Coming soon
Coming soon
Selecteer type
Dit jaar viert de NN Art Award haar tiende editie. De jaarlijkse stimuleringsprijs van €10.000 gaat naar een getalenteerd kunstenaar die een opleiding in Nederland afrondde en werk presenteert op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy). De vakjury nomineerde vier kunstenaars: Fiona Lutjenhuis (Galerie Fleur & Wouter), Tina Farifteh (Gallery Vriend van Bavink), Mandy Franca (Night Café Gallery) en Kyra Nijskens (Prospects / Mondriaan Fonds). Van 14 maart tot en met 25 mei 2026 is het werk van alle genomineerden te zien in Kunsthal Rotterdam.

In het recente werk van Kyra Nijskens vormt biofouling een belangrijke rode draad: het proces waarbij mariene organismen als oesters, mosselen en algen zich hechten aan kunstmatige oppervlakken als scheepsrompen en onderzeese pijpleidingen. Deze organismen liften ongemerkt mee op mondiale handelsroutes en nestelen zich in ecosystemen die daar niet op zijn ingericht. Andersom zijn de kunstmatige (infra)structuren zelf (de schepen, containers en onderzeese infrastructuur) niet ontworpen om leefgebied te worden voor deze organismen. Opvallend is de taal die daarbij wordt gebruikt: binnen kapitalistische kaders worden zulke soorten al snel bestempeld als kolonisten of invasieve soorten, terwijl ze in hun oorspronkelijke leefomgeving namen dragen als ‘lucky clam’ of ‘golden clam’. Wat de logistieke industrie een technisch probleem noemt, leest Nijskens als een vorm van verzet. In haar sculpturen en installaties onderzoekt ze de frictie tussen industriële systemen en de organismen die zich daarin wringen. Menselijke systemen verstoren en vervormen ecologische processen, die zich op hun beurt aanpassen, transformeren en overleven. Nijskens maakt van die dynamiek een spannende metafoor en verschuift het perspectief: niet het systeem, maar het organisme krijgt de hoofdrol.
Door het fenomeen biofouling te belichten, toont Nijskens hoe natuurlijke processen zich nestelen in de marges van door mensen ontworpen systemen. Tegelijkertijd verdwijnen jaarlijks meer dan duizend zeecontainers in de oceaan. Aangespoelde plastic producten uit verloren ladingen zijn de zichtbare symptomen van een onhoudbaar systeem. Eigenlijk komen hier twee parallelle bewegingen samen: de biologische en de economische, die elkaar ontmoeten op de oceaan. Haar installaties suggereren een wereld waarin menselijke controle relatief blijkt en waarin leven, zelfs binnen de meest strak georganiseerde systemen, veerkrachtig is en uiteindelijk zijn eigen weg vindt.

Nijskens’ praktijk beweegt zich op het grensvlak van sculptuur, installatie en conceptueel onderzoek. Zelf zegt ze daarover: “In mijn praktijk gaat het me minder om het verbeelden van de natuur, en meer om het werken in dialoog ermee. Ik zoek naar momenten waarop haar patronen de verhalen die wij onszelf vertellen (over wat van ons is en wat niet) kunnen bevragen of ontregelen. Mijn benadering beweegt zich tussen poëtische reflectie en kritische analyse, en richt zich op de manieren waarop menselijke activiteit ecologische en culturele landschappen hervormt.”
Tijdens haar residentie bij PADA Studios eind 2024 in Barreiro (Portugal), een historisch vertrekpunt van vroege koloniale expedities, ontwikkelde ze de serie ‘The Thief of Tides’. Vanuit die context traceerde ze de routes van organismen die meereisden op schepen en schreef ze teksten vanuit hun perspectief. Gevonden schelpen van het nabijgelegen strand kwamen daarbij samen tot wat ze zelf omschrijft als hybride technofossielen, als fossielen van een toekomstig tijdperk die tegelijk biologisch en industrieel aanvoelen.
Materiaal speelt daarbij een belangrijke rol. Nijskens werkt met gevonden en nieuwe materialen als parelmoer, hars, roest, textiel, plexiglas, touw, bloed in poedervorm, metaal en zowel echte als kunstmatige parels. Ze experimenteert met biohars en onderzoekt hoe natuurlijke structuren kunnen worden gebogen, gecombineerd of getransformeerd tot nieuwe vormen. Voor haar eerdere installatie ‘Rusted Mouths, Hollow Veins’ boog ze moederparelschelpen bijvoorbeeld chemisch om tot iets dat natuurlijk glasvezel benadert.

Kyra, kun je ons wat meer vertellen over het werk dat je presenteert op Art Rotterdam en in Kunsthal Rotterdam?
Zowel in Kunsthal Rotterdam als in de Prospects sectie op Art Rotterdam toon ik werk uit ‘The Thief of Tides’: een project dat ik in 2024 ben begonnen tijdens die residentie in Portugal, dicht bij de zee en een verlaten industriegebied. Ik maakte daar lange wandelingen en kwam uit bij met schelpdieren overgroeide industriële oppervlakken. Zo raakte ik gefascineerd door het fenomeen biofouling. Biofouling betekent ‘biologische vervuiling’, een term die ik een beetje paradoxaal vind, omdat ‘biologisch’ hier een negatieve lading krijgt. Vaak wordt het gezien als een probleem of inefficiëntie, maar ik vind het poëtisch hoe het leven zich blijft manifesteren op plekken die zijn ontworpen om het uit te sluiten. Voor mij gaat biofouling over lichamen die niet passen, maar toch blijven. Over aanwezigheid als een vorm van queer verzet, zichtbaar in de rafelranden van mondiale systemen.
Ik volg deze reizen en probeer me voor te stellen hoe ze eruitzien vanuit het perspectief van die organismen zelf. In poëtische teksten, geschreven vanuit hun perspectief, geef ik ze een stem en beschrijf ik hoe ze zich vastklampen en ontregelen. Vanuit dit onderzoek is ook de serie ‘Clogged Pipe’ sculpturen ontstaan, waarin ik me voorstel wat je ziet wanneer je een leiding doormidden snijdt en deze organismen zichtbaar worden. Vanuit datzelfde denken ben ik ook andere lekken in globale logistieke systemen gaan onderzoeken. Elk jaar verdwijnen duizenden zeecontainers in de oceaan, met vaak absurde en mythische gevolgen. Soms duikt hun inhoud jaren later weer op: stranden vol Crocs, gele badeendjes die een eigen leven zijn gaan leiden in oceaanstromen, sommige zelfs jarenlang ingevroren in Arctisch ijs. Dit gegeven vormt de basis voor nieuw werk. In deze serie gebruik ik een rugzak als mini-container: een ogenschijnlijk gezonken menselijk object, gevuld met zeeorganismen en resten van verloren lading. In segmenten gesneden wordt de rugzak een hybride technofossiel: een object waarin economie en ecologie, verval en overleving samenkomen. Werk uit die laatste twee series zal ik ook laten zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds op Art Rotterdam.

Wat zijn je plannen voor 2026?
In 2026 ga ik op residentie naar Ebeltoft, een klein historisch stadje aan de Deense kust. Het is een plek waar de zee dichtbij is, en waar eeuwen van handel, scheepvaart en ingrepen in het landschap voelbaar zijn. Ik wil daar veel veldonderzoek gaan doen, materiaal verzamelen, onderwaterstructuren bestuderen, nieuwe sculpturale vormen ontwikkelen en bovenal reageren op wat ik tegenkom.
Tegelijkertijd heb ik de wens om daar een film te maken: een experimentele, alternatieve vertelling over hybride lichamen, zeestemmen en zeemeerminnen die hun stem verliezen door zich te conformeren aan de norm. Die film zie ik als een intuïtieve aanvulling op mijn sculpturale werk: een onderzoek naar stem, stilte en wat er verloren gaat wanneer je probeert te passen. Het lijkt me geweldig om mijn sculpturen binnen deze context te gebruiken en zo een eigen wereld te creëren.
Kun je beschrijven hoe je je voelde toen je hoorde dat je was genomineerd voor de NN Art Award?
Ik was oprecht verrast, en vooral heel blij. Ik volg deze prijs al jaren en veel kunstenaars die ik bewonder, waren eerder genomineerd. Ook de kunstenaars die dit jaar meedoen, vind ik ontzettend sterk. Dat ik nu zelf genomineerd ben geeft me het gevoel dat mijn werk wordt gezien en gewaardeerd, en dat is natuurlijk een groot compliment! Het is extra speciaal om mijn werk in Kunsthal Rotterdam te tonen. Ik woon al jaren in Rotterdam en de haven is op allerlei manieren onderdeel geworden van hoe ik werk en denk. Dat ik mijn werk hier mag laten zien voelt heel passend.

Welk project zou je onmiddellijk oppakken als je de award zou winnen?
Als ik de award zou winnen, zou ik meteen beginnen aan de experimentele kortfilm waar ik al langere tijd over nadenk. Film is nieuw voor mij en daarom voelt het spannend. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe media en manieren om te experimenteren, en dit project geeft me de kans om mijn materiaalkennis op een hele andere manier te gebruiken, binnen film. Normaal werk ik vooral alleen, maar film dwingt me samen te werken met anderen, en dat lijkt me ontzettend leuk en leerzaam. De award zou me vooral de ruimte geven om dit experiment echt helemaal te onderzoeken en tot leven te brengen.

Kyra Nijskens werd in 1997 geboren in Ulestraten. Ze studeerde Beeldende Kunst aan de HKU en behaalde haar Master aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Haar werk was eerder te zien bij onder meer Marres, MaMA, Het HEM en Museum Villa Mondriaan.
Het werk van Nijskens is tijdens Art Rotterdam te zien in de Prospects sectie van het Mondriaan Fonds, waar het publiek kennis kan maken met een nieuwe generatie kunstenaars. Tijdens deze veertiende editie toont de tentoonstelling werk van 92 startende kunstenaars die in 2024 financiële steun ontvingen binnen de regeling Kunstenaar Start, om daarmee de start van hun carrière te ondersteunen. De expositie wordt gecureerd door Johan Gustavsson en Daphne Verberg.
De winnaar van de NN Art Award 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdag 27 maart in Kunsthal Rotterdam. Tijdens deze feestelijke avond zijn alle tentoonstellingen, inclusief de NN Art Award tentoonstelling, vrij toegankelijk voor genodigden.
Geschreven door Flor Linckens

Laura Jatkowski toont op Prospects Unvergessen, een installatie waarvoor ze verwijderde grafstenen bewerkte met een boor. Met deze relatief eenvoudige ingreep raakt de Duitse kunstenares aan grote thema’s als het leven, dood, sterfelijkheid en het belang van objecten als drager van herinneringen. Het leverde Jatkowski een nominatie op voor de NN Art Award.
Laura Jatkowski (Duitsland, 1990) werd opgeleid als beeldhouwer in Glasgow en rondde haar opleiding af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Na haar studie was ze betrokken bij de oprichting van het Haagse studiocomplex-annex-projectruimte Trixie. Ze woont en werkt afwisselend in Den Haag en Berlijn.

Op Prospects is Unvergessen te zien, een installatie die bestaat uit afgedankte grafstenen. Was je je direct bewust van het potentieel van de zerken toen je ze ontdekte op het Berlijnse Zionsfriedhof?
Ik zou niet zeggen dat ik direct potentieel zag, maar vanaf het moment dat ik de stapel ontdekte, liet het een indruk op me achter en kreeg ik het beeld niet meer uit mijn hoofd. We hebben het over minstens 100 stenen die op elkaar waren gegooid. Het is afhankelijk van de cultuur, maar in veel Europese landen is het gebruikelijk dat men geen graf bezit; in plaats daarvan huurt men het voor tien tot twintig jaar. Als het contract niet wordt verlengd, worden de grafstenen uit het graf verwijderd en gesloopt.
Je hebt de letters uit de grafstenen geboord. Hoe kwam je op dat idee?
Het idee om de letters uit te boren ontstond tijdens het nadenken over het object en hoe het te benaderen. Een grafsteen is een persoonlijk object met waarde en herinneringen die niet direct van mij zijn. Het doel van het object om de herinnering te bewaren, wordt teniet gedaan zodra de grafstenen uit het graf zijn verwijderd om te worden gewist. Door de letters eruit te halen, kon ik het gevoel van wissen benadrukken en de zerken tegelijkertijd weer onder de aandacht brengen. Mijn oorspronkelijke uitgangspunt was om alleen de letters te gebruiken en ze weer samen te voegen tot woorden of zinnen. Tijdens het maken besefte ik dat de letters al zoveel betekenis hadden dat dit gebaar geforceerd aanvoelde. Later, toen ik de lege negatieven van de grafstenen zag, besefte ik dat ze inderdaad een potentieel hadden dat ik nog niet eerder had gezien. Daarop besloot ik ze in mijn installatie op te nemen.
Waar gaat Unvergessen over? Kan je iets vertellen over de thema’s die je behandelt?
Het werk gaat over verlies en dood en confronteert de kijker met zijn sterfelijkheid. Met dit werk ben ik geïnteresseerd in het onderzoeken hoe geheugen een waardevolle hulpbron is en hoe het niet alleen is ingebed in verhalen, maar ook in materiële artefacten en objecten. De processen van het herinneren en vergeten en hoe herinneringen gekoppeld zijn aan objecten maken mij nieuwsgierig. Herinneren is een merkwaardig proces. Het is elke dag bij je en vertelt je wie je bent. Ik ben altijd verbaasd hoe sommige mensen zich de kleinste details kunnen herinneren, terwijl ik de neiging heb ze te vergeten. Er is een drang om te herinneren en herinnerd te worden. Mensen hebben altijd objecten gemaakt om hun herinneringen vast te houden; we verzamelen dingen om ons heen om ons te blijven herinneren en om vergetelheid tegen te gaan. Ik zie vergeten niet als alleen maar negatief. Het kan iemand ook in staat stellen zichzelf opnieuw uit te vinden en verder te gaan, en soms is het nodig om te vergeten. Hoe gaan we om met deze geheugenobjecten en -ruimtes? Hoe bewaren we herinneringen en houden we ze levend?

In eerdere werken heb je onderwerpen behandeld als het repareren van lekke banden en de inhoud van iemands koelkast als een manier om iemands persoonlijkheid en verlangens te beschrijven. Hoe sluit dit project aan bij je eerdere werk?
Dit project bouwt voort op van een van de centrale vragen die ik in mijn praktijk stel: hoe bepaalde objecten en gebaren emotionele waarden en geschiedenissen dragen. Ik werk vaak met alledaagse materialen en haal ze uit hun oorspronkelijke context door ze in een nieuw systeem van relaties te plaatsen.
Alledaagse voorwerpen of gebaren bieden de kijker een onmiddellijke verbinding – er is al een relatie tussen het voorwerp en de person; een bepaald soort ‘voorgeschiedenis’ die al is ingebed. Deze ‘voorgeschiedenis’ bevat informatie en signifiers. Door ze te tonen in een voor de kijker onbekende context kan ik de materialen opnieuw betekenis geven. Voor mij is het belangrijk om een geschikte vorm te vinden die een abstractieniveau creëert. Tussen het concrete en het abstracte ontstaat een spanningsruimte waardoor zich plotseling een nieuwe ruimte opent die de kijker kan vullen met zijn vragen en verbeelding




Qua timbre lijkt Unvergessen serieuzer van toon dan bijvoorbeeld de koelkastdeurinstallaties. Ben je het eens met die stelling en was je van plan zoiets te maken, iets dat tegelijk emotioneel en cerebraal is?
Voor mij staan denken en voelen niet los van elkaar. Het klopt inderdaad dat mijn werken verschillende sferen hebben. Omdat ik voornamelijk met alledaagse voorwerpen werk, brengt elk zijn eigen connotaties en referenties met zich mee. Mijn werk stelt onze relatie met het gegeven object ter discussie. Sommige alledaagse voorwerpen zoals de koelkastdeur of een kruiwagen geven me meer ruimte om ze te benaderen en ermee te spelen tijdens het creatieproces, terwijl ik bij deze grafstenen, vanwege de context van het object, voelde dat mijn interventieruimte beperkt was.
Voordat je de KABK bezocht, studeerde je Beeldhouwkunst in Glasgow. Beschouw je jezelf als een beeldhouwer of een kunstenaar die niet gebonden is aan een bepaalde discipline?
Ik begon mijn BA in Glasgow en rondde deze af in Nederland. Ook al heb ik een achtergrond in de beeldhouwkunst, ik ben niet gebonden aan een medium. Bij elk idee experimenteer ik en kijk ik welk medium het beste is om het uit te voeren. Het resultaat kan dan een video, een installatie of een sculptuur zijn. Desalniettemin heeft de discipline beeldhouwkunst mijn denken veel gevormd. Bij het installeren van een werk, bijvoorbeeld, denk ik als een beeldhouwer. De plaatsing van het werk in relatie tot het lichaam van de kijker, hoe het zich laat waarnemen en hoe het kijkers door de ruimte laat bewegen, zijn belangrijk voor mij.
Je bent een van de oprichters van Trixie, het Haagse studiocomplex-annex-projectruimte. Hoe kwam dit initiatief tot stand en waarom besloot je eraan mee te doen?
Net als de meeste net afgestudeerde kunstenaars, stond ik na mijn afstuderen voor de opgave om een studio te vinden. De academie, waar ik normaal naartoe ging om te werken, koffie te drinken met mijn vrienden en over kunst te praten, war er niet meer. Kort daarop vond ik een studio, maar de gemeenschap ontbrak, als een auto zonder brandstof; beide zijn cruciaal voor mij. Daarom verzamelde ik een aantal artiesten om heen en zochten we naar mogelijkheden om die gemeenschap voor onszelf te creëren. Met de genereuze hulp van Stroom Den Haag hebben we in 2018 een ruimte gevonden in het centrum van de stad. Trixie heeft een galerieruimte, 15 studio’s en een grote keuken om te koken en te praten. Trixie is inmiddels een bekende plek geworden binnen de culturele scene in Den Haag en ik heb er veel geweldige kunstenaars mogen ontmoeten, vriendschappen gesloten en van elk van hen kunnen leren.
Geschreven door Wouter van den Eijkel

Op zondag 22 mei werd de NN Publieksprijs voor de tweede keer uitgereikt. Net als vorig jaar konden kunstliefhebbers en beursbezoekers stemmen op hun favoriete kunstenaar. De publieksprijs ter waarde van vijfduizend euro werd dit jaar in ontvangst genomen door Inez de Brauw (vertegenwoordigd door galerie Brinkman & Bergsma. NN Group (o.a. Nationale Nederlanden) is sinds 2017 partner van kunstbeurs Art Rotterdam. Als supporter van alle kunstontdekkers zet NN zich in om een breder publiek te enthousiasmeren voor kunst en cultuur.

| Op woensdag 18 mei is tijdens de kunstbeurs Art Rotterdam de NN Art Award voor de zesde keer uitgereikt. Deze kunstprijs is gewonnen door Vytautas Kumža van galerie Martin van Zomeren en bestaat uit een bedrag van tienduizend euro. Dit werd bekend gemaakt tijdens de officiële opening van Art Rotterdam in de Van Nelle fabriek in Rotterdam. Dailah Nihot, lid van de Management Board NN Group: “Met de NN Art Award en Art Rotterdam willen wij een podium geven aan uitzonderlijk talent. De diversiteit, kwaliteit en creativiteit van kunstenaars die in Nederland een opleiding hebben genoten is indrukwekkend en inspirerend. Wij zijn er trots op dat we ze op deze manier kunnen steunen.” Vytautas Kumža: ‘De award stelt me in staat om meer te experimenteren met vertrouwen, want experimenten pakken niet altijd goed uit. De prijs geeft me meer mogelijkheden en vrijheid om verder te gaan.’ |
Tijdens Art Rotterdam tref je het werk van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die bijzonder werk tonen tijdens de beurs.
De Brits-Japanse kunstenaar Lilah Fowler onderzoekt in haar praktijk de effecten en gevolgen van technologie op ons hedendaagse landschap. Ze analyseert daarbij in hoeverre het gaat om natuurlijke en door de mens gemaakte technologieën. Die menselijke technologieën bestaan uit zowel analoge varianten (denk aan Romeinse potten van aardewerk of de weeftechnieken van de Navajo) als digitale vormen (zoals enorme datacentra). In hoeverre veranderen deze ons hedendaagse landschap? En welke rol speelt (gemeenschappelijke) taal in de manieren waarop we onze omgeving interpreteren? Fowler hoopt op in haar werk ook duiding te geven aan de geopolitieke lading van onze geglobaliseerde virtuele en analoge landschappen — en de manieren waarop deze parallelle werelden soms in elkaar overlopen.

De vaak gecompliceerde installaties van Fowler bestaan uit onder meer geluidsinstallaties, geweven werken, fotografie, sculpturen en videokunst. De kunstenaar gaat voor haar projecten regelmatig samenwerkingen aan met experts uit andere vakgebieden, waaronder biochemici, kwantumfysici, computerprogrammeurs, wiskundigen en wevers. Voor een tentoonstelling namens de Colchester and Ipswich Museums combineerde ze haar eigen installaties met werken uit de museumcollectie. Zo maakte ze grootschalige textielwerken waarvan de patronen ontleend zijn aan een op maat gemaakt algoritme.

Fowler studeerde onder meer aan het Edinburgh College of Art en rondde een master in Sculptuur af aan de Royal College of Art in Londen. Ze rondde verschillende residenties af — onder meer aan het Whipps Cross Hospital — en onderzoeksprojecten in onder andere Nevada, Californië, Hong Kong en het Verenigd Koninkrijk. Ze maakte verschillende site-specifieke werken in de buitenlucht en stelde haar werk onder meer tentoon in de Bonner Kunstverein, Kunsthal KaDe en Museum Vasarely in Budapest. Op dit moment is haar werk ook te zien in de Whitechapel Gallery als onderdeel van de interactieve randprogrammering van de tentoonstelling ‘A Century of the Artist’s Studio: 1920-2020’.
Tijdens Art Rotterdam is het werk van Lilah Fowler te zien in de New Art Section, gepresenteerd door UN-SPACED Gallery.
Tijdens Art Rotterdam tref je het werk van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die bijzonder werk tonen tijdens de beurs.
Het videokunstwerk ‘Pivot’ van Tarona opent met een krachtige Engelstalige quote in paars tegen een zwarte achtergrond. [Vertaald:] “Als er Zwarte lichamen op het toneel staan dan moeten er ook Zwarte perspectieven worden weerspiegeld. Dat is niet alleen een kwestie van ‘artistieke interpretatie’; ras en geslacht spelen een cruciale rol bij het bepalen wie de macht heeft om representatie vorm te geven.”

Dit citaat werd uitgesproken door de Amerikaanse actrice Tonya Pinkins, die onder meer een prestigieuze Tony Award binnensleepte. Ze merkte op dat haar perspectief als Zwarte vrouw tijdens haar carrière structureel werd genegeerd ten gunste van een ander soort weergave van de Zwarte vrouw: bezien door een filter van de ‘white gaze’.
Het academische concept van ‘de blik’ (‘the gaze’) analyseert een bepaalde machtsverhouding wanneer iemand wordt vastgelegd door een ander. De vastlegger bepaalt namelijk hóe de verbeelde persoon wordt vereeuwigd — en in de toekomst zal worden bekeken door anderen. Die ongelijkheid wordt versterkt wanneer er ook op een ander niveau sprake is van machtsongelijkheid tussen deze twee personen. In 1975 had de Britse, feministische filmtheoreticus Laura Mulvey het voor het eerst over de ‘male gaze’, de manier waarop vrouwen worden vastgelegd en bekeken door mannen: veelal als decoratief (seks)object. Drie jaar later kreeg de term extra diepte toen literatuurprofessor Edward Said, grondlegger van het vakgebied Postkoloniale Studies, het boek ‘Orientalism’ publiceerde. Termen als de ‘oriëntaalse gaze’ of de ‘westerse gaze’ zijn nuttig als we het hebben over de manieren waarop mensen uit niet-westerse landen werden (en worden) gerepresenteerd door het westen; in veel gevallen hun (voormalige) koloniale overheersers. Deze mensen werden regelmatig afgeschilderd als ‘exotisch’ of ‘onbeschaafd’, als contrast, als ‘de ander’. In het verlengde hiervan bestaan ook onder meer de ‘straight gaze’ en de ‘white gaze’. Deze terminologie is belangrijk omdat het signaleert dat alleen de aanwezigheid van (bijvoorbeeld) mensen van kleur niet automatisch betekent dat er sprake is van een juiste en evenwichtige representatie.

Tarona gaat in dit werk dieper in op Zwarte performances in witte ruimtes. Hoe worden Zwarte mensen en mensen uit de Afrikaanse diaspora ge(mis)representeerd? In het videokunstwerk ‘Pivot’ zien we een Zwarte performer die zich verzet tegen de verwachtingen van een wit publiek. In elf minuten tijd zien we haar op expressieve wijze dansen in een opvallende gouden jurk die bijna een op zichzelf staand personage wordt in de film. Het lijkt wel een hedendaagse interpretatie van de beroemde ‘Serpentine Dance’ (1899) van de gebroeders Lumière, één van de allereerste ingekleurde videobeelden in versneld tempo. Het personage in ‘Pivot’ danst echter in slowmotion. Tarona: “Ze neemt tijd en ruimte in, op haar eigen termen. Omdat video een tijdsgebonden medium is, heb ik gekozen om dit idee voelbaar te maken door het beeld te vertragen.”
Tarona werd geboren in Curaçao en gebruikt haar werk ook als een manier om haar eigen identiteit te verkennen. De kunstenaar wordt in haar praktijk onder meer geïnspireerd door het werk van Johny Pitts, die in zijn boek ‘Afropean’ onderzoekt hoe Zwarte en Afrikaanse diaspora identiteiten worden vormgegeven in een Europees landschap. Tarona focust zich in haar eigen onderzoek vaak specifiek op Zwarte Caribische en Zuid-Amerikaanse identiteiten in Europa, in al hun veelzijdigheid en complexiteit. Ze zoekt daarbij naar vormen van representatie en gemeenschappelijkheid, in een landschap waarin deze identiteiten veelal onzichtbaar zijn of uitgewist worden.
Je kunt de video ‘Pivot’ tijdens Art Rotterdam bekijken in de Prospects tentoonstelling van het Mondriaan Fonds. Voor de 10e keer op rij presenteert het Mondriaan Fonds hier het werk zien van 88 startende kunstenaars. Alle kunstenaars ontvingen in 2020 een financiële bijdrage van het Mondriaan Fonds om een start te maken met hun carrière. Tarona studeerde aan de School Of Visual Arts in New York en de Willem de Kooning Academie en haar werk was eerder onder meer te zien in de ‘Caribbean Ties’ tentoonstelling in het Museon in Den Haag.
De video ‘Pivot’ werd gemaakt in samenwerking met Chanel Vyent, Qianwei Tong, Sam van Eenbergen, Ivan Hidayat, Imane Saksou, Gaea Studio, de Makeover Factory en Captcha!.

Tijdens de mei-editie van Art Rotterdam zal de NN Art Award voor de zesde keer uitgereikt worden aan een hedendaags kunsttalent met een authentieke beeldtaal en een innovatieve invalshoek. NN Group is sinds 2017 partner van Art Rotterdam en reikt sindsdien ieder jaar een stimuleringsprijs uit. Een jaarlijks wisselende jury van kunstprofessionals maakt daarbij een selectie van vier veelbelovende talenten, waaruit uiteindelijk een winnaar wordt gekozen. Sinds vorig jaar maken deze vier genomineerden ook kans op een publieksprijs, zodat ook de reguliere beursbezoekers hun stem kunnen uitbrengen. De voorwaarden zijn helder: het gaat om kunstenaars die in Nederland zijn opgeleid en hun werk tonen tijdens Art Rotterdam. NN Group koopt daarbij één of meerdere werken van de vier genomineerden voor haar bedrijfscollectie. Vorig jaar werden de NN Art Award (t.w.v. €10.000) én de NN Art Award Public Choice (t.w.v. €5.000) in de wacht gesleept door de Nederlandse kunstenaar Erik Mattijssen, die wordt vertegenwoordigd door Cokkie Snoei. Wij interviewen hem om er achter te komen wat de prijs voor hem betekend heeft en hoe hij de afgelopen periode ervaren heeft.
Hoe voelde het om de NN Art Award te winnen?
Eigenlijk was de nominatie die daaraan vooraf ging het meest opwindend. Te weten dat je werk is opgevallen, temidden van zoveel collega’s, was strelend en vrolijk stemmend. Ik weet inmiddels wel wat ik waard ben, maar het blijft een raar beroep dat met veel onzekerheden gepaard gaat. Het zijn vragen die ik me in het atelier met grote regelmaat stel: zijn de stappen die ik zet spannend genoeg, is het niet teveel schatplichtig aan anderen, is het misschien te voorzichtig enzovoorts. En daar valt — met zo’n erkenning — ineens wat van weg. Bovendien verkeerde ik in goed gezelschap met de drie andere genomineerden: Priscila Fernandes, Lilian Kreutzberger en Claudia Martinez Garay. De grootste luxe is misschien wel de ruime, hoge en goed ontworpen NN Art Award stand, midden op de beurs, en de gelegenheid die dat bood om samen met elkaar een mooie tentoonstelling te maken. Ik ben Cokkie Snoei erkentelijk, die de moed had me voor te dragen terwijl ik er aan gewend was geraakt dat zo’n prijs meer iets was voor jong en aanstormend talent. Ik merkte dat dat voor collega’s van mijn leeftijd bemoedigend werkte; dat er ook op andere gronden gewaardeerd kan worden. Het óók nog krijgen van de publieksprijs vond ik bijna een beetje veel van het goede, maar natuurlijk was ik er blij mee.
Hoe is het afgelopen jaar voor je geweest, in termen van alle lockdowns? Merk je dat het op een inhoudelijke manier invloed heeft op je gemoed en/of je werk?
Ik voelde me vooral geprivilegieerd met werk dat onafhankelijk van anderen door kan gaan. Je zult maar in een band spelen, of theater maken of vier schoolgaande kinderen hebben. Het vergrootte aanvankelijk de concentratie, zo zonder alle verleidingen. Maar ik moet zeggen dat ik na de laatste lockdown in december bespeurde last te krijgen van het ontbreken van glans. Amsterdam, de stad waarin ik woon, is doffer zonder alle leven waaraan je gewend was. Iedereen doet z’n best, maar het blijft droevig, al die caféstoelen bovenop de tafels, dichtgeplakte ramen en verlaten straten. Ik heb in mijn werk vooral tegenwicht willen bieden, maar er sluipt ontegenzeggelijk een grotere melancholie in.

Hoe kwamen de werken die je toonde tijdens Art Rotterdam tot stand? Volg je een specifiek proces?
Het half jaar voorafgaande aan de beurs kon ik werken in een prettig atelier in Berlijn, van Livingstone Gallery Projects. Ook die stad zat op slot, dus ik moest een eigen ritme verzinnen. Zo kwam ik er toe elke ochtend te beginnen met het schilderen van een kleine gouache die vóór twaalf uur af moest zijn. Het werd speelgoed, niet te ingewikkeld, een onderwerp dat ik aanvankelijk bewaard had voor het tekenen van een grote, overvolle speelgoedwinkel. Ik maakte er ruim honderd, die we op één wand tentoonstelden in de galeriestand van Cokkie Snoei. Daarnaast werke ik verder aan grote, samengestelde scenes, interieurs waarin zich iets afspeelt waar je niet helemaal grip op krijgt. Het werden er twee: Zum Abschied, naar aanleiding van een tekst van schrijfster Judith Herzberg en Des Pudels Kern, waarvoor de slaapkamer van Goethe, in zijn huis in Weimar, de inspiratie vormde. Dat beide nieuwe werken in de NN Art Award stand meteen aan een groot publiek getoond konden worden was een flinke aanmoediging en een mooie aanvulling op wat we in de stand van de galerie konden laten zien.
Zijn er bijzondere dingen die je hebt kunnen verwezenlijken dankzij het prijzengeld? Wat heeft het winnen van de prijzen concreet voor je betekend?
Het gebeurt wel vaker dat ik geld uitgeef dat er eigenlijk nog niet is, in vol vertrouwen dat het wel goed komt. Zo besloot ik in Berlijn al dat de speelgoedserie een mooi boek zou kunnen worden, en dat is uiteindelijk voor een groot deel bekostigd met het prijzengeld. Het krijgen van de prijs heeft in de Art Rotterdam-week mede geleid tot een interview op NPO radio 1 in het programma Kunststof en ik zag mijn volgers op instagram meteen in aantal toenemen! Al met al zweefde ik een beetje, die week.

Wat is jouw ultieme advies voor jonge kunstenaars?
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet: ik zou hen willen aanraden niets na te jagen: er voor te zorgen dat het werk dat je maakt echt helemaal van jóu is. Dat je je weinig aantrekt van kritiek van anderen, of van wat er in de mode is; jij bent de enige die beslist welke kant het op moet. Daarbij zou ik hen willen aanbevelen zelf het initiatief te nemen om het werk ergens tentoon te kunnen stellen en niet te wachten op galeriehouders.
Maar bovenal: het belangrijkste is aan het werk te blijven, goed voor jezelf te zorgen, je af te zonderen. Ik heb het bij teveel oud-studenten van de Rietveld Academie — waar ik lang les gaf — gezien, dat andere zaken voor gingen. Dat de bezetenheid verdween en het plezier minder werd. En dat is jammer.
Als winnaar van de vorige editie mag je tijdens deze editie plaatsnemen in de jury. Hoe is het om als kunstenaar het werk van andere kunstenaars te beoordelen?
Het was vooral leuk om in een bekwame, enthousiaste jury te zitten, waar heel zorgvuldig gekeken en gesproken werd. Wikkend en wegend zijn we tot een mooi, divers gezelschap van vier genomineerden gekomen. Het blijft arbitrair natuurlijk, appels en peren vergelijkend. Winnaars en verliezers zijn ongemakkelijke categorieën in de kunst.
Tijdens Art Rotterdam treft u het werk van honderden kunstenaars van over de hele wereld. In deze reeks lichten we een aantal kunstenaars uit die bijzonder werk tonen tijdens de beurs.
Modern solutions require modern problems
Vlak voor de pandemie gaf Lund in Ljubljana een presentatie over zijn werk. Daarin toonde hij onder meer onbenullige vindingen voor moderne ongemakken, zoals een vergrootglas voor het kleine scherm je mobieltje. Of een mobiele projector waardoor je je scherm tenminste op een behoorlijke manier kan delen met anderen. De zaal lacht. Als laatste toont hij een ogenschijnlijk even stompzinnig apparaat dat door een constante schommelbeweging de stappenteller van je telefoon manipuleert. In China krijg je namelijk korting op je zorgverzekering als je aantoonbaar veel beweegt. Modern solutions require modern problems.
Dat Lund (1984) juist oog heeft voor dergelijke vondsten is niet gek, er komen namelijk een aantal centrale thema’s van zijn werk in samen: machtsverhoudingen, data-analyses en algoritmes, en hoe deze te omzeilen.
FOMO
Bovenstaande thema’s zie je al terug in vroege tentoonstellingen als Fear of Missing Out (Showroom Mama, Rotterdam, 2013). Een van de werken is een fotocollage met de 100 belangrijkste curatoren. Althans, volgens het algoritme van Lund. Volgens Lund zou zijn kennis van de who-is-who hem voorsprong geven op de doorsnee verzamelaar, hij zou eerder op de hoogte zijn van trends en waardestijgingen.
Aan het begin van zijn carrière werd de in Nederland opgeleide Lund wel eens verweten kunst over kunst te maken, inclusief grappen die alleen insiders snappen. Lunds werk is zeker speels en grappig, maar zijn boodschap is echter breder. Zo richtte hij in 2019 de Londense Photographer’s Gallery in als twaalfkoppige redactie voor het maken van propaganda en fake news. Ook hier was het Lund te doen om de dataverzameling en het allesbehalve neutrale algoritme van Cambridge Analytica dat zich vooral richtte op de leave-stem.
Strings Attached

Dat Lund aanvankelijk uitkwam bij de kunstwereld is niet heel vreemd; het is een kleine, overzichtelijke versie van de echte wereld. De kunstwereld kent volgens Lund een klassieke top-down structuur met aan de top een relatief kleine groep mensen onderling bepalen wat goede kunst is. Daaronder bevindt zich een brede laag met galeriehouders, verzamelaars en kunstenaars.
De machtsverhoudingen tussen die laatste komt aan bod in de serie Strings Attached (2015). Hoewel de kunstenaar de producent is, heeft deze weinig te vertellen over de wijze waarop zijn werk wordt verhandeld. Galeriehouders kunnen verzamelaars nee verkopen als ze niet eerder een werk bij de galerie kochten of alleen verkopen als een klant meteen twee werken koopt of de koper verplichten een van de aangekochte werken te doneren aan een museum. Lund omzeilde deze praktijken door de voorwaarden op zijn doeken te zetten.

Invest in Jonas Lund
Uiteraard zag Lund ook snel de mogelijkheden van crypto currencies. In 2018 ontwikkelde hij zijn eigen Jonas Lund Token, inclusief een uiterst degelijk beeldmerk en reclamemateriaal. De stands van zijn galeriehouders op kunstbeurzen zagen er dan ook precies zo uit als die van een financieel dienstverlener.
Dat lijkt misschien een ver doorgevoerde grap, maar ook hier spelen dataverzamelingen en machtsverhoudingen een grote rol. Je kan namelijk aan JLTs komen door een werk van Lund te kopen of hem een dienst te verlenen, zoals hem uitnodigen voor een lezing of reclame te maken voor zijn werk. Lund richtte zijn token zo in dat eigenaars van de JLTs de facto aandeelhouder zijn in Lunds artistieke praktijk. Regelmatig legt hij zijn aandeelhouders vragen voor en hun advies is daarbij bindend.
In de werken waarin Lund elementen van recent geveilde bekende kunstwerken opnam, vertaalde hij dit principe naar een serie werken die zich continu aan past op basis van algoritmes. Net als op Instagram en Tiktok analyseren Lunds algoritmes de manier waarop de kijker zich tot de werken verhoudt. Daardoor sluiten de continu veranderende composities gaandeweg steeds beter aan op het (kijk)gedrag van de kijker. Omdat je de werken als kijker in zekere zin zelf samenstelt, net als je social media feed, raak je steeds meer verstrikt in je eigen bubbel waarin je nooit meer iets onwelgevalligs te zien krijgt.

For you, by you
Op Art Rotterdam toont de Milanese galerie Bianconi het werk van deze Zweedse multimedia kunstenaar uit de serie For you uit 2021. Deze serie maakte Lund in reactie op de hyperpersonalisatie die plaatsvindt op social media. Op je favoriete platform krijg je continu nieuwe content geserveerd die aansluit op jouw smaak met als doel je meer tijd op online te laten doorbrengen.

Het werk van Jonas Lund is te zien in de sectie Solo/Duo, bij Galleria Bianconi.

Sculpture Park Sculpture Park will feature ten to twenty primarily large-scale works of art related to nature or the urban environment. The presentation will be located in the Tabaksfabriek (Tobacco Factory), one of the industrial and historic sections of the Van Nelle Fabriek. The architectural details are being developed by spatial design studio Tom Postma Design (known not only for their work at Art Rotterdam, but also Art Basel, Frieze Masters and TEFAF). Part of the exhibition space is dedicated to artists who live in Rotterdam or are graduates of a Rotterdam art academy, since after all, Sculpture Park revolves around the connection with the city of Rotterdam. Rotterdam boasts a unique international collection of over 50 major works of art. These sculptures, placed at important locations throughout the city, form part of the public programme for Rotterdam Art Week. The administrator of this collection, Sculpture International, is also involved in the content and promotion of Sculpture Park at the Van Nelle Fabriek. As part of this involvement, a representative of Sculpture International, together with a representative of Tom Postma Design and a Rotterdam curator/museum director, are all on the selection committee. Stichting Doom en Daad is also an important initiator of Sculpture Park. This foundation, which was established in 2017, is a philanthropic fund that invests in projects that help make Rotterdam attractive and appealing to residents and visitors alike.
Sculpture Park selection committee
The works of art will be chosen by a selection committee consisting of Ove Lucas (director CBK Rotterdam and director Sculpture International Rotterdam), Saskia van Kampen (curator Boijmans Van Beuningen) and Tom Postma (creative director Tom Postma Design).
New Art Section
With the always surprising New Art Section, Art Rotterdam offers a unique presentation of up-and-coming artists. This year, the focus is enhanced. To endorse the philosophy behind Art Rotterdam – discovering new art and encouraging young talent – a central placement has been chosen. Visitors to this 24th edition cannot miss it, as the New Art Section is located directly next to the entrance and its innovative presentations are hard to ignore. Two restaurants are located adjacent to the presentation that are accessible from the entrance area.
Michiel Simons of galerie M.Simons, comments, “As a young gallery owner, I am extremely proud to once again have the opportunity to take part in the New Art Section at the most prominent contemporary art event in the Netherlands. The bold character and exceptional quality of Art Rotterdam make the event a platform where, together with my artists, I can always go the extra mile in creating a presentation that is as unexpected and surprising as possible. I look forward to welcoming visitors in February with a solo presentation of work by Hadrien Gerenton and to get inspired by my fellow gallery owners.”
Vrijdag 28 maart | 11.15 – 12.15 uur | Dutch spoken | Hosted by: BK Informatie
In een periode van verandering wordt het kunstenaarschap op scherp gezet. Je belandt eerst in chaos voordat er duidelijkheid is. Elke transitie vraagt om het loslaten van zekerheden, inzichten en meningen, daar is behalve moed en inspiratie ook geduld en vertrouwen voor nodig. Wat doet dat met een kunstenaar en diens praktijk? Hierover gaat kunsthistoricus Meta Knol in gesprek met kunstenaars Diana Scherer, Laurien Dumbar en Tjebbe Beekman.