd topprioriteit. Ik zet me dag en nacht voor hen in. Door het jaar heen nemen we deel aan 7-8 internationale beurzen. Ik bied ze een wereldwijd platform en daag ze voortdurend uit om hun beste werken te creëren. Tegelijkertijd bied ik ze ook de ruimte om bijzondere presentaties te maken. Mijn galerie begon ooit in Rotterdam als een projectruimte. Ik werd geïnspireerd door de Chambre d’Amis van de bekende Belgische curator en museumdirecteur Jan Hoet, die kunstenaars uitnodigde om kunst in een huiselijke setting te presenteren. Deze inspiratie blijft aanwezig in mijn streven om kunstenaars de vrijheid te geven om mijn galerie volledig te transformeren naar hun artistieke wereld.

Welk doel had je voor ogen bij de oprichting van de Best of Graduates in 2008?
Het voornaamste doel is om jong artistiek talent een platform te bieden zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen. Zonder jong artistiek talent heeft de kunstwereld geen toekomst. Daarom vind ik het zo belangrijk om de carrièreontwikkeling van jonge kunstenaars te stimuleren. Sinds 2008 reizen we, mijn galerie team en curator Radek Vana, langs alle kunstacademies in Nederland om de afstudeer projecten te bekijken. De meest vernieuwende presentaties vanuit Groningen tot aan Maastricht brengen we naar Amsterdam om aan een groot publiek te brengen. Daarom heb ik in 2018 de Young Blood Foundation opgericht, zodat we de ontwikkeling van jonge kunstenaars kunnen voortzetten. Jaarlijks reikt Joop van Caldenborgh, oprichter van Museum Voorlinden, de Young Blood Award uit aan een kunstenaar wiens werk een plek krijgt in de vaste collectie.
Tijdens Art Rotterdam 2024 zet je 25 kunstenaars van de Best of Graduates van de afgelopen 5 jaar in de spotlights. Kan je (een aantal van) deze kunstenaars en hun kunstwerken toelichten?
Onze ‘Best of Graduates Legacy’ op Art Rotterdam omvat een diverse mix van kunstenaars, zoals gebruikelijk bij een Best of Graduates presentatie. We presenteren onder andere nieuwe schilderijen van Matias Salgado (Young Blood Award winnaar van 2023), sculpturen van Bart Pols (Best of Graduates 2021), videokunstwerken van Thom van Rijckevorsel (Best of Graduates 2019), textielwerken van Marcos Kueh (Young Blood Award winnaar van 2022) en keramiekwerken van Anni Mertens (Best of Graduates 2019). Ik wil graag de veelzijdigheid van deze kunstenaars benadrukken. Het inspireert mij iedere dag opnieuw hoe deze kunstenaars met verschillende technieken zo vernieuwend kunnen zijn.

Kan je een tipje van de sluier oplichten van de stand presentatie tijdens Art Rotterdam?
Het belooft een verrassende presentatie te worden. Samen met directeur Fons Hof heb ik gekeken naar een bijzondere stand die groter is dan normaal. We zijn van plan een stand van 100 vierkante meter te creëren, echt een geschenk aan de jonge kunstenaars die we een platform willen bieden. Het ontwerp is afkomstig van Tom Postma en zijn fantastische team, die altijd verbluffende ontwerpen realiseren voor toonaangevende beurzen zoals Art Basel, Tefaf en andere bijzondere evenementen. De stand springt in het oog door het hoogwaardige design van Postma en de gevarieerde kunst van de jonge makers.

Wat maakt Art Rotterdam onderscheidend ten opzichte van andere beurzen waaraan Galerie Ron Mandos deelneemt? Welke ontwikkelingen zijn jou opgevallen binnen de Rotterdamse kunstscene?
Rotterdam is mijn geboortestad; voor mij voelt Art Rotterdam als thuiskomen. Mijn galerie is 25 jaar geleden gestart in Rotterdam, en vanaf het begin zijn we nauw verbonden met deze beurs. Er wordt weleens gezegd dat er in Rotterdam hard wordt gewerkt en in Amsterdam het geld wordt uitgegeven, maar gelukkig zien we daar verandering in. Door de jaren heen zijn er prachtige nieuwe initiatieven ontstaan, zoals BRUTUS waarbij kunstmakers carte blanche krijgen om te experimenteren. Sinds een aantal jaren is er een samenwerking met de Ron Mandos Young Blood Foundation die elk jaar een kunstenaar selecteert die vervolgens een periode kan werken in deze boeiende kunst setting. Ook de initiatieven op Art Rotterdam, zoals ‘Prospects’, dat jaarlijks ruim tachtig kunstenaars toont die een financiële bijdrage van het Mondriaan Fonds hebben gehad, is een prachtig voorbeeld van een podium voor opkomend talent tijdens de beurs. En aan de ‘New Art Section’ nemen nieuwe galeries deel met speciale aandacht voor jonge kunstenaars. Door dit soort initiatieven blijft Rotterdam zich profileren als een bruisende creatieve stad die altijd in ontwikkeling is. Art Rotterdam levert daar een onmisbare bijdrage aan.

‘Best of Graduates Legacy – Galerie Ron Mandos 25 jaar’ is van 1 t/m 4 februari 2024 te zien tijdens Art Rotterdam in de Van Nelle Fabriek. Met een besloten preview op 31 januari.
Best of Graduates Legacy wordt genereus ondersteund door Art Rotterdam, Vormmakers, Tom Postma en de VandenEnde Foundation.
Geschreven door Pienk de Gaay Fortman

Pipeline uit Londen presenteert op Art Rotterdam een reeks nieuwe werken van Callum Harvey in de New Art Section.
De Britse kunstenaar is geïnteresseerd in omgevingen die zich bevinden in overgangsgebieden. Zijn praktijk bevindt zich op het snijvlak tussen het natuurlijke en het geconstrueerde en wordt geïnspireerd door architecturale details en herhaalde ornamentele patronen: zowel de bijzondere als de alledaagse. In zijn werk onderzoekt hij ruimtelijke omgevingen en roept hij vragen op over de manieren waarop we ruimtes construeren, waarnemen en gebruiken. Welke rol spelen (botanische) motieven en natuursymboliek daarin?
De schilderijen van Harvey worden gekenmerkt door vloeiende en organische vormen en herhaalde patronen, vaak vergroot in schaal en afgevlakt in karakter. Hij gebruikt hiervoor een zacht kleurenpalet van natuurlijke en pasteltinten en brengt verf aan in transparante, dunne lagen, wat zijn schilderijen een ‘backlit glow’ geeft, een achtergrondgloed die zowel kunstmatig als natuurlijk lijkt. Die tegenstelling tussen kunstmatig en organisch is een terugkerend thema in zijn werk.

De natuur vormt een belangrijke inspiratiebron voor de kunstenaar, waaronder ook decoratieve motieven uit de Art Nouveau en de Britse Arts en de Crafts-bewegingen — een reeks artistieke en sociale bewegingen uit de late 19e en vroege 20e eeuw die zich inzetten voor een herwaardering van handwerk en traditionele ambachten, een zekere vorm van verzet tegen de industriële massaproductie. Harvey reflecteert op de sociale geschiedenis en ideeën die achter deze decoratieve elementen schuilen en hun relevantie voor ons hedendaagse leven, maar ook op de status en klasse die zij vaak vertegenwoordigen.

Art Nouveau en de Arts and Crafts-bewegingen presenteren bovendien geïdealiseerde voorstellingen van de natuur en vormen daarmee een interessant onderzoeksonderwerp voor Harvey: hoe worden deze elementen via design vormgegeven en en hoe stellen ze ons in staat de natuur en de ruimte op nieuwe manieren te ervaren?
Voor Art Rotterdam speelt Harvey in op een unieke kunstmatige ruimte: een beursstand. Hij presenteert daarin twee grote schilderijen met afgevlakte beelden zonder ruimtelijke diepte, naast vier kleinere werken in houtgesneden lijsten, waarbij hij huiselijke en designelementen integreert. De schilderijen bevatten interieurmotieven zoals we die kennen uit behang, wat contrasteert met de ruimte waarin ze worden gepresenteerd.

Callum Harvey werd geboren in 1998 en woont en werkt in Londen. Hij studeerde Beeldende Kunst aan Falmouth University, gevolgd door een master aan The Royal College of Art, waar hij in 2023 afstudeerde. Hij ontving meerdere beurzen en prijzen, waaronder de Radcliffe Trust Craft Scholarship in 2022, en voltooide een residentieprogramma bij Porthmeor Studios in St Ives in 2019. Afgelopen najaar was zijn werk te zien in een solotentoonstelling in Pipeline en zijn werk werd daarnaast onder meer tentoongesteld in Kingsgate Project Space en Safehouse in Londen, Centre Space Gallery in Bristol, en Huxley-Parlour in New York.
Tijdens Art Rotterdam is het werk van Callum Harvey te zien in de New Art Section, gepresenteerd door Pipeline.
Geschreven door Flor Linckens

acb Gallery uit Boedapest presenteert op Art Rotterdam werk van de Hongaarse kunstenaar Róbert Batykó in de New Art Section. Hij zal er zijn nieuwste serie olieverfschilderijen en collages tentoonstellen, deels gemaakt in zijn atelier in Haarlem als onderdeel van een residentieprogramma bij gastatelier Doc4.
Batykó combineert traditionele technieken met digitale invloeden in zijn werk. Zijn stijl wordt gekenmerkt door het mechanisch schrapen van verf over het doek in de laatste fase van het proces, resulterend in een ultradunne verflaag. De kunstenaar maakt hiervoor gebruik van een zelfgebouwde machine, een combinatie van een pers en een mes. Hij laat zich hierbij telkens verrassen door het eindresultaat, waar hij maar deels invloed op kan uitoefenen.

De praktijk van Batykó bevindt zich op het snijvlak tussen abstractie en realisme, tussen het digitale en het tastbare. Hij transformeert digitale beelden in vaak grootschalige schilderijen, die af en toe doen denken aan software-interfaces. De kunstenaar maakt voor zijn werken onder meer gebruik van gevonden objecten zoals verpakkingsmaterialen, oude VHS-banden en tijdschriften, maar ook van stap-voor-stap illustraties uit handleidingen voor het maken van vector-tekeningen. Hij is vooral geïnteresseerd in vormen en transformeert deze materialen door ze uit hun oorspronkelijke context te halen. Voor dit deel van het proces gebruikt hij stencils en snijplotters.

De resulterende composities ogen soms vreemd en ietwat surreëel, maar zijn ook herkenbaar. De figuren in zijn nieuwste werken zijn niet menselijk, maar lijken wel antropomorfe kwaliteiten te hebben. Ze hebben een zekere mate van abstractie, maar zijn tegelijkertijd duidelijk figuratief. De kijker krijgt daarbij de vrijheid om hun eigen interpretaties los te laten op het beeld.

De praktijk van de kunstenaar wordt geïnformeerd door thema’s als onze consumptiecultuur — en de visuele aantrekkingskracht daarvan —, de productie en manipulatie van digitale beelden, het digitale beeldvormingsproces en het zogenaamde ‘technologische onderbewustzijn’.

Batykó studeerde schilderkunst aan de Hungarian University of Fine Arts in Boedapest, gevolgd door een DLA (Doctor of Liberal Arts) programma aan de University of Pécs. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van de Hungarian National Gallery (Magyar Nemzeti Galéria) en het hedendaagse Ludwig Museum in Boedapest. In 2022 was zijn werk te zien in een groepstentoonstelling in MODEM (Centre for Modern and Contemporary Arts) in de Hongaarse stad Debrecen. Hij sleepte verschillende awards in de wacht, waaronder een Strabag Art Award (2007), een Leopold Bloom Art Award (2011) en een Hungary Emerging Prize (2018). De kunstenaar heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt.
Het werk van Róbert Batykó zal tijdens Art Rotterdam te zien zijn in de New Art Section, gepresenteerd door acb Gallery uit Boedapest.
Geschreven door Flor Linckens
Kunst wordt vaak tentoongesteld en ervaren in een vergelijkbare context: de kenmerkende witte muren van een galerie of museum. De iconische Van Nelle Fabriek, onderdeel van de UNESCO werelderfgoedlijst, valt dankzij zijn unieke architecturale karakter sowieso al buiten dit traditionele white cube-concept. Maar de beurs biedt daarnaast nog een extra mogelijkheid om kunst op een andere manier te ervaren: in de buitenlucht. Rondom dit historische gebouw worden tijdens Art Rotterdam meer dan 20 — vaak grootschalige — kunstwerken tentoongesteld. Zonder de grenzen van muren worden deze werken deel van hun omgeving, waardoor ze nieuwe betekenissen krijgen.
Atelier Van Lieshout (gepresenteerd door Galerie Ron Mandos)
Atelier Van Lieshout staat bekend om zijn multidisciplinaire praktijk, die zich beweegt op de grenzen van kunst, design en architectuur. Joep van Lieshout maakt regelmatig gebruik van industriële materialen om maatschappijkritische en provocerende thema’s te verkennen. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘Vulture’ (2022). De gier is een even imposant als weerzinwekkend dier. Als deze aaseter zich laat zien, is de dood nooit ver weg. Maar de gier is ook vindingrijk en vasthoudend, en een onmisbare schakel in het ecosysteem. Volgens Van Lieshout zijn kunstenaars vergelijkbaar met gieren. Ze vreten alles op wat ter inspiratie kan dienen, oud en nieuw, en worden met argwaan bekeken. Maar liever had Van Lieshout verzamelaars gezien als gieren: hongerig cirkelend rond weerloze kunst. De werken van Van Lieshout waren eerder onder meer te zien tijdens de biënnales van Gwangju, Venetië en São Paulo en maken deel uit van de collecties van Fondation Prada, FNAC, Museum Boijmans Van Beuningen en het Stedelijk Museum.

Baoyang Zhao (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
In het werk van Baoyang Zhao krijgen ontastbare fenomenen vaak een tastbare lading. Een geur, of een herinnering. De kunstenaar studeerde afgelopen zomer af aan de HKU en presenteert tijdens Art Rotterdam het werk ‘The Trace of a Ghost Walking along the River’ (2023-2024). Hoe voorkom je dat je schoenen nat worden als je langs de rivier loopt? Dit project gaat over het lichamelijk genot in afwezigheid van het lichaam. De kunstenaar verkent dit onderwerp in de context van hun ervaring als non-binair persoon. De liminaliteit van hun lichaam komt overeen met de belangrijke ervaring van genot, die zich alleen bevindt op de grens van land en water, toegeeflijkheid en beperking. We horen het gefluister van het genot onder het water, terwijl we weten dat het land is waar we op kunnen staan. We maken onze schoenen nat. We blijven hangen en lopen langs de rivier. Maar wat wordt nat als een geest langs de rivier drijft? Wat blijft er over in het lichamelijk genot wanneer het lichaam ontbreekt?
Jonas Dehnen (gepresenteerd door Pizza Gallery)
Met het werk ‘Pterion shelter, oder die dünnste Stelle des Schädels’ (2023) speelt Jonas Dehnen met het genre van de sculpturale tuinfolly. Een folly, in de architectuur, is een voornamelijk decoratief tuinbouwwerk dat door zijn uiterlijk een fictieve geschiedenis suggereert (bijvoorbeeld een nep-ruïneus kasteel of grot). Het werk van Dehnen kan worden gelezen als een sculpturaal voorstel voor een dilettante parkfolly in de vorm van een aluminiumfolie hoed, een zelfgemaakt beschermingsmiddel en een symbool van paranoia en samenzweerderig denken. Het bouwt voort op de visuele taal van de schilderijen en tekeningen van de kunstenaar, die al enkele jaren thema’s integreert zoals het schilderachtige landschap, kaarten van historische tuinontwerpen, automatons en hermitages. Deze ondergaan een subjectief onderzoek, geleid door de (on)mogelijkheden en het ‘cultureel geheugen’ van het materiaal. De sculptuur wordt vergezeld door een kunstenaarsboek met de titel ‘Fontanelle’, met een reeks tekeningen. De sculptuur is gedeeltelijk gemaakt van de platen die zijn gebruikt om het boek te drukken.
Joeri Woudstra (gepresenteerd door Nest)
Terwijl de februarizon haar korte boog over Rotterdam maakt, klinkt het werk van Joeri Woudstra melancholisch over het buitenterrein van de Van Nelle Fabriek. Woudstra, een multidisciplinaire kunstenaar en componist, toont tijdens Art Rotterdam werk uit zijn serie ‘Radiate’. Voor dit van speakers gemaakte kruis vermengde hij echo’s, samples en loops uit popmuziek met IPhone-opnames en opnames van tijdens zonsondergang uitgevoerde live performances.

Karin Kytökangas (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
“Ik zou willen dat de wereld zachter was”, bekent Karin Kytökangas (1991). De kunstenaar maakt schilderijen en sculpturen die met een dromerige beeldtaal pijnlijke machtsstructuren bevragen. Ze is specifiek geïnteresseerd in de spanning die ontstaat tussen macht enerzijds en kwetsbaarheid anderzijds. Om deze spanning te verbeelden gebruikt ze contrasten tussen zacht en hard. Zoals schilderkunst een kwetsbaar medium is dat toch hard kan zijn door een krachtige beeldtaal of een stevig inhoudelijk statement. De sculptuur The Long Haul (2023) die buiten de Van Nelle Fabriek staat is letterlijk iets zachts dat hard is geworden: een witte vlag is gefixeerd alsof de wind altijd waait. Dit werk gaat voor de kunstenaar om een verlangen naar vrede. Door vorm en inhoud met elkaar te laten contrasteren roept Kytökangas op tot overgave aan de realiteit en pleit ze voor vernieuwing.
Dré Wapenaar (gepresenteerd door NL=US Gallery)
Het oeuvre van de Nederlandse beeldhouwer Dré Wapenaar is nauw verbonden met de architectuur. Monumentale tentconstructies vormen hierin een terugkerende vorm, vaak als reactie op de stedelijke ruimte. Zijn ecologische werken hebben vaak een zeer specifiek doel en bieden ruimte voor de menselijke maat. Zo ontwierp hij onder meer een tent voor straatkrantverkopers en tenten rondom de dood en de geboorte. Hoe maken mensen gebruik van de openbare ruimte en weerspiegelt die ruimte diezelfde mensen? Wapenaar hoopt een dialoog te starten tussen burgers en de stad. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij het werk ‘TENTENDORP-HERZIEN’ (2007), een maatschappij in het klein. Wapenaar: “Je mag dit werk zien als mijn voorstel tot verstedelijking.”
Oscar Peters (gepresenteerd door C.o.C.A.)
Oscar Peters maakt voornamelijk grootschalige kinetische sculpturen. In zijn nieuwste werken verkent hij grootse en allesomvattende thema’s als verlies, rouw en woede. Tijdens Art Rotterdam toont hij het werk ‘The Gift of Fury’ (2024), waarin hij collectieve emoties onderzoekt als verdriet en vreugde, en de behoefte aan hoop in het licht van hedendaagse vervreemding. Dit wordt gedaan door elementen te integreren uit diverse culturen, rituelen en filmtradities. De installatie geeft je het gevoel dat je een alternatief universum binnenstapt en roept krachtige emoties op, geïnspireerd door de romantische en bijna sentimentele verbeeldingen van dood, verlies en rouw in pre-raphaëlitische schilderijen. Furie wordt geboren uit deze emoties: niet noodzakelijkerwijs een blinde woede maar eerder een gerichte razernij met een potent doel voor ogen, om te vernietigen of te creëren. Wanneer je het werk binnenstapt ben je niet langer toeschouwer, maar deelnemer in het scheppen van het ritueel; een gedeelde plek van rouw, een bijdrager aan het collectief genezen. Stichting Collectors of Contemporary Art (C.o.C.A.) bestaat uit een groep van acht verzamelaars van hedendaagse kunst. Zij hebben zich verenigd met als doel om het werk van jonge, veelbelovende kunstenaars in Nederland te stimuleren door het beschikbaar stellen van een jaarlijkse werkbeurs.

Marcel Mrejen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Glastuinbouw maakt in bestaand landschap een ander landschap mogelijk: in de polder zet je een kas neer om daarbinnen in een ander klimaat een gewas te verbouwen. Marcel Mrejen (1994) verzamelde geluiden uit kassen zoals het zoemen en brommen van ventilatoren, pompen en neonlichten om die uren aan audio aan een kunstmatige intelligentie te voeden, die er vervolgens een soundscape van maakte. De installatie ‘Cottagecore (Paradise Haunts Growth)’ (2022) laat die geluiden via negen speakers horen. Wat de installatie precies laat horen, daar heeft de kunstenaar geen invloed meer op. Ook de duur is onbepaald. De sculptuur is daarmee niet alleen een ruimtelijk gegeven, maar strekt zich ook over een tijdsperiode uit. De installatie laat soms een stem horen. Het is volgens Mrejen het bewustzijn van het algoritme dat de prijs van groei overpeinst: Hoe kunnen we technologie gebruiken om niet-uitbuitende relaties met de planeet te herstellen?
Geraldo Dos Santos (gepresenteerd door Josilda da Conceição Gallery)
Geraldo Dos Santos, bekend vanwege zijn voorliefde voor narratieve complexiteit, introduceert ‘La Santeria de Mama’ (2023-2024), een reeks keramische sculpturen die samen een diepgaande poging tot culturele dekolonisatie vormen. Door de symbolische waarde van kaarsen te onderzoeken, ontrafelt hij zorgvuldig de hiërarchische systemen die verbonden zijn met de beïnvloeding van deze rituele objecten. Dit roept doordachte vragen op over de identiteit van mensen die meerdere migraties hebben hebben doorgemaakt. ‘La Santeria de Mama’ ontvouwt zich als een installatie vol verhalen, waarbij de kaarsen transformeren in een krachtige metafoor die de blijvende kracht van culturele identiteiten uit Latijns-Amerika symboliseert. Dit hegemonische fenomeen overstijgt conventionele kunstgrenzen en dient als een katalysator voor een parafictie. De levendige kleuren van de beelden verstoren eendimensionale verhalen, waardoor er ruimte ontstaat voor genuanceerde perspectieven. Ongemakkelijke waarheden die zijn ingebed in migratieverhalen worden blootgelegd door het ontmantelen van vooropgezette ideeën. Dit leidt tot een collectieve heroverweging van maatschappelijke structuren die hiërarchieën in stand houden op basis van afkomst en erfgoed.

Adriaan Rees (gepresenteerd door Livingstone Gallery)
Hoog in de lucht, op ruim 4 meter, torent een opvallende lila sculptuur op een metalen paal. Het polyester beeld is een vrouwfiguur, gebogen met een emmer in haar handen. Haar hoofd, bedekt met lange haren, is grotendeels verborgen in de emmer. De titel van het werk, ‘Screaming in a Bucket’ (2023/2024), is veelzeggend en komt voort uit een droom. In hun stand op de beursvloer toont Livingstone Gallery een bijzondere editie van dit werk in porselein met zilver. Rees, bekend om zijn veelzijdigheid in materialen, verdeelt zijn tijd tussen zijn atelier in Amsterdam en zijn eigen studio in Jingdezhen, China. Hij creëert niet alleen beelden en installaties, maar werkt ook aan grootschalige projecten, performances en sculpturen voor de openbare ruimte.
John M Robinson (gepresenteerd door A Modest Show)
De Britse kunstenaar John M. Robinson staat bekend vanwege zijn performance-schilderijen. Tijdens tarotlezingen en andere occulte of spirituele handelingen neemt hij nieuwe persona’s aan, die hij vervolgens in zijn schilderijen verweeft. Tijdens Art Rotterdam zal Robinson optreden in een bescheiden schuurtje buiten de Van Nelle Fabriek dat is versierd met afbeeldingen en voorzien van kijkgaten. Op gezette tijden zal hij hier een aantal tijdgebonden werken opvoeren.
Marieke Bolhuis (gepresenteerd door NQ Gallery)
Marieke Bolhuis toont een installatie van drie sculpturen: ’Starting point, YOU ARE HERE’ (2023). Bolhuis werkt intuïtief, voortbouwend op haar interesse in emoties, psychische toestanden en bewustzijn. In een voortdurende dialoog met vorm en materiaal, denkt ze door te doen. Deze drie sculpturen kunnen als zelfstandige sculpturen gezien worden maar vormen samen een krachtige installatie. Bolhuis: “Een leven met en in de natuur, uit de donkere aarde ontsproten. Het wonder dat uit die voedselrijke organische aardkorst de mooiste vormen en kleuren tot leven komen. Levensvormen, organismen, planten en dieren, die samenwerken en een ongelooflijk divers en rijk landschap hebben gecreëerd.” Het werk is een vervolg op ‘If we would all be plant’, dat vorig jaar op de beurs te zien was.

Cecilia Bjartmar Hylta (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds, courtesy diez gallery)
Infrastructuur en ruimtelijke ordening vormen voor Cecilia Bjartmar Hylta (1992) vaak het vertrekpunt voor nieuw werk. Ze is geïnteresseerd in de manier waarop we bewegen in de buitenruimte, in de eisen die structuren aan ons stellen en in de reacties die ze oproepen. In haar werk probeert ze publieke situaties na te bootsen om daarmee de onderliggende en vaak onzichtbare vormen en ideeën erachter te visualiseren. Voor de sculptuur ‘Van Nellefabriek’ (2023) verzamelde de kunstenaar stof uit het Distributiecentrum en perste die in een miniatuurvorm van de ruimte. Zo keert Bjartmar Hylta met haar sculptuur inhoud en vorm binnenstebuiten.
Art van Triest (gepresenteerd door MPV Gallery)
Controle is een belangrijk thema in het werk van Art van Triest: “Centraal in mijn werk staat de menselijke neiging om onze fundamentele angst met een systeem te bestrijden, grip te krijgen op de wereld om ons heen en onze behoefte aan controle te bevredigen. Mijn werk is een visueel onderzoek, waarin ik bevraag hoe dit systeem zich verhoudt tot de fysieke realiteit van de wereld om ons heen. Ik wil een visueel tegenwicht bieden aan de vereenvoudiging en standaardisering van onze omgeving. Ik zou willen streven naar een meer realistische positionering van de mens, waarin we ons completer kunnen verhouden tot de werkelijkheid”. ‘Lines’ (2023) is een reeks sculpturen die de balans tussen verschillende systemen onderzoekt. Het probeert contrasten weer te geven tussen mogelijke manieren om ons te verhouden tot onze omgeving. Gefocust op kracht en berekenende betrouwbaarheid of voortkomend uit een ontwikkelproces worden verschillende manieren van werken en denken in beeld gebracht.

André Kruysen (gepresenteerd door NL=US gallery)
André Kruysen brengt het werk ‘Dependent perspective (whale’s eye)’ (2023). Het werk van Kruysen heeft betrekking op daglicht en de structuur van de architectuur om hem heen. Hij maakt ingrepen in ruimtes die deze aspecten beïnvloeden. Deze ingrepen kunnen resulteren in zowel vrijstaande als met de ruimte versmeltende sculpturen. Zijn recentere complexe en chaotische vormentaal is een gevolg van de steeds complexere (visuele) cultuur waarin we leven. De zoektocht naar een persoonlijke balans hierin vindt zijn vorm in zijn werk. Temidden van zijn ontwrichtende ruimtelijke interventies zoekt Kruysen naar stilte: de rust die ontstaat door het heilige effect van daglicht. Deze tegenstrijdigheid vormt de basis van zijn sculpturen.

Olaf Mooij
De Rotterdamse kunstenaar Olaf Mooij heeft vooral bekendheid verworven met zijn autosculpturen in de openbare ruimte. Tijdens Art Rotterdam presenteert hij ‘The Church of our Unbelieving Faith’. Deze ‘Kerk van ons Ongelovige Geloof’ is gehuisvest in een mysterieuze, kapelachtige structuur. In deze prachtige kapel val je van de ene verbazing in de andere. Eenmaal binnen moet je je ogen het werk laten doen. “Waar moet ik in geloven?” en “Wat wil ik geloven?” zijn vragen die bij je blijven na het zien van deze bijzondere objecten. Geloof je in de heiligheid van de technologie? Of geloof je dat de heilige koe leeft en gecreëerd is uit een auto-spermatozoïde? Is onze auto zo’n geweldige uitvinding? Is het niet beter om elektrisch verder te gaan? En aan wie vertrouwen we ons lot liever toe: de menselijke bestuurder of de zelfdenkende machine? Dit soort aspecten worden belicht in deze “Kerk”.

Thordur Hans (gepresenteerd door Rademakers Gallery)
In het werk van de IJslandse kunstenaar Thordur Hans staan het vertrouwde en het alledaagse centraal. Zijn werkproces bestaat grotendeels uit het observeren van interessante gebaren die je in het dagelijks leven tegen kunt komen. Deze gebaren ontwikkelen zich vervolgens tot kunstwerken in de vorm van herkenbare, subtiel aangepaste objecten of activiteiten, die een nieuw licht werpen op hun bestaan. ‘Venster I’ (2021) dient als een monument voor de dagelijkse vergeetachtigheid en terloopse apathie.

Ruud Kuijer (gepresenteerd door Slewe Gallery)
Ruud Kuijer is een Nederlandse beeldhouwer die bekend is geworden door zijn serie grote abstracte betonnen constructies aan de kade van het Amsterdams Rijnkanaal bij Utrecht, de zogenaamde ‘Waterwerken’. Kuijer heeft in de loop der jaren meerdere grote beelden met vlakke platen van beton of ijzer gemaakt die hangen, leunen, liggen of rechtop staan. In ‘Groot Staand Vlak’ uit 2022 steken een kokerprofiel en een pijp door een monumentaal staande, ijzeren plaat heen en houden deze visueel in evenwicht. Het platte vlak wordt tot onderdeel van een driedimensionaal geheel gemaakt. De voor- en de achterkant van de plaat krijgen een eigen identiteit. Je kan erom heen lopen om het sculpturale karakter te ervaren.
Willem Besselink (gepresenteerd door OMI Rotterdam en NL=US gallery)
De bebouwde omgeving van de stad, en de Van Nelle Fabriek in het bijzonder, bestaat uit een bijna oneindige hoeveelheid van structuren en systemen. Willem Besselink is gefascineerd door de interferentiepatronen die daarbij ontstaan, die hij visualiseert in zijn werk. Interferentiepatronen ontstaan wanneer twee of meer golven, zoals licht-, geluids- of watergolven, elkaar ontmoeten en combineren. De sculptuur ‘Doorzicht’ (2023) is één van de vele mogelijke visualisaties van die vele aanwezige structuren én draagt tegelijkertijd bij aan de verdere opeenstapeling, met de bijbehorende interferentiepatronen.

Martinus Papilaja (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Een graffitischrijver moet een herkenbare tag hebben, die toch niet herleidbaar is naar de persoon die de tag plaatst. Dat laatste is belangrijk omdat graffiti aanbrengen op de meeste plekken verboden is. Dat het werk van Martinus Papilaja (1988) nu aan een publiek wordt gepresenteerd terwijl toch duidelijk is dat hij de maker is, ziet hij als erkenning voor het specifieke ambacht van graffiti. Papilaja onderzocht wat de noodzaak of drang is van de graffiti kunstenaar om te schrijven en wat de invloed daarvan is op het handschrift. Voor hem is graffiti een ambacht dat door oefening en door het bestuderen van het werk van anderen kan worden geperfectioneerd. In zijn werk op Prospects kiest hij er bewust voor om met de vorm te experimenteren. Hij bespuit geen plat vlak, maar presenteert buiten de Van Nelle Fabriek drie sculpturen die zijn tag ruimtelijk neerzetten.
Sanne van Balen (onderdeel van de tentoonstelling Prospects van het Mondriaan Fonds)
Kan taal zich ook in een andere gedaante tonen? Die vraag loopt als een rode draad door het werk van Sanne van Balen (1994). In haar beeldende werk concentreert ze zich op de visuele ervaring van taal en als ze schrijft geeft ze beelden een stem. Voor haar werk op Prospects concentreerde Van Balen zich op de tong. Enerzijds is de tong de spier die taal vormgeeft en letterlijk creëert. Maar ‘tong’ staat ook voor taal die je spreekt, de taal van een volk. Die dubbele lading keert terug in het werk. Buiten de Van Nelle Fabriek ligt in het gras ‘Stem’ (2024), een rode, kronkelige sculptuur die wel iets weg heeft van zo’n fysieke tong. Met dit werk verbindt Balen taal met landschap. Want voor Van Balen is het landschap een taalkundige plaats die betekenissen uit de omgeving zowel vasthoudt als overbrengt.
Erik Buijs (gepresenteerd door Rutger Brandt Gallery)
Erik Buijs creëert geanimeerde figuren uit klei of was, waarbij hij bewust sporen van het beeldhouwproces achterlaat. Zijn kunstwerken dienen tot nadenken, dat niet alleen de nieuwsgierigheid prikkelt maar ook uitnodigt tot diepe gedachtes. Door de intrigerende mix van de grillige en kinderlijke verschijning van zijn figuren, gecombineerd met sombere ondertonen, belichamen de sculpturen van Buijs een eigenaardige maar krachtige aanwezigheid. Deze figuren, ogenschijnlijk speels maar met een vreemde eigenzinnige twist, bieden een uniek perspectief op de menselijke conditie. Binnen hun ogenschijnlijk eenvoudige vormen liggen lagen van diepte, die zowel gevoeligheid als eigenzinnigheid onthullen. Buijs verbindt op meesterlijke wijze de zwaarwichtige aspecten van menselijke emotie met de onschuldige essentie van de kindertijd. Hierdoor ontstaan sculpturen die op een emotioneel niveau resoneren met de toeschouwers, een kunstzinnige samensmelting die de gevoelige snaar van het menselijk gemoed weet te raken.
Samengesteld door Flor Linckens

Interview met Louise Delanghe
“Als schilderkunst de zee is, dan wil ik de ultieme surfer zijn.” Iedere beslissing en iedere afweging moet voor de Belgische kunstenaar Louise Delanghe (BE, 1994) zichtbaar zijn, want daarin schuilt voor haar de poëzie van een werk.
Delanghe geldt als groot schildertalent en in haar werk hopt ze van genre naar genre: van portretten ten voeten uit, tot werk op karton en van klassieke naakten tot werk met teksten erop. Pizza Gallery toont op Art Rotterdam een overzicht van werk dat Delanghe tot nu toe maakte. Daarnaast is er werk te zien uit haar nieuwste serie Weeping Wham die ze omschrijft als: “De ongrijpbare schoonheid van de kers op een veel te zoete slagroomtaart”.

Gefeliciteerd met je presentatie op Art Rotterdam. Wat kunnen we verwachten?
Bedankt! Kleur is het trekpaard in mijn werk, een obsessie, vreugde en beproeving tegelijkertijd. Het is het bindmiddel die de gelaagdheid aan verhalen en personages in mijn schilderijen met elkaar verbinden. Op Art Rotterdam wil ik dit graag accentueren met een eclectische mix uit verschillende periodes van mijn traject. Voor vele bezoekers zal het een eerste kennismaking met mijn werk zijn, het is mijn intentie een exciterend geheel neer te zetten op de beurs.
Is het een logisch vervolg op Boulevard Angel, jouw expo van eerder dit jaar bij Pizza Gallery, of ben je een nieuw project aangevangen?
Ik toon grotendeels recent werk, de reeks belichaamt een opeenvolging van staande figuren en bustes met een indringende tedere blik. Een tijd geleden viel mijn oog op een schilderij van William-Adolphe Bouguereau dat ik vond op internet, getiteld ‘The Little Shepherdess.
Naast zijn minder interessante Bijbelse taferelen heeft hij een leven lang gewijd aan het schilderen van vrouwelijke figuren, die allen eenzelfde specifieke uitstraling hebben. Een buitengewoon kwetsbare, romantische, mijmerende, melancholische, soms bezwerende expressie. Een soort rom-com “Avant la lettre”, een gevoel dat me in het dagelijks leven ook soms ongewild kan meeslepen, het raakte me.
De Little Sheperdess was de toorts die een hele waaier aan andere voorbeelden aan het licht bracht. Dit resulteerde in een nieuwe reeks schilderijen getiteld ‘Weeping Wham’. De ongrijpbare schoonheid van de kers op een veel te zoete slagroomtaart kan een omschrijving zijn van wat de toeschouwer te zien zal krijgen. Ik hoop dat de werken een zekere spitante breekbaarheid oproepen waarmee mensen zich kunnen identificeren.

Voor Boulevard Angel maakte je onder meer kleinere schilderijen op afvalhout. Waarom wilde je juist afvalhout gebruiken en is experimenteren met dragers iets dat je graag doet?
De schilderijen in de Boulevard Angel show zijn op drie verschillende plekken in Zuid-Frankrijk tot stand gekomen, het en plein air schilderen was voor mij een openbaring. Als kind heb ik een periode dichtbij Nuenen gewoond, het dorp waar Vincent van Gogh zijn aardappeleters schilderde. Vincent was mijn eerste aanraking met schilderkunst, daarom was het extra bijzonder om in de streek rond Arles te werken en in zijn zuiderse voetsporen te treden. De natuur doet je anders denken en handelen, het voelde niet juist aan om prefab doeken te kopen, het moest een drager worden die al een verleden had.
Zo stuitte ik op een handelaar in Saint-Andiol, een nogal ruig type. Hij kocht loten op in India waarvan de inhoud altijd een gok was. Een deel ervan waren handgemaakte meubels, objecten en curiosa met een koloniaal verleden, de rest waren hout residuen van gedeconstrueerde vervallen gebouwen, sommige nog met prachtig handgeschilderde motieven. De stukken hout waren geselecteerd op het formaat van mijn schildersezel zo ook het gewicht ervan aangezien alles het landschap mee moest ingedragen worden. Na wat onderhandelen, handje contantje, een beetje in ’t zak gezet geweest te zijn was het startschot gegeven.
Mijn gedachten gingen vaak uit naar al de impressionisten die in open lucht schilderden. Je bent onderhevig aan de weersomstandigheden, vooral de kracht van de mistral die in deze streek door het landschap raast heeft mijn richting een aantal keer op lachwekkende wijze bepaald. Ik moest sneller en anders gaan schilderen dan in een studio, in 1 beweging, een momentopname. Het toeval bracht me naar de drager of omgekeerd, en zo is het meestal.

Als ik je Instagram bekijk, dan lijkt je werk alle kanten op te gaan: van portretten ten voeten uit, tot werk op karton en van klassieke naakten tot werk met teksten erop. Is er volgens jou een rode draad te ontdekken in je werk?
Ik vermoed dat snel schakelen geworteld zit in mijn karakter, een hopper zoals ze zeggen. Onrust daalt over me heen als ik te lang visueel en verbaal eenzelfde richting bewandel, een gezonde dosis chaos dat zich doortrekt als ik aan ’t werkt ben. Als schilderkunst de zee is dan wil ik de ultieme surfer zijn, steeds zoekend naar de juiste golf in tijd en ruimte. Ik wil dat elk gebaar en moment van beslissing voelbaar is mijn schilderijen.

Waarom is juist dat belangrijk voor je?
Het is een gevoel waar ik zelf ook naar op zoek ben als ik voor een werk sta. Een onlosmakelijke toets die een beeld eigen maakt, net daar schuilt volgens mij de poëzie.
Je bent nu 29 en staat nog aan het begin van je carrière. Wat hoop je de komende vijf jaar te bereiken?
Ik ben ervan overtuigd dat als je iets gepassioneerd doet er altijd dingen ten gepaste tijde je pad kruisen. De komende vijf jaar blijf ik vooral mijn eigen koers volgen, overal waar de wind mijn werk heen blaast.
Geschreven door Wouter van den Eijkel
Sam Hersbach over het belang van vergaderruimtes en plinten voor zijn kunstenaarschap

“Er komt steeds meer van de werkelijkheid in mijn schilderijen”, zegt Sam Hersbach, de schilder die naam maakte met schilderijen waarop nog wel eens een draak of alien opdook. Voor zijn presentatie op Prospects vormde de vergaderruimte van het Mondriaan Fonds het vertrekpunt. Ook de Distributiehal waar Prospects plaatsvindt, figureert in een van zijn werken. Het zijn twee ruimtes die belangrijk zijn voor zijn kunstenaarschap. Zoals we van hem gewend zijn zet Hersbach de ruimtes naar zijn hand en nemen schimmen en planten de doeken over. Ook maakt Hersbach weer een plint onder de werken, volgens hem een goede manier om een extra laag informatie en fantasie toe te voegen aan het geheel.
Gefeliciteerd met je presentatie op Prospects. Wat krijgen we te zien?
Hartelijke dank! Op Prospects laat ik een serie schilderijen en een gegraveerde plint zien. Ik schilder de vergaderruimte van het Mondriaan Fonds na, ook maak ik een schilderij van de tentoonstellingsruimte van Prospects in de Van Nelle fabriek. Op basis van de digitale driedimensionale schets van het architectenbureau, verbeeld ik de Prospects-ruimte, voordat de ruimte is gerealiseerd.
Tevens maak ik een schilderij waarin ik deze ruimtes combineer met fantasievolle wezens, realistische zelfportretten, verschillende schaalaanduidingen – soms is iets 1 cm en de andere keer 10 kilometer -, afbeeldingen die ik gefotografeerd heb van een wilde zee en tekeningen van drones, periscopen, muggen en andere dieren. Ook gebruik ik zelfgemaakt pigment, bijvoorbeeld van gedroogde bloemen uit de tuin van mijn ateliergebouw, onkruid uit mijn straat of planten die een verbinding aangaan met de geschilderde ruimte.
Daarnaast komt er een plint onder de werken, een die meer wegvalt in de ruimte en gegraveerd is met tekeningen en teksten. Een extra laag ter communicatie, afbeelding en verbeelding.
Waarom besloot je een vergaderruimte te schilderen?
Normaliter beginnen mijn werken bij een concept en bouw ik het op uit verschillende lagen fantasie en realiteit; drones, onderzeeërs, diepzeedieren, verdwaalde mensen te midden van alienachtige megavlinders etc.
Bij de serie over vergaderruimtes is het startpunt een bestaande ruimte. Ruimtes die belangrijk zijn voor het kunstenaarschap en de tentoonstellingen. Mijn atelierruimte, expositieruimtes: ze huisvesten allemaal een eigen verhaal.
De ruimtes transformeren, er lopen wezens, en schimmen en planten nemen het doek over. Ze citeren invloedrijke omgevingen, voor mij of (kunst) in het algemeen. De vergaderruimte is zeer belangrijk geweest in mijn proces naar Prospects, het is een essentiële plek voor mijn deelname aan de tentoonstelling.
Tevens is dit de laatste keer dat Prospects in de Van Nelle fabriek te zien is. Het is een ruimte die al aan zoveel mensen een podium heeft geboden.

Je maakt tegenwoordig ook werken op plinten. Nu willen schilders in de regel graag steeds grotere doeken maken, maar dit is een bescheiden oppervlak. Hoe kwam je op dit idee?
De plinten zijn ontstaan uit de muurschilderingen die ik een aantal keer heb gemaakt. Ik kreeg de vraag om op zoek te gaan naar nieuwe dragers om verhalen te vertellen.
Een muurschildering is al een stuk meer verbonden met de architectuur dan een conventioneel schilderij. Het gaat op in de ruimte. Een plint is dan een vervolgstap. In een plint kun je bronvermeldingen schrijven, schetsen laten zien of titels graveren. Ten opzichte van een conventioneel schilderij is een plint een veel minder een dominante drager. Tevens is het een manier om een extra laag informatie en ‘fantasie’ toe te voegen aan het geheel.
Terugkerende thema’s in je werk zijn machtsverschillen en de hoogmoed van de mens als het gaat om technologische ontwikkelingen. Speelt dat ook nog een rol in je meest recente werk?
Mijn werk heeft zich door de jaren heen ontwikkeld en verdiept in meerdere thema’s. Technologische ontwikkelingen, zoals de door Nederland aangekochte Reaper Q9-drones voor onderzeeërs en genetisch gemodificeerde muggen, duiken op in mijn werken. Daarnaast speelt de verf een belangrijke rol. De emotie in de verf en schildertoets, de lichtinval en de gekozen pigmenten gaan een gesprek aan met de achterliggende verhalen.
Tussen de plint en het conventionele schilderij zit ook een machtsverhouding van informatieverschaffing en traditie in de kunst. De traditie van een geïsoleerd doek in een ruimte, het whitecube-idee van kunst, zeg maar, staat haaks op een element dat meer in de ruimte opgaat.
Ik vroeg me ook af: schuilt er achter die nadruk op machtsverhoudingen nog een breder verhaal dat je wilt vertellen?
De werken hebben lagen fantasie en lagen werkelijkheid: van conventionele fantasiefiguren tot figuren geïnspireerd op de werkelijkheid.
Per tentoonstelling verschillen de werken, de ene keer niet-bestaande berglandschappen, de andere keer gaan ze een verhouding met de tentoonstellingsruimte of prijs aan.
Om een voorbeeld te noemen, voor de Ary Scheffer-prijs (Samen met Afra Eisma en Niek Hendrix) in het Dordrechts Museum, heb ik werk gemaakt over de moeder van Ary Scheffer, Cornelia Scheffer-Lamme. Zij maakte prachtige werken, maar is helaas veel minder beroemd dan haar zoon. Ik had de eer en het geluk om werk over haar en haar zoon te maken, ter ere van Cornelia Scheffer-Lamme haar werk en moederschap/ouderschap in het algemeen. Ook mocht ik werk uit het depot halen en naast mijn werk hangen om zo een tentoonstelling te cureren.
Wat je werk ook typeert is een zekere relativerende humor. Waarom zet je dat vaak in? Mijn werk is net als een comedy, ernstig doch humorvol. Het is chaos verstopt achter vrolijke taferelen, prettige kleuren met angstige figuren. Er moet evenwicht in de werken zitten. Ze moeten tegelijk toegankelijk en afstotend zijn.
Volgens mij je beeldtaal de afgelopen jaren concreter en alledaagser geworden. Voorheen dook er wel eens een draak op in je werk, maar op de doeken die ik van de zomer zag, stonden onder andere Andre Hazes en een Face time-gesprek. Onderschrijf je die observatie en is er een reden voor dat je nu meer alledaagse onderwerpen schildert?
Er komt steeds meer van de werkelijkheid in mijn schilderijen. Het zijn zelfportretten, historische figuren, de zijn foto’s van mijn atelier en andere elementen ter inspiratie bestaan echt.
Andre Hazes was oorspronkelijk voor een tentoonstelling gemaakt ter ere van een transporteur die een groot Hazes-fan is. Ik heb een Hazes geschilderd, die voor de helft een berg is en zijn microfoon naar het heelal richt, alsof hij ruimtegeluiden wil opnemen. Klanken uit het grootse heelal, van ver weg van onze kleine aardbol.
Afgelopen jaar ontving je een beurs van het Mondriaan Fonds. Is er een project dat je hebt kunnen uitvoeren door de beurs, dat je anders niet had kunnen doen?
Als kunstenaar heb ik altijd de drive werk te maken met de middelen die ik heb, maar de Start-beurs van het Mondriaan Fonds geeft mij vrijheid om aan projecten te werken. Ik kon er niet alleen het materiaal van kopen, maar door de beurs kwam ik ook in contact met andere kunstenaars, en door de Prospects-tentoonstelling word je werk ook onder de aandacht gebracht.
Tevens helpt het schrijven van zo’n aanvraag je in te zoomen op je projecten en tot de essentie te komen. Deze beurs heeft mij enorm geholpen en is essentieel geweest in mijn onderzoek en ontwikkeling.
Je bent nu 28, hebt Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst al op zak, de Ateliers afgerond en afgelopen jaar ontving je een beurs van het Mondriaan fonds. Wat zijn je plannen voor de komende vijf jaar?
Graag richt ik mij op verdere inhoudelijke verbetering van mijn werk, met nog meer zelfgemaakte pigmenten en andere materialen. Daarnaast wil ik me richten op internationalisering, bijvoorbeeld door mij aan te melden voor residencies en in het buitenland tentoon te stellen.
Wat ik op De Ateliers heb geleerd, is dat je zo veel kunt leren van andere mensen van over de gehele wereld. Het was fantastisch om niet alleen verschillende tutoren te ontmoeten, maar ook de mede-participanten. Elke kunstwereld is anders, net als elke geschiedenis en ieder discours. Daarom wil ik mijn werk graag tonen in verschillende contexten en laten groeien door te leren van verschillende mensen en locaties.
Geschreven door Wouter den van Eijkel

Migrant Bird Space, een kunststichting en galerie die gevestigd is in Berlijn en Peking, presenteert op Art Rotterdam werk van Luo Yang. Deze kunstenaar werd in de jaren 80 geboren in de Liaoning provincie in China en haar werk is een unieke combinatie van zorgvuldig geënsceneerde portretten met een rauwe, onscherpe en snapshot-achtige look. Deze foto’s tonen de kracht, de kwetsbaarheid en het innerlijke leven van haar onderwerpen, veelal jonge mensen die opgroeien in een snel veranderend China. Ze portretteert deze jonge individuen op zo’n manier dat dat wat hen uniek maakt — hun stijl, uiterlijk, tattoos, eigenzinnige blik of persoonlijkheid — goed belicht wordt. Voor de kunstenaar vormt deze verdieping in het leven van anderen ook een manier om haar eigen leven beter te begrijpen. Haar werk heeft daarmee zowel een autobiografisch als een maatschappijbreed aspect. Sommige mensen, waaronder haar vrienden, volgde ze voor langere tijd waardoor er een bepaalde evolutie of groei zichtbaar wordt — een groei die haar eigen groei spiegelde. Daarnaast vereeuwigt ze vrienden van vrienden, vreemden die ze op straat tegenkomt of mensen die ze op het internet leerde kennen.
In haar centrale doorlopende reeks ‘GIRLS’ (2017-) legt Yang de nuances en complexiteit vast van het vrouw-zijn in het hedendaagse China, waarbij ze thema’s als jeugd, het naakte lichaam en vrouwelijkheid onderzoekt. Ze fotografeert daarvoor vrouwen uit verschillende generaties en van verschillende achtergronden. Deze vrouwen zijn kwetsbaar, maar ook zelfbewust en cool. Samen belichamen ze een cultuur die afwijkt van dominante conservatieve verwachtingspatronen en stereotypen. Het is daarbij belangrijk om op te merken dat het niet zozeer haar bedoeling is om hierin Westerse verwachtingen mee te nemen. In het Westen wordt kunst uit China bijvoorbeeld vaak bekeken vanuit een westerse ‘gaze’ (lens of blik), gebaseerd op bepaalde ideeën over hoe China en haar bevolking eruitziet. In een interview uit 2018 met METAL Magazine merkte de kunstenaar op dat “mensen in China mijn foto’s zien als een getrouwe weergave van het leven van meisjes, simpelweg zoals ze zijn. Terwijl mijn werken in het Westen onvermijdelijk worden geïnterpreteerd vanuit een politiek of feministisch perspectief, wat helemaal niet mijn bedoeling is.” Tegelijkertijd laten haar foto’s ook een rauwer en minder gepolijst beeld zien dan bijvoorbeeld de K-popsterren die over de hele wereld populair zijn, waaronder ook in China. In 2017, tien jaar nadat ze de serie startte, bracht Yang de monografie GIRLS uit.

Kenmerkend voor het werk van Yang is haar vermogen om een intieme band met haar onderwerpen op te bouwen. Deze connectie en empathie is duidelijk zichtbaar in haar gevoelige foto’s, waarbij de modellen vaak recht in de camera kijken: een directe, openhartige en haast wederkerige uitwisseling tussen onderwerp en fotograaf. Haar personages zijn niet zelden naakt, maar dat is niet iets waar de fotograaf zelf op aanstuurt, het is eerder het natuurlijke gevolg van de vertrouwensband die er ontstaat tussen de fotograaf en de geportretteerde. Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat deze mensen vaak thuis worden vastgelegd of op een andere plek die voor hen vertrouwd aanvoelt.
Yang gebruikt fotografie als een middel om gedeelde emoties, zorgen en levenservaringen vast te leggen en dat verleent een bepaalde dubbelzinnige diepte haar beelden die niet meteen te duiden is. In een interview met IGNANT verklaarde Yang in 2016: ”Door hen te fotograferen, begreep ik hun leven beter en werd mijn eigen wereld ook groter en breder. We hebben misschien verschillende waarden en wereldbeelden, maar wat we gemeen hebben is een bepaalde inherente kwetsbaarheid en moed. We komen de wereld met oprechtheid tegemoet.”
Voor haar recentere serie ‘Youth’ (2019-) legt Yang de focus op jongere generaties, die opgroeien in een globaliserend (en nog sneller veranderend) China. In deze reeks onderzoekt ze gender, identiteit en de persoonlijke groei van mensen die zijn geboren in de jaren 90 en vroege jaren nul. Yang’s portretten bieden een zeldzaam kijkje in de levens van deze jongeren: niet alleen jonge vrouwen, maar ook jonge mannen en jonge genderfluïde en transgender mensen. Ze stelt daarmee vragen over heersende gendernormen en toont een bepaalde diversiteit onder jonge Chinese mensen.
Yang studeerde grafisch ontwerp aan de Lu Xun Academie voor Schone Kunsten in Shenyang en in 2022 startte ze aan het Cité internationale des Arts residentieprogramma in Paris. De kunstenaar verdeelt haar tijd nu tussen China en Europa. Ze stelde haar werk wereldwijd tentoon en werd in 2012 door niemand minder dan Ai Weiwei geroemd als een van de “rijzende sterren van de Chinese fotografie” (in een interview met Statesmen). Kort daarna toonde Yang haar werk in zijn groepstentoonstelling ‘FUCK OFF 2’ (2013) in het Groninger Museum. In 2018 werd ze door BBC opgenomen in de ‘100 WOMEN’ lijst en een jaar later werd ze genomineerd voor een C /O Berlin Talent Award en sleepte ze een Jimei x Arles Women Photographer’s Award in de wacht. Op dit moment is haar werk ook te zien in de tentoonstelling ‘NUDE’ in Fotografiska in Berlijn.
Het werk van Luo Yang is tijdens Art Rotterdam te zien bij Migrant Bird Space in de Solo/Duo sectie.
Geschreven door Flor Linckens

Van figuratief naar abstract en weer terug; het is een stap die niet veel kunstenaars maken. De Nederlandse kunstenaar Mirthe Klück ziet het onderscheid niet echt, ze maakt zowel abstracte schilderijen als figuratieve sculpturen. “Uiteindelijk zit je naar samengeplakte deeltjes te kijken die een gevoel of een gedachte oproepen, of dat nu in een herkenbaar figuurtje is gegoten of niet.” Het zorgt voor een veelzijdig oeuvre dat voorkomt uit Klücks eigenzinnige observatie van alledaagse dingen. Van een gummibeertje en een uitgespuugd kauwgompje tot de wikkel van een chocoladepaashaas. “In al deze werken onderzoek ik hoe laagjes materie op elkaar inwerken om een oppervlakte te maken die zowel evident als vreemd aandoet.” Op Art Rotterdam brengt FRED&FERRY Gallery een overzicht van het werk van Mirthe Klück.
Gefeliciteerd met je presentatie op Art Rotterdam. Wat kunnen we verwachten?
Dankjewel! Ik vind het heel tof dat ik een uitgebreid overzicht kan laten zien van mijn werk op een beurs met FRED&FERRY Gallery. Ik ga een combinatie tonen van meer abstracte doeken en figuratieve keramieksculpturen. Deze bevatten allemaal herkenbare motieven en materialen uit mijn dagelijkse leven die door mijn vertaling iets verwonderlijks en vervreemdend krijgen. Hierbij laat ik mij leiden door schildertechnieken en keramiekglazuren die ik vanwege formele redenen interessant vind, dus de manier waarop het beeld is gemaakt van inhoudelijk belang is.
Aan wat voor herkenbare motieven en materialen moet ik denken?
De keramieksculpturen zijn bijvoorbeeld uitvergrotingen van een gummibeertje en gekauwde kauwgompjes. Toen ik vorig jaar in Italië een roze uitgespuugd kauwgompje op een rozig marmeren beeld zag liggen, zag ik ineens de sculpturale kwaliteiten van zo’n vorm. Wanneer je kauwgom kauwt maak je eigenlijk een soort mal van je gebit. In mijn schilderijen kies ik textielsoorten zoals vitrages, tapijtstramienen en zonneschermen als drager.

Soms voeg ik zelfs bijna niks toe aan een stof maar verwerk ik het door het te scheuren en zo een compositie te maken, of gewoon door het alleen op te spannen. Dit alles klinkt dit misschien uiteenlopend, maar in al deze werken onderzoek ik hoe laagjes materie op elkaar inwerken om een oppervlakte te maken die zowel evident als vreemd aandoet.
Zie je de presentatie als een logisch vervolg op eerder werk of ben je de afgelopen tijd een andere weg ingeslagen?
Deze presentatie is eigenlijk een vervolg op mijn solotentoonstelling ‘Moon White Rabbit’ die ik eind 2021 bij FRED&FERRY heb getoond, omdat dit het eerste moment is geweest dat ik zowel schilderijen als keramiek heb laten zien. Al jaren maak ik tweedimensionale werken die reageren op het medium schilderkunst. Mijn eerste keramieksculptuur ‘Blue Moon’ (2021) vindt zijn oorsprong in zo’n conceptueel werk, namelijk de zeefdruk op aluminiumfolie ‘I’ll be your mirror’ (2018).

Voor dit laatstgenoemde werk heb ik een verpakking met daarop een schilderend paashaasje uitvergroot. Het sculptuur is de uitvergroting van het chocolaatje zelf. Ik vond keramiek toepasselijk vanwege de overeenkomstige eigenschappen van chocola en gietklei, zoals de romigheid en hoe gemakkelijk ze beiden bewegen tussen vloeibare en vaste fasen. De titel verwijst naar het glazuur: het groenblauwe Jun glazuur is een soort celadon dat in China refereerde naar het jade gesteente en ‘The Jade Hare’ is een folklore gebaseerd op de formatie van vlekken op de maan in de vorm van een haas. Van het Jun glazuur wordt ook wel gezegd dat de moleculen in het glazuur vergelijkbaar zijn met de deeltjes in de lucht die zorgen voor de Rayleigh verstrooiing, waardoor onze lucht zo oneindig blauw lijkt.

Op deze manier komt een glazuur dichterbij het natuurlijke fenomeen dan wat verf alleen kan nabootsen. Vorige winter heb ik mij tijdens een werkperiode bij het EKWC verder gefocust op keramiek. Vanuit dit proces zijn een aantal sculpturen ontstaan die ik op Art Rotterdam ga laten zien in combinatie met schilderijen die zijn beïnvloed door dit proces.
Ik vroeg me af: je werkte eerst abstract, later ben je ook figuratief gaan werken. Normaal gesproken is dit een grote omslag in iemands werk, maar ik kan me voorstellen dat voor jou het verschil tussen abstract en figuratief niet zo groot is. Klopt dat?
Dat klopt, ik zie er geen wezenlijk verschil tussen. Uiteindelijk zit je naar samengeplakte deeltjes te kijken die een gevoel of een gedachte oproepen, of dat nu in een herkenbaar figuurtje is gegoten of niet. Ik gebruik figuratie meer om bepaalde vormen, kleuren en associaties te kunnen introduceren. Toch ben ik wel kieskeurig in welke figuren ik wel en niet gebruik, want het moet net genoeg geven zonder narratief of expressief te worden.

De meeste mensen zullen je werk kennen van Horses uit 2021, daarin zien we foto’s van het hippische onderdeel Springen (show jumping) op de Olympische Spelen van 2012. Alleen maakte je de foto’s niet in het stadion, maar voor de tv met je telefoon. Hoe ontstond dit idee? Waarom besloot je het zo aan te pakken en niet bijvoorbeeld voor stills te kiezen uit een opname?
Het idee ontstond heel intuïtief; ik pakte gewoon mijn telefoon erbij toen ik op zo’n lome zomerdag de Olympische Spelen zat te kijken, nieuwsgierig naar of ik zo’n zwevend paardje boven die artistieke hindernissen kon vastleggen met al die grafische logo’s in de hoeken van het beeld. Toen zag ik dat mijn toenmalige telefoontje het heel mooi vertaalde. De verzadiging van de kleuren en het heel plaatselijk scherpstellen maakten het een soort hedendaagse impressionistische miniatuurschilderijtjes die me deden denken aan Muybridge, Degas, cowboystrips en games als Zoo Tycoon.
Ze benadrukken ook de absurditeit van zo’n evenement. Ergens op de wereld moeten die paarden in een hele kunstmatige omgeving over een soort sculpturen springen; dit wordt vastgelegd door allerlei apparatuur; dat komt met golven via satellieten op onze tv-schermen in een live-uitzending, en dan heb ik enigszins het gevoel dat ik erbij ben geweest.

Sinds 2012 is deze tendens om via schermen te ervaren alleen maar heftiger geworden. Door het maken van de foto’s en af te drukken in een boek voeg ik nog meer lagen toe aan mijn subjectieve ervaring. Het was overigens nog best lastig om de esthetische kwaliteit van mijn lichtgevende telefoonscherm op papier te krijgen. Daarom bestaan de pagina’s uit het boek uit digitaal ontwikkelde foto’s, omdat bij c-prints ook gebruik wordt gemaakt van de RBG-kleurstelling en veroorzaken lagen van chemicaliën die over elkaar heen liggen de kleur. Vergelijkbaar eigenlijk met een schilderij, of keramiekglazuur.
Je hebt een goed oog voor ogenschijnlijk onbelangrijke details en je werk heeft een zekere lichtheid/humor, mede daarom wordt het wel eens vergeleken met dat van Daan van Golden. Is hij inderdaad een van je voorbeelden? Wie zijn de anderen?
Daan van Golden is inderdaad mijn grootste voorbeeld sinds ik in 2014 heel blij zijn tentoonstelling in het GEM verliet. Ik dacht, als kunst dit teweeg kan brengen, dan hoop ik dat mijn werk dat ook ooit kan doen voor iemand. Er zijn allerlei kunstenaarspraktijken en werken die ik goed vind, zoals bijvoorbeeld van Lily van der Stokker en Klaas Kloosterboer, maar ik ben nog geen kunstenaar tegengekomen aan wie ik mij zo verwant voel als aan Daan van Golden. Dat komt dus vooral door dat gevoel dat ik van zijn werk krijg, terwijl ik zijn werk niet eenduidig kan uitleggen. Het is een soort basaal gevoel van begrip. Ik moet zeggen dat ik die fascinatie, of misschien wel obsessie, sinds een paar jaar een beetje heb losgelaten, want ik moet toch ook verder met mijn eigen leven. Maar ik denk dat we een vergelijkbare manier van waarnemen hebben.
Die speelsheid in je werk moet anderen ook opvallen. Wat is het leukste compliment dat je ooit over je werk hebt gehad?
Goh, ik kan lastig kiezen wat dan het leukste compliment zou zijn. Ik vind het persoonlijk het meest bijzonder als ik complimenten krijg van andere kunstenaars, of als mensen een soort persoonlijke band krijgen met mijn werk. Daarvoor hoeven ze het niet per se thuis aan de muur te hebben hangen. Een keer bijvoorbeeld liet iemand die ik toen nog niet kende, zien dat hij een schilderij van mij als schermafbeelding had op zijn telefoon. Maar het is altijd interessant en grappig om te zien hoe mensen reageren op mijn werk. Ik krijg vooral vaak te horen dat mensen mijn werk willen aanraken, terwijl ik daar niet bewust per se op uit ben.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
In januari initieer ik ook een groepstentoonstelling bij FRED&FERRY in Antwerpen, genaamd ‘Mountain Friends’. Voor deze tentoonstelling selecteer ik specifieke werken van Daniele Formica, Kaï-Chun Chang, Maja Klaassens en Nishiko, die resoneren met werken van mij. Al deze werken zijn poëtische vertalingen van alledaagse objecten en elementen. Globaal gezien gaat deze tentoonstelling over het illusoire verschil tussen dat wat natuurlijk en kunstmatig is.
Ook ben ik bezig met het voorbereiden van de residentie die ik in de zomer ga doen, namelijk de Creative Residency Arita in Japan, ondersteund door het Mondriaan Fonds. Het dorpje Arita is internationaal bekend om haar expertise van porselein, een materiaal dat superlastig is om mee te werken. Hier heb ik echt heel veel zin in. Ik probeer op dit moment wat Japans te leren en ik ben veel bezig met keramiek en de technieken die ik heb geleerd bij het EKWC te implementeren in mijn studio. Na januari ga ik meer theoretisch onderzoek doen naar de Japanse cultuur en keramiek.
Geschreven door Wouter van den Eijkel